Politicologische puzzelkunde I

De laatste peiling van interview/nss laat mooi zien hoe het hele politieke landschap verkavelt. Het CDA blijft met 30 zetels de grootste, maar verliest 11 zetels. De PvdA verliest een zetel minder (houdt er 23 over) en wordt daarmee een zetel kleiner dan Verdonk’s ToN (24). De SP verliest ook en houdt 18 zetels over. De VVD verliest ook zeven zetels (15 zetels). D66 verviervoudigt tot 12 zetels. GroenLinks en de PVV hebben allebei 8 zetels. De ChristenUnie wint een zetel, net als de Partij voor de Dieren. De SGP houdt zijn twee zetels over.

Hoe ziet de formatie er nu uit? Is er met deze uitslag een stabiele coalitie te formeren? Vandaag deel I: de citaten uit de hypothetische adviezen die de fractievoorzitters zouden geven, als de verkiezingen gister waren geweest. Morgen het eindoordeel van de informateur.

Prof.Dr. J.P. Balkenende (CDA): "Gezien de moeilijke informatie- en formatieperiode die voor ons ligt vragen wij U om u vertrouwen te geven aan een informateur van Christen-democratische huize. Wij zouden U willen vragen hem de opdracht te geven de mogelijkheden te onderzoeken van een kabinet, dat  gebaseerd is op een stabiele parlementaire meerderheid en een programmatische overeenkomst. Hierbij merkt de CDA-fractie in acht dat de stabiliteit van de regering gebaat is bij een een stabiele parlementaire meerderheid die gebaseerd op een minimum aan deelnemende politieke partijen." Het CDA, dat de grootste blijft , lijkt de mogelijkheden open te houden; echter door te streven naar een minimum aan deelnemende partijen richt het CDA zich op een coalitie van PvdA, CDA en Trots op Nederland. Dat is voor het CDA een gunstige coalitie: zij zouden als grootste partij een centrumpositie hebben tussen de centrum-linkse PvdA en de centrum-rechtse Verdonk.

Drs. M.C.F. Verdonk (Trots op Nederland): "Wij kunnen slechts concluderen dat de uitslag van de verkiezingen een helder signaal heeft gegeven voor de vorming van een centrum-rechtse regeringscoalitie. Deze coalitie zou een programma na moeten streven dat gebaseerd is op vrije economische ontwikkeling en bescherming van de Nederlandse identiteit. Daarom zouden wij U willen adviseren twee informateurs te benoemen een van het CDA en een van Trots op Nederland. (…)" Trots op Nederland zou kiezen voor een centrum-rechtse coalitie van CDA en Trots op Nederland samen met VVD en PVV.

Drs. W.J. Bos (PvdA): "De PvdA-fractie kan de uitslag niet anders interpreteren dan een afwijzing van het centrum-linkse beleid dat de coalitie in de laatste jaren heeft gevoerd. Daarom menen wij dat het niet de rol van de PvdA is om op dit moment deel te nemen aan de formatiebesprekingen. Wij zien een rol voor de twee winaars van de verkiezingen en de grootste partij in de formatie besprekingen: het CDA, Trots op Nederland en D66. Wij zouden u willen aan raden een informateur te benoemen van CDA huize die in eerste plaats zoekt naar een programmatische overeenstemming tussen deze drie partijen om vervolgens te onderzoeken welke partij(en) zich, onder voorwaarden, in dit programma kunnen vinden." Het lijkt als of de PvdA afkoerst op een coalitie van CDA, Trots op Nederland, D66 en een vierde partij, waarschijnlijk de VVD. Echter de werkwijze die de PvdA voorstelt is gedoemd te falen: wie wil zich aan sluiten bij een programma van een ander. De hoop van de PvdA is dat dit faalt en dan vervolgens de PvdA binnen kan ‘swoopen’ om Nederland te redden in een PvdA/CDA/D66/SP coalitie.

J.G.Ch.A. Marijnissen: "Beste Beatrix, de SP en met haar de andere linkse en centrum-linkse partijen hebben een flink pak slaag gekregen tijdens de laatste verkiezingen. De linkse partijen zijn steeds minder goed in staat om de wijken en buurten aan zich te binden. De partijen die hebben weten te winnen bieden geen oplossingen voor de problemen van gewone mensen in Nederland, maar spelen in op angsten om groepen mensen tegen elkaar uit te spelen. Toch gloort er hoop. Er is nog steeds in de Tweede Kamer een centrum-linkse parlementaire meerderheid  van CDA, PvdA, SP en GroenLinks, dat overeenstemming zou hebben over het eerlijker verdelen van welvaart, het beschermen van onderwijs en zorg en het verbeteren van de leefbaarheid in wijken en buurten. Daar zouden wij je willen adviseren Bea om een formateur te benoemen van het CDA die streeft naar het centrum-linkse kabinet van CDA, PvdA, SP en GroenLinks. Het door mij persoonlijk goed gekeurde verkiezingsprogramma van de SP kan als basis dienen voor de formatiegesprekken." De SP weet maar al te goed dat een sociaal-democratische partij alleen maar kan regeren als ze verloren heeft. Jan M. gaat meteen voor de hoofdprijs.

