Stelling 8: sociaaldemocraten en Christendemocraten zijn populisten

Op 31 oktober hoop ik te promoveren in de politicologie. Bij een proefschrift horen stellingen. Ik wil de komende weken de stellingen van mijn proefschrift kort toelichten, want ik vond het erg leuk om de toelichtingen van Tom Louwerse een jaar geleden te lezen. Vandaag de achtste: over de wortels van het populisme.

Stelling 8: “De sociaaldemocratie en de Christendemocratie zijn ontstaan als populistische bewegingen.”

Bij het proefschrift mag je ook vier stellingen leveren die wel over het vak gaan, maar niet over het boek. Dat geeft de mogelijkheid om mijn eigen favoriete verhalen te vertellen. Zo ook de notie dat populisme niet nieuws is, maar terug te zien is in het vroege socialisme en Christendemocratie. Je hoort dit soms wel in het debat over populisme. Historici Van de Velde, Vossen en Lucassen heb ik dit wel horen stellen, maar niet systematisch zien uitwerken. Ik heb er zelf twee kleine blogjes aangewijd.

Het idee is simpel: populisme maakt twee onderscheiden: tussen het pure volk en het corrupte elite, en tussen het goede volk en gevaarlijke anderen. Socialisten waren in hun beginperiode een zeer anti-elitaire beweging, de grote meerderheid van het volk, het proletariaat, wordt eronder gehouden door de elite, de bourgeoisie. In de elite zijn economische en politieke deelbelangen met elkaar gefuseerd: kerk, kapitaal, kroon, kazerne en kroeg vormen een vijfeenheid. Het socialisme wil dat de staat het belang van heel het volk vertegenwoordigt.

De deling tussen het volk en de ander vinden we terug in de vroege Christendemocratie, in het bijzonder in de Anti-Revolutionaire Partij en de Christelijk-Historische Unie. Ze verzetten zich tegen het Katholicisme Dit geloof strookte niet met de Nederlandse volksaard, het totalitaire trekjes, maar was bovenal onbetrouwbaar omdat Katholieken niet loyaal waren aan de Nederlandse kroon maar aan een buitenlandse mogendheid. De gelijkenissen met de hedendaagse populistische partijen zijn treffend: tegen de elite en tegen een vreemd, buitenlands geloof.

Het opvallende is dat de Anti-Revolutionairen en Christelijk Historici al snel gingen samenwerken met de Katholieken, en de Socialisten met de Liberalen. Het laat zien dat in Nederland populistische retoriek slechts betrekkelijk is en dat de politieke realiteit partijen inschikkelijk maakt. Ik heb wel eens gesteld dat Wilders zo vice-premier kan worden onder premier Marcouch, zoals de Anti-Revolutionaire Heemskerk minister was onder de Katholieke Ruijs de Beerenbrouck. Onder de druk van de politieke realiteit worden alle populisten realistisch.

One thought on “Stelling 8: sociaaldemocraten en Christendemocraten zijn populisten

  1. is niet (vrijwel) iedere politieke beweging ontstaan als antwoord op een roep uit ‘het volk’ om op te komen voor zijn belangen tegenover die van ‘de elite’? de grap is dat vervolgens degenen die op die roep reageren al snel een soort ‘nieuwe elite’ worden (vgl Bert Middel, ‘De nieuwe elite van de PvdA’, 1976), een voorhoede in communistische termen, of een front in de latijns-amerikaanse versie. zo’n elite persisteert in de geldigheid van haar antwoorden lang nadat de oorspronkelijke roep uit het volk is verklonken en belandt maar al te vaak in wat Barbara Tuchman beschrijft als een spiraalbeweging die tot haar uiteindelijke ondergang leidt (‘The March of Folly’, 1984, of haar Van der Leeuw Lezing uit 1983).

    echte populisten (Fortuyn, Wilders e.v.a.) spelen met hun standpunten, of althans de manier waarop ze die verwoorden, weliswaar in op de roep uit het volk, maar werken die niet of nauwelijks uit tot oplossingen die ook andere belangen tot hun recht laten komen. en surfen daarbij mee op de snel wisselende stemmingen in het volk, die ze tevens proberen te sturen.

Leave a Reply