Er zijn -opnieuw- twijfels over het rekening rijden, nu bij ex-ministers van V&W. De twijfels liggen nu op een praktisch vlak. De principiele vraagstukken over rekening rijden blijven buiten zicht. Er is denk ik genoeg reden om te twijfelen over de principes van het rekening rijden.
Het centrale principiele vraagstuk bij het rekening rijden is naar de grondslag van belasting heffing. Waar het gaat om belastingheffing van auto gebruik zijn er denk ik vier opvattingen:
- De links-liberale opvatting. Binnen de huidige politiek filosofische theorie over belastingheffing ligt -sinds J.S. Mill (1848) Principles of Political Economy– de nadruk op gelijke lasten. De lasten van overheidsdiensten moeten "gelijk" gedragen worden, vaak wordt hierbij rekening gehouden met draagkracht.
- De rechts-liberale opvatting. Hier tegenover staat de opvatting die stelt dat voor veel overheidsdiensten niet iedereen hoeft te betalen maar alleen diegenen die daarvan profijt van hebben. Zo maakt de overheid paspoorten maar betalen burgers allemaal zelf voor hun eigen paspoort.
- De groene opvatting. Stelt belasting niet centraal als een middel om bepaalde diensten te leveren, maar om de negatieve bij-effecten van productie en consumptie op te lossen. Zo betalen we verwijderingsbijdrage bij elektrische producten om de kosten van het recyclen/weggooien van de verschillende onderdelen na gebruik te betalen. Dit principe lijkt erg op het rechts-liberale principe omdat mensen financieel verantwoordelijk worden gemaakt voor hun eigen consumptie. Er achter ligt echter ook een notie van gelijkheid: namelijk dat iedere wereld burger een gelijk aandeel heeft in de milieugebruiksruimte, wordt dit overschreden en dan moet je zelf betalen voor de vervuiling.
- De incentives opvatting. Hier wordt niet zo zeer gestreeft naar een bepaald rechtvaardige verdeling van lasten maar naar een sociaal wenselijke uitkomst. Menselijk gedrag wordt door financiele incentives gestuurd. Denk bijvoorbeeld aan de belastingvrij stelling van giften: dit wordt hierdoor bevorderd.
Rekening rijden zou niet rechtvaardig zijn volgens het links-liberale principe. Een veel gehoorde kritiek is dat door een belasting te heffen die
gevoelig is voor consumptie in plaats van voor inkomen, mensen met een
klein inkomen onrechtvaardig getroffen worden: zij zijn een even groot bedrag kwijt aan deze belasting als mensen met een groot
inkomen. Het kost relatief dan echter een groter aandeel op hun
inkomen. Daarnaast moeten de lasten van een publieke voorziening (wegen) niet bij een bepaalde groep worden gelegd maar "eerlijk" gedeeld onder iedereen. Veel lasten -denk aan uitkeringslasten en onderwijskosten- worden niet gedragen door diegenen die daar voordeel van hebben, maar door ons allemaal, volgens een draagkrachtprincipe. Waarom zouden we de kosten voor ons wegennet niet "solidair" dragen?
De rechts-liberalem zullen stellen dat waar mogelijk de overheid mensen juist zal moeten laten betalen voor hun consumptie: waarom zou je de "prijs" van auto rijden wel inkomensafhankelijk maken, maar de prijs van appels en peren niet? Waarom zonder je dat uit? Daarnaast is het oneerlijk als mensen moeten betalen voor diensten waar ze geen gebruik van maken. Waarom zou ik als ik iedere dag naar mijn werk toe vlieg belasting betalen voor de weg van een ander? Vanuit dit perspectief zouden rechtse krachten zich juist in moeten zetten voor het rekeningrijden, omdat dit de kosten legt bij de consument – in op wachting van de algehele privatisering van het wegennet natuurlijk-.
Tegenover deze klassieke links-rechts discussie staat het groene principe. Dit wil de prijs voor vervuiling leggen bij de vervuiler. Wie vervuilt door auto te rijden moet daarvoor betalen. Een vorm van rekening rijden zou dan sympathiek kunnen zijn omdat het mogelijk maakt dat mensen heel precies te laten betalen voor hun vervuiling. Benzine-slurpende, CO2-uitstotende auto’s worden meer belast dan zuinige hybrides. Dit is natuurlijk -overigens- een financiele incentive om minder auto te gaan rijden. We zouden dit zelfde maatschappelijk doel (minder vervuiling) echter ook kunnen bereiken door een andere belasting: de accijns op brandstof sterk te verhogen en sterk gevoelig te maken voor de vervuiling die bij de brandstof hoort: dan betaal je minder belasting als je een zuinigere auto hebt en minder als je een auto rijdt die rijdt op gas in plaats van diesel.
Veel van de aandacht van de voorstanders van het rekening rijden gaat nu echter uit van het vierde principe: er moeten incentives worden ingebouwd om files te voorkomen door mensen meer te laten betalen als ze tijdens de file gevoelige tijden ("de spits") op file gevoelige plaatsen rijden. Dit vereist dat de overheid heel precies bij houdt waar en wanneer mensen auto rijden om hen daar dan op het juiste niveau voor te laten betalen.
Het is opvallend dat rechtse partijen vaak negatiever staan ten opzichte van rekening rijden dan linkse partijen, terwijl het draagkrachtprincipe links is het profijtbeginsel rechts. Dat komt natuurlijk omdat linkse partijen ook vaak groen zijn en afkomstig zijn uit een sociaal-democratische traditie die gelooft in de maakbaarheid van de samenleving.
Ik denk dat voor een partij met groene idealen het rekening rijden geen perfecte oplossing is: het is niet de meest simpele manier om onze milieu doelen na te streven. Daarvoor is een selectieve verhoging en verlaging van de accijnzen op brandstoffen een veel beter middel, in plaats van deze file bestrijder waar ook wat groene kerstballen in gehangen zijn.