Niet-burgerschap

Politiek filosofen, politicologen en politici maken vaak een groot punt van burgerschap. In sociale contract theorie bv., staat de toestemming van de burgers centraal in de legitimiteit van de staat. De politieke participatie van actieve burgers wordt sinds Putnam‘s werk over sociaal kapitaal als een belangrijke voorwaarde gezien voor economische ontwikkeling en democratische stabiliteit. Vandaag hoorde ik een lezing van James Bohman over de legale status van immigranten. Het punt dat hij maakte is dat in klassieke politieke theorie er geen ruimte is voor migranten, en zeker niet voor illegale migranten.

Dit roept de vraag op moet er een formele status van niet-burger zijn in een staat en op welke rechten kan een niet-burger aanspraak maken?

Ik denk dat het belangrijk is om een onderscheid te maken tussen drie zeer gevarieerde niet-burgers, die allemaal wel een juridische status (zouden moeten) hebben:

  • Migranten
  • Kinderen
  • Dieren

Migranten
Migranten zijn geen burger omdat ze (nog) niet genationaliseerd zijn maar toch in een land leven. Dit is in principe een vrij sterk omschreven juridische status, omdat (bijna alle) migranten wel burger zijn in een ander land. Via internationale en bilaterale verdragen is de positie van buitenlanders best wel beschermd: zo zijn er afspraken over recht op asiel, uitlevering als ze misdaad hebben begaan, vergunningen om te werken, reizen en bescherming als krijgsgevangene.

In principe zou het niet moeilijk moeten zijn om de rechten van migranten in een ander land op te schrijven. Ze hebben mensenrechten maar geen burgerrechten. Iedereen heeft recht op leven. Dat iemand een buitenlander is, is geen reden om hem niet te beschermen tegen een moordenaar. Dat zelfde geldt voor bescherming tegen slavernij, marteling, of arbitraire vrijheidsbeperking. De vraag is natuurlijk dan wat een mensenrecht is en wat een burgerrecht is. Stemrecht, bv., is een recht dat ook aan niet-burgers is toegekend bij gemeentelijke verkiezingen. Maar is dat stemrecht dan nu juist niet het belangrijkste burgerrecht? Ik vind dat alle burgers van een staat recht hebben op een inkomen, vrije tijd en arbeid, maar alle mensen die in dat land wonen ook? Wat voor’n effect zou dat hebben op migratie?

Kinderen

Kinderen zijn natuurlijk wel burgers, maar hun rechten zijn wel anders dan die van volwassenen. Soms hebben ze minder rechten: ze mogen niet werken, niet stemmen. Maar ze hebben ook meer rechten op bijzondere bescherming tegen kindermishandeling en kindermisbruik. In internationaal opzicht is het best beschermde aspect van kinderrechten dat ze niet in een leger mogen dienen. Hieruit blijkt de ambigue aard van de juridische status van kinderen. Ze mogen minder: niet in een leger dienen. Maar ze worden ook beter beschermd dan volwassenen: tegen gedwongen recrutering. Voor kinderen zijn bepaalde vrijheidsrechten ingeruild voor recht op bescherming. Voor hun eigen bestwil.

Bij deze bijzondere juridische status zijn wel een aantal problemen: ten eerste hoe bepaal je waar kind-zijn op houdt en volwassenheid begint? Doe je dat door leeftijdsbegrenzing (vanaf 18 mag alles) of door een langszaam opvoerende leeftijdsbegrenzing (vanaf 12 stemmen voor de gemeenteraad, 14 voor de provinciale staten, 16 voor de Tweede Kamer en 18 voor het Europees Parlement) of stel je een test in (rijbewijs). We hebben nu in Nederland gekozen voor verschillengde grenzen op verschillende leeftijden, soms met testen soms zonder. Het blijft natuurlijk arbitrair: waarom mag een sociaal geengageerd meisje van 17 niet stemmen maar haar gedesinteresseerde moeder wel en haar demente oma ook?

