De Grenzen van het Kieskompas

Andre Krouwel, de man achter het kieskompas, klaagt dat de stemwijzer "kiezers voorliegt" over de standpunten van politieke partijen. Een van de grote voordelen van zijn stemwijzer is dat het KiesKompas heel transparant is over de standpunten van politieke partijen. Echter bij het interpreteren van de posities van politieke partijen in zijn KiesKompas is voorzichtigheid echter ook geboden.

Kieskompas
Bij het uitkomen van het KiesKompas was er veel aandacht van partijen en opiniemakers over de plaatsing van partijen in de politieke ruimte. Anja Meulenbelt spinde er druk op los: D66 was volgens haar maar een rechtse partij en ook GroenLinks was een aardig eind naar rechts verschoven, ten opzichte van de SP. De Dagelijkse Standaard vond dat de PVV relatief links staat in dit KiesKompas, dichtbij de traditionele linke partijen. Ook de Trouw berichtte uitgebreid over de posities van partijen in het landschap. Echter de ruimte waarin de partijen geplaatst zijn, is niet gebaseerd op de partijposities, waardoor uitspraken de posities met een grote korrel zout genomen moet worden.

Achter het KiesKompas zit een ruimtelijke theorie van partijcompetitie: kiezers kiezen de partij, die het dichtst bij hun staat in een politieke ruimte. De verschillen tussen partijen kan in ruimtelijke termen begrepen worden: sommige partijen en kiezers zijn links, sommige partijen en kiezers zijn rechts. Rechtse kiezers stemmen volgens deze theorie op rechtse partijen. In het geval van het KiesKompas wordt zo’n ruimte wordt opgebouwd uit verschillende stellingen waar partijen en kiezers in meer of mindere mate mee kunnen in stemmen. Het centrale idee achter deze vragen is dat deze met elkaar samen hangen. Je kan op basis van iemand’s antwoord op de ene vraag, het antwoord op een andere vraag voorspellen: iemand die voor hogere belastingen voor rijke mensen is, is waarschijnlijk ook voor inkomensafhankelijke kinderbijslag.

Een complicerende factor is dat de antwoorden op vragen van partijen en kiezers op verschillende manieren kunnen samenhangen. Dat betekent dat ruimte waarin partijen zich positioneren niet gelijk hoeft te zijn van de ruimte waarin kiezers zich positioneren. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat dit inderdaad voor Nederland het geval is: kiezers en partijen positioneren zich in andere ruimtes. Dat zorgt ervoor dat er voor de makers van het KiesKompas een groot probleem is: in welke ruimte worden de kiezers en de partijen geplaatst? De partijenruimte of de kiezersruimte? De makers van het KiesKompas hebben er (waarschijnlijk) voor gekozen gebruik te maken van de kiezersruimte. Hun twee dimensionale model zegt dus (waarschijnlijk) met name iets over kiezers en mindere mate iets over partijen. De ruimte is dus deductief aan de partijen opgelegd.

Als we iets over de partijposities willen zeggen op basis van de data van het KiesKompas zullen we eerst moeten kijken of de verschillende stellingen wel consistente schalen vormen. Als dit niet het geval is, zijn de twee dimensies (links-rechts en conservatief-progressief) betekenisloos. Je moet er vanuit kunnen gaan dat als een partij voor, bijvoorbeeld, het hervormen van de studiefinanciering is, deze ook tegen het hervormen van de hypotheekrenteaftrek is. De antwoorden van de partijen op de verschillende stellingen moeten consistent zijn, anders is hun positie in de ruimte betekenisloos. Dat is de logica van schaling.

Er zijn bepaalde statistische technieken om de consistentie van antwoorden te onderzoeken, in dit geval is polychotome Mokken schaal analyse passend. Uit deze analyse blijkt het volgende:

  • De horizontale links/rechts dimensie vormt een middelmatige schaal. (H-waarde van .401 dat is echt met hakken over de sloot). Van de 17 stellingen zouden er 6 uit de schaal gegooid moeten worden. Met name de antwoorden van partijen op stellingen over de AOW, studiefinanciering, de WW en kilometerheffing hangen niet sterk samen met de antwoorden van partijen op andere stellingen. Dit zijn juist een aantal van de cruciale sociale hervormingen waar de verkiezingen over gaan. De verschillen tussen partijposities over het hervormen van de verzorgingsstaat lijkt niet in een simpel links/rechts model te vangen.
  • De verticale progressief/conservatief dimensie vormt een zwakke schaal. (H-waarde van .390, dat is net onder de grenswaarde). Van de 13 stellingen zouden er 7 (!) uit de schaal gegooid moeten worden. De antwoorden op de stelling van de gekozen burgemeester hangen het minst samen met de andere stellingen: deze zijn zelfs negatief gerelateerd aan de andere antwoorden (partijen die voor een direct gekozen burgemeester zijn, zijn bijvoorbeeld vaak tegen kernenergie). Maar ook de vragen over arbeidsmigratie, asiel, de toetreding van Turkije, en discriminatie hangen niet goed samen met de antwoorden op andere vragen. De verschillende onderwerpen die in de verticale dimensie zitten (milieu, integratie, religie, democratie) blijken niet goed samen te hangen met elkaar. Met name de stellingen over het integratie-vraagstuk, dat sinds de opkomst van Wilders hoog op de agenda staat, blijkt dus niet samen te hangen met de andere stellingen.

De politieke ruimte waarin partijen worden geplaatst hangt dus niet samen met de antwoorden die zij geven op de stellingen. Omdat er een schalingslogica onder de posities zit die partijen zijn toegekend, moeten we goed op passen: de partijen geven geen consistente antwoorden op de vragen, dat betekent dat erover hun positie een hoge mate van onzekerheid bestaat.

Betrouwbaarheid
Mijn collega Tom Louwerse heeft hier specifiek naar gekeken. Hij heeft een betrouwbaarheidsinterval berekend van de partijen. De berekening is gemaakt op basis van een bootstrapping procedure, waarbij er 1000 aselecte steekproeven getrokken worden van de stellingen. De onderliggende aanname is dat ook de makers van het KiesKompas hun stellingen hebben getrokken uit een grotere populatie van steekproeven en dat het voor de partijposities niet zou moeten uit maken welke steekproef je precies trekt. Op basis van de gemiddelde waarde en de spreiding van de schaalwaarden uit deze steekproeven kan je zien in hoeverre de positie van partijen zeker is. Je kan in de figuur hiernaast rond de gemiddelde positie van iedere partij zien een ellips zien. Deze ellipsen geven het gebied weer waar met 95%-zekerheid kunnen zeggen dat de partij daar staat, als men aanneemt dat de stellingen willekeurig zijn getrokken uit een groot aantal mogelijke stellingen. Bij de posities van kiezers geeft het KiesKompas wel onzekerheid aan, maar bij partijposities niet, dit figuur geeft dat wel aan. Je kan zien dat de posities van partijen erg onzeker zijn:

  • De positie van de PVV en Trots is erg onzeker. Dat geeft aan dat de PVV
    en Trots niet consistent in het model van het KiesKompas te vatten zijn. Dit verklaart ten dele de verbazing over de posities van deze partijen die soms links en soms rechts zijn, in termen van het KiesKompas,.
  • Maar ook de posities van partijen als het CDA en de ChristenUnie, zijn
    vrij onzeker. Dit zijn partijen die in het politieke centrum zitten,
    dat betekent dat je soms linksere en soms rechtsere posities in nemen.
    Maar ook op de culturele progressief/conservatief-as zijn de posities
    van deze partijen onzeker, omdat ze wel religieus zijn, maar dus niet
    consistent conservatief.
  • De positie van de SP is redelijk zeker en erg consistent. Maar op de links/rechts-as is de positie aanzienlijk consistenter dan op de progressief/conservatief as. Datzelfde geldt voor de VVD en de PvdA. Dat geeft aan dat partijen op deze progressief/conservatief as niet consistent antwoorden.

Bij het interpreteren van de partijposities moeten we dus erg voorzichtig zijn. Omdat de antwoorden van de partijen op de stellingen niet consistent zijn, zijn deze posities dus erg onzeker. De PVV kan even rechts uit komen als de PvdA, maar ook dicht in de buurt van de VVD, als we uit gaan van dit deductieve model dat aan de posities van partijen is opgelegd.