Drs. M. Rutte (VVD): "Majesteit! Het verheugt de Tweede Kamerfractie van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie om u te mogen adviseren over de formatie van een nieuw kabinet. Wij zouden u willen adiverseren een informateur te benoemen van CDA-huize. Hij zou, in onze ogen, moeten streven naar een kabinet waarin de twee liberale partijen die de verkiezingen hebben gewonnen zijn vertegenwoordigd naast de grootste partij, het CDA. Om tot een stabiele parlementaire meerderheid te komen zou er gestreefd moeten worden naar de deelname van andere partijen die binnen deze rechts-liberale coalitie tot programmatische overeenstemming kunnen komen." De VVD ziet wel wat in die formatie van VVD, CDA, D66 en Trots op Nederland. Eigenlijk een coalitie van CDA met een hele grote VVD met een aparte linkse en rechtse vleugel.

Drs. A. Pechtold (D66): "De spectaculaire winst van D66 is een pyrrhus overwinning. Rechts en links verliezen gematigde, genuanceerd partijen met redelijke plannen voor Nederland. De winnaar van de verkiezingen, Trots op Nederland, staat in schril contrast met het heldere en sociaal-liberale alternatief dat de Democraten altijd zijn geweest. Zij staat een onduidelijke politieke koers die vertrouwen in democratische instituties vervangt door wantrouwen en politiek cynisme  en de gepaste trots die wij Democraten altijd hebben gehad voor een open en tolerant Nederland vervangt door populistisch nationalisme. Wij zouden U daarom willen adviseren twee informateurs te benoemen een van CDA huize en een van D66 huize die de mogelijkheden kunnen onderzoeken van een coalitie waarin het politieke centrum samen met progressieve partijen van links en rechts een heldere progressieve centrumkoers kan varen." D66 doet het ‘t best in een coalitie van CDA, PvdA, VVD en D66. Maar dat lijkt niet een mogelijkheid te zijn.

G. Wilders (PVV): "Het Nederlande volk heeft zich helder uitgesproken voor een coalitie die streeft naar minder Islam en minder belastingen. De winst van rechtse, liberale en seculiere partijen laat zien dat Nederland het pappen en nat houden van het Christelijk-Islamitische kabinet Balkenende/Aboutaleb zat is. Het wordt tijd voor een kabinet van rechtse partijen dat de kanker van Islamisering kan wegsnijden en mensen weer blij laten kijken naar hun loonstrookje. Benoem een formateur van Trots op Nederland die samen met andere rechtse en liberale partijen kan komen tot een brede coalitie, die Trots is op Nederland, Trots op onze Vrijheid en Trots op onze Joods-Christelijke cultuur." De PVV wilt wel mee doen aan een coalitie van PVV, CDA, ToN en VVD.

Drs. F. Halsema (GroenLinks): "Geachte Mevrouw Van Oranje, Laat ik maar meteen helder zijn: wij zien voor U geen rol in de formatie. Wij zouden u daarom willen verzoeken om aan de net verkozen voorzitter van de Tweede Kamer, Doekele Terpstra, het proces van formatie en informatie over te laten. Niet alleen omdat hij vanuit zijn functie het formatieproces transparanter zou laten kunnen laten verlopen,  maar ook omdat alleen een progressieve CDA’ers instaat is om een coalitie te smeden van partijen die ecologisering van de economie en modernisering van de verzorgingsstaat na streven. Een coalitie die de veelkleurigheid van de Nederlandse samenleving respecteert en open staat voor samenwerking met andere landen." Dat lijkt me over duidelijk een coalitie waar GroenLinks zelf ook inzit.

A. Rouvoet (ChristenUnie): "Majesteit! De ChristenUnie bidt dat God U wijsheid mag schenken tijdens deze formatie. Volgens ons heeft het volk helder gesproken tijdens verkiezingen en heeft zij het beleid van ChristenUnie helder ondersteund door ons een extra zetel te gunnen. Wij wisten al dat Wij, als Christenen, begiftigd zijn met de genade van God, maar ook het Nederlandse volk heeft ons ook met genade tegemoet getreden in het stemhokje. Onze coalitie partners CDA en PvdA hebben echter sterk verloren. Wij moeten daarom op zoek naar versterking voor onze Christelijk-sociale coalitie. Daarom zou ik U willen adviseren een informateur van CDA-huize te benoemen die samen met de partijen die op dit moment de coalitie vormen kan zoeken naar een vierde partner. Deze zal het Christelijk-sociale beleid van de laatste jaren in grote lijnen moeten ondersteunen." De CU heeft de macht geroken en komt nu niet meer van het pluche af!

