Dan maar promovendus?

Donderdag en vrijdag zat ik Antwerpen bij het politocologen etmaal een conferentie van de Vlaamse en Nederlandse politicologenverenigingen. Samen met een van mijn docenten waar ik al een tijdje student-assistent bij ben, Huib Pellikaan gingen we een paper presenteren, een kritiek op het werk van de invloedrijke politicoloog Arend Lijphart. Wat we grofweg zeggen is dat Lijphart zijn eigen model niet goed toe past en daarom onjuiste conclusies trekt. We willen lijphart "over-lijpharten"

Ik was nog nooit eerder op zo’n soort conferentie geweest, gelukkig wist de voorzitter, een goede vriend van mij, Gijs-Jan Brandsma, wel wat je dan moet doen: meteen in het diepe. De opzet is als volgt, per werkgroep worden er zo’n 7-12 papers besproken, die over dezelfde thematiek gaan. Iedereen die een paper heeft geschreven krijgt een paper van een ander om te reviewen. Ik als eerste een paper van Marianne van der Steeg, een "post-doc" die over Europese verantwoording in nationale parlementen schrijft. Ik mocht ik dus als eerste van de conferentie een review houden over een onderwerp waar ik niet heel van af weet van iemand die al gepromoveerd is terwijl ik nog maar een lowly BA’tje ben. Een beetje zenuwachtig was ik dus wel. Maar ik geloof dat Marianne erg blij was met m’n opbouwende kritiek en dat ik een goede inleiding heb gegeven op het debat dat volgde. Voor niet politicologen overigens weinig interessant als het gaat om zaken als casus-selectie, als dan niet impliciete causaliteit, en het combineren van kwalitatieve met kwantitatieve analyse .

Als je zegt dat het universititaire bestaan bestaat uit grofweg vier pilaren: onderzoek, onderwijs en wetenschappelijk debat en besturen. Dan ben ik tot nu toe uitgebreid in aanraking gekomen met het eerste, dankzij mijn opleiding en mijn werk als student-assistent, en ben ik hier best goed in, ten minste in het statistische/analytische deel in het plaatsen en marketen van onderzoek heb ik vaak gewoon geen zin. Onderwijs ken ik alleen nog maar passief als student, gelukkig ga ik (waarschijnlijk) volgend jaar les geven in politieke filosofie voor zij-instromers. Het wetenschappelijk debat heb ik dus in Antwerpen mee gemaakt. En eerlijk gezegd dat beviel me erg. Zelf kritisch na denken over andermans werk, met de kritiek van anderen omgaan (overnemen/pareren) en deelnemen in debatten over wetenschap, vind ik erg leuk. Van het laatste "bestuur" heb ik als lid van de opleidingscommissie Wijsbegeerte wel wat mee gekregen, maar daar heb ik tot nu toe maar weinig meer. Gelukkig is dat weer belangrijker voor mensen die al hoger op de lader staan.

Het lijkt me wel wat, dat universitaire bestaan: lezen, schrijven, onderzoeken, kritisch mee denken.

Leave a Reply