Terwijl de lijsttrekkersverkiezing nog niet eens begonnen is, wil ik toch al een gok wagen over de uitslag van de "echte" Europees Parlementsverkiezing over een half jaar. Er is namelijk alle reden om je daar als GroenLinkser hevig zorgen over te maken.
Europese verkiezingen zijn rare verkiezingen, om drie redenen:
- ten eerste komen een stuk minder kiezers opdagen (zo’n 40% in plaats van 80%) en zoals Woody Allen al stelde: "eighty percent of success is showing up".
- Ten tweede hoeven kiezers niet perse op dezelfde partij te stemmen als ze landelijk doen: bij zo’n second-order election kan je eens je onvrede met een partij laten zien, zonder dat daar echt consequenties aan zitten, je kan met je hart stemmen zonder dat je meteen Balkenende (weer) in het zadel helpt, of kiezers kunnen op een Euroskeptischere, dan wel pro-Europesere partij of stemmen omdat ze vinden dat Europese integratie te ver of niet ver genoeg gaat.
- Ten derde gaat het om een stuk minder zetels. Deze keer 25. Restzetelverdeling wordt dan veel belangrijker. Lijstverbindingen of zelfs lijst-in-een-schuivingen kunnen dan cruciaal zijn.
In 2004
haalde we 7.4% van de stemmen en twee zetels. We stonden er toen in
landelijke peilingen ongeveer even goed voor als nu met zo’n 6%. GroenLinks wist dus toen beter haar eigen kiezers te mobiliseren dan andere partijen, en wist, volgens Maurice de Hond althans, een aantal D66 en PvdA kiezers en een paar SP’ers te overtuigen om te kiezen voor een groener Europa. Het Europees Parlement had gaf toen 27 zetels aan Nederland, dat zijn er door het verdrag van Nice twee minder.
De Europese politiek is in tussen radicaal verandert. Bij het referendum over de Europese Grondwet bleek dat kiezers aanzienlijk skeptischer waren over Europese integratie dan veel partijen. Ze bleken ook geinteresseerd in Europese kwesties er kwamen aanzienlijk meer mensen opdagen dan bij de laatste Europese verkiezingen.
Je zou op basis hiervan het volgende kunnen voorspellen: De huidige peilingen voor de Tweede Kamer zijn een aardige indicatie voor het stemgedrag bij het Europees parlement, gegeven dat je het bijstelt voor opkomst en voor polarisatie tussen pro- en anti-Europese partijen.
We nemen het gemiddelde van peilingen van de december van 2008 van Maurice de Hond en de Politieke Barometer. Laten we zeggen dat de opkomst voor de Europees Parlementsverkiezingen tussen de opkomst van de laatste Europese verkiezingen (39%) en het referendum (63%) ligt: zo’n 51%. En dat dit min of meer de zelfde patronen volgt als vijf jaar geleden: aanhangers van Christelijke partijen (CDA, CU/SGP) blijven thuis. Aanhangers van pro-Europese partijen (GL, D66) komen meer opdagen dan aanhangers van Euroskeptische partijen (SP, PVV).
En laten we vervolgens aan nemen dat veel mensen overstappen naar Euroskeptische partijen van dezelfde partijfamilie van hun keuze: bijvoorbeeld PvdA’ers naar de SP. En dat er wel wat -maar toch minder- stemmers overstappen naar een pro-Euorpese partij van dezelfde partij familie: bijvoorbeeld VVD’ers naar D66. Ik verwacht dat de VVD gevoeliger voor deze verliezen dan het CDA en CU/SGP en dat de andere partijen daar tussen inzitten. De kiezers van Verdonk, die al heeft aangekondigd niet mee te doen, zullen, als ze niet thuis blijven, zich eerlijk verdelen over de VVD en de PVV.
Vervolgens zouden er lijstverbindingen gevormd kunnen worden. Het CDA en de CU/SGP vormen waarschijnlijk een lijstverbinding. Ook VVD en D66 zijn een waarschijnlijk combinatie. Deze combinaties zouden -ieder alleen- in mijn voorspelling niet meteen tot zetel winst leiden. Ze dekken de partijen echter wel in tegen verlies van hun restzetels. Als GroenLinks in deze situatie een lijst verbinding sluit met of de PvdA of de SP krijg je de volgende uitslag:
- CDA – 26,2% – 8 zetels
- PvdA – 18,5% – 5 zetels
- VVD – 10,0% – 3 zetels
- D66 – 9,7% – 2 zetels
- PVV – 9,7% – 2 zetels
- SP – 9,6% – 2 zetels
- CU/SGP – 8,3% – 2 zetels
- GL – 6,3% – 2 zetels
- PvdD – 1,7% – 0 zetels
De tweede zetel van GroenLinks hangt aan een zijden draadje. Als de SP of de PvdA ons dit weigeren dan verliest GroenLinks die ene zetel weer. Om zeker te zijn van die tweede zetel zouden we 2% van de kiezers extra moeten overtuigen. Dat zou kunnen: een sterke campagne gericht op het mobiliseren en vasthouden van GroenLinks kiezers, een wervende lijsttrekker, een helder geluid. Voor een derde zou 4% extra nodig zijn. Dat lijkt we erg onwaarschijnlijk.
Een opvallende verliezers is de PvdD: ik heb de partij hier geschat of 1,7% van de stemmen. De vorige keer haalde ze 3,2% van de stemmen, net te weinig voor een zetel. Hiermee worden ze een interessante partner voor een lijst-in-een-schuiving. De CU en de SGP doen dit al. Zij vormen een lijst en een fractie in het Europees Parlement. In de jaren ’80 de CPN, de PPR en de PSP twee maal een gezamelijk rood/groene lijst.
De PvdD kan zich als Euroskeptische groene partij zich voegen bij twee partijen: de euroskeptische SP of het groene GL. Mochten zij kiezen voor de SP wint deze lijst drie zetels. Het wordt het minder interessant voor de PvdA om met GroenLinks een lijst te vormen omdat zij bij de rest verdeling dan een zetel aan GroenLinks zou moeten af staan die ze als er geen lijstverbinding was geweest zelf had mogen houden. GroenLinks zou dan terug vallen naar een zetel. Als de PvdD een gezamelijke lijst vormt met GroenLinks dan wint deze combinatie precies twee zetels. Geen lijstverbinding die daar dan nog wat aan kan doen. Dan zou er nog steeds maar een GroenLinkser in dat grote Europees Parlement zitten.
Ik geloof dat in het profiel staat dat de lijsttrekker voor het Europees Parlement samenbindend vermogen moet hebben. Misschien dat het toch tijd is voor een solist.