Liberalisme in Reprise

Gister was ik bij de GroenLinks academie: ze hadden een bijeenkomst georganiseerd over het concept van libertair paternalisme. Een fascinerend verhaal van Joel Anderson over het boek Nudge. En een repliek van Dick Pels die pleitte voor meer paternalisme, of het nu libertair was of niet. De zaal knikte mee. Uiteraard had GroenLinks betere visie van het goede leven dan de meeste mensen. En dat moesten we dan ook opleggen: via verboden, nudges, subsidies, belastingen en morele appellen.

Ik zal het nog een keer proberen. Waarom ik als een liberaal ben, fel anti-paternalistisch ben en wat dat dan inhoudt. En dat draait allemaal om de vraag wat een goed leven is.

Ethiek, de filosofische discipline die onderzoekt wat een goed leven is, is een lastig vak. En niet alleen omdat er zoveel verschillende ethische opvattingen zijn: moeten we ons richten op de maximalisatie van geluk (utilisme)? Of moeten we ons aan strikte morele regels houden (deontologie)? Of juist onze deugden oefenen (deugdethiek)? Of betekenisvolle persoonlijke relaties onderhouden (ethics of care)? Er is niet een eenduidig antwoord op de ethische vragen die er zijn. Maar er is een dieper probleem: er is geen methode om morele oordelen te grondvesten. Er is geen morele werkelijkheid die wetenschappers kunnen reconstrueren. Er is in mijn ogen een groot moreel funderingsprobleem. Er is geen manier om te bewijzen wat een betere visie op het goede leven is. De een zich wil wijden aan een orthodox geloof, een ander een leven sex, drank en drugs en een derde hard wil werken. Er is geen manier om te bepalen wie het beste leven leidt. Er is een geniale scene uit South Park waarin een nieuwe groep zielen in de hel komt. Een ambtenaar roept: "I'm sorry; I'm afraid you were wrong… You chose the wrong religion. I'm afraid it was the Mormons. Yes, the Mormons' was the correct answer." Zo is het dus niet. Wij zijn nu niet in bezit van het ene levensplan dat voor iedereen het goede leven is. Dat ene antwoord.

Dat we dat ene antwoord niet hebben, maakt samenleven ingewikkelder. Als we dat ene correcte antwoord zouden hebben dan zouden we dat aan iedereen moeten opleggen: immers dan zouden zij het goede leven. Maar kan je moraliseren als er geen gedeelde moraal is? Een overheid is nog steeds noodzakelijk, volgens bijvoorbeeld John Rawls omdat in alle ideeen van het goede leven bescherming ten opzichte van geweld, bijvoorbeeld, noodzakelijk is. Maar die overheid moet wel mensen vrij moeten laten om hun eigen idee van het goede leven te ontwikkelen en toe te passen. Dat er ruimte moet zijn voor experiments in living, in termen van J.S. Mill. Uiteindelijk betekent dat volgens mij dat we een radicale positie in moeten nemen. Dat de overheid neutraal moet zijn ten opzichte van ideeen van het goede leven. Er is geen enkele grond om sommige ideeen van het goede leven te bevoordelen of benadelen, omdat we niet weten welke beter of slechter zijn.

Dat is de basis van mijn liberalisme: een fundamentele onzekerheid, aporia, over wat goed en fout is. En dat we toch met elkaar moeten samenleven, omdat iedereen er dan op vooruit gaat. Ik heb dit eerder epistemologisch liberalisme genoemd: we zijn liberaal omdat we niet weten wat het goede leven is. Dat vereist een staat die neutraal is ten opzichte van het goede leven. Goed-bedoeld paternalisme, staatsinterventie omdat de overheid denkt te weten wat een goed leven is voor anderen is volgens mij hoogst problematisch. Want waarom zou de overheid weten hoe wij moeten leven, als we dat zelf niet weten? Wie weet zeker dat "live hard, die young, leave a beautiful corpse" voor sommige mensen niet de juiste manier om te leven? De overheid moet ingrijpen om schade aan de derde (vervuiling, uitbuiting, onderdrukking) te bestrijden, omdat het toestaan hiervan de keuzes van sommigen bevoordeeld ten koste van anderen. Maar een bepaald idee van het goede leven opleggen, dat mag een overheid niet.

Leave a Reply