Kan de politiek wetenschappen helpen begrijpen waarom het concept-beginselprogramma zo is zoals het is? Welke processen liggen te grondslag aan het proces van het schrijven van een programma?
Rational choice institutionalisme geeft een mooie aanzet. Deze theorie over politiek handelen stelt dat individuen proberen hun nut toe maximaliseren, en dat zij hierin beperkt, maar ook bevoordeeld kunnen worden door bepaalde instituties. Het is belangrijk op te merken dat rational choice een model biedt om de werkelijkheid te modeleren, gebaseerd op assumpties. Zij hoeft niet per se de motivaties van actoren juist weer te geven. Binnen een politieke partij hebben schrijvende commissies bijzonder veel macht. Door de eerste zet in het formele proces van congres goedkeuring van een stuk te zetten, beperken zij de positie die het uiteindelijke programma in kan nemen. De positie die in het concept-programma wordt ingenomen, beperkt welke amendementen worden aangenomen. Belangrijk voor deze stelling is het median voter theorema. Dit is het principe dat de uitslag van een stemming wordt bepaald, als er twee keuzes zijn, door de middelste (in wiskundige termen de mediane) stemmer. Het is haar stem die nodig is voor een meerderheid. Een voorstel dat haar steun niet heeft zal het niet halen. Een vrij fundamentele assumptie hierbij is dat de standpunten in een dimensionale ruimte zijn voor te stellen.
Stel: de GroenLinks congresgangers bevinden zich op een lijn van grofweg D66-achtig progressief-liberalisme tot SP-achtig conservatief-socialisme. De congresgangers zijn unimodaal verdeeld over deze lijn. De mediane stemmer zit precies in het midden, met 50% van de congresgangers meer richting D66 en 50% van de congresgangers meer richting de SP. Zijn stem maakt of breekt een meerderheid. Dit is grafisch weergegeven in het figuur, met D66 als het ene uiterste, SP als het andere uiterste en M als een punt in het midden. Een hypothetisch concept-beginselprogramma is aangeven met een C. De middelste congresganger zal alleen voor een amendement op dit programma stemmen als dat dichter bij zijn positie staat dan het concept. De grens voor de amendementen die hij steunt is C’, dat precies even ver van hem als het concept-beginselprogramma, maar dan in de andere richting. Hij zal dus amemdent A1 niet accepteren, dat staat verder van hem af dan het concept-beginselprogramma C, maar amendement A2 wel, dat dichter bij hem staat dan het concept-beginselprogramma. In die zin beperkt de commissie door haar concept dan dus de uiterste de positie van het beginselprogramma.
Laten we aannemen dat de schrijvers van het beginselprogramma, in het bijzonder de penvoerder, Bart Snels, meer richting D66 dan richting SP staan dan de mediane congresganger. Welke positie moeten zij dan innemen om het programma zo dicht mogelijk bij hun eigen positie te krijgen, dat is om te voorkomen dat het programma verder richting SP wordt getrokken? Dat is een positie die gelijk is aan de positie van de middelste congresganger (M), iedere positie die zij richting D66 daarvan innemen, maakt het mogelijk dat het congres ook amendementen zal aan nemen die meer richting SP zijn.
In deze zin is de gematigde, weinig liberale, maar ook weinig radicale taal van het concept-beginselprogramma te begrijpen. De schrijvers hebben geprobeerd een tekst te schrijven die niet verder in een bepaalde richting gesleept kan worden. Vanuit dit perspectief is een beginselprogramma op zich ook geen compromis, die beide zijden bij elkaar moet brengen, maar het gevolg van angst dan een zijde het programma verder sleept dan de schrijvers zouden willen. Iedere stap die het beginselprogramma richting D66 en weg van de middelste kiezer brengt, kan op het congres een mogelijke stap richting SP worden.
P.S.
Het concept-beginselprogramma kan overigens ook geen compromis zijn: immers een compromis
is het gevolg van onderhandelingen tussen groeperingen. Over het
concept-beginselprogramma is (nog) niet door de belangrijkste flanken
uit de ideologie discussie (Krities GroenLinks’ers als Leo Platvoet en liberalen als Halsema)
of hun vertegenwoordigers onderhandeld. Er is een stelling geponeerd
door een schrijversgroep, die eenzijdig was samen gesteld uit mensen
die zich dan wel afzijdig, dan wel liberaal hebben opgesteld in de
discussie over beginselen.