B. van der Vlies (SGP): "Majesteit! Met God’s genade is aan de Staatskundig Gereformeerde Partij wederom door het Nederlandse volk het vertrouwen gegeven om nog vier jaar deel uit te maken van Uw parlement. Wij zullen ons daar als een loyaal dienaar van U, Ons Vaderland en het Christelijk geloof op stellen. Als loyaal dienaar kunnen wij dan ook niet anders dan God bidden U wijsheid te schenken tijdens deze formatie periode en wij vertrouwen dat U de verkiezingsuitslag die een heldere winst laat zien voor partijen die zij het soms op seculiere grond veel dezelfde posities in nemen die de SGP op Bijbelse gronden inneemt zult vertalen in een Christenlijk-rechtse coalitie." Deze heldere dienaar heeft een boodschap.

M. Thieme (PvdD): Majesteit! Het gaat slecht met de dieren in Nederland. Daarom zouden wij U willen vragen geen haas meer te serveren." De Partij voor dieren is geen echte partij, die zich bemoeit met kabinetsformaties, maar een haas zeggen ze zelf. Moeten ze op passen niet dat ze niet opgegeten worden …

Political Space, the Final Frontier

Net terug van het politicologenetmaal, een conferentie van politicologen uit Nederland en Belgie. Het was mijn tweede (et)maal. Ik had nu ook een eigen paper: een verdere uitwerking van het onderzoeksvoorstel waar ik al eerder over had geschreven, om partijposities te mete aan de hand van stemmingen in het parlement.

De centrale vraag in mijn onderzoek is of hoeveel en welke dimensies de Nederlandse politieke ruimte structureren. Ik heb gekeken naar de periode 1998-1999 en 2002-2003 omdat volgens politicologen hier een verandering in het partijsysteem zou hebben opgetreden. Mijn conclusies is dat twee dimensies stemgedrag in het parlement onderliggen zowel in beide periodes. De links/rechts dimensie is aanwezig in beide periodes. Maar in 1998-1999 wordt de oppositie in een links en een christelijk blok opgedeeld. Zo onstaat er een "ideologische driehoek" met een marktliberaal punt (het paarse kabinet), een economisch interventionistisch punt (GL en de SP) en een Christen-democratisch punt (de kleine Christelijke partijen en het CDA). Na 2002 is de tweede dimensie van een andere aard. Er is, in mijn ogen, sprake van een "ideologisch hoefijzer" in dit verband gepopulariseerd door Dick Pels, waar radicale, revolutionaire partijen gescheiden worden van conservatieve systeempartijen. Je kan mijn hele paper nu
hier lezen. Voor mijn vlotte powerpoint presentatie zie hier.

Ik had gehoopt dat de leden van het panel een aantal van mijn vragen en twijfels over de methode kunnen beantwoorden. Maar nee, mijn referent liet mij nog een aantal problemen van mijn methode zien en stelde een oplossing voor die vanuit methodologisch opzicht uitermate interessant is: ga partij posities meten door middel van triangulatie. Combineer een aantal van de meest prominente methoden om posities te meten in een meetinstrument. Nadeel is wel dat die methoden het niet mogelijk maakt inductief te werk te gaan, wat ik juist interessant vindt.

Het is mooi hoor, de wetenschap, maar echt vooruit kom je zo nooit.

Forza Italia

Ik ben nu al een tijdje met een Italiaan op wikipedia in debat over hoe je de partij Forza Italia zou moeten classificeren.

Ik denk, persoonlijk, dat Forza Italia een typisch zuid-Europese partij is die erg lijkt op de Franse Gaullisten, de Spaanse Partido Popular, de Portugese PSD en de Griekse Nea Demokratia. Laten we naar de eerste vergelijking kijken:

