Dilemma’s voor GroenLinkse politiek IV

En dan ten slotte een herschrijving/synthese van de dilemma’s voor GroenLinkse politiek waar het de democratie betreft.

GroenLinks komt voort uit de democratiseringsbeweging van de jaren ’60/’70. Dit geluid klinkt sterk door in het huidige beginselprogramma, waarin wordt gepleit voor radicale democratisering en decentralisatie. Het idee is dat er in de democratische samenleving geen onrecht kan zijn: immers iedereen kan haar of zijn stem laten horen als er ontrecht tegen haar of hem wordt begaan.
Waar het gaat om democratie zijn er twee dilemma’s: rond directe en indirecte democratie, personen- of partijendemocratie en democratie. Hieronder ligt een fundamentele vraag: wat het GroenLinkse ideaal van burgerschap is.

Direct of indirecte democratie
Een van de manieren waarop GroenLinks uiting geeft aan haar radicaal-democratische gezindheid is door te pleiten voor het toepassen van directere vormen van democratie binnen het kader van de representatieve democratie, voorbeelden hiervan zijn (lokale) referenda.
Het inbrengen van deze directe vormen van democratie lijkt consistent met de GroenLinkse idealen: als radicale democraten vinden wij directe participatie in democratische besluitvorming een doel op zich. Een grotere nadruk op directe democratie kan echter ook wringen met andere idealen die we na streven, met name diversiteit en duurzaamheid: Diversiteit: in de meeste vormen van directe democratie telt de meerderheid. Naar de minderheid wordt per definitie niet geluisterd. Het wringt als je als partij enerzijds opkomt voor de positie van minderheden en anderzijds voor directe democratie. Duurzaamheid: in de democratie telt alleen de mening van de huidige generatie en van de inwoners van dit land: immers alleen zij kunnen zich uitspreken. Het wringt als je partij enerzijds opkomt voor volgende generaties en internationale solidariteit en anderzijds voor directe democratie.
Dit hangt samen met een praktische reden om te twijfelen aan de toepassing van meer directere vormen van democratie: politieke besluiten zijn niet eenvoudig en zeker genuanceerde GroenLinkse standpunten zijn moeilijk te verwoorden in de stelling van een referendum. Besluitvorming over complexe aangelegenheden, waarbij meerdere belangen moeten worden af gewogen kan je het best overlaten aan (gekozen) specialisten: kamerleden.

Personen- of Partijendemocratie

Er is in de samenleving een merkbare trend naar personalisering van de politiek. Nieuwe politieke bewegingen worden gevormd rond charismatische lijsttrekkers. De media richt zich op personen. Maar ook binnen oudere politieke partijen komt een grotere nadruk te liggen op de persoon van de politiek leider (“ Femke on Tour”). Politieke partijen worden door sommigen gezien als een onderdeel van een verouderd politiek stelsel. Op lokaal niveau komt deze trend tot uiting in directe verkiezingen van de burgemeester. Er is een verschuiving van ‘ partijen met programma’ naar ‘ idolen met ideeen’.
De vraag is hoe GroenLinks als progressieve politieke partij hiermee om moet gaan. Moeten wij ingaan tegen deze trend ingaan en pleiten voor een gedepersonaliseerde politiek? Een voorbeeld hiervan is het voorstel in het concept-verkiezingsprogramma 2006 om de burgemeester af te schaffen, en in plaats daarvan een eerste wethouder tot politiek leider van een gemeente te maken: een vertegenwoordiger van het politieke compromis van de coalitiepartijen.
Of juist deze “moderne” trend ondersteunen en juist persoonlijk democratische elementen in de huidige partijendemocratie integreren. Het pleidooi om de kiesdrempel voor voorkeursstemmen te verlagen valt hier bijvoorbeeld onder.

Burgerschap
De onderliggende vraag bij beide dilemma’s is hoe wij over burgerschap denken, met name wat wij van de burger verwachten en waar wij willen dat haar loyaliteiten liggen: denken we dat de burger eigenlijk alleen om haar eigen belang geeft en moeten we dus politieke instituties zo instellen dat het streven naar het eigen belang van allen ook in het algemeen belang is. Of willen we juist dat de burgers zelf gericht zijn op het algemeen belang en belangen over grenzen en generaties heen. Maar ook eisen we van burgers dat ze zich verdiepen in partijprogramma’s en complexe sociale problemen of laten we toe dat ze hun vertrouwen geven aan een bepaald idool?
De onderliggende tegenstelling tussen een (klassiek-)liberaal beeld van de burger (“egoistisch en gemakzuchtig”) of een veel republikeinser beeld van de burger als gericht op het algemeen belang en geinteresseerd voor de publieke zaak.

Leave a Reply