Ik denk dat je socialisme op vier manieren kan begrijpen. Er zijn, volgens mij 4 soorten socialisme:
- socialisme als democratische planning: een economie in dienst van de gemeenschap
- socialisme als arbeiderzelfsbestuur: bedrijven waar arbeiders bevrijd zijn van kapitaalbezitters
- socialisme als herverdeling: een samenleving zonder economische ongelijkheden
- socialisme als verlichting: een samenleving van bevrijdde individuen
Ik zal hier kort uiteen zetten wat deze interpretaties van het socialisme inhouden om vervolgens uit te leggen wat hun rol binnen GroenLinkse politiek is.
Socialisme als democratische planning
De meest klassieke manier om socialisme te begrijpen is als overheidsbezit van de productiemiddelen. De overheid staat in dienst van de gemeenschap en wordt aangestuurd door diens vertegenwoordigers. Dit stelt de de gemeenschap in staat om bepaalde macro-economische doelen na te streven: werkgelegenheid, economische groei, stabiliteit etc.
Dit type socialisme is cruciaal in de Marxistische traditie. Marx zag een geplande economie als de volgende stap in de geschiedenis na de chaos en instabiliteit van het kapitalisme. Lenin heeft dit in de Sovjetunie is dit in de praktijk gebracht. Maar overheidsbemoeienis in de economie was ook een belangrijk onderdeel van de planningstraditie binnen de sociaal-democratie, denk maar aan het Plan van de Arbeid van de SDAP, deels geinspireerd op de liberale econoom Keynes.
Deze opvatting van socialisme staat in contrast met het kapitalisme omdat in het kapitalisme de productiemiddelen in handen zijn van een beperkte groep: "de bourgeoisie". De economie staat in dienst van deze beperkte groep en niet van de gehele gemeenschap.
Achter deze opvatting ligt een opvatting van vrijheid en gelijkheid. Vrijheid is hier als collectieve soevereiniteit: in een zelfbesturende gemeenschap daar ben je echt vrij. Gelijkheid wordt hier opgevat als gelijke participatie in democratische besluitvorming. De ongelijkheid van het kapitalisme die wordt veroordeeld is dat daar sommigen niet participeren in besluitvorming over zaken die hen wel aan gaan.
Socialisme als arbeiderszelfbestuur
Een belangrijke tegenstroming in het socialisme, is de stroming die een nadruk legt op arbeiderszelfbestuur. Het idee hier is dat niet de staat de economie plant maar dat arbeiders zelf, vrij van het tyrannieke bestuur van kapitaalbezitters, zelf hun eigen productieve activiteiten organiseren. De productiemiddelen zijn in handen van de arbeiders die hier zelf vrij over beschikken. Er is nog steeds een markt waar de zelfbestuurde bedrijven hun producten op afzetten.
Binnen het syndicalisme en het anarchisme speelt zelfsturing een grote rol. In socialistisch Joegoslavie was dit, gedeeltelijk, in de praktijk gebracht. Ook bij voormalige Marxisten die meer vertrouwen hebben gekregen in het marktmechanisme, zogenaamde marksocialisten komt het idee van zelfsturing terug. In het Westen is door corporatisme en medezeggenschap een halfslachtige vorm van arbeiderszelfbestuur in stand gebracht. In sommige bedrijven, workers´ cooperatives, is het echter wel helemaal ingevoerd.
Dit type socialisme staat tegenover het kapitalisme op een zelfde manier als "socialisme als democratische planning": er is een machtsongelijkheid tussen arbeiders en bezitters. Arbeiders zijn "loonslaven", die gedwongen zijn zich op de markt te verkopen aan bezitters. Dit is een vorm van vervreemding: de mens wordt vervreemd van zijn aard als homo faber omdat hij behandeld wordt als een machine die weinig bevredigend werk moet doen voor een ander. Deze positie kan worden opgeheven door van arbeiders bezitters te maken.
Het zijn veel "liberalere" noties van vrijheid en gelijkheid die hier terug komen: de arbeiders is onvrij omdat hij gedwongen wordt te werken, waar werken inhoudt dingen doen die je anders niet zou doen. De vrijheid die hier verdedigt wordt is dan ook negatieve vrijheid: de dwang van kapitaalbezitters moet worden afgeschaft. Het type gelijkheid dat onder deze opvatting van socialisme ligt is gelijkheid als gelijk vermogen om vorm te geven aan het eigen leven. De machtsongelijkheid tussen bezitters en arbeiders is onrechtvaardig omdat arbeiders niet in staat zijn om vorm te geven aan het eigen leven.