Ten tweede, de wisseling van kind naar volwassene is een wisseling van het soort vrijheid dat op iemand van toepassing lijkt te zijn. Een kind is subject van positieve vrijheid. Deze vrijheid kan je het best beschrijven als paternalisme: het kiezen voor het "belang" van een persoon, vastgesteld door een hogere macht (in dit geval ouders) boven wat hij zelf wilt. Een kind kan nog zo graag een leeuw willen aaien, maar zijn ouders weten dat dit niet goed voor hem is. Positieve vrijheid wordt ook vaak gekoppeld aan het opleggen van een bepaalde rationaliteit. Dat is precies wat we bij kinderen doen: we leren hen hoe ze moeten lopen, lezen en leven. Als volwassene is daarentegen is negatieve vrijheid op je van toepassing. De vrijheid van paternalistische machten boven je om zelf te bepalen wat goed voor je is. Dat maakt volwassen worden een soort magisch moment waarop plotseling een heel ander soort vrijheid van toepassing is. A different realm of freedom. Dat is natuurlijk maar ten dele waar: door kinderen op te voeden naar hun ouders’ standaarden van rationaliteit zorgen ouders ervoor dat deze negatieve vrijheid beperkt is. Als je als kind is vertelt is wat je moet willen, is kunnen doen wat je wilt dan nog wel echt vrijheid?

Dieren
Dieren hebben anders dan migranten of kinderen geen mensenrechten. Maar toch is er wel een bijzondere juridische status voor dieren. Bij het debat over dierenpornografie, bv., werd de intrinsieke waarde van het dier aangehaald als argument om het niet te verkrachten. Daarmee verschilt een dier dus van een ding en krijgt het bijzondere bescherming. Maar deze bescherming gaat maar zo ver: een recht op leven hebben dieren niet, want we mogen ze doden om op te eten. Dieren zijn dan geen dingen ze worden wel behandelt als bezit en niet beschermd tegen slavernij. De vraag voor mensen die dieren wel rechten toe willen kennen is: welke mensenrechten zijn voor behouden aan mensen als bepaalde soort dieren en welke zijn op alle soorten van toepassing?

Aan dieren worden eigenlijk alleen maar welzijnsrechten toegekend: dierenrechten zijn er op uit om het welzijn van de dieren te vergroten. We mogen dieren niet (zinloos) dood maken of mishandelen, maar dieren mogen niet stemmen en hebben geen recht op vrijheid van meningsuiting. De redenering er achter is utilistisch: ergens in onze afweging van geluk en ongeluk moeten we het geluk van dieren ook mee nemen. Dieren zijn relevant in die afweging omdat ze pijn kunnen voelen. Vrijheidsrechten die afgeleid worden van menselijke rationaliteit zijn niet op hun van toepassing, omdat dieren niet rationeel zijn.

Conclusie

De (potentiele) juridische positie van migranten, dieren en kinderen verschilt sterk. Kinderen hebben geen burgerrechten omdat ze daar nog niet klaar voor zijn, migranten om dat ze daar niet voor gekozen hebben en dieren omdat ze niet een burger kunnen zijn, want ze zijn geen mens.

Kinderen en dieren worden met name welzijnsrechten toegekend: ze hebben recht op een goede behandeling in hun eigen belang. Kinderen hebben daarnaast een "recht" op de vorming tot een verantwoordelijke volwassene, om van subject van positieve vrijheid, subject van negatieve vrijheid te kunnen worden. Migranten daarentegen hebben wel vrijheidsrechten. De meeste universele rechten, met name diegene die sterk verankerd zijn in het internationaal recht zijn vrijheidsrechten. We kennen migranten geen bijzondere welzijnsrechten toe boven op de mensenrechten. Allerlei sociale, culturele en economische rechten achtten we niet van toepassing.

Bij alle drie de soorten rechten van niet-burgers spelen grenzen een belangrijke rol: welke rechten van burgers zijn eigenlijk rechten van alle mensen? Welke mensenrechten zijn eigenlijk rechten van alle dieren? En waar leggen we de grens tussen mens en dier? En tussen kind en volwassene?

Een algemene status voor alle niet-burgers is te groot. Er zijn weinig rechten die ze allemaal delen. Wel zijn er dus interessante parallellen en tegenstellingen tussen de rechten van de verschillende soorten niet-burgers.

Leave a Reply