Wat Mark kan leren van Jeanine

Judith Sargentini wees me via haar weblog op een interessant onderzoek naar het stemgedrag van Europarlementariers door Simon Hix. Op zijn site VoteWatch houdt hij het stemgedrag bij van alle Europarlementariers. Het is niet alleen interessant voor Eurofielen maar ook voor Nederlandse formatiewatchers. Rutte kan nog veel leren van zijn Europese collega's van Jeanine
Hennis
en Guy Verhofstadt.

RplotOmdat er geen regeringscoalitie is, moet er op ieder onderwerp naar een meerderheid gezocht worden. En zo ontstaan er dus verschillende meerderheden. Er zijn grofweg drie mogelijkheden. Het kan over links met de socialisten, groenen, de sociaal-democraten en de liberalen, het kan over rechts met de conservatieven, de Christen-democraten en de liberalen of er kan een middencoalitie ontstaan (sociaal-democraten, liberalen en Christen-democraten). In Nederland noemen wij die opties paars+, de peroxide coalitie en de midden coalitie. De liberalen hebben dus een spilpositie. Zij zijn eigenlijk voor iedere coalitie nodig en dus staan ze ook 89% van de gevallen aan de winnende kant. Je kan de mogelijke coalities hier naast zien ingetekend. Gelukkig gaan de liberalen relatief vaak naar links met name op onderwerpen als het milieu, burger- vrouwenrechten en de begroting.

Mark Rutte heeft net zijn tweede vrouw gehaald uit Europa (de nummer #4 op de VVD lijst was Europarlementarier Jeanine Hennis). Laten we hopen dat hij van haar kan leren dat een paarse+ meerderheid perspectief heeft. Overigens, Verhofstadt, de leider van de liberale fractie heeft ook lange tijd een paarse+
coalitie geleid. Toen op Nederlandse inspiratie, nu misschien een
inspiratie voor Nederland?

Hoe dan ook: waar de Europese campagne ging over de vraag meer (D66) of
minder Europa
(PVV), volgt het dagelijkse werk in het Europees parlement de
links/rechts dimensie, en dat geeft een centrum-speler als de liberalen
de ideale positie. In Tweede Kamer zou het eigenlijk niet anders moeten
zijn: na een harde campagne tussen links en rechts constructief aan het
werk in een paarse+ meerderheid.

Nog even over de figuur. Het figuur hierboven is
gemaakt op basis van de data van Hix. Het is een simpele MDS. En het geeft een beeld van hoe
partijen zich tot elkaar verhouden. De vorm van het figuur doet denken
aan het hoefijzer model:
de partijen van extreem-links en extreem-rechts boven in de figuur en
de partijen van het centrum aan de onderzijde. We moeten deze interpretatie van het figuur met een korrel zout nemen.
De vorm ten dele een statistische anomalie. De GUE/NGL stemt niet vaak
hetzelfde als de EFD (maar 34% van de gevallen, de laagste waarde van
alle fractieparen), maar de tweede dimensie is deels het gevolg van het
feit dat de GUE/NGL en de EFD zo ver van alle andere partijen moeten
worden gezet omdat ze zovaak tegen de rest stemmen. Een een-dimensionaal
model (die grofweg de x-as zou moeten volgen) zou 55% van de
verschillen in stemgedrag verklaren. Ten slotte hebben GUE/NGL+ALDE+S&D+GEFA geen meerderheid in het parlement (359 van de 369) dus moeten zij voor een plenaire meerderheid altijd rekenen op dissidente nationale delegaties of afwezige Europarlementariers.

Leave a Reply