Amerikaanse Politiek in een Multidimensionale Ruimte

Diederik ten Cate reageerde scherp op mijn blog van vorige week over de links/rechts tegenstelling. Zijn kritiek zit hem in de manier waarin ik snel de Amerikaanse politiek beschrijf: ik stelde de suggestie dat er tussen 1956 en 1964 een cruciale verandering had plaats gevonden in de Amerikaanse politiek. Waar de Democratische Partij eerst pro-slavernij en racistisch en nu is de Democratische Partij de partij van de burgerrechten. En de Republikeinse Partij ging de andere kant op.  

Diederik stelt heel terecht dat dit deels te kort door de bocht is : tussen 1930 en 1960 is de Amerikaanse politiek beter te beschouwen als een drie-partijensystemen: de Noordelijke Democraten, de Zuidelijke Democraten en de Republikeinen. Hij stelt dat dit links, extreem-rechts en centrum-rechts zijn. De Zuidelijke Democraten zijn inderdaad de diep-racistische, conservatieve blanke Amerikanen. 

Echter deze analyse vind ik dan weer te simplistisch: want het onderscheid tussen de Noordelijke Democraten en de Republikeinen is niet in een simpel links/rechts te vatten. In het progressieve tijdperk (1890-1930) waren er in zowel de Republikeinen als de Democraten progressieven actief: voor democratische vernieuwing, sociale wetgeving en milieubescherming. Woodrow Wilson (Democraat) en Theodore Roosevelt (Republikein) waren allebei progressieven. Echter in de Republikeinse en de Noordelijke Democratische Partij waren er ook conservatieven actief. De electorale verschillen tussen de partij en het electoraat is moeilijk om in links/rechts te vatten: het was eerder zo dat de Noordelijke Democraten steun kregen van Katholieke stemmers, vaak migranten uit Zuid-Europa, en de Republikeinen, "nativists", steun kregen van Protestanten.

SoDemNoDem
Het was pas vanaf dat de New Deal coalitie (1934) dat je kan spreken van een linkse Noordelijke Democratische Partij een rechtse Republikeinse Partij. De suggestie van Diederik dat de Noordelijke Democratische Partij bestond uit Joodse, New Yorks progressieve intellectuelen, lijkt me onjuist: het ging veel eerder om vakbondsmensen, nog steeds overigens vaak Katholiek. Dan rest de vraag of de plek van de Zuidelijke Democraten zo makkelijk te vatten is in links/rechts. De Zuidelijke Democraten steunden een groot deel van de economische agenda van de Noordelijke Democraten. Echter op culturele vraagstukken waren de Noordelijke en Zuidelijke Democraten verdeelt tussen meer progressieve en conservatieve elementen. Je zou dit dus het beste kunnen begrijpen in termen van een twee-dimensionaal model, zoals hierboven is gepresenteerd: progressief-linkse Noordelijke Democraten, centrum-linkse conservatieve Zuidelijke Democraten, en rechtse Republikeinen. De New Deal coalitie bestond uit de Noordelijke en de Zuidelijke Democraten. De huidige Republikeinse Partij lijkt destemeer te bestaan uit de voormalige Zuidelijke Democraten met de oude rechtse Republikeinse basis. Deze ideologische driehoek doet enigszins denken aan de Nederlandse ideologische driehoek.

Echter door de culturele thema's steeds sterker te benadrukken braken de Democraten steeds sterker op, met name toen Kennedy en Johnson de burgerrechten van Afro-Amerikanen: met een pennenstreek had Johnson voor 40 jaar het Zuiden aan de Republikeinen gegeven. De Republikeinen, met name Nixon, wisten hier met een aggressieve Zuidelijke strategie gebruik van te maken. De eerste breuk tussen Noordelijke en Zuidelijke Democraten was echter al in 1946: als de Dixiecrats uit de Democratische Partij stapten, en Truman (Democraat) weet te winnen zonder de Zuidelijke staten.

 

RepDem

Het is inderdaad waar dat de complete draai van progressief naar conservatief tussen Democraten en Republikeinen in 150 jaar heeft plaats gevonden: van de verkiezing van de progressief Lincoln (Republikein, Illinois), die slavernij zou verbieden, tot de progressief Obama (Democraat, Illinois), de eerste Afro-Amerikaanse president. Je zou het als in het bovenstaande figuur kunnen modeleren (alhoewel dit model wederom misschien niet alle nuances pakt): in 1860 zijn de Democraten met name conservatief en de Republikeinen progressief. Met New Deal coalitie schuift het zwaartepunt van de Democratische Partij naar links en dat van de Republikeinse Partij naar rechts. De stappen die door Johnson en Nixon genomen worden zijn kleiner maar wel cruciaal: de Democratische Partij wordt in meerderheid een progressieve club, de Republikeinen worden in meerderheid conservatief. De laatste stap in de figuur is misschien niet helemaal correct: onder Clinton is de Democratische partij duidelijk naar het economishe centrum geschoven en het was de pretentie van "compassionate conservative" Bush dat de Republikeinen minder anti-overheid zouden worden: het is echter de vraag of in de strijd tussen de socialist Obama en de Republican Tea Party deze indeling nog helemaal correct is.

Leave a Reply