De donkere kant van vrijheid

Op de lezingencyclus ‘Weet de overheid wat goed voor ons is?’ van het Wetenschappelijk Bureau GroenLinks volgt dit najaar een boek over libertair paternalisme, een politiek-filosofische stroming die paternalisme en vrijheid probeert te verenigen. Daarin wil het Bureau de in de cyclus opgedane ideeën over vrijzinnig paternalisme verder uitwerken. Dick Pels: ‘Je moet ook de donkere kant van de vrijheid onderzoeken en de grenzen aan de vrijheid formuleren. Wat is het GroenLinkse idee van het goede leven?’

Door Simon Otjes – Kan GroenLinks haar groene en sociale doelen bereiken zonder de vrijheid van burgers te beperken? Deze centrale vraag werd tijdens de lezingen door de verschillende sprekers uitgewerkt. Uitgangspunt was het concept Nudge van de Amerikaanse wetenschappers Thaler en Sunstein. Een nudge is een manier om mensen te stimuleren de juiste keuze te maken, zonder daarbij dwang te gebruiken. De manier waarop een keuze gepresenteerd wordt, kan de uitkomsten van besluitvorming sterk beïnvloeden. Bijvoorbeeld: als we van een “nee, tenzij”, naar een “ja, tenzij” stelsel van orgaandonatie gaan, dan wordt het aantal orgaandonoren sterk vergroot, zonder dat mensen gedwongen worden om hun organen te doneren.

Optreden

Bij de eerste bijeenkomst was Joel Anderson kritisch over deze benadering: ‘Het is het perspectief van de expert die weet wat goed voor mensen is. Er is echter heel weinig aandacht voor de vraag hoe de experts beteugeld kunnen worden. Waar ligt de grens tussen nudges en bemoeizucht?’ Ook Klaas van Egmond wees nudges resoluut af in zijn betoog over milieu en moralisme: deze waren in zijn ogen niet effectief om de grote milieuproblemen op te lossen. Daarvoor was in zijn ogen een sterke overheid nodig die met consistente hand beleid oplegt: niks geen balans tussen vrijheid en moralisme, gewoon optreden.

Wat van hun leven maken

Dezelfde houding sprak uit het verhaal van Jos van der Lans over de toekomst van het sociaal werk. De professionals moeten ‘eropaf’; zij moeten uit de bureaucratische systeemwereld stappen en weer in de leefwereld van normale mensen problemen oplossen. Maar welke problemen moeten er opgelost worden? Van der Lans ging er niet uitgebreid op in, maar desgevraagd formuleerde hij het resoluut: ‘Je moet proberen om mensen in een situatie te brengen dat ze wat van hun leven maken.’

Sturen met techniek

Uit het verhaal van Hans Achterhuis sprak een minder ingewikkeld moreel ideaal. Zijn verhaal richtte zich op het sturen van menselijk gedrag met behulp van techniek was doorspekt met voorbeelden, zoals toegangspoortjes die gebruikt worden om mensen voor de metro te laten betalen, ballen aan hotelsleutels die ervoor zorgen dat mensen hun sleutel bij vertrek weer inleveren en snelheidsbegrenzers op auto’s. Al deze voorbeelden laten zien dat we mensen met technische middelen kunnen stimuleren om de juiste keuze te maken. De juiste keuze is in deze gevallen niet erg hoogdravend: we willen dat mensen zich aan de maximumsnelheid houden, niet zwartrijden en geen sleutels meenemen.

Graaicultuur

De cruciale vraag is dus: wat is het morele ideaal van GroenLinks? In de ogen van Dick Pels, directeur Wetenschappelijk Bureau, moet vrijzinnigheid gekoppeld worden aan een idee van het goede leven: ‘Zonder een idee van het goede leven blijft vrijheid leeg.’ Welk idee van het goede leven moet GroenLinks dan propageren? Pels: ‘Ik denk daarbij aan idealen als zelfbeheersing, zelfrelativering en matiging. Jezelf kunnen ontwikkelen maar wel met oog voor de ander. Matiging kun je als politieke categorie op tal van gebieden toepassen, denk maar aan een onderwerp als obesitas of aan de graaicultuur in het bedrijfsleven. Hetzelfde geldt voor het grote bekken opzetten: een hufter is eigenlijk iemand die zichzelf niet goed in de hand heeft. Een deel van het goede leven bestaat eruit dat we elkaar fatsoenlijk tegemoet treden.’

Dit artikel verscheen ook op magazine.groenlinks.nl

Leave a Reply