Modellen van Stemgedrag

Het is net meer dan een jaar geleden, maar de verkiezingen van 2010 blijven een bron van wetenschappelijke inspiratie. De Kiesraad zette recentelijk de uitslag van de verkiezingen online. Mooie data om te kijken wat voor'n patronen er in het stemgedrag zitten. Ik wil hier kijken naar de vraag wat de geografische patronen zijn in stemgedrag: wonen mensen die op verschillende partijen stemmen in verschillende plaatsen?

Figure 1-4

Als we alle stemmingsdata (alle partijen, alle gemeente) in een correspondentie analyse zetten, zien we het volgende patroon (figuur 1): de centrale tegenstelling in het stemgedrag is tussen de SGP (en in mindere mate de CU) en de andere partijen. Kortom: in Urk stemmen mensen anders dan in Tubbergen en Amsterdam. Interessant is te zien dat er een kleine Evangelische Partij Nederland is tussen Amsterdam en Urk. Deze kleine Christelijke partij trekken stemmen in de Bijlmer en de Biblebelt! Er deden ook drie kleine spirituele partijen mee: Mens en Spirit deed het met name goed in VVD-gemeenten. Nieuw Nederland met name in PvdA-gemeenten. En Heel Nederland met name in PVV-gemeenten.

Maar misschien zijn deze kleine partijen voor niemand interessant. Kunnen we daarom de kleine partijen die geen kans maken niet gewoon uit de analyse gooien? In Figuur 2 heb ik dit gedaan: opvallend genoeg maakt dit weinig uit. De tegenstelling tussen de SGP (2 zetels) en de andere partijen (148) zetels blijft dominant. Binnen de andere partijen is er een grote tegenstelling tussen GL/D66/PvdA/PvdD in de linkerbovenhoek en VVD/PVV/SP/CDA in de linkeronderhoek. Deze links-progressieve partijen staan tegenover de rest: de rechts-conservatieve en de links-conservatieve partijen.

Laten we daarom de CU en de SGP eens uit de analyse gooien, om de dynamiek tussen de grote partijen verder uit te zoeken. Figuur 3 laat zien dat er twee belangrijke dynamieken zijn: opnieuw staan GL/PvdD/PvdA/D66 in een hoek. Maar D66 staat dichterbij de VVD, en de PvdA staat dichterbij SP en PVV (die een eng identieke positie innemen). De PvdA lijkt qua stemgedrag meer op de populistische SP en PVV. D66 lijkt meer op de rechts-liberale VVD. Tegenover de links-progressieve partijen staat het CDA. Deze overlapt dus electoraal met VVD en PVV/SP. Het is dus een rechtse volkspartij.

De positie van het CDA is lastig te begrijpen: want eigenlijk doet deze partij het met name goed op het (katholieke) platteland, waar de andere partijen sterker staan in de stad. Wat als we het CDA eruit gooien? Dan krijgen we figuur 4: dit is een van de mooiste patronen in stemgedrag die ik jaren heb gezien. Er is hier een sterke dynamiek te zien tussen de VVD en de rest. Dit lijkt een  links/rechts dynamiek te zijn, met D66, de PvdD en de PVV in een middenpositie, en GL, PvdA en SP aan de linkerkant. Een tweede dynamiek is tussen GL en D66 aan de ene kant en SP en PVV aan de andere kant, de PvdA en de PvdD nemen hier een middenpositie in. Dit lijkt de hedendaagse klassieke dynamiek tussen progressieve-hervormingsgezinde partijen en conservatieve-populistische partijen. Het PvdA electoraat neigt aan de ene kant naar GL en D66, aan de andere kant naar SP of PVV.

Er hier echter wel in hoge mate sprake van constructie. In het naieve, ongecorrigeerde model is een heel andere dynamiek waarneembaar dan in figuur 4. Dat is een dynamiek die wel waarneembaar is in het stemgedrag maar niet per se als eerste naar bovenkomt. Het is de vraag in hoeverre je bij dit soort inductieve modellen, je kan, mag en moet corrigeren, om interessante patronen waar te nemen.

ChristenUnie & GroenLinks: Policy, Votes of Office

Waarom praten ChristenUnie parlementariers zo weinig over abortus, euthanasie en het homo-huwelijk? Dat laat toch zien dat Nederland in moreel verval is? Het is toch wetgeving die ze liever vandaag dan morgen omdraaien? Waarom heeft GroenLinks van die "rechtse" opvattingen over de arbeidsmarkt, het ontslagrecht, de WW, en de pensioenen? Waarom staat zij niet samen met haar linkse collega's van SP en PvdA op de bres voor de verworven rechten van werknemers?

