Hoe bijzonder zullen de verkiezingen van 2010 zijn?

Donderdag en vrijdag was ik op het politicologenetmaal, de grootste politicologie-conferentie van Nederland en Belgie. Twee dagen discussie over de populisme in Bulgarije, Henk en Ingrid, en nieuwe partijen in de regering. Martin Rosema hield een interessant betoog waarin hij de komende verkiezingen in historisch perspectief zette. Alhoewel er grote electorale verschuivingen zullen optreden, zo betoogde hij, is er een grote mate van stabiliteit. Ik wil hier een aantal van zijn beweringen in een breder perspectief zetten,

Naamloze_afbeelding
Als we de gemiddelde peilingen (TNS, De Hond, Barometer) vergelijken met de laatste verkiezingen zien we een groot verlies voor het CDA en de SP, en grote winst voor de VVD, PVV en D66. Er ontstaat nu een relatief gelijkmatig verdeeld parlement: er zijn vier partijen met ongeveer 10 zetels, twee partijen met twintig zetels en twee partijen met 30 zetels of meer. Grote fragmentatie dus. Dat maakt het heel lastig om een kabinet te formeren.

Naamloze_afbeelding_2_3 Om de fragmentatie van het parlement te meten, gebruiken politicologen de maat "Effectieve Aantal Partijen". Deze drukt uit hoeveel partijen er zijn maar houdt ook rekening met hun onderlinge verhoudingen. De rode lijn geeft deze maat weer. In 1986 was er 3.5 partij: het CDA, de PvdA, de VVD en een aantal kleine partijen die samen voor een half tellen. Er zijn nu 5.5 partijen in de Tweede Kamer. Als de peilingen uitkomen zullen er 6.5 partijen zijn. Het parlement is bijna twee keer zo gefragmenteerd als 24 jaar geleden. Echter in 1971 en 1972 was het parlement ook sterk gefragmenteerd: er waren toen veel partijen met ongeveer 10 zetels, oude partijen, zoals ARP en de CHU, en nieuwe partijen als DS70 en D66. Voor de jaren ’70 was de fragmentatie weer aanzienlijk kleiner: gedurende jaren ’40 en ’50 waren er ongeveer vier effectieve partijen, naast de KVP en de PvdA waren er drie middelgrote partijen (VVD, ARP en CHU) en een aantal kleinere.
Echter dit perspectief houdt geen rekening met de dynamiek van het partijensysteem: in de jaren ’70 was het parlement niet alleen opgebroken in 14 partijen maar ook in twee allianties: het Progressief Akkoord tussen PPR, D66 en de PvdA en een samenwerkingsverband tussen de Christelijke partijen die het CDA zouden worden. In kabinetsformatie vormden deze partijen samen een blok (of ten minste dat probeerden ze). De blauwe lijn geeft deze ontwikkeling weer. Door de twee allianties was de Nederlandse politiek toen veel minder gefragmenteerd dan ooit te voren. Als we nu naar de ontwikkeling kijken zien we dat Nederland sinds de jaren ’70 nog nooit zo gefragmenteerd is geweest.

Naamloze_afbeelding_8
Een andere manier waarop het Nederlandse politiek een grote mate van stabiliteit toont is de balans tussen links en rechts. Tussen 1918 en 1967 had rechts (de Christelijke en de rechts-liberale partijen) 66% van de stemmen. Sinds 1971 is de balans ongeveer 56%: alleen bij de verkiezingen van 2002 wordt dit patroon echt gebroken. Met 59% valt de balans in 2010 tamelijk sterk voor rechts uit. Let wel hierbij reken ik vanuit historisch perspectief de CU bij rechts, omdat de RPF en de GPV duidelijk rechtse partijen waren, terwijl ik nu zou stellen dat de CU hoort bij de brede linkse "Generaal Pardon"-coalitie.

Naamloze_afbeelding_9 Echter de samenstelling van dat linkse en rechtse blok verandert sterk. Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn er drie partijen geweest die de grootste zijn geweest: de KVP, de CDA en de PvdA. Hun ontwikkeling is in dit figuur te zien. Als de VVD op 9 juni inderdaad een zetel of 36 haalt en de PvdA een zetel of 30, dan zal dit de eerste keer sinds de Eerste Wereldoorlog zijn dat het niet een Christen-democratische of een sociaal-democratische partij de grootste partij is in de Tweede Kamer. Het is ueberhaupt de tweede keer sinds de Tweede Wereldoorlog dat de VVD de grootste partij op rechts is.

En daarmee zij we full circle: het lijkt alsof we een zeer gefragmenteerd parlement zullen hebben met samenstelling die sterk afwijkt met de periode 2006-2010. Als we de ontwikkelingen preciezer volgen zien we dat er een grote mate van stabiliteit is tussen blokken en dat er eerder sterke fragmentatie is geweest. Echter als we nog preciezer naar deze ontwikkelingen kijken is het duidelijk dat er wel grote veranderingen zijn: nog nooit was het parlement zo gefragmenteerd terwijl de partijen zo individueel opereerden, nog nooit waren de liberalen de leidende partij in een rechts blok dat op een meerderheid kan rekenen.

Leave a Reply