  1. Zowel Forza Italia als de Franse Gaullisten zijn een zeer personalistische beweging rond een charismatische leider, namelijk Berlusconi en De Gaulle;
  2. Zij zijn beide een brede beweging met ruimte voor verschillende centrum rechtse, conservatieve stromingen, waaronder Christen-democraten en liberalen;
  3. Ze zijn beide aan de macht gekomen toen het vorige partijensystem, dat gekenmerkt werd door een grote Christen-democratische en een communistische partij, onder haar eigen gebreken instortte;
  4. Ze ondernemen beide ingrijpende, controversiele hervormingen die op het eerste gezicht tegen het nationaal belang in gaan: De Gaulle gaf Algarije op, Berlusconi implementeert fiscaal federalisme. Zij doen dit vanuit een visie op de toekomst van de natie;
  5. Beide partijen zijn typische kaderpartij met een zwakke partijorganisatie;
  6. Beide partijen steunen Europa omdat hun eigen land verder kan helpen, zij streven dan ook naar een Europa van Naties en niet naar een Federaal Europa;
  7. Beide partijen implementeerde verregaande democratische hervormingen gericht op het versterken van de uitvoerende macht, die presidentieel georganiseerd zou moeten worden, het kweken van een twee partijen stelsel en het versterken van "majoritaire democratie".
  8. Beide partijen zijn sterk populistisch met een beroep op de grootse toekomst van de natie.

Een aantal van deze aspecten komt ook bij de PSD, de PP en ND terug. Ze lijken tot een zelfde genus te behoren van populistische, patriotische, presidentiele, personalistische partijen.

Proeve van een ProgressiefLinks programma

Geinspireerd door de column van Max van der Weezel, de VN journalist die op GroenLinks BinnensteBuiten pleitte voor linkse samenwerking, wil ik hier, als gedachte experiment, een proeve van een progressief links programma schrijven voor een potentiele nieuwe politieke formatie die zou gevormd kunnen worden uit PvdA en GroenLinks, open voor progressieve CU’ers, PvdD’ers, SP’ers en CDA’ers en linkse VVD’ers en D66’ers. Wat zou deze nieuwe formatie moeten binden?

Vrijheid en Gelijkheid
1. ProgressiefLinks is een nieuwe politieke formatie, die sociaal-democraten, groenen en progressieve liberalen in een partij verenigd. ProgressiefLinks staan open voor alle progressieve en linkse Nederlanders waar zij ook hun inspiratie vandaan halen, of zij nu Moslim, Christen of seculiere humanist zijn.
2. Vrijheid en gelijkheid. Dat zijn de idealen van ProgressiefLinks. Deze zijn fundamenteel met elkaar verbonden. ProgressiefLinks ziet vrijheid als het recht van iedereen om zijn of haar eigen leven zo in te vullen als hij of zij dat zou willen. Wij streven ernaar dit recht  gelijk te verdelen tussen alle burgers, maar realiseren ons dat niet iedereen gelijkelijk instaat is om dit recht te verwerkelijken. Daarom moeten de vermogens om hiervan gebruik te maken ook gelijk tussen alle burgers verdeeld worden.
3 Solidariteit, diversiteit, duurzaamheid, democratie en een sterke economie ziet ProgressiefLinks als de voornaamste middelen om de idealen van vrijheid en gelijkheid te verwezenlijken.
3.1 Solidariteit omdat deze eerlijke verdeling van rechten en vermogens een radicale herverdeling inhoudt tussen zij die door geboorte en afkomst beter instaat zijn om vorm te kunnen geven aan het eigen leven en zij die hier minder goed toe in staat zijn. Dit kan niet zonder een gevoel van verbondenheid tussen sterken en zwakken. ProgressiefLinks wil vorm geven aan solidariteit in het onderwijs, de sociale zekerheid en de gezondheidszorg en door de belastingen rechtvaardig te verdelen.
3.2 Diversiteit omdat een samenleving waar iedereen vorm kan geven aan zijn of haar eigen leven een open samenleving moet zijn, waar ruimte is voor verschil. Dit betekent dat wij discriminatie van iedere vorm veroordelen, mensen willen ondersteunen om zich te emanciperen uit onderdrukking, en mensen in staat stellen om in zelfgekozen groepsverbanden hun leven vorm te geven.
3.3 Duurzaamheid omdat ook volgende generaties op deze aarde de middelen moet hebben om vorm te kunnen geven aan hun eigen leven. Dit betekent dat wij de aarde even goed of beter moeten achterlaten voor volgende generaties en dat wij bij onze eigen productie en consumptie rekening moeten houden met de belangen van volgende generaties. ProgressiefLinks wil vorm geven aan duurzaamheid door groene innovatie, openbaar vervoer en biologische landbouw te stimuleren en de belasting van arbeid naar consumptie te verschuiven.
3.4 Democratie in de publieke sfeer waar mensen samen vorm geven aan onze gemeenschappelijke instellingen. Wij geven vorm aan onze publieke sfeer in een parlementaire democratie en een democratische rechtsstaat waar besluitvorming op een zo laag mogelijk niveau plaats vindt. Voor een groot aantal zaken is het laagst mogelijke niveau het Europese niveau, waar het democratische beginsel ook moet gelden.
3.5 Een sterke economie vereist een samenspel tussen markt en staat. Waarbij ondernemingsgewijze productie, innovatie, welvaart en werkgelegenheid levert die noodzakelijk zijn om onze idealen te verwerkelijken en de overheid sterke grenzen aan de markt stelt, waar deze onze idealen in gevaar brengt.
4. ProgressiefLinks is onderdeel van een wereldwijde progressief linkse beweging die vorm geeft aan onze idealen op een mondiale schaal. Daarom zet ProgressiefLinks zich in het bijzonder in voor ontwikkelingssamenwerking, wereldwijd milieu- en klimaatbeleid,  het beschermen van mensenrechten, het vreedzaam op lossen van conflicten, voor vrije en eerlijke handel en internationale samenwerking.

