Is er een recht op werk?

Ik heb net mijn master scriptie wijsbegeerte in tweede versie ingeleverd over de rechten en plichten van burgers waar het gaat om werk, inkomen en vrije tijd. Een vervolg op mijn bachelor scriptie over Vrijheid Eerlijk Delen. De hele versie is hier na te lezen, maar ik zal kort op dit weblog de twee hoofdlijnen van argumentatie waar het gaat om het recht en de plicht tot werk bespreken. Hier nu het recht op werk en later de plicht tot werk. Alle reacties zijn welkom ik zal helaas vanwege mijn eigen korte vakantie niet kunnen reageren.

Hebben burgers een recht op werk, een gegarandeerde baan door de overheid, of is een recht op een garandeerd minimum inkomen genoeg? De links-libertarische filosoof Van Parijs stelt in zijn Real Freedom for All dat burgers alleen maar een recht hebben op een basisinkomen. In tijden van masssa-werkeloosheid moeten ze niet bij de staat aan komen voor een baan. Als de overheid namelijk alleen maar banen aanbiedt en geen inkomens dan is de overheid niet neutraal ten opzichte van ideeen van het goede leven. Een leven waar werk een onderdeel van is wordt dan bevoordeeld boven een leven dat bestaat uit de hele dag lekker luieren of kinderen opvoeden. Een inkomen is genoeg.
Voor de invloedrijke links-liberale filosoof Sen is geld echter niet genoeg. Als je wilt dat mensen hun eigen ideeen van het goede leven in de praktijk kunnen brengen moet je ze voorzien van de middelen die daarvoor nodig zijn: een door de overheid gegarandeerde baan is juist een hele mooie manier om mensen te voorzien van de mogelijkheid om te werken, iets wat voor veel mensen heel belangrijk is.
Van Parijs staat toe dat overheidsgeld wordt gebruikt om onderwijs te geven en infrastructuur aan te leggen zo lang dat het (basis)inkomen van iedereen maar verbeterd. Sen zou dus kunnen voorstellen om overheidsgeld in te zetten voor gegarandeerde banen (naast een gegarandeerd inkomen) omdat dit niet alleen bepaalde groepen mensen in staat stelt te werken als dit belangrijk voor ze is, maar ook de financiele positie van hen die niet willen werken verbeterd. In een economie waar massa-werkeloosheid is wordt veel economisch potentieel niet gebruikt: dat inzetten verbetert de economie voor iedereen. Volgens Van Parijs echter is de overheid heel slecht in het zelf creeeren van banen in het bijzonder het soort banen wat mensen echt willen (zinnig, nuttig werk). Het zou de overheid meer kosten dan het opbrengt en is zo dus niet neutraal ten opzichte van ideeen van het goede leven: mensen die willen werken komen er beter vanaf.
De filosofische vraag "Is er een recht op werk?" is zo vanuit Van Parijs’ links-liberale perspectief gereduceerd tot een empirische vraag "Levert een Melkertbaan meer op dan hij kost?". Dat is typisch de rol van analytische filosofen: een vraag tot op het bot uitkleden en dan vervolgens beoordelen hoe deze vraag het beste kan worden beantwoord. 

Leave a Reply