Waarom Le Monde schuldig is voor falen van de PVC coalitie

Een editorial in de Franse linkse kwaliteitskrant Le Monde over de Nederlandse politieke situatie en de hele journalistieke wereld wil kunnen laten zien dat ze Frans kunnen lezen (de Trouw, PowNed, JOOP, De Volkskrant). Le Monde stelt dat Nederland (en Belgie) aan populisme leiden: in Nederland hebben de grote partijen het laten gebeuren dat de islamofobe, anti-Europese, egoistische partij van Wilders is uitgegroeid tot een grote macht en nu waren zij gedwongen om met hem te onderhandelen. Wat uiteraard gedoemd was te falen.

Ik denk niet dat het populisme het probleem is dat deze formatie zo moeilijk maakt. De reden daarvoor is volgens mij het onvermogen van de grote, gevestigde partijen om met elkaar samen te werken. De formatie over Paars+ faalde op de onwil van de VVD om samen te werken met de PvdA. De PVC formatie loopt nu spaak op de instabiliteit van het CDA. De laatste serieuze mogelijkheid (een middencoalitie) is uitgesloten door de PvdA.

De vraag is waarom de grote partijen er niet uit kunnen komen. Waarom ze niet in staat zijn om een compromis te sluiten. Dan wel over een linkervariant, een rechtervariant of een centrumvariant. De rek en veerkracht lijkt uit de consensusdemocratie verdwenen te zijn. De regeringspartijen durven geen verantwoordelijkheid meer te nemen.

De reden daarvoor is, denk ik, zulke stukjes als uit Le Monde: de gevestige partijen maken zich grotere zorgen over de opkomst van populistische partijen, de centrumpartijen zijn bang kiezers kwijt te raken aan opkomende extremistische flankpartijen. De VVD wilde niet met de PvdA, D66 en GL omdat ze verwachtte dat zij zonder de PVV bij de volgende verkiezingen een zware afstraffing zou krijgen. De PvdA wil niet zonder D66 en GL onderhandelen over een centrum-variant want zij realiseert zich maar al te goed dat er dan weinig van de partij zou overblijven in 2015.

De positie van het CDA laat het duidelijkst zien dat de gevestigde partijen het steeds moeilijker hebben: na dat ze vrij plosteling de verkiezingen hadden verloren, koos de partij eerst, tegen haar eerste natuur in, voor de oppositie, maar in een tweede formatieronde neigde ze toch voor de macht. Echter toen bleek dat de partij volslagen verdeeld was tussen een rechter- en een centrumlinkse flank. Tussen het denken van “Bouwer & Benoemer” Terpstra en de rechtse neigingen van Verhagen. De partij heeft niet een antwoord op de opkomst van het rechtse populisme. 

De grote, gevestigde, centrunpartijen lijken op konijnen op een snelweg die de truck van het populisme zien aan komen. En ze kunnen maar weinig doen: ze staren in de grote lichten van de truck en zijn ze verstijfd van angst, en dankzij Le Monde, verstijfd van schuldgevoel, en laten ze zich maar al te gemakkelijk aanrijden.

GroenLinks Prisma: op Kunst

Een tijdje geleden introduceerde ik het GroenLinks Prisma, een manier om de visie van GroenLinks op een bepaald onderwerp te onderzoeken en te explicieteren. Na democratie en milieu & gezondheid, nu cultuur. Een onderwerp dat voor GroenLinks'ers (heel) belangrijk is, maar waar er eigenlijk geen visie op is.

  • Rood: de rode visie wil dat iedereen deel kan nemen aan kunst: dat kan als amateur-kunstenaar maar ook als kunstconsument zodat mensen zelf na het werk zich kunnen ontplooien en ontspannen. Kunst is in de eerste plaats mooi, iets waarvan je geniet. Kunstonderwijs moet mensen enthousiast maken voor kunst. Kunstinstellingen moeten toegankelijk zijn voor iedereen, onder andere door het gratis te maken (voor bepaalde groepen). Brede populaire cultuur verdient ook steun van de overheid. Kunst is een sociaal onderwerp dat met name verbonden is met sport en andere vormen van recreatie.
  • Blauw: de blauwe visie stelt dat kunst vrij moet zijn: kunst is een belangrijk onderdeel van vrije, open samenleving. Dat betekent dat de overheid zich bescheiden op moet stellen: alleen als de samenleving zelf te kort schiet dan moet de overheid bijspringen. Daarnaast moet de overheid de  vrijheid van meningsuiting van kunstenaars beschermen. Dat betekent dat topcultuur met hoge kwaliteit die niet zo populair is (bijvoorbeeld opera) gefinancieerd moet worden en dat jonge kunstenaars die experimenteren en vernieuwen, steun verdienen.
  • Groen: in de groene visie moet kunst mensen aan het denken zetten. Kunst moet maatschappelijke vernieuwing ondersteunen: dat kan door de samenleving kritisch te analyseren of door constructief, creatief en innovatief nieuwe ideeen aan te dragen. Toegepaste kunst, design, probeert nieuwe duurzame producten te ontwikkelen en haalt haar inspiratie vaak uit de natuur. Maar het hoeft niet alleen over milieu te gaan. Veel kunstenaars willen graag bijdragen aan een eerlijkere samenleving: maar dat kan gaan over het ontstaan van de massa-samenleving, de plek van vrouwen of over globalisering. Aan allerlei debatten kunnen kunstenaars waardevolle bijdragen leveren

De Groene, Blauwe en Rode visie staan niet tegenover elkaar, op punten zijn er synthese en op andere punten tegenstellingen. Zowel in de Rode en de Groene visie is kunst expliciet gericht op een betere samenleving, door mensen aan het denken te zetten of door mensen te laten ontspannen. Zowel in de Groene en Blauwe visie staan innovatie en vernieuwing centraal, danwel gericht op maatschappelijke vernieuwing (Groen) ofwel op het vernieuwen zelf (Blauw). Maar met name tussen de Rode en de Blauwe visie zijn er sterke tegenstellingen: moet de overheid populaire cultuur ondersteunen of juist topkunst?