Je kan zulke bewegingen op drie manieren verklaren. In de klassieke typologie van Strom kunnen politieke partijen drie doelen na streven: policy (beleid), votes (stemmen) of office (kabinetsposten). Dus je kan zeggen dat GroenLinks en de ChristenUnie hun standpunten hebben aangepast omdat ze over tijd hadden geleerd dat andere middelen beter waren om hun idealen te realiseren: voor GroenLinks gold dat ze het op wilde nemen voor de flex-werkers, de jongeren, de ZZP'ers, die nu buiten de muren van de verzorgingsstaat staan. Het doel van eerlijk delen bleef, maar in plaats van het verdelen van inkomen tussen rijk en arm, gaat het nu om het verdelen van rechten tussen insiders en outsiders. En de ChristenUnie streeft nog steeds naar een morele samenleving. Echter ze accepteert nu dat getrouwde homo's daarbij horen. Door een beter jeugd- en gezinsbeleids te voeren probeert ze abortussen te voorkomen en kinderen uit homo-huwelijken op het rechte pad te houden.

Maar misschien vind je de draaien net iets te opzichtig, net iets te strategisch ruiken en met name een net iets te grote breuk met het verleden. Misschien dat de partijen proberen hun standpunten te matigen om meer kiezers te trekken. Voor de ChristenUnie valt daar heel wat voor te zeggen: als moderne gezinspartij trekt ze waarschijnlijk meer twijfelende CDA'ers over de lijn dan als orthodoxe anti-abortuspartij. Maar het is wel een gok: aan de andere kant staat de SGP klaar om alle Christenen die de CU te gematigd en progressief vinden, op te vangen. Voor GroenLinks is dit minder overtuigend: GroenLinks is misschien meer naar het midden geschoven, en daar zou je zeggen, zijn meer kiezers. Echter de meeste kiezers in Nederland zijn centrum-links en willen niets weten het afschaffen van verworven rechten op het gebied van WW of AOW. En terwijl de SP net meer dan 15 zetels twijfelende PvdA'ers had binnen gesleept, (we spreken 2006) met het SP-verhaal over het behouden van de verzorgingsstaat, zou GroenLinks om electorale redenen afstand hebben genomen van de SP-lijn? Dat zou wel absurd dom zijn.

Wat in beide gevallen veel aanneemlijker is, is dat de partijen regeringsmacht willen. In hun campagne anticiperen ze al op de formatie. De ChristenUnie realiseerde zich dat er geen Christelijke meerderheid is in Nederland. Door alleen maar te focussen op het afschaffen van abortus, euthanasie en het homo-huwelijk, zou zijn geen aantrekkelijke partner worden voor de PvdA of de VVD. Dus daarom praten ze graag over gezinsbeleid, over duurzaamheid en over "ontspannen om gaan met verschillen". Dat sluit prima aan bij het groene, sociale en progressieve programma van de PvdA. In de campagne van 2006 anticipeerde de CU heel knap op de formatie die er na zou komen. Het programma was herschreven zodat het naadloos tussen het christen-democratische verhaal van het CDA paste en het sociaal-democratische verhaal van de PvdA maar met genoeg karakteristieke ChristenUnie punten om "binnen te halen". Zelfs het eigen gekozen label "Christelijk-sociaal" liet zien hoe op zichtig ze hengelden naar een positie tussen PvdA en het CDA. En ik moet het ze nageven. Dat is prima gelukt! Voor het eerst stonden en er tussen 2007 en 2010 CU-mannen en vrouwen aan het stuurwiel van de staat.

GroenLinks realiseert zich maar al te goed dat een linkse coalitie in Nederland niet gaat lukken. Een stabiele meerderheid voor alle partijen links van het CDA zit er gewoon niet in. Dus zal GroenLinks als zij wil regeren, na moeten denken over een coalitie met rechtse partijen: dat kan een Paars+ coalitie zijn (VVD-PvdA-D66-GL) of een Roti-coalitie (VVD-CDA-D66-GL). In beide gevallen moet je dus regeren met de VVD. Dus heeft de GroenLinks top -bij wijze van spreken- het VVD programma hebben gepakt en hebben gekeken op welke punten ze zonder te veel schade al in het programma concessies konden doen aan de liberalen: de VVD is dol op bezuinigen (dus begint GroenLinks over efficientie in de overheid), de VVD wil een flexibelere arbeidsmarkt (dus begint GroenLinks over de hervorming van de WW en het ontslagrecht) en de VVD gaat op een GroenRechtse koers (dus hebben wij het graag over groene innovatie die werk en welvaart oplevert). En geef GroenLinks eens ongelijk: je kan zoals de SP in 2006 deed wel een grote verkiezingsoverwinning boeken, maar als je buiten de formatie blijft, dan kan je weinig met al die zetels. GroenLinks kwam erg dichtbij in de zomer van 2010. Het was die zes-en-zeventigste zetel van rechts die uiteindelijk een Paars+ coalitie voorkwam.