Verleden en Toekomst
5. ProgressiefLinks put inspiratie uit de twintigste eeuw waarin sociaal-democratische, progressief liberale en groene politiek de samenleving radicaal hervormd heeft: door de instelling van de verzorgingsstaat en de sociale overlegeconomie, is het ongeremde kapitalisme een halt toe geroepen; door Europese eenwording is er in het door twee wereldoorlogen en geteisterde en door de koude oorlog verdeelde Europa duurzame vrede; er is veel gedaan om de rechten van vrouwen, holebi’s en andere onderdrukte groepen uit te breiden; en een aantal milieuproblemen, zoals het gat in de ozonlaag of wateroverlast zijn, binnen Nederland of op mondiale schaal succesvol aangepakt. Progressief linkse politiek heeft in de laatste eeuw, verdeeld tussen verschillende politieke partijen, in het kabinet en vanuit de oppositie veel bereikt in Nederland, zowel landelijk als lokaal, maar wij zijn nog niet klaar met name niet om onze idealen op een wereldwijde schaal vorm te geven. Daarom willen wij gezamelijk verder als ProgressiefLinks.
6. In Nederland zijn aan het begin van de eenentwintigste eeuw de effecten van globalisering goed merkbaar. Niet alleen economisch of sociaal, maar ook zeker politiek. Er is een groeiende angst en onzekerheid onder de bevolking over de toekomst van Nederland in een geglobaliseerde wereld: Zijn wij in staat om een welvarend land te blijven? En onze sociale verworvenheden te behouden? Of onze Nederlandse waarden als tolerantie te beschermen?
6.1 Er zijn politieke bewegingen die hun heil zoeken achter de dijken. Die denken dat wij door ons af te sluiten voor andere landen en door groepen in onze samenleving uit te sluiten onze welvaart, sociale verworvenheden en tolerantie kunnen bewaren. ProgressiefLinks gelooft dat internationale en culturele openheid voorwaarden zijn om Nederland welvarend, sociaal en tolerant te houden. Voor een sterke economie is deelname aan de globaliserende economie noodzakelijk; een sociaal Nederland kan alleen maar bestaan binnen een sociaal Europa; en in een tolerant en vrij land is juist respect voor diversiteit.
6.2 Er zijn daarnaast ook politieke bewegingen die denken dat wij al onze heil bij de markt moeten zoeken, die menen dat wij alleen maar in de mondiale competitie kunnen overleven als wij onze solidariteit en democratie in ruilen voor de dominantie van het vrije markt. ProgressiefLinks gelooft echter dat de vrije markt niet kan bestaan zonder een sterke staat: een sterke staat die gemeenschappelijke voorzieningen in stelt die noodzakelijk voor het functioneren van de vrije markt en  die grenzen stelt waar de markt haar eigen voortbestaan vanuit het perspectief van duurzaamheid en solidariteit in gevaar brengt.

GroenLinks bijt zich in zijn staart

Vandaag was BinnensteBuiten de tweede GroenLinks debat dag. Nu we aan het einde komen van nog een fase van het toekomstproject viel het op dat er binnen GroenLinks een brede consensus leeft: de huidige verzorgingsstaat is niet goed genoeg, omdat er nog zo veel mensen geen kans krijgen op werk.

Tijdens het debat over sociale politiek benadrukte Alexander Rinooy Kan en Ton Wilthagen de noodzaak van participatie als kernbegrip van onze sociale politiek. Wilthagen legde verder uit hoe in een "akkoord van kanaleneiland" de overheid, werkgevers en werknemers plannen zouden moeten maken om flexibilisering van de arbeidsmarkt (m.n. arbeidstijden, pensioengerechtigde leeftijd) uit te wisselen voor de zekerheid van een baan, scholing en intensieve loopbaanbegeleiding. In de afterparty benadrukte de GroenLinksers dat zij naast arbeid ook ruimte wilden voor vrijwilligerswerk en zorg en dat er vormen van sociale zekerheid bedacht moesten worden zodat mensen daar ook voor betaald zouden kunnen worden, ten minste als zij geen werk kunnen vinden. Er heerste een brede consensus rond een nieuwe visie op solidariteit gebaseerd op participatie, flexibilisering, baanzekerheid, scholing, loopbaanbegeleiding, waardering voor vrijwilligerswerk en zorg.

