Twee stromen van GroenLinkse politiek

GroenLinks komt voort uit twee stromen van linkse politiek: links-Christelijke en het links-socialistische politiek.  Twee stromen waar wij steeds verder vanaf komen te staan.

De eerste stroming is links-Christelijke politiek. Sinds ongeveer 1918 is er sprake van een links-Christelijke traditie. In dat jaren kwamen er drie linkse Christelijke partijen in de Tweede Kamer. De Christelijk-Marxistische Bond van Christen-Socialisten, die een nadruk legde op de revolutionaire boodschap van het oude testament; de hervormingsgezinde Christelijk Sociale Partij, die als eerste partij in Nederland milieuvervuiling oppakte; en de gematigde Christen-Democratische Partij, die voortkwam uit de linkerflank van de ARP. In 1925 fuseerde de CSP en de CDP tot de Christelijk-Democratische Unie, die een nadruk legde op vrede en ontwapening, maar ook op socialistische economische politiek en op Christelijke sociale politiek. In 1946 fuseerde de CDU in de PvdA. In deze links-christelijke traditie is er altijd nadruk geweest op twee dingen: samenwerking tussen Christelijke en linkse politieke partijen en op post-materialistische politiek van naastenliefde en vreedzaamheid.

In de jaren ’60 en ’70 werden de PPR en de EVP opgericht: ook deze partijen legde een nadruk op samenwerking tussen Christen-democraten en sociaal-democraten. En ook deze partijen legde een nadruk op postmaterialistische thema’s als vrede, verdraagzaamheid, milieubescherming en wereldwijd eerlijk delen.

De tweede traditie is de radicaal-socialistische. Ook deze partijen kwamen voor het eerst in 1918 in de kamer: de Socialistische Partij, een revolutionaire libertair-socialistische partij en de Sociaal-Democratische Partij, een revolutionair communistische partij. Terwijl de SDP bleef bestaan en uitgroeide tot de Stalinistische CPN, werd de SP al snel opgeheven maar verschenen er nieuwe libertair-socialistische partijen: de Trotskyistische Revolutionair Socialistische Partij en de Marxistische Onafhankelijke Socialistische Partij. Na de oorlog onstond er een nieuwe progressief socialistische partij, de PSP, die haar principiele socialisme combineerde met vredes-, milieu- en emancipatiepolitiek. De CPN bleef jarenlang een materialistische partij, die de belofte van wereldrevolutie combineerde met een pleidooi voor hogere lonen en lagere prijzen. De radicaal linkse traditie wordt gekenmerkt door afzondering en isolatie van partijen die niet principieel socialistisch genoeg waren.

Deze vier partijen fuseerden in GroenLinks en namen hun eigen traditie van samenwerking en isolatie, spirituele en materialistische linkse politiek mee. Met de opkomst van Pim Fortuyn en zijn nieuwe tegenstellingen en het nieuwe vrijzinnige geluid dat Femke Halsema daar tegenover liet horen, lijkt GroenLinks nu weggevaren te zijn van deze twee tradities: het nieuwe GroenLinks is seculier en schikt fundamentalistische kerken en moskees samen onder de as van het religieuze kwaad. Het nieuwe GroenLinks is liberaal en streeft naar hervorming van de verzorgingsstaat. Hiermee staat GroenLinks steeds verder van de Christelijke en socialistische traditie waar ze vandaan komt.

De combinatie van socialistische principes met materiele verbetering wordt nu gechampioned door de SP, die steeds sterker groeit in haar splendid isolation. De lijm in ons huidige christelijk-sociale kabinet is de ChristenUnie een partij die ook sterke nadruk legt op milieu en naastenliefde.

Echter twee dingen heeft GroenLinks wel van haar voorgangers behouden: de nadruk op vrijheid van de libertair socialistische traditie en de nadruk op vrede van de Christelijk linkse traditie.

One thought on “Twee stromen van GroenLinkse politiek

  1. Pingback: 725 and counting | Geen Vrijheid zonder Gelijkheid

Leave a Reply