Regionale Voorkeursactie: onrechtvaardig, onnodig en tegen de afspraken in

Nadat de strijd tussen de oud-linkse pacifistische stroming en de nieuw-linkse internationalistische stroming op het GroenLinks congres net was afgelopen met een sisser, kwam het volgende conflict al weer op: de Noordelijke Provinciale Statenfracties vroegen min-of-meer toestemming om bij de Eerste Kamerverkiezingen op een regionale kandidaat te mogen stemmen. Dat werd afgewezen door het congres maar als nog presenteerde een der kandidaten Han Warmelink zich als 'Noordelijke' kandidaat. Maar zijn de Noordelijke provincies ondervertegenwoordigd?

Laten we eens uitgaan van de Provinciale Statenverkiezingen van 2007, een redelijke graadmeter van de spreiding van GroenLinks stemmers. (Deze spreiding verschilt niet fundamenteel van de scheiding van GroenLinks kiezes bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2010). Ruim 54% van de GroenLinks kiezers woonde toen in de Randstad Provincies: Utrecht, Noord- en Zuid-Holland. In Noord-Holland alleen al woont 24% van de GroenLinksers. In de Oostelijke provincies, Gelderland, Overijssel en Flevoland woont 19% van de GroenLinks stemmers. In de Zuidelijke provincies (Noord Brabant, Limburg en Zeeland) woont bijna 16% van de GroenLinksers. Slechts 11% van de GroenLinks-stemmers woont in een der Noordelijke provincies (Friesland, Groningen, Drenthe).

PS

En hoe zijn deze provincies vertegenwoordigd? Laten we eens beginnen met de Tweede Kamer. Negen van de tien GroenLinks Kamerleden wonen in Randstad en maar 54% van de GroenLinksers.  Vier van de tien GroenLinks Tweede Kamerleden woont in Noord-Holland, drie daarvan in Amsterdam. Dat is bijna 15% meer dan het aantal GroenLinks stemmers 'rechtvaardigt'. In Zuid-Holland wonen drie van de tien GroenLinks Kamerleden, 19% van de GroenLinks stemmers woont daar. Dat is 12% meer dan het aantal stemmen rechtvaardigt. Ook in Utrecht wonen meer GroenLinks Kamerleden dan stemmers: 12% van de stemmers versus 20% van de Kamerleden. In de rest van het land wonen dus 45% van de GroenLinks stemmers en maar GroenLinks Kamerlid: Ineke van Gent. Opvallend genoeg een kamerlid uit het Noorden. De provincie Groningen heeft 10% van de Kamerleden en maar 5% van de GroenLinks stemmers. Let wel in de drie Noordelijke provincies woont ongeveer 11% van de stemmers: een ruime vertegenwoordiging.

Als we eens kijken naar de Eerste Kamerlijst ontstaat het volgende beeld: bij de eerste vier kandidaat-senatoren, de meest verkiesbare plekken. Een woont in Amsterdam, een woont in Utrecht, een woont in Limburg en een in Gelderland. Als we dit in delen in landsdelen dan zien we dat 55% van de kiezers in de Randstad woont, en twee van de vier eerste kandidaat-senatoren. In het Oosten woont er een en 19% van de eerste vier kandidaat-senatoren. In het Zuiden woont een kandidaat-senator en 16% van de kiezers. En in het Noorden woont geen der vier top-kandidaten en 11% van de kiezers. In die zin is er waar het gaat om de verkiesbare topkandidaten geen probleem.

Als we kijken naar de hele lijst dan is de lijst minder vertegenwoordigend: 67% van de kandidaten woont in de Randstad, en maar 54% van de GroenLinks kiezers: 27% in Noord-Holland (allen in Amsterdam), dat is net meer dan kiezers, 20% in Zuid-Holland, dat is net meer dan kiezers, 20% in Utrecht tegenover 11% van de kiezers. De lijst is dus niet te veel Grachtengordel, maar te veel Oude Gracht. Alle andere provincies lopen dus iets achter: 7% van de kandidaten woont in het Noorden, tegenover 11% van de stemmers. 13% van de kandidaten woont in het Zuiden en 16% van de stemmers. In de oostelijke provincies woont 19% van de stemmers en maar 13% van de kandidaten. Vijf provincies worden niet vertegenwoordigd op de lijst, allen leveren deze minder kiezers dan een plek op de lijst zou rechtvaardigen, behalve Noord-Brabant. Deze situatie is aanzienlijk beter dan de huidige Tweede Kamerfractie. Ik denk niet dat deze situatie een actie van de noordelijke provinciale statenleden vereist. Ze zijn op de lijst aardig vertegenwoordigd.