Maar …, maar … stond dat niet allemaal in het zo gevilifieerde Vrijheid Eerlijk Delen? En in het huidige verkiezingsprogramma? Komen we er nu na anderhalf jaar toekomstproject achter dat het wel goed zit met de lijn van de sociale politiek? Was het "conflict" over Vrijheid Eerlijk Delen niet ons grote probleem?

Piece-meal Social Engineering en Aanbestedingen

Gister organiseerde het panel beginselen een debat over economische politiek: wanneer markt en wanneer staat? Hoeveel zeggenschap voor arbeid en hoeveel voor kapitaal? Een aspect dat in de discussie naar voren kwam is hoe overheden om gaan met aanbestedingen aan geprivatiseerde of verzelfstandigde bedrijven. Vanuit het perspectief va de filosofie van Karl Popper uitermate interessant.

Waar vroeger staatsbedrijven onder directe controle van de overheid diensten als energie, openbaar vervoer etc. aanboden wordt dit nu vaak gedaan door geprivatiseerde of verzelfstandigde overheidsbedrijven. Een bedrijf krijgt voor een bepaalde periode de concessie om een goed of dienst te produceren. De overheid stelt in deze concessie een aantal eisen, waaraan het bedrijf moet voldoen. Bijvoorbeeld bij de NS stelde het ministerie van Verkeer en Waterstaat de eis dat de NS punctueel zou zijn. De NS hield zich aan zijn concessie, werd punctuelere maar in ruil daarvoor verlengde zij de reistijd iets (zodat ze meer speling had). De markt reageerde snel op de eisen die door de consument werden gesteld. In de laatste concessie is dus verkorten van de reistijd toegevoegd. Nou stelde Lot van Hooijdonk dat dat dom was geweest van de V&W. Ze hadden veel beter moeten nadenken wat zij van de NS verwachtte.

Karl Popper zou daar heel anders over na gedacht hebben: je weet namelijk nooit precies wat je wilt als burger, consument en zeker niet als overheid. Je weet alleen dat er bepaalde dingen zijn die je niet weet (namelijk te laat komende treinen). Daarnaast weet je ook nooit wat alle gevolgen zijn van het invoeren van een bepaalde verandering. Het stelsel van concessies dwingt de overheid om periodiek te kijken naar de diensten die geprivatiseerde overheidsbedrijven aan bieden. Ze kan dan iedere keer een klein beetje bij sturen om bepaalde negatieve effecten of kenmerken te verminderen: als de overheid nieuwe eisen stelt in de concessie. Vervolgens wordt de overheid voor een bepaalde periode gedwongen om de markt zijn gang te laten gaan. Dit lijkt sterk op wat Karl Popper piece-meal social engineering noemt. Het is de rol van de overheid om door kleine stappen bepaalde maatschappelijke euvels (in dit geval te laat komende treinen) te bestrijden. Niemand heeft een blauwdruk voor hoe de NS het best iedereen helemaal gelukkig kan maken, maar je kan wel een klein beetje aan de knoppen van de organisatie draaien om te kijken wat het beste resultaat oplevert. Door de structuur in concessies wordt de overheid gedwongen periodiek na te denken over het aangeboden goed of dienst. Vervolgens moet zij zich een periode onthouden van ingrijpen (als de concessie is ingesteld) en laat zij de markt haar gang gaan om zo efficient mogelijk te voldoen aan haar eisen. Een prachtige wisselwerking tussen markt en staat.

Spinoza Liberaal?

Ik ben in de laatste fase van een vak over Spinoza‘s Tractatus Theologico-Politicus, nadat ik net ook nog een twee daagse conferentie over Spinoza heb bijgewoont, heb ik wel het gevoel wat in zicht te hebben in het denken van deze filosoof, die soms gezien wordt als een van de eerste echte liberalen. Over dat laatste ben ik overigens vrij zeker: Spinoza is geen liberaal, en wij "liberalen" hebben weinig bij hem te zoeken.

De tractatus richt zich er op te bewijzen hoe de vrijheid van meningsuiting te verenigen is met de Joods-Christelijke traditie en in het belang van de heersers is. Het grootste gedeelte van de TTP wordt besteed aan bewijzen dat de Bijbel niet zegt over (meta)fysische zaken maar alleen over morele zaken. Daarom zou iedereen mogen zeggen wat hij denkt vanuit het perspectief van de Bijbel. In die zin is Spinoza heel liberaal. Hij verdedigt negatieve vrijheid: de overheid mag geen obstakels leggen aan de vrijheid van meningsuiting.

