Het is net meer dan een jaar geleden, maar de verkiezingen van 2010 blijven een bron van wetenschappelijke inspiratie. De Kiesraad zette recentelijk de uitslag van de verkiezingen online. Mooie data om te kijken wat voor'n patronen er in het stemgedrag zitten. Ik wil hier kijken naar de vraag wat de geografische patronen zijn in stemgedrag: wonen mensen die op verschillende partijen stemmen in verschillende plaatsen?
Als we alle stemmingsdata (alle partijen, alle gemeente) in een correspondentie analyse zetten, zien we het volgende patroon (figuur 1): de centrale tegenstelling in het stemgedrag is tussen de SGP (en in mindere mate de CU) en de andere partijen. Kortom: in Urk stemmen mensen anders dan in Tubbergen en Amsterdam. Interessant is te zien dat er een kleine Evangelische Partij Nederland is tussen Amsterdam en Urk. Deze kleine Christelijke partij trekken stemmen in de Bijlmer en de Biblebelt! Er deden ook drie kleine spirituele partijen mee: Mens en Spirit deed het met name goed in VVD-gemeenten. Nieuw Nederland met name in PvdA-gemeenten. En Heel Nederland met name in PVV-gemeenten.
Maar misschien zijn deze kleine partijen voor niemand interessant. Kunnen we daarom de kleine partijen die geen kans maken niet gewoon uit de analyse gooien? In Figuur 2 heb ik dit gedaan: opvallend genoeg maakt dit weinig uit. De tegenstelling tussen de SGP (2 zetels) en de andere partijen (148) zetels blijft dominant. Binnen de andere partijen is er een grote tegenstelling tussen GL/D66/PvdA/PvdD in de linkerbovenhoek en VVD/PVV/SP/CDA in de linkeronderhoek. Deze links-progressieve partijen staan tegenover de rest: de rechts-conservatieve en de links-conservatieve partijen.
Laten we daarom de CU en de SGP eens uit de analyse gooien, om de dynamiek tussen de grote partijen verder uit te zoeken. Figuur 3 laat zien dat er twee belangrijke dynamieken zijn: opnieuw staan GL/PvdD/PvdA/D66 in een hoek. Maar D66 staat dichterbij de VVD, en de PvdA staat dichterbij SP en PVV (die een eng identieke positie innemen). De PvdA lijkt qua stemgedrag meer op de populistische SP en PVV. D66 lijkt meer op de rechts-liberale VVD. Tegenover de links-progressieve partijen staat het CDA. Deze overlapt dus electoraal met VVD en PVV/SP. Het is dus een rechtse volkspartij.
De positie van het CDA is lastig te begrijpen: want eigenlijk doet deze partij het met name goed op het (katholieke) platteland, waar de andere partijen sterker staan in de stad. Wat als we het CDA eruit gooien? Dan krijgen we figuur 4: dit is een van de mooiste patronen in stemgedrag die ik jaren heb gezien. Er is hier een sterke dynamiek te zien tussen de VVD en de rest. Dit lijkt een links/rechts dynamiek te zijn, met D66, de PvdD en de PVV in een middenpositie, en GL, PvdA en SP aan de linkerkant. Een tweede dynamiek is tussen GL en D66 aan de ene kant en SP en PVV aan de andere kant, de PvdA en de PvdD nemen hier een middenpositie in. Dit lijkt de hedendaagse klassieke dynamiek tussen progressieve-hervormingsgezinde partijen en conservatieve-populistische partijen. Het PvdA electoraat neigt aan de ene kant naar GL en D66, aan de andere kant naar SP of PVV.
Er hier echter wel in hoge mate sprake van constructie. In het naieve, ongecorrigeerde model is een heel andere dynamiek waarneembaar dan in figuur 4. Dat is een dynamiek die wel waarneembaar is in het stemgedrag maar niet per se als eerste naar bovenkomt. Het is de vraag in hoeverre je bij dit soort inductieve modellen, je kan, mag en moet corrigeren, om interessante patronen waar te nemen.