Pluralisme & Liberalisme

Al eerder schreef ik lovend over Amartya Sen en Rutger Claassen, als invloedrijke liberale filosofen. Echter Sen en Claassen hebben een moeilijke, kritische relatie ten opzichte van het liberalisme. In zekere zin zijn Sen en Claassen’s posities eerder pluralistisch dan liberaal. Zij stellen niet zo zeer de waarde vrijheid centraal als absoluut principe, maar zijn leggen een nadruk op een veelvoudigheid van rechtvaardigheidsprincipes en waarden,

Er zijn verschillende manieren om het begrip pluralisme in te vullen, misschien is het verhelderend om eerst dit begrip pluralisme uit te werken, om vervolgens te laten zien waar de frictie tussen het pluralisme en liberalisme zit.

  • Moreel Pluralisme: dit houdt in dat er in de samenleving ruimte is voor een veelvoud aan opvattingen van het goede leven. Tolerantie voor verschillende opvattingen van het goede leven is de kern van het liberalisme. Denk aan John Locke en zijn Letter concerning Toleration.
  • Goederenpluralisme: dit houdt in dat het goede leven niet opgevat kan worden als een enkele staat, handelingen of vermogen (gelukkig zijn, kunnen kiezen etc.) maar dat juist verschillende staten, handelingen of vermogens samen het goede leven constitueren. Dit is de kern van de kritiek van Sen op het liberalisme. Volgens hem draaien principes van verdelende rechtvaardigheid niet zo zeer om het verdelen van geld, maar om het verdelen van de mogelijkheid om deze waardevolle staten, handelingen en vermogens.
  • Sferisch Pluralisme: dit houdt in dat er verschillende principes van
    rechtvaardigheid van toepassing zijn op verschillende sociale sferen. Dit is de centrale stelling van  Walzer‘s Spheres of Justice.
    Waar het gaat om de verdeling van inkomen gelden er andere principes
    dan waar het gaat om de verdeling van gezondheidszorg of politieke
    macht. Dit is vrij intuitief: we vinden dat politieke macht gelijk
    verdeeld moet worden (gelijk stemrecht), maar we vinden dat inkomen
    verdeeld moet worden op zo’n manier dat arbeidsprestatie daarbij een
    rol speelt. Claassen leest ook Hannah Arendt‘s the Human Condition op deze manier.
  • Principe pluralisme: dit houdt in dat er niet een absoluut principe geldt waarop alle politieke beslissingen gebaseerd zouden moeten zijn: niet een principe van rechtvaardigheid maar meerdere. Dat vindt je vaak terug bij politieke partijen. Het PvdA beginselprogramma noemt vijf uitgangspunten: Vrijheid, democratie, rechtvaardigheid, duurzaamheid en solidariteit. Deze principes bestaan naast elkaar. Standpunten van de de PvdA worden gebaseerd op een afweging van deze vijf principes.

Moreel en goederenpluralisme draaien om ethiek: de erkenning dat er een veelvoud aan verschillende waardevolle manieren zijn om je leven in te vullen. Principe en sferisch pluralisme draaien om politiek: de erkenning dat er meer dan een principe van rechtvaardigheid is.

Er is een sterke spanning tussen moreel en goederenpluralisme. Moreel pluralisme stelt dat de overheid zich niet moet bemoeien met hoe mensen hun eigen leven in vullen. Mensen met het recht hebben om zelf vorm te geven aan hun eigen leven en daar moet de culturele ruimte voor zijn. Goederenpluralisme stelt dat mensen in hun leven de ruimte moeten hebben om verschillende waardevolle toestanden te bereiken. De crux zit echter in de manier waarop goederenpluralisme vaak wordt vorm gegeven. Martha Nussbaum heeft een lijst opgesteld van waardevolle staten en handelingen, die de overheid moet ondersteunen: deelname aan de samenleving, politieke macht, een gezond leven, etc. Zo’n lijst is echter niet neutraal ten opzichte van ideeen van het goede leven. Bepaalde vermogens worden wel als waardevol aangewezen (deelname aan de samenleving) maar andere niet (werken, kunst produceren of zien, maar ook een lange dag op de bank hangen). Daarmee is het niet meer neutraal ten opzichte van ideeen van het goede leven. Sommigen worden bevoordeeld anderen worden niet erkend. Maar zelfs als Nussbaum’s lijst laten voor wat het is, is Sen’s positie moeilijk te verenigen met moreel pluralisme: Sen stelt dat een goed leven bestaat uit verschillende waardevolle vermogens en staten. Maar wie is Sen om te bepalen dat geluk of vrijheid niet het summum bonum is voor een individu? Juist dat dat kan iemand in een tolerante samenleving zelf bepalen, dat moet niet van boven gedecreteerd worden. Claassen, Sen en Nussbaum laveren tussen de positie van de ethicus (die bepaalt wat goed is) en de politiek filosoof (die bepaalt wat rechtvaardig is).  Een moreel pluralist kan dus geen goederenpluralist zijn.

Sferisch en principe pluralisme zijn veel lastiger om "uit te schakelen". Ik meen dat deze niet zo zeer fundamenteel onjuist zijn, maar een teken zijn van een weinig doordachte filosofie. Waarom zou niet principe van rechtvaardigheid (of een set principes zoals Rawls voorstelt) genoeg kunnen zijn? Dat vereist gewoon dat je door denkt. Ik vind zelf dat moreel pluralisme een heel ver komt als hoofdprincipe van rechtvaardigheid: de centrale notie dat mensen zelf hun eigen leven moet kunnen vorm geven en dat zij daarvoor de politieke rechten, de economische middelen en de culturele ruimte voor moeten krijgen. Voor mij geldt dat uitgangspunten als solidariteit, duurzaamheid, diversiteit, vrede en democratie hier uit afgeleid worden. Sferisch pluralisme is dan ook niet meer nodig: het principe van moreel pluralisme geldt als hoofdprincipe bij de verdeling van vrije tijd, werk, inkomen, onderwijs en zorg.

Leave a Reply