Het heeft, kortom, in een land met meerdere partijen en een open formatie geen zin om partijen alleen maar te zien als vote-maximizers of policy-persuers. In Nederland nemen partijen al voor de formatie de kleuren aan van hun potentiele coalitiepartners omdat ze mee willen regeren.

Kunst & Kunstenaarschap

Met enige regelmaat heb ik op dit weblog mijn onbegrip over kunst gedebiteerd: over specifieke films of toneelstukken of kunstsubsidie. Een ding fascineert me bijzonder aan kunst: kunstenaarschap. Wie is een kunstenaar? Wie is de kunstenaar die hoort bij welk kunstwerk?

In schilder- of beeldhouwkunst lijkt het heel simpel: er is een schilder die verft een beeltenis op een stuk papier, er is een beeldhouwer die slaat een beeld uit een stuk steen. Die kan vervolgens zijn naam zetten in de hoek van het schilderij of op het beeld. Dat is natuurlijk niet helemaal waar: veel schilders, zeker in de middeleeuwen en de vroeg-moderne tijd hadden leerlingen in dienst die veel van het schilder- en beeldhouwwerk deden. En lange tijd bleven werken ongesigneerd. Voor sommige werken is het daarom gissen wie de schilder is: het heeft de pennenstreken van een grote meester, maar is het werk niet van een van zijn leerlingen?

Maar voor toneel en muziek is de zaak complexer: een componist en een toneelschrijver zijn zeker kunstenaars. Net als een schilder en een beeldhouwer componeren zijn een kunstwerk. Maar een acteur en een musicus zijn ook een kunstenaar. Zelfs als zij een werk van een ander uitvoeren dan zijn het kunstenaars: in de uitvoering leggen ze een deel van hun kunstenaarschap. Door een zin net zo uit te spreken, door de manier van spelen, door de juist toon te raken, toont een musicus of een acteur zich kunstenaar. En toch: een musicus wordt gedirigeerd, een acteur wordt geregiseerd. Ze zijn slechts schaakstukken in het spel van een ander, die zich dan weer  grotendeels aan het spelplan moet houden van een derde. En toch zijn zij allemaal kunstenaar: de toneelschrijver-componist, de regisseur-dirigent en de acteur-musicus.

Maar vergelijk het eens met een gebouw. Dat is ook soms een kunstwerk. Daarbij is de architect een kunstenaar. Maar de opzichter die de rol speelt van de dirigent of de regisseur niet. En zeker de werklieden die het gebouw in elkaar zetten niet. Maar zij hebben de rol van acteurs en musici. Leggen zij niet ook niet een deel van hun ziel en zaligheid in hun werk? Kunnen zij niet trots zijn op hun werk? En als deze vergelijking te ver gaat: waarom is de lichtman of -vrouw bij een toneelstuk geen kunstenaar, maar de acteurs wel? Ze volgen toch allemaal de instructies van de regisseur? Waarom zijn sommigen wel kunstenaar en andere niet? Hoe kan je dat bepalen? 

Links en Rechts: ChristenUnie en SGP

Het lijkt een beetje een curiosum voor seculieren: de breuk tussen de ChristenUnie en de SGP. Maar het is uitermate significant als je wil begrijpen wat de dominante tegenstellingen zijn in de Nederlandse politiek.

De eerste breuk vond plaats in het Europees Parlement. Sinds 1984 werkten de CU (en de partijen die daarin samengingen) en de SGP samen in een delegatie en een Euroskeptische Europese fractie. In 2009 namen de partijen deel aan de verkiezingen met een lijst, maar gingen ze hun gescheiden wegen. De "Christelijk-sociale" CU gingen samenwerken met de centrum-rechtse, Euroskeptische Britse Conservatieve Partij in de Europese Conservatieve en Hervormers. En de SGP ging samenwerken met de populistisch rechtse Deense Volkspartij, Italiaanse Lega Nord en Ware Finnen. Onder de breuk lag echter grotere problemen, zoals de samenwerking van de CU in het centrum-linkse kabinet Balkenende-IV en de grotere rol voor vrouwen in de CU. De verkiezing van de Eerste Kamer versterkte de breuk. De derde CU-kandidaat (Simone Kennedy) wachtte tevergeefs op stemmen vanuit de SGP. De jarenlange samenwerking van de CU en de SGP in de Eerste Kamer door lijstverbindingen en gezamenlijke woordvoerdschappen kwam daarmee tot een einde.

