Tofik in een politieke ruimte

Vandaag verscheen in de Volkskrant een opinie artikel van de hand van Tofik Dibi en Rita Verdonk. Samen pleitten zij tegen minister Rouvoet. Ik denk dat, de inhoud van het pleidooi latend voor wat zij is, dit een uitermate weinig strategische zet is van ons jongste kamerlid.

Er ontstaat in de politiek een steeds sterkere tegenstelling tussen partijen die trots op Nederland zijn en partijen die pleitten voor een open land. Deze polarisatie is in de Tweede Kamer en in de peilingen duidelijk zichtbaar.

Aan de trotse kant zijn Kant, Verdonk en Wilders de meest prominent woordvoerders. Zij staan voor een Nederland dat zich afsluit voor het buitenland, zich terug trekt uit Europese samenwerking en haar grenzen sluit voor migratie. Ze hechten allemaal aan (hun eigen interpretatie van) de Nederlandse identiteit. Deze identiteit sluit andere identiteiten uit: je bent Nederlander punt uit. Ze komen op voor de zaak van de gewone Nederlanders: een betere publieke sector, lagere belastingen en minder files.

Hier tegenover staan partijen die opkomen voor een open Nederland, waar mensen met verschillende afkomsten en herkomsten hun eigen plek kunnen vinden. Pechtold vormt hier de voornaamste woordvoerder van. Hij staat voor een open Nederland en hecht juist aan internationale samenwerking en Europese integratie en is niet bang voor migratie. Politiek die staat voor een open Nederland gunt mensen de ruimte om verschillende identiteiten op te bouwen: je kan bij hen een Turks-Nederlandse, Europese Wereldburger zin. Open politiek kijkt langs de beperkte belangen van de huidige Nederlanders en komen juist in het geweer tegen klimaatverandering en is voorstander van ontwikkelingssamenwerking.

Alexander Pechtold stelt zich, als een van de weinige politici, polariserend op aan deze kant van de tegenstelling op: hij valt Wilders, Kant en Verdonk aan op hun nationalistische standpunten, hun wil om terug te gaan naar een gedroomde jaren ’50, en hun angst voor de toekomst.

Bij partijen die balanceren op deze dimensie, zoals de PvdA, de VVD en het CDA lopen de kiezers weg. Voor trotse Nederlanders zijn de partijen landverraders, voor open Nederlanders zijn ze te beperkt in hun visie. Deze partijen zijn ook langs deze lijnen verdeeld: Timmermans behoort duidelijk tot de open stroming, met zijn nadruk op Europese samenwerking, terwijl Hamer een exponent is van de trotse stroming met haar verdediging van de verouderde verzorgingsstaat. Binnen de VVD zijn er ook nog steeds Dijkstals en Kamps.

Als er een tegenstelling in de politiek onstaat winnen aan beide extremen partijen kiezers, omdat kiezers zich langs deze as gaan identificeren, en hun politieke voorkeuren hier aan op gaan hangen. Niet voor niets zijn Verdonk en Wilders de meest controversiele politici van Nederland: er zijn mensen die ze op handen dragen en mensen die ze haten, maar niemand staat daar tussen in.

Dibi probeert echter op deze politieke tegenstelling te dansen als een koorddanser: hij stelde Wilders voor samen het moslim terrorisme te bestrijden en schrijft nu samen met Verdonk een artikel in de Volkskrant.

Ik denk dat dit politiek-strategisch niet slim is. GroenLinks moet aan de kiezers duidelijk maken dat wij behoren tot die internationale stroming, en dat als mensen willen opkomen voor een toekomstgericht,  open en divers Nederland zij bij GroenLinks aan het goede adres zijn. Wij moeten net als Pechtold de polarisatie op de as tussen trots en open zoeken en dus het conflict aan gaan met Wilders, Kant en Verdonk aan gaan.

De kiezer begrijpt Dibi’s getapdans niet. Het zal bij hen over komen als flipflopping. Voor kiezers wordt onze GroenLinkse positie, als verdediger van een open en tolerant Nederland zo niet duidelijk. Zij zien een politicus die niet weet waar hij voor staat.

Leave a Reply