Waar het handelen betreft echter is Spinoza een stuk minder liberaal. De staat moet mensen dwingen dat te doen wat  volgens Spinoza’s interpetatie van de Bijbel tot heil en zaligheid leidt. De overheid moet mensen "vrij" maken, dat is bij Spinoza "rationeel" en daarmee bedoelt hij gericht op het ware heil en zaligheid, die God alleen kan leveren. In die zin verdedigt Spinoza een opvatting van positieve vrijheid: mensen moeten gedwongen worden te doen wat in hun eigenlijke belang is.

Spinoza wordt soms ook wel gezien als een verdediger van de scheiding van kerk en staat. De scheiding van kerk en staat behoort tot de eerste stappen van het liberalisme, dat uiteindelijk zou pleiten voor een neutraliteit van de overheid ten opzichte van alle concepties van het goede leven. Het lijkt me "bezijden de waarheid" te stellen dat Spinoza dit verdedigde. Zelfs de Bijbel en de protestantse theoloog Luther zijn radicaler in hun verdediging van de scheiding van kerk en staat.

Spinoza heeft de volgende opvatting van de relatie tussen geloof en de staat. De overheid moet de vrijheid van meningsuiting waar het (meta)fysica betreft niet beperken. Ook mogen mensen zelf hun eigen religieuze opvattingen bepalen. Echter alle uiterlijke uitingen van religie (rituelen etc.) worden door de staat gereguleerd. Daar heeft de staat het laatste woord over. De staat zorgt ervoor dat dit georienteerd is naar Spinoza’s opvatting van wat het juiste geloof is. De staat volgen en God gehoorzamen vallen zo samen. De relatie tussen religie en de overheid is een opmerkelijke. De relatie tussen mensen en god gaat via de staat: God regeert niet direct over mensen, dat doet zijn overheid voor hem.

Bij Luther (en in de Bijbel) zijn de verantwoordelijkheden die Christenen hebben ten opzichte van God en van de overheid gescheiden. Mattheus 22:21 stelt "Geef wat van de Keizer is aan de Keizer en wat van God is aan God. Luther interpreteerde dat als een vrij sterke scheiding van kerk en staat. Onze relatie tot God is onafhankelijk van de relatie die wij met de staat hebben.

In die zin, is, als we de scheiding van kerk en staat als een van de bases van het liberalisme zien, Spinoza een stap achteruit van de dominante Christelijke traditie. 

 

Ahmed Marcouch maakt vrienden

Gister naar de opnames van dit was het nieuws met beroepspokeraar Lueske en PvdA-stadsdeelraadvoorzitter Ahmed Marcouch. Ik zal de aflevering niet verknallen door voor diegenen die het niet gezien hebben de grappen van deze heren te herhalen, (dat is ook eigenlijk onmogelijk), maar ik wil toch iets zeggen over de PvdA van Aboutaleb. Aboutaleb zei twee dingen waar hij mij niet gelukkig mee maakte:

Hij pleitte voor het preventief fouilleren, immers "het werkt". Maar dat is toch niet een verdediging van zo’n extreme ingreep van de privacy, van zo’n verdraaiing van het principe "onschuldig tot het tegendeel bewezen". Ik kan wel meer dingen bedenken die fundamentele rechtsprincipes schenden, die werken om criminaliteit te bestrijden. "Het werkt" kan dan niet je lijn van verdediging zijn. Bij de keuze voor dit soort ingrepen gaat het niet om het balanceren van de bescherming van het individu tegen geweld van een mede-burger, versus de bescherming van het individu tegen geweld van de overheid. Utilistische calculus gaat hier niet op. Fundamentele rechtsprincipes zijn ‘constraints’ op de macht van de overheid. Preventief fouilleren dat alle onschuldige mensen behandelt als onschuldigen gaat direct in tegen dat rechtsprincipe.

Daarnaast stelde hij dat de PvdA moest opkomen voor de gewone man. Wat een onzin! In Nederland kan de gewone man zich prima redden. Voor de gewone man is het grootste probleem dat als hij vanuit zijn eigen huis in een of andere VINEX-stad naar zijn goed betaalde baan in zijn eigen auto wilt rijden, de rest van Nederland dat ook doet. Of dat hij een te groot deel van zijn goed verdiende geld moet afstaan aan de overheid die daar dokters, docenten, politie-agenten, of sociale werkers van betaald, en natuurlijk die wegen waar hij dagelijks op vast staat, omdat hij zo nodig ver van zijn eigen werk wilt wonen. De gewone man redt zich prima. Linkse politiek moet zich niet inzetten voor de gewone man maar voor de zwaksten in de samenleving. Voor onderdrukten, achtergestelden en (kans)armen. Voor diegenen die het niet voor zich zelf kunnen op nemen, voor diegenen die de (politieke) macht missen om zelf vorm te geven aan hun eigen leven. En misschien zelfs nog wel sterker: linkse politiek zou er om moeten draaien dat je stem geeft aan diegenen die geen politieke stem hebben: de derde wereld, kinderen, dieren en toekomstige generaties.