De reden voor de breuk is natuurlijk de relatie met het kabinet. De ChristenUnie behoort tot de oppositie, terwijl de SGP een gedogende rol ten opzichte van het kabinet heeft. Hierbij komen nog eens de posities van CU en de SGP over de drie I's die de politieke agenda beheersen: integratie, Islam en immigratie. De SGP ziet de Islam als een gevaar voor de Nederlandse cultuur, de ChristenUnie ziet de vrijheid van godsdienst als een belangrijke Nederlandse waarde. De SGP wil de Islam beperken, de CU wil ontspannen omgaan met verschillen. De SGP wil het lastiger maken voor migranten om naar Nederland toe te komen, de ChristenUnie wil de deur voor asielzoekers open houden. Maar ook op sociaal-economische onderwerpen (bezuinigingen, hervormingen) oriënteert de ChristenUnie zich op links en de SGP op rechts. Ook op een onderwerp als het milieu kiest de ChristenUnie voor ecologische duurzaamheid en de SGP voor economische groei.

Waarom is dit belangrijk? De reden hiervoor is dat sinds de jaren '80 de SGP, GPV en RPF sterk op elkaar lijken in termen van politieke posities zowel in het parlement en als in de electorale arena. Terwijl het CDA steeds seculierder werd, bleven de CU en de SGP een heldere Christelijke koers varen. Niet links, niet rechts, maar Christelijk. Zo bleef er een religieus-seculier tegenstelling in de Nederlandse politiek bestaan. Nu de ChristenUnie en de SGP uit elkaar groeien qua politieke positionering, is dit een teken van en heeft dit tot gevolg dat de Nederlandse politiek eendimensionaler wordt. De antithese die sinds 1879 posities van politieke partijen structureerde heeft sterk aan waarde verloren. Op het numerieke hoogtepunt (1933) waren er zeven Christelijke partijen in de Tweede Kamer: de brede Katholieke RKSP, de links-Katholieke RKVP, de Gereformeerde ARP, de Hervormde CHU, de orthodox-Gereformeerde SGP en de progressief Protestante CDU en de orthodox-Hervormde HGS, De mainstream Christelijke partijen fuseerden tot het CDA. De orthodoxe kant werd verbreed met de Vrijgemaakte GPV en de meer evangelische RPF, die later fuseerden tot ChristenUnie. Terwijl het CDA langzaam deconfessionaliseerde en zich steeds meer op rechts oriënteerde, bleven de CU en de SGP een helder Christelijk signaal uitzenden. Maar nu is er van verwantschap tussen de orthodoxe Christenen is geen sprake meer. De ChristenUnie behoort tot de linkse oppositie, de SGP tot de rechtse gedoogpartijen.

De brede links/rechts-tegenstelling die de Nederlandse politiek structureert heeft nu ook de laatste twee orthodox Christelijke dorpjes veroverd.

EHEC, De Risico-Maatschappij en Groene Politiek

Groene politiek gaat over de lange termijn: klimaatverandering beinvloedt pas de volgende generatie, de zee is pas over 50 jaar leeggevist en radio-actief materiaal levert nu wat energie op maar is eeuwenlang gevaarlijk. Daarmee staat groene politiek veraf van de belevingswereld van de kiezer. Groene partijen stellen abstracte lange termijnvragen over onze energie- en voedselvoorziening. Er zijn een paar groene kiezers die uit post-materialisme kiezen voor het milieu. Maar groene rampen kunnen kiezers wijzen op de acute en pijnlijke gevaren die onze onduurzame levensstijl heeft voor onze leefomgeving.

Nog geen twee weken geleden sprak Femke Halsema over het effect van de "globale risico-maatschappij" op de politiek. En nu is het duidelijk te zien. De uitbraak van EHEC in Duitsland is een uiting van onze hedendaagse risico-maatschappij: een levensgevaarlijk risico dat het gevolg lijkt te zijn van de moderne techniek (bacterien worden resistent van een overgebruik van antibiotica), mensen van alle achtergronden raakt, en dat mondiale gevolgen heeft. En dat net na gebeurtenissen in Fukushima die weer eens hard wezen op de risico's van kernenergie.

Voedselveiligheid is een goed thema voor Groenen om hun problematiek dringend en dwingend te maken. Niets voor niets dat in Duitsland door Groenen het ministerie van Consumentenzaken, Voedselveiligheid en Landbouw opgericht. In Belgie zagen we in 1999 helder wat de electorale gevolgen kunnen zijn van direct waarneembare groene crises. De dioxinecrisis (een crisis over vervuild vlees) kwam daar net voor de verkiezingen uit. Samen wonnen de twee Groene partijen (Ecolo en Agalev) meer dan 14% van de stemmen -een ongekend goede score voor groenen in een nationale verkiezing- ten koste van de gevestigde sociaal- en Christen-democratische partijen. Zeker als het gepaard met een groot bestaand wantrouwen ten opzichte van de bestaande regeringspartijen, kan een ramp kiezers mobiliseren om op groene partijen te stemmen. 

