Gamma Canon: Consensusdemocratie

Het Gamma Canon is begonnen bij de Volkskrant. Na het canon van de geschiedenis en van de natuurwetenschappen, een overzicht van de belangrijkste begrippen uit de sociale wetenschappen. Een begrip dat mijns inziens zeker niet kan ontbreken is "consensusdemocratie". Bij deze dan alvast een outline voor een bijdrage.

Als je de Nederlandse kranten open slaat zou je het bijna vergeten: Nederland is -in vergelijkend verband- een consensusdemocratie. Een democratie waarin er ruimte is voor minderheden: waarin minderheden parlementaire vertegenwoordiging kunnen krijgen; waarin minderheden deel kunnen nemen aan coalitiekabinetten; waarin minderheden autonomie krijgen; en waarin minderheden worden beschermd worden door de grondwet en de rechter. Dit concept "consensusdemocratie" is ontwikkeld door de Nederlands-Amerikaanse politicoloog Arend Lijphart.

Nederland geldt als een van de sterkste voorbeelden van een consensusdemocratie: een meerpartijensysteem (op dit moment 11 partijen in het parlement) met coalitiekabinetten, waarin regelmatig "overbodige" partijen zitten (bv. D66 in Paars II). Een parlement verkozen met een extreem evenredig kiesstelsel dat (in vergelijkend verband) sterk staat tegenover het kabinet. Sociale partners worden betrokken bij de besluitvorming. Politieke besluiten zijn in Nederland niet slechts de wil van een partij, maar een uitgewerkt compromis tussen verschillende politieke partijen en maatschappelijke groeperingen. Het feit dat een kleine christelijke partij wiens maatschappelijke basis bestaat uit slechts 4% van de bevolking in Nederland mee regeert is een kenmerk van onze consensusdemocratie. In veel andere landen zou de ChristenUnie niet eens in het parlement kunnen zitten.

Tegenover een consensusdemocratie staat een meerheidsdemocratie. Daarin kan een partij, als het de verkiezingen wint het land regeren als een "gekozen dictatuur": de meerderheid hoeft macht niet te delen met minderheden, hoeft zich niets aan te trekken van het parlement. In zo’n democratie is macht niet verdeeld tussen een centrale en regionale laag en wordt de macht niet gecontroleerd door de rechter. Het Verenigd Koninkrijk wordt vaak gezien als het goed voorbeeld van zo’n democratie. Echter door bijvoorbeeld de vorming van regionale parlementen in Schotland en Wales, wordt dit land steeds meer een consensusdemocratie.

Een consensusdemocratie is niet alleen beter voor minderheden. Er zijn sterke statistische correlaties tussen consensusdemocratie en een heel aantal positieve kenmerken: er is een beter milieuzorg, hogere economische groei, minder stakingen, minder politieke moorden en meer ontwikkelingssamenwerking in consensusdemocratieeen dan in meerderheidsdemocratieeen. In de politieke wetenschappen gold consensusdemocratie daarom jarenlang als het voorbeeld: daar moesten we naar streven.

Er is echter ook een schaduwkant aan consensusdemocratieen: als verschillende partijen in een coalitie samen compromissen moeten verdedigen, wordt het lastig onderscheiden te zien tussen de grote politieke partijen. Daarnaast is het kiesstelsel vaak relatief open voor nieuwe partijen. Die twee factoren zorgen ervoor dat consensusdemocratieen grote populistische partijen krijgen: het zijn landen als Nederland, Oosterrijk, Belgie, Zwitserland en Italie allemaal consensusdemocratieen, waar rechtse populistische bewegingen het grootste zijn. De keerzijde van een democratie waarin alle minderheden mee kunnen beslissen, is dat dan ook populistische minderheden invloed krijgen.

Leave a Reply