Partijcultuur

Vorige week was ik toeschouwer bij de gemeenteraad van Leiden, als lid van de lokale programmacommissie en kandidatencommissie wilde ik toch eens zien hoe dat er aan toe ging bij de gemeenteraad. Het was geen spannende zitting, maar het optreden van wethouder John Steegh fascineerde mij. Er was een kritisch amendement ingediend over zijn "fiets fout = fiets weg"-beleid. Hij wist hij de gehele gemeenteraad achter zijn beleid te krijgen, door het amendement net anders te interpreteren en over te nemen. Een prachtig geval van een zalvende, consensus-zoekende politicus.

Gisteravond was ik bij de laatste bijeenkomst van project 2008, het proces om te komen tot het nieuwe beginselprogramma. Het optreden van Bram van Ojik in dat proces deed me denken aan het optreden van Steegh. Consensus-zoekend, bindend, polderend, zalvend. Steegh en Van Ojik komen voort uit de Politieke Partij Radicalen. Een partij uit de Christen-democratische traditie. Polderen, zalven en binden behoren tot het dna van die traditie. Samenwerking is voor de PPR altijd belangrijk geweest: eerst met de PvdA en D66 en later met de PSP en de CPN. Misschien speelt hun PPR-achtergrond een rol in hun bindend leiderschap. Echter ook partijvoorzitter Henk Nijhof (afkomstig uit de PSP) is ook zo’n consensuszoekende GroenLinks’er.

Uit de PSP lijkt echter overwegend een heel ander soort politicus voort te komen: tegendraads, dwars en overtuigd van zijn of haar eigen principes. Leo Platvoet, de woordvoerder van Krities GroenLinks, is daar een mooi voorbeeld van. Maar even zo zeer Amsterdams wethouder Frank Koehler, die bekend stond bekend als polariserend. Ineke van Gent liet zich van haar dwarse kant zien toen ze tegen het huwelijk van Maxima en Willem-Alexander stemde vanuit republikeinse overwegingen en zich tegen het Nederlandse militaire optreden in Kosovo en Afghanistan keerde. Dit past ook wel bij het beeld dat ik van de PSP heb gekregen. Ruud Koole noemde de PSP ooit een "dissidentenpartij". De partij is opgericht door mensen die te links waren voor de PvdA en te vrijzinnig voor de CPN. Een partij van mensen die werden verbonden door hun onafhankelijke opstelling en hun overtuiging van het eigen gelijk. Bij de PSP heeft dat dan ook geleid tot een aantal felle conflicten tussen allerlei facties die net principielere in de socialistiese leer waren dan de ander. Erik Meijer -op dit moment Europees Parlementarier voor de SP- was een belangrijker speler in die tijd, vanuit de Trotskistische factie.

Zou het onderscheid tussen dwars-liggende en consensus-zoekende, tussen tegendraadse en bindende, tussen polderende GroenLinks politici en GroenLinks politici overtuigd van het eigen gelijk samen hangen met achtergrond of affiniteit met een van de moederpartijen. Wordt GroenLinks bevolkt door zalvende PPR’ers en polariserende PSP’ers? Nee, want er waren ook zalvende PSP’ers (werd Leo Platvoet ook niet ook "supersamenwerker" genoemd" en PPR’ers die konden breken (Ad Melkert, bijvoorbeeld). Misschien is het een religieus onderscheid, de meeste oud-PPR’ers hebben een katholieke achtergrond, de PSP had met name in de begintijd een zekere affiniteit met het protestantisme. Protestanten breken, katholieken zalven.

Hoe dan ook, het blijft een interessant en relevant onderscheid. Een voorbeeld: de mate waarin GroenLinks ooit succesvol kan gaan regeren is afhankelijk van de verhouding tussen brekers en zalvers. Zonder de dwarse brekers krijgen we nooit een profiel om kiezers te trekken, maar de zalvers zijn nodig om de compromissen die we zullen moeten sluiten door de partij heen te loodsen.

Leave a Reply