In Duitsland hebben de Groenen een grote overwinning geboekt omdat door Fukushima voor veel kiezers een groen thema de doorslag geeft: niet alleen doet de partij het goed in de peilingen maar bij deelstaatsverkiezingen in Baden-Wuerttemberg haalde de partij meer stemmen dan de socialisten en leveren ze nu de premier. Echter het succes van deze partij is nu zo groot dat het zich zelf opeet: het conservatief-liberale kabinet in Duitsland heeft besloten om te stoppen met kernenergie. Nu er geen massaal protest meer nodig is tegen kernenergie zouden de Groenen terug kunnen vallen: het laat mooi zien dat beleidssucces en electoraal succes niet altijd hand in hand gaan.

Corroderend cultuurpessisme versus het verlichte vooruitgangsideaal

Je hoort het steeds vaker, en toch het meeste van bejaarden. Vroeger was alles beter. Toen hingen jongeren niet in de wijk, toen werd er geen afval op straat gegooid of rommel gemaakt. Toen ruimde we dat gewoon op en werkte iedereen hard. Het gaat alleen maar achteruit in dit land.

Dit doorbreekt een kernwaarde van de moderne samenleving: het ideaal van vooruitgang. De constatering dat de huidige tijd beter is dan wat er was. Dat we door technologische innovatie en culturele vernieuwing rijker, vrijer en gelukkiger worden. En het zekere vertrouwen dat de toekomst beter zal zijn dan vandaag. Dat is de kern van het verlichtingsideaal. Onze moderne cultuur is gestoeld op innovatie en emancipatie opdat de volgende generatie vrijer zal zijn dan de vorige. Dat zijn de drijvende krachten van onze cultuur: een vertrouwen in vooruitgang en verlangen naar vernieuwing. Het adagium "Sterft gij oude vormen en gedachten." dat is de kern van onze verlichte samenleving.

Door het ideaal te propageren dat vroeger alles beter was, snijdt men juist de culturele verbinding tussen ons en vorige generaties door. Vervangt men ons verlichte vooruitgangsideaal door een middeleeuws geloof in tradities en behoud van gewoonten. Vroeger was alles beter dan vandaag. En we kunnen ons alleen maar zorgen maken over de dagen die komen gaan. Als dat zo doorgaat, acht ik het niet onwaarschijnlijk dat onze samenleving langszaam terugvalt naar een middeleeuwse staat: dat de vikingen onze kustdorpen binnen vallen, dat slechts een op de tien kinderen de volwassen leeftijd zal bereiken, dat Nederland uitelkaar valt in tegenelkaar strijdende bisdommen, graafschappen en steden, en dat de straat vol ligt met afval, etenresten en pestlijken doe uit het raam zijn gegooid.

Kort samengevat: vroeger was alles beter want toen was er nog geen corroderend cultuurpessisme alleen maar een verlicht vooruitgangsideaal.

Wes Anderson: Extraordinarily Quirky

"When one man, for whatever reason, has an opportunity to lead an extraordinary life, he has no right to keep it to himself"

Ik ben een groot fan van de films van Wes Anderson. De Amerikaanse filmmaker maakt films die met een woord te beschrijven zijn "quirky": de karakters zijn allemaal excentriek, ze hebben al jong grote talenten of grote dromen, al hun onderlinge familie- en liefdesrelaties zijn dysfunctioneel. Dat maakt de films tragisch, komisch en absurdistisch tegelijkertijd.

Dat wordt gecombineerd met een aantal terugkerende stijlkenmerken een herhaling van acteurs in verschillende films  (Owen Wilson speelt in alle films), close ups, duikscenes, muziek uit de jaren '70. Mijn grootste favoriete stijlfiguren zijn de korte staccato dialogen: mensen communiceren nauwelijks met elkaar, nauwelijks reageren op de gebeurtenissen om hen heen.

Anderson heeft zes bijzondere films gemaakt. In deze films komen een aantal thema's terug: excentrieke, ongewone mensen met excentrieke ongewonen dromen. Veel karakters willen een bijzonder level leiden of doen dat al en houden dat niet voor zich zelf. In Bottle Rocket hebben twee broers de droom om meestercriminelen te worden. In The Life Aquatic heeft een filmmaker nog maar een droom over zijn Moby Dick verslaan, een jaguar shark. In Darjeeling Limited neemt een broer zijn broers mee op een spirituele reis naar India. In The Fantastic Mr. Fox volgt een zoon zijn vader in diens grote droom: een meesterdief worden.

