Net gepubliceerd op de site van het NRC:
De PVV is en blijft een rechtse oppositiepartij: De SP en de PVV vinden elkaar alleen in de oppositie.
Door Simon Otjes
Opiniemakers, journalisten en politici vinden het steeds moeilijker om de positie van de Partij voor de Vrijheid te duiden. Het feit dat de PVV en de SP soms samen stemmen, ondermijnt het beeld dat de PVV een rechtse partij is. Daarom zijn er stemmen die zeggen dat de PVV naar links is verschoven. Uit een analyse van al het stemgedrag van de PVV in de laatste twee jaar blijkt dat dit niet waar is: de PVV is en blijft een rechtse oppositiepartij.
Tijdens het slotdebat over de uitslag van de Europese verkiezingen zei Mark Rutte over Geert Wilders tegen Agnes Kant: “U kunt hem (Geert Wilders – SO) bijna ontvangen in de SP, want u vindt over zoveel zaken in de Kamer hetzelfde, dat u eigenlijk één partij zou kunnen vormen.”
De PVV aan de linkerkant van het politieke spectrum? Het idee was al eerder geopperd door Trouw columnist Sylvain Ephimenco, hij sprak op 28 mei in zijn column zelfs over een “demasqué” van Wilders. De partij kan volgens hem niet meer als “rechts” bestempeld worden omdat de PVV steeds vaker met SP en GroenLinks meestemt. Het NRC Handelsblad kopte op 13 juni “PVV schuift naar links over economie”. Volgens de krant nam de PVV steeds vaker dezelfde standpunten in als de SP, met name op onderwerpen als de hervorming van de WAO en het ontslagrecht. Volgens de krant bevindt de PVV zich nu aan de linkerkant van het politieke spectrum. Heeft Wilders gebroken met zijn rechtse roots?
Het stemgedrag van partijen in de Tweede Kamer kan het beste worden begrepen in termen van twee tegenstellingen: tussen links en rechts en tussen regering en oppositie. Sommige stemmingen verdelen de partijen in de Tweede Kamer in een rechts kamp en een links kamp; bij andere stemmingen stemmen de oppositiepartijen “voor” en de coalitiepartijen “tegen”. Als alle oppositiepartijen voorstemmen en de coalitiepartijen tegen gaat het vaak om voorstellen van een oppositiepartij die tegen kabinetsbeleid in gaan: neem motie 31472-13 waarin Pechtold en Rutte vragen om een onderzoek naar de gevolgen van de kredietcrisis voor de begroting. Oppositie stemt voor, coalitie stemt tegen, immers zo’n onderzoek brengt het kabinetsbeleid in de war. Stemmingen die de Tweede Kamer in links en rechts verdelen gaan vaak over beleidsvragen waar de coalitie verdeeld over denkt, neem de motie 31143-8, waarin Van Toorenburg en Kamp vragen om het in stand houden van een verplichte eigen bijdrage voor inburgeringscursussen. Het parlement verdeelt zich in links (SP, GroenLinks, PvdD, D66, PvdA en ChristenUnie) en rechts (CDA, VVD, SGP, Verdonk en PVV).
We kunnen het stemgedrag van alle partijen samenvatten in één figuur (hierboven). Dit figuur is gebaseerd op een analyse van alle stemmingen in de Tweede Kamer tussen 2007 en 2008. De horizontale as verdeelt de partijen tussen links en rechts. Geheel links zien we een cluster van SP, PvdD en GroenLinks, met daar vlak in de buurt D66. In het midden van deze dimensie staan de regeringspartijen PvdA, de ChristenUnie en het CDA, samen met de SGP. Geheel rechts staan de rechtse oppositiepartijen: PVV, VVD en Verdonk. De verticale as in het figuur verdeelt de partijen in coalitie en oppositie. Helemaal boven in het figuur staan de coalitiepartijen. Als we meer naar beneden gaan volgen de oppositiepartijen. Hoe groter de afstand tussen de oppositiepartijen en de regeringspartijen, des te sterker het verzet tegen het regeringsbeleid. De PVV, SP en Verdonk staan het verst van de coalitie op deze as. Met andere woorden, de figuur toont enerzijds de mate van instemming met het kabinetsbeleid op de verticale as, en anderzijds de links/rechts-tegenstelling op de horizontale as. Aan de hand van deze figuur kunnen we de duidingen van het stemgedrag van de PVV empirisch beoordelen.
Het beeld van de PVV als een linkse partij komt niet overeen met het stemgedrag van de partij. De PVV staat het dichtst bij de VVD en Verdonk. Dat zijn, net als de PVV, rechtse oppositiepartijen. Deze partijen stemmen vaak hetzelfde. De PVV stemt in 64 procent van de stemmingen hetzelfde als de PVV en Verdonk. Er is ook een gelijkenis in het stemgedrag van de SP en de PVV. Soms vinden deze oppositiepartijen elkaar in de Tweede Kamer. Dat is in ongeveer 46 procent van de stemmingen het geval, zowel in 2007 als in 2008. Echter, het feit dat de SP en de PVV soms het zelfde stemmen, is geen bewijs voor de stelling dat de PVV links is geworden. De SP en de PVV staan in zo’n stemming vaak lijnrecht tegenover het centrum-linkse kabinet. De partijen vinden elkaar als radicale oppositiepartijen van links (SP) en van rechts (PVV). Overigens als Wilders met de SP in een partij zou kunnen, dan kan Mark Rutte zich daar zo bij aansluiten: zijn VVD fractie stemt in 44 procent van de stemmingen mee met de SP, maar 2 procent verschil met de PVV.
Kortom: de interpretatie van Rutte, Ephimenco en NRC van het stemgedrag van de PVV is te simpel. Dit kan je niet in een simpele links-rechts tegenstelling vatten. In de Tweede Kamer is er ook een tegenstelling tussen oppositie en coalitie. De SP en de PVV vinden elkaar in deze tegenstelling en stemmen samen als radicale oppositiepartijen van links en van rechts tegen de regering.
Simon Otjes is promovendus aan de Universiteit Leiden. Hij doet onderzoek naar stemgedrag van politieke partijen in de Tweede Kamer. De analyse is gemaakt op basis van software ontwikkeld door professor Keith Poole.