Een actie van de Noordelijke statenleden gaat dus niet alleen in tegen de goede afspraken die binnen GroenLinks gemaakt zijn en is niet alleen onnodig, gezien de redelijke spreiding van kandidaten op deze lijst. Sterker nog als er een provincie mag klagen over een gebrek aan vertegenwoordiging dan zijn dit niet de meest noordelijke, maar Noord-Brabant waar 9% van de GroenLinks kiezers woont, maar geen van de kandidaten op de Eerste Kamerlijst en geen de zittende kamerleden.

Maar gelukkig is de actie van de Noordelijke provinciale statenleden ook niet heel kansrijk: de wet is veranderd zodat 100% van de stemmen voor een zetel nodig is om een kandidaat met voorkeursstemmen in de Eerste Kamer te krijgen. Hier wordt gebruik gemaakt van een stelsel met gewogen stemmen: ongeveer 2000 stemmen zijn nodig. Als we uitgaan van de score van de laaste provinciale statenverkiezingen (2007), in de drie Noordelijke provincies hebben we nu zeven statenleden: 22% van de statenleden, maar door het stelsel van stemgewichten zijn ze maar goed voor 948 stemmen bij de Eerste Kamer. Kijken we naar de vijf meest noordelijke provincies (Groningen, Drenthe, Friesland, Overijssel en Flevoland) dan zij ze nog maar goed voor 1628 stemmen. En dat is niet genoeg om een hele kiesdeler te halen

Kortom: ongerechtvaardigd, onnodig en tegen de afspraken in.

Catharsis

Vanaf het eerste moment dat Jolande Sap het podium betrad wist ik dat het die dag goed zou komen. Met een luid applaus werd de nieuwe fractievoorzitter van GroenLinks onthaalt. Ze kwam verantwoording voor haar controversiele beslissing over de politietrainingsmissie naar Kunduz af leggen. De nieuwe partijleider nam het applaus onwennig in ontvangst en wilde snel aan haar inhoudelijke betoog beginnen. Maar voor de aanwezige leden was het applaus een catharsis, een zuivering bij voor- en tegenstanders van de opgebouwde wrok over de discussie en de groeiende angst voor een lang uitgesponnen gevecht. De aanwezigen waren het eens of oneens met de beslissing van de fractie om de missie te steunen maar voelden zich allemaal nog steeds betrokken bij GroenLinks, en de groene, sociale en vrijzinnige idealen van de partij.

Er moest nog formele besluitvorming komen: zo hadden de sterkste tegenstanders kritische moties in gediend, waaronder een motie van afkeuring, een groep gematigde tegenstanders hadden een motie van treurnis, eenheid en vertrouwen ingediend en er was een motie van respect en waakzaamheid. Maar de uitslag daarvan was al lang al duidelijk. Er is kritische minderheid binnen GroenLinks. Maar in vergelijking met eerdere congressen was er een interessant patroon: waar er eerder een grote groep GroenLinksers tegen Vrijheid Eerlijk Delen was, de kandidatuur van Leo Platvoet hadden gesteund in 2007, was nu de groep die uitermate kritisch was over het besluit van de fractie om de politietrainingsmissie naar Afghanistan te steunen, kleiner. Steunde nog maximaal 45% de kandidatuur van Platvoet, keerde zo'n 35% van het congres zich tegen Vrijheid Eerlijk Delen of de pensioenplannen van GroenLinks. Nu keurde 25% compromisloos het besluit van de fractie af. De meest fractie-gezinde motie van respect en waakzaamheid kreeg steun van 76% van de leden: dit lijkt er op dat de meest extreme tegenstanders van de politiemissie zo'n 25% van de aanwezige leden vormde. De meerderheid van het congres stond er anders in: de motie van motie van Treurnis, Eenheid en Vertrouwen, die zich tegen de missie keerde, maar de eenheid binnen GroenLinks benadrukte kreeg steun van 52% van de aanwezigen.       

En hiermee wass de kous af in de ogen van het congres: er werd geluncht, een kandidatenlijst voor de Eerste Kamer werd samengesteld, en toen Femke Halsema, de voormalige leider, en Ineke van Gent, de dissident, aan het einde van het congres spraken over een ander onderwerpen maakten ze allebei, na een lang applaus voor hun moedige keuzes, grapjes over de hectiek van de afgelopen weken. Het hoofdstuk "debat over Kunduz" lijkt nu afgesloten. De fractie gaat de uitvoering van de missie controleren, vanuit Den Haag en vanuit hun contacten op de grond. De partij richt zich nu op de provinciale statencampagne, om te strijden voor groene provincies en een linkse senaat.