Meer nog dan een droom iets te doen of ergens naar toe te gaan hebben de figuren allemaal de droom om een betere relatie te hebben met hun familie. Alle families in de films van Wes Anderson zijn dysfunctioneel: ouders die niet met elkaar communiceren, scheidingen, broers die uit elkaar groeien, maar toch op zoek zijn naar contact met elkaar. In de eerste scene in Bottle Rocket haalt een broer zijn andere broer uit een gekkenhuis. Het plan om meestercrimineel te worden is met name een manier voor de broers om een gezamelijk doel te hebben. In Rusmore ontkent de hoofdpersoon voortdurend zijn vader (een kapper), hij is op zoek naar een interessanter leven waarin zijn vader neurochirurg is. The Royal Tenenbaums gaat over een gescheiden vader die op zoek is naar contact met zijn kinderen. Zijn ex-vrouw weigert dat en alleen door te liegen dat hij stervende is, kan hij zijn kinderen en kleinkinderen opnieuw spreken. Ondertussen is een van zijn zoons bezig om een relatie te beginnen met zijn (geadopteerde) zus. In The Life Aquatic gaat een verloren gewaande zoon samen met zijn hervonden vader op haaienjacht. Op zoek naar contact met zijn vader. Als hij is omgekomen, komt zijn vader erachter dat het zijn zoon niet kon zijn. In Darjeeling Limited gaan drie broers, na de dood van hun vader, op zoek naar hun moeder die als non leeft in India. In The Fantastic Mr. Fox verstoort de komst een neefje de relatie tussen een zoon en zijn vader. En probeert de zoon alles te doen om door zijn vader gewaardeerd te worden. Een droom van betere relatie tussen vader en zoon, tussen broers onderling drijft veel karakters.

Veel kinderen of hun ouders zijn ook allemaal heel getalenteerd. Het is dus zeker te verwachten dat deze mensen een ongewoon leven zullen gaan leiden: het hoofdpersoon in Rushmore is als schoolgaande jongen al een veelkunner: een gewaardeerd toneelschrijver, kalligrafist, activist, schermer etc. De kinderen in The Royal Tenenbaums zijn ook wonderkinderen, de dochter is al jong een gewaardeerd toneelschrijver (ziet u een patroon?), een zoon is al jong een top-tennisser en een zoon is al jong een veel verdienende financieel analyst. De vader uit The Life Aquatic is een gewaardeerde maker van films over het zeeleven. De vader uit the Fantastic Mr. Fox is een meesterdief.  

En toch missen veel van deze mensen ook belangrijke talenten: zijn bijvoorbeeld bijna allemaal niet getalenteerd in de liefde. Een broer uit Bottle Rocket wordt verliefd op een spaanstalige schoonmaakster. Het feit dat ze elkaar taal niet spreken zorgt er volgens hem voor dat hun relatie er beter op wordt. In Rushmore staat een driehoeksrelatie centraal tussen een excentrieke leerling, zijn 50 jaar oudere beste vriend en een middelbare schooldocente. In The Royal Tenenbaums zijn de ouders gescheiden, maar beginnen twee van hun kinderen in het geheim, wijfelend een affaire met elkaar In The Life Aquatic strijden een vader en een zoon om de liefde van een journaliste die al zwanger is van een ander. Darjeeling Limited opent met een korte film die gaat over de dysfunctionele relatie van een van de twee broers.

Altijd tot in de puntjes ambachtelijk gemaakte films met een herhaling van stijlkenmerken, maar ook van verhaallijnen: uiterst getalenteerde, excentrieke mensen met ongewone dromen die langszaam en wijfelend op zoek gaan naar de warmte van liefde en familie.

Homo’s niet zo Mokken!

De International Lesbian-Gay Alliance publiceerde 17 Mei een overzicht van wat de juridische bescherming van Homo's, Lesbienne's, Bisexuelen en Transgenders is in verschillende Europese landen. Nederland is niet het meest roze land van Europa. Sterker nog, Nederland heeft een gedeelde derde plek. Na het Verenigd Koninkrijk (het meest roze land van Europa), Spanje en Zweden, komt Nederland in dezelfde categorie als Belgie, Duitsland, Noorwegen en Portugal. Maar klopt het? Is Nederland minder roze dan het Verenigd Koninkrijk? En wat kunnen we daar aan doen? Wederom, een roze methodologisch onderzoek! (Met inhoudelijke conclusies!)

IGLA

De centrale vraag is wat een schaal is. Een schaal is meer dan een verzameling van items met een thematische verwantschap. Een schaal is bedoeld om een latent concept te meten. Dat betekent dat in het patroon van de antwoorden van de landen in dit geval een structuur is: sommige landen zijn homo-vriendelijke, andere zijn homo-onvriendelijk. Dus landen die het homo-huwelijk legaliseren, moeten ook transseksuelen toe staan van geslacht te veranderen, of landen die gay prides verbieden moeten geen anti-discriminatie wetten hebben.