Maar dat zei die sociaal-democraat niet. Nee, linkse politiek is fundamentele rechtsprincipes schenden  en het opnemen voor mensen die het eigenlijk zelf wel redden.

Jeroen

Zaterdag was ik naar de grote Jeroen, een zwaar ongewaarde cabaretier, die bij het cabaretminnende RVU-publiek bekend staat als de Heilige Geest, amanuensis van Erik van Muiswinkel en de presentator van Mannen voor Vrouwen.

Volgens wikipedia (en dat ben ik dus):

Van Merwijks werk bestaat voor namelijk uit liedjes. Alle liedjes
worden gekenmerkt door Van Merwijks cynische humor en zijn taalgevoel.
Deze zijn grofweg in te delen in drie soorten nummers: onzinliedjes, ironische liedjes, en gevoelige liedjes. Onzinliedjes zijn liedjes als Roltraplied uit Een AVRO-lid is ook een mens, met teksten als:

"Och was ik maar in een roltrap geboren/Nu eens een matje/Dan weer
een tree/Echt het gevoel ergens bij te horen/Egalité en fraternité"

Dit zijn vaak hele vrolijk, onschuldige liedjes, vol verwondering over de wereld. Het programma Geef mij mijn sperma terug is bijna geheel aan dit soort liedjes gewijd. Het programma Een AVRO-lid is ook een mens zit ook vol met dit soort liedjes. Van Merwijk noemt dit programma zelf een ode aan het leven.

Ironische liedjes zijn liedjes als Weg met de Natuur uit Geef mij mijn sperma terug met teksten als:

"Weg met de natuur/Weg met de bossen, bomen, struiken/Zeekomkomers,
alikruiken/Weg met de natuur/Als kiespijn kan ik kikkers missen/Ik heb
schijt aan paling/De wal om met bedreigde vissen/Maling aan de
ooievaarsgeboortedaling"

Dit zijn vaak vrolijke klinkende liedjes, waarmee Van Merwijk
ironisch de ondergang van de maatschappij, de natuur of de mensheid
bezingt. In deze liedjes blijkt ook vaak Van Merwijks elitisme en zijn
dédain voor mensen, die bijvoorbeeld luid aan het telefoneren zijn.

Gevoelige liedjes zijn liedjes als "Nog altijd ben je dood" uit Jeroen van Merwijk legt het nog een keer uit, met teksten als:

"Nog altijd ben je dood/Nog altijd is er sinds jij dood bent nooit
iets leuks op de TV/Nog steeds is elk bloot te bloot/Een rondvaartboot
te rondvaartboot/En ben jij dood voor twee"

Van Merwijk kan gevoelig zingen over het gemis van zijn overleden vader en de liefde voor zijn vriendin. In de programma’s na Jeroen van Merwijk legt het nog één keer uit zitten meer van dit soort nummers.

Sarah & Gert

Gister was ik naar een concert van Sarah en Gert Bettens, die samen het hart vorm(d)en van K’s Choice. Mijn jeugdliefde, muzikaal gezien dan, want zij is zo lesbisch als haar fanschare. Sarah en Gert speelden eerst gescheiden, Gert met zijn nieuwe band Woodface en Sarah met nummers van haar soloproject. Als je naar hun projecten luistert zie je wat ze allebei aan K’s Choice hebben bijgedragen: Gert delicate, gevoelige singer-songwriterliedjes en Sarah pop/rockliedjes met een tongue in cheeck tekst. Sarah gooide er een aantal oude fanfavorites tussen en samen met Gert herhaalde ze in hun toegiften de muziek van mijn jeugd.

In de bus terug (want ze hebben Vredenburg tijdelijk ergens ver buiten Utrecht gezet) realiseerde ik het antwoord ie mij een tijdje geleden was gesteld: welke CD zou je mee nemen naar een onbewoond eiland? Niet K’s Choice, niet Sarah of Gert, maar I am Kloot. Want waarom zou je naar een onbewoond eiland een CD mee nemen die je door en door kent, waarvan je de tekst woord voor woord uit je hoofd kent? Waarom zou je een CD mee nemen die noot voor noot in je zit? (Mee zingen lukt niet overigens) Dat zou zonde zijn van de ruimte. Je moet een CD mee nemen die je blijft verbazen,  waarin je steeds kan blijven verdwalen. De enige band die dat tot nu toe bij mij gelukt is is I am Kloot.

p.s. nu ik Shadowman luister moet ik toch weer even twijfelen …