Waarom 50+ moet blijven bestaan

De Volkskrant het lijfblad van progressief Nederland heeft haar pijlen gericht op 50+. Eerst gaven ze uitgebreid de ruimte aan Yvonne Hofs om de inhoudelijke boodschap van 50+ te fileren: ouderen zijn niet arm en zielig. Vorige week richten ze zich op 50+-voorman Krol: zijn bedrijf zou geen pensioenpremie hebben afgedragen. Dat is op zijn minst hypocriet voor iemand die zich nu zo begaan toont met de oudere medeburgers. De partij maakt nu een scherpe val in de peilingen. Ik denk dat de race nog niet gelopen is: een politieke overlever als Jan Nagel zal zijn partij niet onderuit laten gaan.

In mijn omgeving van politiek geëngageerde linkse jongeren wordt er meewarig gekeken naar 50+. Zo’n belangen partij voor ouderen is overbodig. Volgens mij is dat alles behalve waar: 50+ speelt een cruciale rol in het verkrijgen van een linkse meerderheid.

Laten we uitgaan van twee simpele feiten: 50+ stemt mee met links en haalt stemmen bij rechts. Daarmee is 50+ een onmisbare schakel in een linkse meerderheidsstrategie.

Een linkse meerderheid zou het hoofdstreven moeten zijn van linkse politieke partijen. Bedenk maar wat een linkse meerderheid voor een verschil maakt voor asielkinderen die in Nederland geworteld zijn. Toen CDA-PVV-VVD 76 zetels hadden waren ze kansloos.

Het is een lastig spel om een linkse meerderheid te krijgen. Alhoewel de meest kiezers inhoudelijk wel links zijn op sociaaleconomische thema’s, identificeert maar een minderheid zich met de term links. De kern van links (PvdA, SP en GroenLinks) haalt in de laatste tien jaar zo’n 55 tot 65 zetels. Niet genoeg voor een meerderheid. Daar kunnen we een aantal centrumlinkse partijen bij optellen: D66, ChristenUnie, de Partij voor de Dieren en 50+. De beste manier om een linkse meerderheid te halen is door onafhankelijk van elkaar op te trekken. Wouter Bos had dat door: hij hield in 2006 een verbond met SP en GroenLinks af. Zijn argument: alleen halen we meer stemmen dan samen. In 2006 en 2012 haalden deze partijen zeven partijen een meerderheid.

Dat kwam omdat ze in verschillende electoraten konden inbreken. Gerrit Duits vergeleek het met een prijsvechter. Veel grote merken hebben een goedkoper zusterbedrijf: het goedkope automerk Skoda en het dure automerk Audi komen uit dezelfde stal (Volkswagen). Met verschillende merken kan een bedrijf verschillende marktsegmenten bespelen. Het zelfde geldt in de politiek. In 2006 haalde links een meerderheid omdat de SP scoorde onder ontevreden kiezers, die ook naar de PVV zouden kunnen gaan; de ChristenUnie inbrak op het CDA electoraat; en De Partij voor de Dieren apolitieke stemmers mobiliseerde die anders thuis waren gebleven. De meerderheid in 2012 is gerealiseerd omdat D66 stemmen in het midden wist te winnen, en kreeg 50+ grip kreeg op een groep ontevreden ouderen die daarvoor anders CDA of PVV gestemd hadden. Als er één Progressieve Volkspartij was geweest die zowel ontevreden ouderen als het hipster D66-electoraat had moeten aanspreken dan was dat nooit gelukt.

50+ is een cruciale schakel. Deze partij scoort goed onder kiezers die anders naar rechts zouden gaan. Concrete cijfers heb ik niet maar er zijn wel een aantal indicaties dat dit zo is.

figure 2 copyIn de figuur hieronder staat een analyse van stemgedrag in gemeenten uit 2012. Gemeenten waar dezelfde partijen sterk staan staan dichter bij elkaar (grijze cirkels). Partijen die in dezelfde gemeenten sterk staan staan ook dicht bij elkaar (zwarte cirkels). 50+ scoort goed in dezelfde gemeenten als VVD en PVV.  En niet in de gemeenten waar PvdA, PvdD en D66 scoorden.

Een zelfde beeld is te zien in de peilingen: in week 10 haalde 50+ haar beste score: 12% van de stemmen. De linkse en centrumlinkse partijen haalden een meerderheid van 57% van de stemmen in de peiling. In de huidige peilingen is daar nog 51% van over (-6%). 50+ is ondertussen teruggevallen naar 6% (-6%). Wat we hier in elk geval uit kunnen concluderen is dat linkse partijen niet geprofiteerd hebben van het leeglopen van 50+. Als we 50% buiten beschouwing laten zou links aan het begin van het jaar 44% van de stemmen hebben gehaald en nu 44%.

Deze gegevens duiden erop dat 50+ met name stemmen bij rechts weghaalt. Tegelijkertijd stemt ze in de Tweede Kamer mee als een linkse partij. De volgende figuur van Tom Louwerse (afkomstig van Stuk Rood Vlees) mooi zien.Untitled 50+ stemt mee met de linkse oppositie. Ze staat het dichtst bij GroenLinks en D66. Ze staat het verst af van de PVV. Dat komt omdat de partij ook niet mee stemt met weinig constructieve voorstellen: zoals de motie van wantrouwen van Wilders bij de Algemene Beschouwingen. 50+ toont zich een linkse, constructieve oppositiepartij met een eigen thema (pensioenen). De verschillen met GroenLinks zijn niet heel groot: dat is ook een linkse, constructieve oppositiepartij met een eigen thema (klimaat). GroenLinks-denker Dick Pels noemde het programma van 50+ de spreekbuis van het collectieve egoïsme en materialisme van verwende babyboomers.‘ En die partij staat nu in de Tweede Kamer het dichtst bij GroenLinks.

Ik ben daarom niet blij dat Nagel en de zijnen stemmen verliezen: ze halen stemmen weg bij de PVV en stemmen vervolgens ook op veiligheid, immigratie en integratie mee met GroenLinks. Dat Nagel uiteindelijk zijn principes boven electorale argumenten laat gaan weten we uit 2002, toen liet Nagel Fortuyn gaan omdat er tussen Fortuyn de partij een fundamenteel verschil van inzicht was over immigratie.

De 50+ die PVV, VVD en CDA-stemmers trekt en vervolgens stemt als GroenLinks in de Tweede Kamer is een progressieve politieke prijsvechter. Dat is zou een blijvende speler in de landelijke politiek moeten zijn. Ten minste als u net als ik droomt van een kabinet-Samsom I.

Leave a Reply