Winnaars en Verliezers

Vandaag was het GroenLinks congres. Ik heb na het onstuimige congres, waarvan de pers overigens veel meer had verwacht, en de borrel, op wikipedia de artikelen over de winnaars en verliezers geupdate. Al typend vraag ik me een ding af: is het rechtvaardig dat Leo Platvoet niet op de lijst staat?

Leo Platvoet was als zittend senator weer kandidaat voor de Eerste Kamer. Na een negatief advies, maar met name na een scherpe profilering verloor hij vier keer een twee strijd tegen een andere kandidaat en trok zich vervolgens terug. Hij had zich voor het congres in de Volkskrant kritisch uitgelaten over de weinig “solidaire” koers van GroenLinks en, met name, de weigering van GroenLinks om gesprekken aan te gaan met PvdA en CDA – overigens zag Platvoet in 2002 zelf weinig heil in deze coalitie om dezelfde redenen als Halsema nu-. Hij vormde zo een echte dissident: met een eigen onconventioneel principieel geluid. Als je naar de uitslagen van de stemming waar hij aan mee deed was hij iedere keer bij de laatste twee en werd hij iedere keer met ongeveer 200 voor Platvoet en 400 voor de andere kandidaat verslagen, zie je dat hij ook een eigen electoraat had: 200 tot 250 congresgangers hebben steeds op Platvoet gestemd. Uiteindelijk was het zijn eigen keuze om van een onverkiesbare zesde of zevende plek af te zien, waarvan het niet zeker is of hij hem wel zou krijgen.

Het principiele probleem is, volgens mij, het volgende: moet je kandidaten voor een lijst zo verkiezen dat ze een simpele meerderheid van de leden achter zich hebben of zo dat de lijst alle (of meer dan de helft van de) congresgangers vertegenwoordigt. Het is een verschil tussen twee opvattingen van de democratie, die ieder een eigen uitvoering hebben.

1. In een simpel democratisch model telt de meerderheid. In het geval van de GroenLinkse basisdemocratie is dit de meerderheid van de aanwezige leden. Zij beslissen over iedere plek, die 50%+1 van de stemmen moet krijgen. Het is een simpel helder referendum over iedere kandidaat. Over de lijst in zijn geheel is dan ook geen eindstemming, want een meerderheid is het eens met iedere kandidaat.

2. In een consensusdemocratie wordt er gestreefd naar een zo groot mogelijke steun voor een voorstel. Niet de meerheid moet zijn wil door drukken, de minderheid moet ook invloed kunnen hebben. Je zou zo’n lijst op een proportionele manier verkozen moeten worden, waarbij iedere “stroming” zich vertegenwoordigd weet en er een eindstemming is over de gehele lijst. Je zou kunnen denken aan het systeem van de enkelvoudig overdraagbare stem, waarbij er wordt gerekend op basis van een ordening van alle kandidaten door alle congresgangers en iedere kandidaat die op basis van eerste preferenties genoeg stemmen voor een plaats heeft, een plaats krijgt. Dit is misschien minder duidelijk, maar wel rechtvaardiger voor minderheden.

De vraag is dan wat voor’n soort democratie GroenLinks nastreeft: een dictatuur van de meerderheid of systeem van vertegenwoordiging van minderheden. Die vraag lijkt me snel beantwoordt.

Leave a Reply