Dubbele paspoorten en de insluitende democratie

Er is veel onrust omdat Wilders vindt dat staatssecretarissen geen dubbele paspoorten mogen hebben, de SP en de VVD zijn het eigenlijk met hem eens maar houden hun mond dicht. Ik wil hier 1) laten zien dat de redenering dat bestuurders maar een paspoort mogen hebben geen steek houdt en 2) laten zien dat het wenselijk is voor bestuurders om twee paspoorten te hebben.

1) De voornaamste reden om dubbele paspoorten te verbieden voor bestuurders is het loyaliteitsconflict. Deze redenering gaat ongeveer als volgt: bestuurders die een dubbel paspoort hebben zullen als het een gevoelige kwestie die dat andere land betreft aangaat, in een loyaliteitsconflict komen, omdat ze burger zijn van beide landen. Dit loyaliteitsconflict kan twee bronnen hebben: legaal en sociaal.
a) De Turkse overheid kan bepaalde dingen van Albayrak, als Turkse, verlangen, die onverenigbaar zijn met haar Nederlanderschap. Zij zal zich als zij in Turkije is zowel aan de Nederlandse als de Turkse wet moeten houden.
Dit argument is onzinnig omdat iedereen die zich in Turkije bevindt zich aan de Turkse wet moet houden, onafhankelijk van burgerschap. Er is misschien een miniem aantal wetten, dat alleen op Turken van toepassingen is en Albayrak in een echt loyaliteitsconflict kunnen krijgen. Het is echter aan Wilders om het bestaan van deze wetten te bewijzen.
b) Als Turkse zal Albayrak misschien geneigd zijn om aan het Turkse belang te denken, ipv het Nederlandse, als het de Nederlands-Turkse relaties betreft. Zij zou dan vanuit haar Turkse identiteit in een loyaliteitsconflict komen.
Dit argument is onzinnig omdat het iemands identiteit betreft en niet iemands nationaliteit. Neem Job Cohen, een politicus met een joodse achtergrond maar zonder Israelisch paspoort. Hij zal misschien waar het Israel betreft, ook het Israelische belang mee nemen. Door iemands paspoort af te nemen, verander je haar identiteit niet.
Dus het argument houdt geen steek want eigenlijk zeggen ze: bestuurders die een dubbele identiteit hebben zullen als het een gevoelige kwestie die dat andere land betreft aangaat, in een loyaliteitsconflict komen, omdat ze zich verbonden voelen met beide landen. Er geldt in Nederland echter dat de overheid niet bepaalde mensen mag uitsluiten van ambten omdat ze een bepaalde identiteit hebben. Dat principe heet ook wel non-discriminatie (artikel 1 wel eens van gehoord?). Artikel 1 wordt vaak onjuist toegepast, maar letterlijk betreft het alleen maar ambten bij de overheid.

2) Het is wenselijk als het Nederlandse parlement en in zekere zin ook het kabinet, een afspiegeling zijn van haar burgers. Ik begrijp dat mensen tegen positieve discriminatie zijn (liever een goede politicus, dan een politicus die een groep vertegenwoordigd), maar iemand afwijzen voor een staatssecretariaat, omdat zij een bepaald kenmerk heeft dat een deel van de Nederlandse burgers heeft, diskwalificeert niet alleen haar maar ook een deel van Nederlandse burgers. Schijnbaar hoeft die groep niet vertegenwoordigt te worden in het Nederlands bestuur, zijn het tweede rangsburgers. Ik wil liever een bestuur dat groepen vertegenwoordigd en insluit, dan dat ze die uitsluit.
Daarnaast is het zo dat in het Nederlandse kabinet, juist een aantal ministers zitten die niet met het Nederlandse belang bezig zijn, maar denken aan anderen. De minister voor Ontwikkelingssamenwerking wordt soms de stem van Afrika in de Treveszaal genoemd. De minister voor Milieu denkt niet aan het belang van de huidige Nederlanders, maar zet zich in voor toekomstige generaties wereldwijd. Het is dus schijnbaar een wenselijk principe om politici te hebben die over landsgrenzen heen kunnen kijken. Wie kan dat nou beter dan iemand die zich verbonden voelt met twee landen?

Daarom dus twee staatssecretarissen met twee paspoorten: er is niets tegen, en het tegenhouden zou ons naar een meer uitsluitende dan insluitende vorm van democratie brengen.

Leave a Reply