Roemer Girls en Halsema Boys

De dag nadat vier mannen met elkaar in debat gaan over wie er premier
  moet worden (terwijl
  Nederland eigenlijk een vrouw wil
) een bespiegeling over geslacht
en leeftijd in de toekomstige kamer: de SP blijkt een partij van oude
mannen. GroenLinks toont zich een partij van jongeren en vrouwen. Een
verschil tussen progressieve en conservatieve politiek?. De grote
partijen zijn gevuld met oudere beroepspolitici met een lange politieke
ervaring: echte regentenpartijen?
Laten we er eens vanuit gaan dat het gemiddelde van de huidige
peilingen (peil, de barometer en nipo)
een aardig beeld geeft van de kamer: een stuk of 10 zetels voor de SP
(9), GL (10), CU (9) en D66 (11). Een stuk of 20 voor PVV (18) en CDA
(23). En iets meer dan 30 zetels door VVD (35) en PvdA (32). Daarnaast
is er een zetel voor de dierenpartij en twee voor de SGP.

ManvrouwIn de
hele kamer zitten nu zo’n 63 vrouwen.
Na de verkiezingen worden dat er 59. Dat is iets minder. Deze zijn
schreef verdeeld tussen de partijen. Uiteraard levert de SGP alleen maar
mannen, en de Partij voor de Dieren een vrouw en bij de PvdA valt het
natuurlijk 16/16 uit elkaar. GroenLinks is de enige grotere partij met
een vrouwelijke  meerderheid (6/4). GroenLinks
kiezers zijn ook al dominant vrouw
. De PVV en de SP zijn
daarentegen een echte mannenpartijen: slechts twee op de negen
kamerleden is daar vrouw. Je ziet dat vrouwen met name in de
progressieve en minder mate in de linkse hoek zitten: bij het CDA (8/15)
en VVD (13/22) zijn er minder vrouwen dan aan de linkerkant. Bij D66 is
er een kleine mannelijke meerderheid (5/6), maar ook bij de   
ChristenUnie, die tot 8 jaar geleden nog nooit een vrouw in hun   
gelederen had, valt het redelijk gelijk uit (4/5). Al met al valt met
name de slechte score voor de SP valt uit de toon: Roemer laat zich
omringen door mannen. Opvallend is ook dat partijen die veel
vrouwelijke kiezers hebben
zelf ook veel vrouwelijke kandidaten
hebben (de relatie wordt heel sterk als we de eenvrouws- en de
tweemansfracties eruit gooien).

De gemiddelde leeftijd van de
kandidaten op verkiesbare plekken is 44. De jongste onder hen
verkiesbare plaats is Jesse Klaver
(GroenLinks – 24) en de oudste is Jan de Wit (SP –
65).  Maar opnieuw zijn er sterke verschillen tussen de partij. Bij de
kleinere partijen zitten met name jongere kandidaten: De PvdD is de
jongste partij (38) gevolgd door de kleinere partijen, die allen onder
de 44 jaar zitten. Grote partijen (CDA, VVD en PvdA) hebben met name
oudere kandidaten, die zitten allemaal boven de 45. Dat zal er wel met
name mee te maken hebben dat je een grotere baanzekerheid hebt bij een
grote partij. Dit hangt samen met de lengte die hun kandidaten al in de
nationale politiek zitten: zij zitten allemaal in de 4 jaar politieke
ervaring (het CDA zelfs 7 jaar). Bij de grote groeiers (PVV en D66)
hebben de kandidaten maar 2 jaar ervaring in de nationale politiek. Ook
GroenLinksers hebben 3 jaar ervaring in de nationale politiek. Overigens
de CU en de SP lijst zijn ook tamelijk ervaring (5 en 6 jaar).

Waar
de leeftijd voor vrouwen en mannen ongeveer gelijk is over het
algemeen, zijn er grote verschillen tussen de partijen: bij GroenLinks
zijn de vrouwen zo’n tien jaar ouder dan de mannen. De mannen van
Halsema zijn gemiddeld maar 35 jaar. Daar staan de vrouwen van Roemer
tegenover: gemiddeld 33 en zo’n 14 jaar jonger dan de SP mannen. Bij
andere partijen is het beeld gelijkmatiger: D66 mannen zijn zes jonger
dan D66 vrouwen, en de ChristenUnie mannen zijn dan weer vijf jaar
ouder.

Opvallende conclusies zitten dus met name bij de SP: veel
oudere, mannelijke kandidaten die al lange tijd in de politiek rond
lopen. Daar staat GroenLinks tegenover: veel vrouwelijke, jonge
kandidaten die minder politieke ervaring hebben. Vrouwen zitten bij
progressieve, linkse partijen met vrouwelijke  kiezers: de verschillen
tussen de feminiene en de masculiene cultuur van SP en GL worden steeds
groter. Daarnaast lijken met name de grote partijen oudere kandidaten te
hebben met meer ervaring: mensen die kunnen rekenen op een stabiele
baan in de Nederlandse politiek, tegenover de jongere kandidaten van de
nieuwe partijen: nieuwe, vernieuwende, jonge politiek tegenover oude
politiek.

Leave a Reply