FISPR: Zuid-Holland bestaat niet

ZH 3:2:2011
Zuid-Holland bestaat niet. Er is een provincie die zo heet, maar dat is toeval. De provincie heeft nauwelijks iets zeggen: de grote steden regelen het zelf wel. Er is geen Zuid-Hollandse gemeenschap, geen Zuid-Hollandse identiteit. En dus is een Zuid-Hollands fispr een gotspe. We kunnen de landelijke ontwikkelingen vertalen naar de Zuid-Hollandse situatie, maar dat is simpel rekenwerk. Want men stemt niet voor de Zuid-Hollandse Staten om provinciale redenen, men stemt voor de Zuid-Hollandse Staten voor landelijke redenen. Uit onvrede met het kabinet, uit bezorgdheid over het klimaat of de natuur, of omdat men zonder file door wil kunnen rijden naar Utrecht.

Zuid-Holland is geen eenheid. Het heeft grote steden als Rotterdam en Den Haag waar de populisme welig tiert. Er loopt een Bible Belt doorheen. En er liggen studentensteden in als Delft en Leiden, waar vrijzinnige partijen het goed doen. Dit ligt allemaal om een Christen-democratisch georienteerd Groene Hart heen. Zo is Zuid-Holland eigenlijk Nederland in het klein.

Maar als provincie stelt het weinig voor: grote gemeenten als Rotterdam en Den Haag stellen zich autonoom op, als kloppend hart van de Randstad wordt veel door het Rijk bepaald, Schiphol, een bron van overlast en werkgelegenheid ligt net over de grens met Noord-Holland. Weinig burgers voelen zich dan ook Zuid-Hollander: je bent geboren Rotterdammer of Hagenees, met passend accent. Als je in Leiden studeert ben je een corpsbal, studeer je in Delft ben je een fietsenmaker. Je komt van Goerree Overflakkee, uit een gesloten Christelijke gemeenschap of uit de bruisende Hindoestaanse gemeenschap in Den Haag. Misschien voel je je Hollander, waarschijnlijk voel je je Nederlander, maar niemand, niemand voelt zich Zuid-Hollander.

En dus kunnen we de landelijke ontwikkelingen doorslaan naar de provinciale situatie, zonder veel acht te slaan op lokale factoren. In vergelijking met 2007 zal het CDA flink verliezen. Maar ook de PvdA en de SP stonden toen sterker dan nu. De PVV zal flink winnen, en ook de progressieve partijen D66 en GL kunnen hun zetel aantal uitbreiden. Maar hoe sterk?

Het CDA zal in Zuid-Holland echt een klap krijgen: zij was met 13 zetels de grootste partij, maar ze houdt er maar vijf over. De VVD neemt haar plek in, met 13 zetels worden de liberalen de grootste partij. Overal in de provincie zal zij domineren: op het platteland waar kiezers op zoek zijn naar een partij die stabiliteit belooft, in de grote steden waar een populistisch rechts verhaal steeds beter aankomt en onder corporale studenten. De SGP, altijd betrouwbaar komt op twee zetels uit.

Ook links krijgt in Zuid-Holland een knauw: de PvdA verliest bijna een derde van haar electoraat, de SP bijna 40%. Ook de ChristenUnie verliest een zetel. Dit wordt gedeeltelijk goed gemaakt door de 'progressieve' linkse partijen: D66 springt van een naar vijf zetels en ook GroenLinks weet een zeteltje erbij te pakken, met name dank zij de lijstverbinding met de PvdA. De Partij voor de Dieren zal wel meer stemmen halen dan in 2007 maar dat weet zich nog niet te vertalen in meer zetels.

Maar dan hebben we grootste winnaar nog overgeslagen: de PVV gaat in een keer van nul naar tien zetels. De reden? Het zal weinig te maken hebben met Zuid-Hollandse factoren. En des te meer met landelijk: onvrede over parlementaire politiek, onveiligheid in verkleurende volkswijken en onbehagen in kleine kerkdorpjes.

Dit artikel verscheen ook op fispr.nl

Religie en Science Fiction

Het is opmerkelijk om te zien dat in een aantal grote science fiction series (Deep Space Nine, Babylon 5, Battlestar Galactica, Dune, Star Wars) religie een centrale rol speelt. Terwijl science fiction zou moeten gaan over de rede, technologische vooruitgang en wat er echt mogelijk is. Toch zie je dat juist het mystieke, het geloof, over goddelijke wezens, wonderen en profetieen.