De mensen van het ILGA hebben geprobeerd zo'n structuur aan te brengen: sommige items wegen zwaarder dan anderen, anderen zijn negatief geladen. Sommige items worden samengenomen, anderen tellen niet mee, op andere items is er geen variatie. Een item zit er stiekem twee keer in.

Dit zou allemaal niet hoeven. In de statistiek zijn methoden ontwikkeld om schalen te maken: Mokken Schaling is een simpele handzame methode. We kunnen deze methode toepassen om te kijken of de items die de ILGA heeft geselecteerd samenhangen. Om dit aan te geven geeft Mokken schaling een H-waarde, homogeniteitswaarde voor de schaal. Simpel gezegd: heel slecht > 0.3 > slecht > 0.4 > gemiddeld > 0.5 > sterk > .6 > zeer sterk.

Als we alle items van de ILGA nemen behalve het items dat ze zelf niet mee tellen, het item dat geen variatie heeft en het dubbele item, dan blijven er 21 over. Die hebben samen een H-waarde van 0.41 (net gemiddeld). Een aardige score. De voornaamste reden voor de lage score is dat er twee zeer problematische items zijn: na verandering van geslacht door transseksuelen vereisen dat zij zich steriliseren en scheiden van hun partner. De reden dat deze items zo raar zijn, is eigenlijk best logisch: alleen (progressieve) landen die transseksualiteit toe staan kunnen daar dit soort beperkingen op leggen. Als we deze twee items eruit halen dan gaat de H-waarde naar 0.59 (bijna zeer goed). In het onderstaande figuur kan je de ordening zien.

Scale > .5
Nederland is dan nog steeds derde, maar zit ook in de top 3. Ze moet nu alleen het Verenigd Koninkrijk en Zweden voor zich laten. Voor de rest lijkt de ordening van ILGA sterk op deze ordening: er is een correlatie van 0.99. Je kan echter gemakkelijk een nog veel betere schaal krijgen. Als we zeven items eruit halen, die samen hangen met transseksualiteit (niet ieder land dat homo-vriendelijk is, is transvriendelijk), constitutionele bescherming van homoseksualiteit (die met name meet hoe oud je grondwet is) en de leeftijdsgrenzen (die alleen in Griekstalige gebieden anders is), dan krijg je een schaal met een H-waarde van .756 (zeer goed). Dan staat Nederland helemaal boven aan (samen met het Verenigd Koninkrijk). Opnieuw het verschil met de ILGA schaal moet niet worden overschat (correlatie .96).

Welke conclusies kunnen we uit al dit gecijfer trekken? Landen die homovriendelijk zijn, zijn niet per se vriendelijk voor transseksuelen. Nederland is hier een mooi voorbeeld van: transseksuelen worden gedwongen gesteriliseerd als ze van gender veranderen, genderverandering betekent in Nederland gedwongen sekseveranderingen (transseksuelen moeten zich om laten bouwen als ze door de overheid als hun "eigen" gender herkend willen worden) en Nederland heeft geen hate crime-wetgeving of economische antidiscriminatie wetgeving voor transseksuelen.

Genoeg werk aan de winkel dus voor progressieven! Laten we ervoor zorgen dat de schaal van ILGA beter schaalt, dat Nederland niet alleen een homo-vriendelijke overheid krijgt maar ook een transvriendelijke overheid!

Femke Halsema neemt (weer) afscheid

In haar afscheidslezing als Leonardohoogleraar aan de Universiteit van Tilburg op 26 mei pleitte Femke Halsema voor grotere openbaarheid. Politici deinzen ervoor terug om ‘inzicht te geven in hun beweegredenen en in de wijze waarop zij tot een besluit zijn gekomen, met wie zij hebben gesproken en welke rol bijvoorbeeld lobbyisten hebben gespeeld. Openbaarheid van informatie kan de legitimiteit van beslissingen vergroten’, zo stelde Halsema.

alsema heeft, samen met Tilburgse studenten, een half jaar onderzoek gedaan naar de politieke betekenis van de jaren ’0. Het onderzoek richtte zich op drie geleidelijke veranderingen die de politiek ingrijpend hebben veranderd, waaronder ‘de globalisering van de risicomaatschappij’. Halsema ontleent deze term aan het werk van Ulrich Beck, die hiermee aangeeft dat de risico’s van de moderne technologie, zoals milieuvervuiling, zich niets aantrekken van maatschappelijke tegenstellingen.  In het algemeen geldt, zegt Halsema, dat ‘globalisering en internationale crises politici in heel grote mate afhankelijk maken van deskundigen, wier achtergronden, motieven en belangen – anders dan die van politici – dikwijls slecht controleerbaar zijn’.

