Vrijheid als Ideaal

Een van de twee grondvesten van linkse politiek is vrijheid. Een complex begrip. Ik hoop hier te kunnen verhelderen wat vrijheid is door precies te kijken naar Isaiah Berlin’s definities van Negatieve en Positieve Vrijheid.

Isaiah Berlin stelde in 1957 voor dat er twee conflicterende tradities zijn die op een verschillende manier naar vrijheid keken:
Negatieve vrijheid: vrijheid als de afwezigheid van externe belemmeringen op het individuele niveau. Dat is nogal helder: als ik jou verbied een appel te eten heb ik je minder vrij gemaakt.

En positieve vrijheid, waarover hij nogal onduidelijk was, het is de mogelijkheid om je eigen potentie te verwezelijken maar ook om meester te zijn van je eigen leven en deel te nemen aan democratische besluitvorming. Als je echter naar de onderdelen van de definitie van negatieve vrijheid kijkt, kan je zien wat positieve vrijheid is en wat verschillende onvrijheden zijn:

1. De afwezigheid van externe belemmeringen op het individuele niveau: negatieve vrijheid. Een typisch voorbeeld is een man die net uit een gevangenis komt en nu eindelijk weer alles kan doen wat hij wilt.
2. De aanwezigheid van externe belemmeringen op het individuele niveau: negatieve onvrijheid. Iemand die gevangen is gezet bijvoorbeeld.
3. de afwezigheid van interne belemmeringen op het individuele niveau: één van Berlin’s visies op positieve vrijheid. Het vermogen om te doen wat je echt wilt, zonder angsten, remmingen en valse behoeftes. Een soort Freudiaanse vrijheid. Let wel: het ligt aan je opvatting van het goede leven, wat hier vrij zijn inhoudt, voor een Christen is leven volgens Gods wil echt vrij zijn. “Libertas est posse non peccare” (vrijheid is het vermogen niet te zondigen) zei Augustinus al. Maar sterker nog je kan iemand ook dwingen zo te leven als jij vindt dat hij hoort!
4. de aanwezigheid van externe belemmeringen op het individuele niveau: positieve onvrijheid. Iemand die niet weet wat hij eigenlijk wil.
5. de aanwezigheid van externe steun op het individuele niveau: één van Berlin’s visies op positieve vrijheid. Vrij zijn is kunnen doen wat je wilt. Als je daar steun voor nodig hebt dan kan je vrijer worden gemaakt door die steun. Een rolstoel maakt een gehandicapter persoon vrijer. Het kan om allerlei soorten steun gaan: sociaal, economisch of politiek.
6. de afwezigheid van externe steun op het individuele niveau: positieve onvrijheid. Niet kunnen handelen omdat anderen je weigeren te helpen, is ook een vorm van onvrijheid.
7. de aanwezigheid van interne steun op het individuele niveau: iets willen is een voorvereiste van iedere vorm van vrijheid.
8. de afwezigheid van interne steun op het individuele niveau: niets willen zou dus een vorm van onvrijheid zijn, zij het niet dat niets willen je ook vrij maakt. Berlin noemt de “the return to the inner citadel”.

Je zou ook naar het collectieve niveau kunnen stappen, wat in Berlin’s definitie van positieve vrijheid ook besloten zit:
1. De afwezigheid van externe belemmeringen op het collectieve niveau: negatieve vrijheid van het collectief. Soevereiniteit, het zijn van de hoogste macht over een volk en grondgebied.
2. De aanwezigheid van externe belemmeringen op het collectieve niveau: negatieve onvrijheid van het collectief. Een bezet land, een kolonie of provincie is in deze zin onvrij.
3. de afwezigheid van interne belemmeringen op het collectieve niveau: een vorm van collectieve positieve vrijheid, als niemand in de vergadering gebruik maakt van zijn veto recht, als er geen groep is die de besluitvorming ophoudt. Het gaat hier duidelijk om politieke belemmeringen. Democratische eensgezindheid. Ook dit is positieve vrijheid te noemen.
4. de aanwezigheid van externe belemmeringen op het collectieve niveau: positieve onvrijheid. Als er verdeeldheid is binnen de groep en groepen de besluitvorming frusteren of de besluiten vetoen: democratische onenigheid.
5. de aanwezigheid van externe steun op het collectieve niveau: Marshall hulp bijvoorbeeld, als de steun van andere groepen nodig is om een democratie op te bouwen.
6. de afwezigheid van externe steun op het collectieve niveau: een land zonder Marshall hulp dus.
7. de aanwezigheid van interne steun op het collectieve niveau: een meerderheid die een plan steun, lijkt erg op democratische eensgezindheid.
8. de afwezigheid van interne steun op het collectieve niveau: niets willen lijkt me voor collectieven geen echte vorm van vrijheid.

Er zijn dus verschillende soorten vrijheid:
* Negatieve vrijheid
* Positieve vrijheid als ondersteuning
* Positieve vrijheid als niet kunnen zondigen
* Positieve vrijheid als democratische soevereiniteit
Ik zal later proberen uit te leggen hoe deze zich verhouden tot de verschillende kernidealen van GroenLinks. Hoe dit verhoudingen verheldert en mogelijke problemen kan weergeven, maar dit nadat ik ook Gelijkheid het tweede grondvest van linkse politiek heb besproken.

Leave a Reply