Socialisme als inkomensherverdeling
Veel hedendaagse linkse, socialistische politiek draait niet zo zeer om de verdeling van productiemiddelen maar om het middel om te consumeren: inkomensherverdeling. Socialisme wordt gereduceerd tot het ongelijker maken van verschillen in inkomens: het bestrijden van `exhibitionistische´ zelfverrijking aan de top en het bestrijden van abjecte armoede aan de onderkant.
Als de hedendaagse Westerse verzorgingsstaat in één ding goed is dat het herverdelen van inkomen: progressieve belastingen, overheidspensioenen, sociale verzekeringen en uitkeringen. Alhoewel armenbelastingen in een lange religieuze traditie hebben (Zakaat in de Islam bijvoorbeeld), is het idee van de verzorgingsstaat ontwikkelt als een middel om het socialisme tegen te houden door conservatieven, bijvoorbeeld door Bismarck, die tussen 1883 en 1889 in Duitsland een aantal sociale ingrepen zoals een overheidspensioen instelde. Tijdens de grote depressie en de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog zijn deze stelsel in heel Europa vaak door sociaal-democraten ingevoerd. Links-liberale filosofen als John Rawls hebben veel gedaan om inkomensherverdeling te rechtvaardigen.
Dit type socialisme ziet het kapitalisme als onrechtvaardig omdat het een ongelijke inkomensverdeling instand houdt en versterkt. In het kapitalisme kunnen mensen die inkomen van hun ouders erven, die harder werken en beter getalenteerd zijn dan anderen meer inkomen verdienen dan mensen zonder erfenissen, (ontwikkelde) talenten of werklust. Zij worden tot abjecte armoede veroordeeld. Armoede ontzegt mensen een fatsoenlijk bestaan.
Dit socialisme beschouwt vrijheid als middelen én rechten. Rechten zonder de middelen om die rechten te gebruiken is betekenisloos. Iemand kan wel het recht hebben om een brood te kopen, maar zonder inkomen heeft hij nog niet de vrijheid om een brood te kopen. Gelijkheid wordt dan begrepen als inkomensgelijkheid, of ten minste een minimum-inkomen dat een maximale hoogte heeft (volgens Rawlsianen).
Socialisme als verlichting
Veel socialisten vinden het herverdelen van inkomen niet genoeg. Zij menen dat het socialisme een verandering van de menselijke natuur moet inhouden. De egoistische mens van het kapitalisme zou moeten worden vervangen door de verlichte, altruistische nieuwe mens van het socialisme. In mindere mate komt dit ideaal terug in het cultuursocialisme dat door onderwijs probeert de gewone man te verheffen, en zo probeert een bepaald beschavingsideaal aan de samenleving wil opleggen.
Het idee om een nieuw soort superieure mens te creeeren behoort niet per se tot het socialisme, het komt terug bij nihilist Nietszche, proto-socialist Rousseau en Christelijke denkers als Spinoza. Dit maakbaarheidsideaal heeft echter wel een grote invloed gehad op het socialisme. Het gaat in principe terug op Marx die geloofde dat de cultuur bepaald wordt door de economische verhoudingen. Als de productiemiddelen in de handen zouden komen van het proleriaat zou, als van zelf, de egoistische cultuur van het kapitalisme ook verdwijnen. Een liberale sympathisant van het socialisme, J.S. Mill meende echter dat een socialistische economie niet kon zonder een nieuw soort arbeider: de arbeiders moesten worden opgevoed, verlicht, verheven.
In de Europese sociaal-democratie keert dit soort denken terug als "cultuur-" of "intellectuelensocialisme", waarvan Jacques de Kadt, Ds. Jan Buskes en Hendrik de Man exponenten in de Nederlandsen zijn In de SDAP en de PvdA hebben dit soort cultuursocialistisme bij vlagen een vruchtbare bodem gevonden (zie Kalma (1994) en dit artikel over het Instituut voor Arbeidersontwikkeling).
