Eerder schreef ik al over de vijf centrale idealen van wereldwijde groene politiek, en die van GroenLinks, en ook over de relatie tussen deze idealen met vrijheid en gelijkheid. Deze vijf centrale idealen zijn: solidariteit, diversiteit, duurzaamheid, democratie en vrede. Ik zal hier iets proberen te zeggen over de verhouding tussen deze vijf idealen: wat voor’n tegenstelling is er tussen ze en hoe versterken ze elkaar juist? Een analytische bijdrage aan het toekomst.groenlinks debat. Vandaag de tegenstellingen, morgen de versterkingen:
- Solidariteit vs. diversiteit: terwijl bij solidariteit collectieve regelingen centraal staan, draait het bij diversiteit om individuele voorkeuren. Een voorbeeld: veel mensen willen aan het werk als zij in een uitkering zitten, dus is de huidige verzorgingsstaat gericht op arbeid. Maar hoe ga je dan om met diegene die niet willen werken? Moet je die dwingen te doen wat zij niet willen? Het debat over Vrijheid Eerlijk Delen, waarin GroenLinks pleit voor arbeid voor allen, zou hier om moeten draaien: moeten we mensen willen dwingen te werken?
- Solidariteit vs. duurzaamheid: terwijl bij solidariteit gaat om hoe de belangen van de huidige generatie, gaat duurzaamheid om de belangen van volgende generaties. We kunnen nu mensen wel zo welvarend mogelijk willen maken, maar een grotere consumptie nu gaat ten koste van de consumptie van komende generaties. Zo onstaat er een complex verdelingsvraagstuk tussen de haves van de huidige generatie, de have-nots van de huidige generatie en volgende generaties.
- Solidariteit vs. democratie: terwijl bij democratische besluitvorming iedereen gelijke stem heeft en de meerderheid telt, kan het vanuit het perspectief van solidariteit eerlijk zijn om bijzondere aandacht te hebben voor minderheden: diegene die het meest behoeftig zijn of diegene die het meest bijdragen. Enerzijds kan de rijkste 51% kan besluiten om geen steun te geven aan de armste 49%, anderzijds kan de armste 51% besluiten om te eisen dat de rijkste 49% hun hele inkomen afstaan aan die 51%. Geen van beide situaties is rechtvaardig: sociale rechtvaardigheid zou moeten draaien om onbevooroordeeldheid naar bepaalde belangen.
- Solidariteit vs. vrede: een goed sociaal stelsel gaat moeilijk samen met een grenzeloze, vreedzame wereld. Een solidair sociaal stelsel kan (heeft) een aanzuigende werking op migranten, die in een open wereld makkelijk hier kunnen komen. Deze migratie ondermijnt solidariteit en schept een tegenstelling tussen onze belangen en hun belangen.
- Diversiteit vs. duurzaamheid: een echt duurzame milieu-politiek beperkt de keuzemogelijkheden van huidige generaties voor de belangen van toekomstige generaties. In een duurzame wereld is geen ruimte voor diversiteit: allemaal dezelfde biologische groente uit de regio, allemaal in dezelfde trein. Over dit brandpunt gaat het debat binnen GroenLinks over ecologisch moralisme vs. environmentalistische technocratie: sommige GroenLinksers streven naar een radicale verandering van de mentaliteit van mensen over het milieu (duurzaamheid over vrijheid), terwijl anderen alleen het gedrag van mensen wil aanpassen door (op het marktmechanisme) gebaseerde belastingprikkels (vrijheid over duurzaamheid).
- Diversiteit vs. democratie: In een democratie draait het om meerderheden, over de voorkeuren van minderheden wordt vaak heen gelopen: allochtonen, homo’s, moslims, vrouwen (een minderheid in machtszin) zijn allemaal in de minderheid. In een echte pure democratie zouden autochtonen, hetero’s, christenen en mannen wetten maken die hun goed uitkomen, en zo over hun belangen heen lopen.
- Diversiteit vs. vrede: een open samenleving in een globaliserende wereld dreigt haar eigen identiteit(en) kwijt te raken. De huidige globalisering leidt tot een McWorld: een eenvormige wereld waarin culturele diversiteit is verdwenen. Culturele minderheden lijden onder globalisering, maar in Nederland zien we ook een angst van de cultuur van de meerderheid om te verdwijnen. Dit is een tegenstelling tussen eigenheid en openheid.
- Duurzaamheid vs. democratie: In een democratie staan de belangen van huidige generaties centraal, terwijl bij duurzaamheid de belangen van volgende generaties centraal staan. Een radicale democratie zal nooit een groene democratie kunnen zijn omdat het eigen belang dan strijdig is met de belangen van de toekomst.
- Duurzaamheid vs. vrede: juist op internationaal niveau geldt de tegenstelling tussen haves, have nots en huidige generaties die geschetst is bij solidariteit vs. duurzaamheid.
- Democratie vs. vrede: internationale samenwerking beperkt de democratische soevereiniteit van staten. Er ontstaat een tegenstelling tussen wij en zij. Bij Nederland zien we dit met Europese samenwerking: de burger is bang dat democratische besluitvorming niet gehandhaafd kan worden bij vreedzame samenwerking.