Dilemma’s in de Publieke Ruimte

Het overkomt bijna iedereen die met de trein reist: overlast van anderen. Neem bijvoorbeeld mensen die telefoneren, (te luid) muziek luisteren of met elkaar praten. Mag je daar dan iets van zeggen? Of als je aangesproken wordt moet je je dat aan trekken.

Er zijn diegene die vinden dat je daar iets van mag (nee zelfs moet!) zeggen: de trein is immers de publieke ruimte. Daar moet je rekening met elkaar houden.

Er zijn anderen die een tegenovergestelt standpunt innemen. Als iemand van hen zou vragen hun muziek zachter te zetten, zouden zij de neiging voelen hun muziek harder te zetten: de trein is immers de publieke ruimte. Daar moet je rekening met elkaar houden.

De vraag is volgens mij onbeantwoordbaar:
Ten eerste, is de verdediging van beide kanten het zelfde: Je moet in de publieke ruimte rekening met elkaar houden.
Ten tweede, is het een typisch geval van conflicterende vrijheden: de vrijheid van overlast van de een, breekt in in de vrijheid om cultuur of gezelschap te beleven van de ander.
Daarnaast is er geen oplossing: de ene burger heeft niet het recht om van de andere burger te eisen zich op een bepaalde manier te gedragen. Geen van beide heeft autoriteit over de ander. Burgers moeten hier samen uitkomen.
Er is ook geen stel regel die bepaalt wiens vrijheid prioriteit, heeft. Getallen lijken er niet toe te doen: het klinkt redelijk dat een coupevol mensen mag vragen aan iemand om stil te zijn. Anderzijds lijkt het niet legitiem dat een coupevol baldadige jongeren herrie maken als er een iemand anders bij zit, die daar last van heeft, alleen omdat ze met meer zijn.
De sympathie van de meesten zal liggen bij diegene die rust willen en geen overlast veroorzaken. Immers hun handelen veroorzaakt geen overlast. Anderzijds val je door iemand aan te spreken haar ook lastig.

De vraag fascineert me omdat je zo de opmerkelijke natuur van de publieke ruimte kan zien: van iedereen en daardoor van niemand.

Leave a Reply