3dd12
We zullen dus naar een inductief model van de posities van partijen toe moeten. Op basis daarvan kunnen we veel meer zeggen over de relatieve plaatsing van partijen. In hoeverre lijken de posities van partijen op elkaar? Het figuur hiernaast is gemaakt op basis van multidimensionale schaling, die een visuele weergave van de verschillen tussen partijposities maakt. Dit is een twee-dimensionale weergave van de verschillen tussen partijen. De data geeft aan dat een drie-dimensionale weergave het meest correct is (Het geeft stress van .18 voor 1 dimensie, van .10 voor 2 dimensies, en van .03 voor 3 dimensies). Maar met de beperking van de hedendaagse techniek is een twee dimensionaal model handig: daarom zal ik het 3 dimensionale model in drie stappen moeten weergeven. Eerst dus de eerste en de tweede dimensie. Zoals je kan zien, bevindt de meeste spreiding zich op de horizontale dimensie. De afstanden op de verticale dimensie zijn kleiner. Je kan grofweg drie clusters zien:

  • Het eerste cluster bestaat uit VVD, Trots en PVV. Zij hebben een bijna identieke positie. Deze partijen stellen zich hard op op integratie, kiezen voor economische groei, zijn seculier en zijn rechts op (veel) economische onderwerpen. Van een linkse koers van de PVV valt hier weinig te zien .
  • Het tweede cluster bestaat uit PvdD, GroenLinks, PvdA en SP. Deze partijen delen een zachtere opstelling ten opzichte van integratie, zijn seculier, kiezen voor het milieu, en een linkse positie op economische onderwerpen. Het valt hier op dat GroenLinks dichtbij de SP staat, terwijl deze bij KiesKompas ver van elkaar verwijderd zijn.
  • Het derde cluster bestaat uit CDA, SGP en ChristenUnie. Dit zijn religieuze partijen. Ze zijn met name verdeeld op de horizontale dimensie met de linksere ChristenUnie in de buurt van PvdA en de rechtsere CDA in de buurt van de VVD.
  • D66 staat relatief alleen tussen de VVD en PvdA in en staat ver van het CDA.

Het lijkt als of er twee belangrijke scheidslijnen zijn in deze ruimte: een horizontale links/rechts-scheidslijn die PVV op rechts en SP op links scheiden. En een verticale religieus/seculier-scheidslijn die SGP scheidt van D66. Dit zijn de klassieke tegenstellingen tussen de Nederlandse partijen sinds het begin van de vorige eeuw.

3dd13
Hiernaast zie je een figuur met de eerste en de de derde dimensie. De derde dimensie scheidt D66 van de PVV. Daarbij staat de SP dichtbij de PVV en CDA dichtbij D66. Dit lijkt dus een scheidslijn te zijn die de populistische oppositiepartijen van de gevestigde hervormingspartijen scheiden. Je kan hierin iets van het hoefijzer model in zien waarbij de partijen van extreme partijen van links en rechts (De SP en de PVV) bepaalde politieke posities gelijk hebben. Deze "new politics"-dimensie is wel minder belangrijk dan de twee eerder genoemde dimensies over religie en economie.

3dd23
In deze laatste figuur zie je de tweede en de derde dimensie: de scheidslijn tussen religieuze en seculiere partijen (verticaal) en de populistische en gevestigde partijen (horizontaal).

Het model van het Kieskompas gaat er vanuit dat de tegenstelling tussen religieuze en seculiere partijen en de tegenstelling tussen populistische en hervormingsgezinde partijen gelijk lopen, maar dat is onterecht. Daarnaast geldt dat de tegenstelling tussen multiculturele en monoculturele partijen gedeeltelijk gelijk loopt met de tegenstelling tussen linkse en rechtse partijen.

Al met al moeten de posities van de partijen in het KiesKompas met een grote korrel zout genomen worden: partij positioneren zich niet consistent op de twee dimensies. Met name de verticale dimensie, waarin migratie en religie zijn opgenomen, is  de structuur van de antwoorden van de partijen niet consistent. Het idee dat de antwoorden van de PVV sterk lijken op de linkse partijen of dat er een groot verschil is in de antwoorden tussen GroenLinks en de SP, is ongegrond op basis van een preciezere analyse van de data, zoals hier gepresenteerd. We moeten dus voorzichtig zijn met het interpreteren van de partijposities op basis van het KiesKompas.

Leave a Reply