Homofoob beleid in Europa verklaard!

Dat Polen is een bar homofoob land, weten we helaas al veel te lang. Gelukkig dat de homo’s daar met steun van Europese politici, als Kathalijne daar tegen in opstand komen. De vraag rijst waarom Polen zo’n homofoob beleid voert, terwijl andere katholieke staten (als Belgie en Spanje) veel progressievere zijn. Ook in andere Oost-Europese staten als Tsjechie en Hongarije is het beleid veel minder homo-onvriendelijk.Gelukkig biedt Wikipedia inzicht, daar staat een interessante opsomming van homo rechten per land. Op basis daarvan heb ik een statistische analyse gedaan: wat bepaalt het homofobe beleid van Europese staten?

Eerst heb ik een index gemaakt, die bestaat uit zes indicator: mogen homo’s een samenlevingscontract ("civil union") sluiten? Of een huwelijk? Mogen homo’s het leger in? Mogen homo’s kinderen adopteren? En treedt de overheid op tegen homo-discriminatie? Deze zes indicatoren zijn hoog in dezelfde landen en laag in dezelfde landen (voor de statistici: een cronbach’s alpha van .814!).Nederland en Belgie scoren het best, Servie, Oekraine en aantal andere landen die het goed deden op het Eurovisie song festival scoren het slechts. Ook Polen bungelt ergens onderaan. Er is dus een consistent patroon tussen de landen van Europa waar het gaat om homobeleid,

Vervolgens heb ik gekeken of dit patroon verklaard kan worden door religie en lidmaatschap van de Europese Unie. Lidmaatschap van de EU opzich verklaart al een boel (28,4% van de variantie). Dat geldt ook voor het zijn van Orthodox (34.0% van de variantie). Het beste model (dat 70.0% van de variantie verklaart!) bestaat uit de volgende factoren: vier variabelen die aangeven of een land protestants, katholiek of gemengd protestants/katholiek is en een variabele die aangeeft wanneer een land is geprobeerd heeft lid te worden van de EU (oprichters, 1972, jaren ’80, 1994, jaren ’00, nu in de wachtkamer, nog niet). Het zijn van protestants, katholiek (!!) en gemengd protestants/katholiek (voor de statistici: dit houdt in dat het zijn van orthodox of islamitisch een negatief effect heeft) heeft een positief gevolg op homo-beleid en de belangrijkste indicator is de variabele die aangeeft wanneer een land bij de EU is gekomen.

Al met al wordt het beleid van een land ten opzichte homo’s dus bepaald door het dominante geloof en het lidmaatschap van de EU: oude EU-staten en landen die protestants, katholiek of beide zijn doen het beter dan staten die korter of niet bij de EU zitten en die orthodox of islamitisch zijn. Polen is dus met name homofoob omdat het land pas zo kort bij de EU zit en niet omdat het katholiek is!

Inti heeft een kritische noot achter gelaten. Ik denk dat er zeker kritisch af te dingen is op de analyse:

* Het is gebaseerd op 41 cases, wat niet kan in regressie. Daarnaast zijn er meerdere indexen gebruikt, terwijl regressie alleen kan worden toegepast op "ratio-interval"-data kan gebruiken.

* Het is de vraag in hoeverre de selectie van de cases (allemaal uit Europa, het "walhalla" voor homo’s) de resultaten niet vervormd.

* Een aantal variabelen missen, met name religiositeit (de mate van religie), waardoor de analyse tekort schiet. Het is ook erg zonde dat de religie-variabelen erin gezet zijn als dichotomieen, waardoor hun effect niet erg zichtbaar wordt.

* Het is de vraag in hoeverre er naast een statistisch een causaal verband is tussen de variabelen en hoe dat dan zou lopen. De causaliteit is ook moeilijk af te leiden uit de "theorie" want die mist. De vraag is met name of lidmaatschap van de EU daadwerkelijk progressief homo-beleid veroorzaakt of dat er andere factoren zowel het lidmaatschap van de EU als het homo-beleid bepalen.

Echter in vergelijking met veel van de statistiek die ik langs heb zien komen in mijn opleiding valt deze analyse nog wel mee.

Leave a Reply