De tweede parallelsessie die ik bezocht ging over de sociale kwestie. De focus lag sterk op Vrijheid Eerlijk Delen (VED) en de dilemma’s en die daaruit volgden. De sessie werd geleid door mijn collega-begeleidingspanellid Jolande Sap. Deelnemers aan de discussie waren Ineke van Gent, Henk van der Kolk (voorzitter FNV-bondgenoten), Alfred Kleinknecht (professor economie van de innovatie) en Ronald de Leij (werkzaam bij het AWVN). Jolande wist de discussie meteen te concentreren op de dilemma’s die er binnen GroenLinks qua sociaal beleid spelen.
VED werd toegelicht door Ineke van Gent. Zij legde uit wat het centrale probleem was: het gebrek aan participatie op de arbeidsmarkt door outsiders. Het doel van VED is gelijkheid tussen insiders en outsiders. VED legt een sterke nadruk op de staat om tegenover de participatieplicht van de burger is er de plicht van de overheid om mensen te ondersteunen om te participeren.
Van der Kolk, een criticus van VED, met name waar het ‘t ontslagrecht betreft (een thema dat hij liet liggen), begon toch met opmerken dat GroenLinks gelijkhad dat er sprake was van een "faillissement van de verzorgingsstaat". Onder druk van de mondialisering is de burger op zoek naar zekerheid, zekerheid die de overheid kan bieden. Linkse politiek moet burgers een minimum aan sociale zekerheid bieden. In een Europese economie moet zo’n minimum aan sociale zekerheid ook Europees geregeld worden. De sociale zekerheid moet gericht zijn op participatie op de arbeidsmarkt.
Daarnaast moet linkse politiek investeren in mensen om zich weerbaar te maken in een dynamische samenleving. Een kwalitatieve sprong in het onderwijs, dat rekening moet houden met beginposities van mensen, is daarom noodzakelijk.
Voor Kleinknecht was het ontslagrecht wel een kernthema, waarnaar hij onderzoek heeft gedaan. Volgens hem is niet een flexibele arbeidsmarkt een belangrijke voorwaarde voor welvaart en economische groei, maar een goed onderwijsstelsel. Een starre arbeidsmarkt was volgens hem ueberhaupt een pre voor een kennis economie, zo wordt namelijk juist kennis bewaard voor bedrijven. Er is beter onderwijs nodig en met name betere leraren. Hij zag een "precariaat" (wat bij ons in het jargon outsiders heet) van 15-20% van de werknemers, die nu een precaire situatie op de arbeidsmarkt hebben. Hij stelde echter dat nu de economie weer aantrekt en daarmee de vraag naar arbeid, hun positie sowieso beter zal worden.
De Leij ten slotte keek vanuit het perspectief van de werkgever: zijn bezwaar richtte zich meteen op het begrip delen. We moeten niet proberen de toppen af te verlagen, maar de dalen te verhogen. Waar hij ook bezwaar tegen had was het idee dat werkgevers een scholingsplicht hadden ten opzichte van hun werknemers. In een vrije markt zijn bedrijven vluchtig van aard. Hiertegenover moet de gemeenschap/overheid zekerheid bieden: de scholingsplicht ligt dan ook bij de overheid. Werknemers zouden ueberhaupt minder afhankelijk moeten worden van bedrijven: sociale zekerheidsrechten, als pensioenen zouden veel meer aan het individu en veel minder aan het bedrijf gekoppeld moeten worden.
Vervolgens mocht de zaal reageren. Een stormvloed van vragen, dilemma’s, persoonlijke ervaringen en oplossingen volgden.
* Het ontslagrecht blijft een moeilijke kwestie in twee dingen kunnen veel groenlinksers zich vinden: wij zijn tegen de huidige voorstellen en streven naar een betere bescherming van "outsiders". Zoals Kleinknecht stelde: je moet waar het om het ontslagrecht gaat niet de positie van insiders zwakker maken, maar juist die vanuit outsiders sterker maken. Gon Mevis stelde daartegenover dat er altijd een zwakste groep, een precariaat zal zijn.
* Er zijn enkelen die menen dat de overheid de burger onconditioneel zekerheid moet bieden door een basisinkomen. Zij delen de nadruk op participatie en arbeid van VED, die gedeeld wordt door werknemers, werkgevers en de politiek niet.
* Er bestaat een tegenstelling tussen gelijke kansen en solidariteit tussen verschillende mensen. Gelijke kansen zijn niet genoeg om een sociaal rechtvaardige uitkomst te krijgen.
* Een belangrijke strategisch dilemma is of linkse politiek de werkgevers moet verleiden om mee te betalen aan participatie van allen (door bv. het ontslagrecht te versoepelen) of dat de overheid moet dwingen om mee te betalen.
* Toch waren er veel dingen waar we het over eens zijn. Het onderwijs wordt als een heel belangrijk middel gezien om economische emancipatie te stimuleren. Regels mag de ontplooing van mensen niet in de weg staan. Verbetering van de mobiliteit kan veel outsiders ook aan het werk helpen. Het ontslagstelsel in het onderwijs dat veel dienstjaren waardeert is pervers. De overheid moet juist een voorbeeld geven door outsiders te recruteren. De sociale onrechtvaardigheid in Nederland valt mee. ten opzichte van de oneerlijke verdeling tussen Noord en Zuid.
Het is moeilijk om uit al deze punten een aantal kerndilemma’s te destileren. Ik zal wel moeten, aan het eind van de discussie vroeg Bart Snels aan mij om een overzicht van de discussie te maken voor de commissie. Nou Bart, hier is een grove outline, ik zal nog verder na denken over welke kerndilemma’s spelen.