Echter dit idee dat het socialisme niet zo zeer een economische maar een culturele revolutie moet zijn vinden we ook op andere plekken: denk aan Mao‘s culturele revolutie, waar de laatste elementen van de bourgeoisie cultuur vernietigd hadden moeten worden. Of de sociale revolutie van 1968 die de verhoudingen tussen man en vrouw, homo en hetero, jong en oud en burger en bestuurder, radicaal veranderde. In Nederland was het Nieuw Links die deze beweging leidde. Maar ook in de hedendaagse Third Way keert dit op een bepaalde manier terug. De Derde Weg streeft niet zo zeer naar eerlijke inkomensverdeling of een zorgzame overheid maar wilt mensen door onderwijs voor bereiden op het leven in een dynamische arbeidsmarkt en een open maatschappij. Anthony Giddens wilt niet de overheid mensen hun levenlang beschermt maar dat de overheid hen leert zichzelf te beschermen: empowerment.
Deze opvatting is kritisch over "cultuur van het kapitalisme" die door egoisme en ongelijkheid wordt gekenmerkt, die pateriarchale, autoritaire maatschappelijke instellingen instandt houdt of afhankelijkheid en slaafsheid koestert.
Al deze verschillende visies van socialisme delen een zelfde soort idee van vrijheid: positieve vrijheid. Positieve vrijheid ziet vrijheid als rationaliteit. Pas als mensen bevrijdt zijn onredelijke angsten, beperkingen en opvattingen is een mens echt vrij. Het is arbitrair wat mensen dan onredelijk vinden. Voor klassieke socialisten, van Marx, via De Man tot Mao zijn egoisme en superioriteitgevoelens onredelijk (voor Nietszche zijn dit juist de redelijke gevoelens). Voor de activisten van 1968 worden mensen beperkt door verouderde ideeen als racisme, paternalisme en gezagsgetrouwheid. Derde Weg socialisten als Giddens willen mensen bevrijden van de afhankelijkheid van de overheid, en in staat stellen om zelf beschikking te nemen over het eigen leven. De linkse, socialistische, stromingen willen mensen dus bevrijden van ongelijke sociale verbanden, van gevoelens van afhankelijkheid en inferioriteit. Hier komt gelijkheid dus terug als "equal respect".
& GroenLinks
Wat heeft een GroenLinkser nou aan al dit commentaar op het socialisme? De eerste twee vormen van socialisme zijn grotendeels afwezig binnen GroenLinks. Arbeiderszelfbestuur is al sinds midden jaren ´70, in mijn ogen onterecht, uit bij de Nederlandse progressief-linkse intelligentsia. GroenLinks houdt houden zich, anders dan de SP, ook niet veel bezig met de centrale rol van de overheid in het sturen van de economie. Misschien alleen om milieu problemen op te lossen, maar zelfs daar hebben we vaak vertrouwen in marktwerking. Herverdeling en verlichting blijven dan over. Halsema zei hier in een campagnefilm in 2003 over:
"In Nederland heeft socialisme steeds meer de smalle betekenis gekregen van zorgen dat de verschillen in inkomens kleiner worden -dat is overigens belangrijk- maar dat is maar een beperkte uitleg van socialisme, want socialisme gaat uiteindelijk om vrij wording van mensen. Je zorgt dat de inkomensverschillen kleiner worden; je zorgt dat de armoede het liefst afwezig en in ieder geval zo klein mogelijk is, zodat mensen meer mogelijkheden hebben, meer van hun leven kunnen maken, en dat is altijd meer dan alleen een groter huis kunnen kopen. Het is altijd meer dan een auto aan kunnen schaffen. Het is keuze mogelijkheden kunnen hebben. Je leven in kunnen richten zoals je dat eigenlijk graag zou willen."
Ze kiest hier dus, wel overwogen voor een ideaal van socialisme herverdeling: het recht om je leven in te richten zoals jij dat wilt moet komen met de middelen omdat ook te kunnen. Echter prominente GroenLinks denkers als Dick Pels, Evelien Tonkens, maar ook, naar alle verwachting Halsema zelf in haar diepgroene cultuurkritische manifest, neigen allemaal naar een veel cultuursocialistischere opvatting van linkse politiek. Hun opvatting van rationaliteit is niet dezelfde als die van Marx, De Man of Mao. Deze is vrijzinnig en vooruitstreven, en is, in het geval van Tonkens vermengt met een interessante vorm van ironie. Het doel lijkt te zijn een ideaal van het goede leven op te leggen aan burgers. Kijk maar naar het nieuwe beginselprogramma, dat zich verzet tegen een consumentistische cultuur en zich inzet voor geengageerd burgerschap. Dat lijkt me dus recht-tegenover: "Je leven in kunnen richten zoals je dat eigenlijk graag zou willen." te staan