De Minbari uit Babylon 5 zijn een diep-religieus volk met eeuwenouden tradities. Ze bestaan uit drie kasten: waarvan een de priestersklasse is. De Bajoranen uit Deep Space Nine geloven in de komst van een emissary (gezand) van de prophets (hun goden). De hoofdpersoon van DS9 (Benjamin Sisko) blijkt uiteindelijk die gezand te zijn. In Battle Star Galactica staan zelfs twee geloofsystemen tegenover elkaar: dat van de mensen, die polytheistisch zijn en dat van de Cylons die monotheistisch zijn. Gedeeltelijk is hun strijd een religieuze. En deze strijd is ook al voorspeld in de profetieen van zowel de mensen als de Cylons. In Dune en in Star Wars valt het science fiction element zelfs helemaal weg: het gaat om vreemde werelden met heel andere geloofssystemen. Star Wars is er mysterieuze kracht de force, die de goede Jedi's en de slechte Sith kunnen gebruiken om magische dingen te doen, als telepathie, levitatie of telekinese. In Dune is er ook een religieuze orde met bijna magische geestelijke krachten, de Bene Gesserit.

Er zit een zekere tegenstelling in: geloof is vaak heel traditioneel. Geloof legt vaak beperkingen aan technologische vooruitgang: aan klonen, medisch onderzoek of genetische manipulatie. Geloof legt de nadruk op het mystieke, het onkenbare en niet op het rationele of het onkenbare.  Het lijkt alsof geloof meer past in een pre-moderne, middeleeuwse samenleving, dan de hypermoderne samenleving van science fiction. Je kan natuurlijk een mooie tegenstelling tussen mensen van de wetenschap en mensen van het geloof. Je kan de wetenschap van science fiction natuurlijk alleen begrijpen in de tegenstelling met het geloof.

Maar ik denk dat de relatie tussen science fiction en geloof nog complexer is. Hoe kan geloof eruit zien in science fiction? Er zijn denk  dat er twee mogelijke varianten zijn: aan de ene kant gaat science fiction om vreemde werelden die we niet kennen: waar hele andere samenlevingen, culturen of wezens zijn. Een manier waarop een samenleving 'anders' kan zijn dan de moderne cultuur van de rationele wetenschappers uit science fiction is door gelovig te zijn: de Minbari uit Babylon 5, de Bajorans uit Deep Space Nine, de uit Battle Star Galactica zijn uiteindelijk religieuze culturen die juist daardoor veraf staan van de hypermoderne samenlevingen van de mensen, zonder daarmee per se als primitief over te komen. Want weten we van vreemde culturen hierop aarde? Dat zijn volkeren met andere geloofssystemen, andere tradities, andere religies dan de onze. Eeuwenoude, religieuze culturen met andere wereldbeschouwingen en tradities. Het gaat om anders, alternatief, alien. Een aspect van science fiction is contact met het onbekende, het vreemde: en voor zo ver als wij dat kunnen reconstrueren is met een ander geloof.

Er is ook tweede mogelijkheid: science fiction gaat uiteindelijk over het begrijpen van de wereld. Wat voor sommige mysterieuze ervaringen zijn, zijn in science fiction begrijpelijke fenomenen. De Goden van de Bajoranen zijn, zijn voor de mensen uiteindelijk machtige energiewezens. Een profetie is uiteindelijk niet meer dan de booschap van een tijdreizigers, wat een wonder is, is te begrijpen door techno-babble. Daar ligt een klassiek science fiction theorema onder: any sufficiently advanced technology is indistinguishable from magic. In een aantal science fiction verhalen maken technisch geavanceerden hier ook gebruik van: zij passen de techniek toe om over te komen als goden op primitievere volkeren. Dat is geloof ik ook het idee van Star Gate, (maar dat heb ik nooit gezien). Geloof is dan uiteindelijk een vorm van manipulatie. Profetie een manier om een samenleving te sturen. De Vorlons uit Babylon 5 zijn hier het mooiste voorbeeld van: zij gebruiken hun geavanceerde technieken om de jongeren volkeren te manipuleren. Zij sturen zo de loop van de geschiedenis met het oog op hun grote strijd tussen de Vorlons (orde) en de Shadows (chaos).

Aan de ene gaat science fiction dus over het reizen naar andere, vreemde samenleving, first contact with alien planets. Een ander geloofsstelsel kan hier een onderdeel van vormen van zo'n vreemde andere samenleving. Aan de andere kant gaat science fiction over vooruitgang, en als die vooruitgang maar ver genoeg gaat dan is er geen verschil meer tussen techniek en wonderen.