“Socialists are liberals who really mean it”

Een van de belangrijkste dilemma’s die GroenLinks lijkt te splijten is die tussen individualisten en gemeenschapsdenkers. Er zijn enerzijds GroenLinks’ers die zich zelf als liberaal/vrijzinnig/libertarisch/progressief/libertijns (kies zelf je eigen label!) beschouwen. Zij willen vrijheid centraal willen stellen. Erik van Ree gaf in een debat bij de waterland stichting deze positie zeer kundig weer: links moet niet moralistisch en paternalistisch worden. En er zijn anderzijds GroenLinks’ers die solidariteit centraal stellen. Zij zullen zich zelf niet snel communotarier, moralist, socialist, paternalist of gemeenschapsdenker noemen, maar zullen zo’n label prefereren boven liberaal.

Zolang we de "tegenstelling" tusen vrijheid en solidariteit behandelen als een tegenstelling tussen vrijheid en gemeenschapszin, tussen "progressief" en "conservatief" komen we niet uit deze tegenstelling. Dan zal dit sleetse debat zich zinloos rond dezelfde rigide tegenstelling afspelen: ik ben liberaal, jij niet. Want laat er geen twijfel over zijn: ik denk dat GroenLinks behoort tot de
"vrijheidslievende traditie van links" en dat links en vooruitstrevend
moeten zijn. Dat houdt echter niet in dat solidariteit een loos woord
is.

Het is volgens mij veel nuttiger om te kijken hoe de verhouding tussen solidariteit en vrijheid kan worden opgelost door hem te behandelen als een verdelingsvraagstuk. Laat ik dit aan de hand van twee iets concretere voorbeelden laten zien.

Neem bijvoorbeeld de arbeidsmarkt. Een naieve liberaal zou zeggen dat op deze markt werknemers en werkgevers in vrijheid contracten zouden moeten kunnen sluiten en dat overheidsbemoeienis dan wel bescherming niet nodig is. Er is echter, volgens klassiek socialistische theorie sprake van een machtsongelijkheid tussen werknemers en werkgevers: bijvoorbeeld werknemers zijn van hun werk afhankelijkheid voor hun overleving, terwijl er voor veel werkgevers minder op het spel staat. Daarnaast zijn . Dit rechtvaardigt volgens hen (collectieve) bescherming van werknemers (tegen ontslag) en collectieve arbeidsonderhandelingen. Door collectieve bescherming wordt de machtsongelijkheid tussen werknemers en werkgevers verschoven in het voordeel van de zwakste partij. Omdat hier de mogelijkheid is om macht eerlijker te verdelen tussen zwakken en sterken is de keuze voor de links-liberaal snel gemaakt: hij gebruikt  Een links liberaal die vrijheid en gelijkheid na streeft zal moeten erkennen dat solidariteit hier in dienst van vrijheid staat en

Of neem de kansen die wij als overheid aan mensen bieden, zoals onderwijs. Er zijn mensen, die al veel vermogens hebben die deze kansen met beide handen aangrijpen om zich zelf te verbeteren en te ontplooien. Echter veel mensen in veel zwakkere posities "kiezen" er niet voor om zich te emanciperen uit armoede en achterstelling. Een naieve liberaal zou zeggen: eigen keuze, eigen verantwoordelijkheid. Eigen schuld, dikke bult. Echter de vermogens (denk aan sociaal kapitaal) om gebruik te maken van de kansen die geboden worden zijn oneerlijk verdeeld in de huidige samenleving. Ook voor een links liberaal is er dan voor de overheid een rol om zich in te spannen om een eerlijke (gelijke) verdeling van kansen hand in hand te laten gaan van een eerlijke (gelijke) verdeling van de vermogens om van die kansen gebruik te maken. Dat kans soms vormen van "paternalisme" en "moralisme" betekenen, maar dat zijn vormen van paternalisme en moralisme die in dienst staan van een eerlijke verdeling van vrijheid.

Het blijft gewoon waar: "Socialists are liberals who really mean it." (Parkin, 1979, quote met dank aan Ruud Koole). Voor consequente liberalen of vrijzinnige socialisten staat solidariteit dus in dienst van vrijheid, om met Dick Pels te spreken. Dat ontkent echter niet de centrale rol die dit ons sociale beleid zal moeten spelen.

One thought on ““Socialists are liberals who really mean it”

  1. Pingback: 725 and counting | Geen Vrijheid zonder Gelijkheid

Leave a Reply