Linkse Familiegevoel

Terwijl rechts zich toch lijkt te kunnen verenigen rond hun meerderheid van 76 (78?) zetels is bij links een ware familieruzie uitgebroken: de centrale vraag daarbij is, moet links samenwerken.

De PvdA in haar gelekte oppositiestrategie zegt "Ja", zolang zij maar de leiding kunnen nemen. Tussen het links-liberalisme van D66 en GroenLinks en het dogmatische socialisme van de SP staat de PvdA die als spil zou kunnen opereren in het wisselende oppositiefront. De PvdA wil samen optrekken en niet de onderlinge confrontatie zoeken met de dogmatisten en overbodige links-liberale pragmatici. Er zit dus een zeker opportunisme in: de PvdA maakt zichzelf de noodzakelijke kracht van links, die D66 en de SP kan samenbrengen. Alleen door een machtsspel te spelen kan de sociaal-democratie zich relevant maken. Het zijn niet haar standpunten die haar aantrekkelijk moeten maken, maar haar middenpositie.

DWARSvoorzitster Eline van Nistelrooij verwerpt linkse samenwerking hardgrondig in haar artikel in de Volkskrant. Ze benadrukt dat GroenLinks vroeger "trekjes" vertoonde van de SP, en dat Kritisch GroenLinks, "een handjevol" "verzuurd[e]" conservatieven dat in stand wil houden. Maar dat GroenLinks daar gelukkig nu van genezen is en nu streeft naar hervorming na van de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid, pro-Europees is en niet bang is om verantwoordelijkheid te nemen. Dat het juist Leo Platvoet was die in het verleden kritisch was over de keuze van GroenLinks om niet deel te nemen aan de onderhandelingen met het CDA en de PvdA lijkt Van Nistelrooij vergeten.Als klap op de vuurpeil, roept de voorzitster van de GroenLinkse Jongeren op om samen te werken met rechts, niet omdat dat wiskundig noodzakelijk is of omdat een kabinet een brede basis nodig heeft, maar omdat alleen de samenwerking van linkse en rechtse hervormingspartijen de grote problemen kan op lossen. Zijn toont zich een echte links-liberale pragmatica.

ROODvoorzitter Leon Botter neemt het op tegen Van Nistelrooij op JOOP.nl: links moet de onderlinge verschillen niet benadrukken en in plaats daarvan net als rechts samenwerken. Hij verwijt de PvdA en GroenLinks tunnelvisie. Zij moeten Paars+, een kabinet met rechts, opgeven en in plaats daarvan kiezen voor linkse samenwerking. Linkse samenwerking dat zou goed zijn voor Nederland, voor de wereld. Dat die linkse samenwerking maximaal 72 zetels zou hebben lijkt Botter weinig te deren. In het verleden had de SP van Botter nog het realisme te willen samenwerken met het CDA. De SP zag onterecht niet dat Maxime Verhagen de gangmaker van ultrarechts is. Nog altijd is het CDA de vertegenwoordiger van het rauwe kapitalisme dat sinds de jaren tachtig (sinds de kabinetten van Lubbers) welig tiert in Nederland. Van dat neo-liberalisme wil de SP toch af zou je zeggen. Dus is het CDA ook geen optie voor hen. Maar is terug trekken op een links eiland wel een goed plan? Hoe dan ook Botter toont zich een echte socialistische dogmaticus, vol idealen maar met weinig realisme.

Dus is er een weg tussen de orientatie van GroenLinks op het liberalisme? De obsessie van de SP met een links blok? En het zelfzuchtige opportunisme van de PvdA? Is een links front een oplossing? Of moeten we juist de verschillen tussen links en rechts overbruggen, omdat de verschillen binnen links even groot zijn als daarbuiten?

Ten eerste, we lijken te vergeten dat het gaat om een minderheidskabinet. En dat biedt volgens mij kansen voor progressieve partijen. De antagonistische links/rechts dynamiek die de PvdA en de SP verkiezen, zorgt ervoor dat we Nederland ten minste vier jaar overgeven aan rechts: aan het inperken van burgerrechten en het uitbreiden van ongelijkheid. In plaats daarvan zouden een aantal hervormingsgezinde partijen een alternatieve agenda moeten formuleren voor de VVD en het CDA, om hen te overtuigen te investeren in duurzaamheid en sociaal te hervormen. One catches more flies with honey than with vinegar. 

Ten tweede, electoraal biedt een links blok zowel kansen als gevaren: er zijn 4 partijen op rechts. En zes partijen op links. De gemiddelde linkse partij heeft 12 zetels. De gemiddelde rechtse partij heeft bijna 20 zetels. Zolang het spel bij de verkiezingen "wie wordt de grootste?" is, zou het zinnig zijn om het aantal linkse partijen te verkleinen. Aan de andere kant: het moment waarop links serieus een meerderheid kon krijgen was het moment waarop de partijen breed gespreid stonden: het was in 1998 toen de PvdA een middenkoers voer, en in 2006 toen de partijen waren verspreid van Christelijk-sociale CU via progressief-liberale PvdA, tot de populistisch linkse SP. Dat waren de momenten waarop er een linkse meerderheid was. Buiten die tijd was er in Nederland min-of-meer een permanente rechtse meerderheid. Een echt links blok, een Progressieve Volkspartij, zou geen meerderheid kunnen halen.

En dan ten slotte: de steeds sterkere links/rechts dynamiek in het Nederlandse parlement past niet binnen de klassieke spelregels van de Nederlandse politiek: hierin staat breed gedragen consensus centraal, samenwerking, polderen, het eerlijk verdelen van macht, respect voor het neutrale staatshoofd en boven al het respect voor minderheden. Het principe is dat een meerderheid van 76 zetels niet genoeg is, maar dat een brede coalitie gesmeed moet worden. De keuze om nu een links blok te vormen in de hoop dat deze een rechts blok kan opvolgen in 2015 is niet alleen gebaseerd op onjuiste electorale wiskunde of op slechte politiek voor de korte termijn, maar het gaat ook uit een een politiek van "Winner takes all", van polarisatie en van het uitsluiten van minderheden. En dat maakt het volgens mij alles behalve links.

Leave a Reply