In de ogen van Halsema is ‘Nederland onderdeel geworden van een internationale, globale en kwetsbare risicomaatschappij’. Eerder was globalisering een abstracte notie en ‘leek het wel mee te vallen met de aanwezigheid van onbeheersbare, wereldwijde risico's’. Dat crises zich allang niets meer aantrekken van landsgrenzen is bijvoorbeeld duidelijk te zien aan ‘de razendsnelle verspreiding van ook voor mensen gevaarlijke dierziekten’.

Een van de casussen die Halsema onderzocht, was de Mexicaanse griep. Nederland kocht miljoenen griepvaccins. De overheid wilde een pandemie voorkomen. De Mexicaanse griep bleef uit. Wat Halsema opviel toen ze met studenten de besluitvorming reconstrueerde, was ‘de grote en oncontroleerbare rol’ die deskundigen speelden in het proces. Politici misten de specialistische kennis om de gezondheidsrisico's in te schatten. Wetenschappers stelden twee keuzes voor: afwachtend beleid ‘met een risico voor de nationale gezondheid’ of preventief beleid met ‘een financieel risico’. Dat was geen legitieme keuze, vindt Halsema, want ‘geen verantwoordelijk politicus zal uiteindelijk geld boven de gezondheid van de bevolking plaatsen’. Volgens haar kan er in dit geval terecht getwist worden over de ‘onbevooroordeeldheid van de deskundigen, de mogelijke rol van de farmaceutische industrie en het oordeelsvermogen van politici’.

Wat kan de politiek hieraan doen? De legitimiteit van beslissingen kan worden vergroot door informatie openbaar te maken, stelt Halsema: ‘Een cultuur van heimelijkheid vergroot de behoefte om politici hard af te rekenen als blijkt dat zij oneigenlijk informatie achterhouden’. Daarom pleit ze ervoor om ‘een onafhankelijke Besluitvormingskamer in te stellen die nagaat hoe een grote politieke beslissing tot stand is gekomen, op welke feiten en onderzoek deze is gebaseerd, welke derden daarbij een grote rol hebben gespeeld en wat hun belangen en motieven zijn’.

De Leonardo-wisselleerstoel van de Tilburgse Faculteit Geesteswetenschappen wordt jaarlijks bekleed door een spraakmakende gastdocent. Sinds februari dit jaar was dit ex-fractievoorzitter van GroenLinks in de Tweede kamer, Femke Halsema. Ze gaf de masterclass ‘Politiek in de 21ste eeuw’. Lees Halsema’s Leonardolezing.

Dit artikel verscheen ook op de website van het GroenLinks Magazine. 

Femke Halsema douze point

Gister nam Femke Halsema afscheid als Leonardo hoogleraar in Tilburg. Ik had daar kaartjes voor gereserveerd omdat ik er een half jaar geleden vanuit ging dat Halsema daar zou aankondigen afstand te doen van haar fractievoorzitterschap. Ik ben toch maar gegaan en dat was mooi, want het verhaal van Halsema, nu alweer bijna een half jaar fractievoorzitter af, stond nu verder af van de dagelijkse politiek, waardoor haar verhaal meer diepgang en innovativiteit kreeg. Het betoog van Halsema is hier na te lezen. Halsema deed in haar betoog een interessant voorstel:

De studenten hebben bedacht dat het goed zou zijn om kiezers bij de verkiezingen niet meer enkel op de eerste partij van hun voorkeur te laten stemmen maar ook een tweede en een derde voorkeursstem te laten uitbrengen: een zogenaamd ‘songfestivalsysteem’.

Laat kiezers niet alleen hun eerste voorkeur duidelijk maken maar ook hun overige voorkeuren. Dat zou volgens Halsema samenwerking tussen partijen bevorderen. De vraag is hoe zo'n kiesstelsel eruit zou zien, wat dat voor'n gevolg heeft voor de interactie tussen politieke partijen en voor de uitslag.

Je kan denk ik op drie manieren kiezers de mogelijkheid geven hun tweede voorkeur uit te spreken: het Duitse kiesstelsel, het Bremens kiesstelsel en het Iers–Australische kiesstelsel.

Pers.Ver.Wahl.v4

In de Duitse stelsel hebben kiezers twee stemmen: een voor een kandidaat die hun district gaat vertegenwoordigen en een voor een lijst (op landelijk niveau). Alle partijen die in hun district de meeste stemmen hebben gekregen hebben een zetel in het parlement. Dan wordt dat per land bijgevuld uit de lijsten tot dat partijen ook een proportionele vertegenwoordiging hebben binnen het aantal zetels dat per land te verdelen is. Als een partij meer districten heeft gewonnen dan ze zetels heeft op basis van de lijst, dan krijgt ze deze zetels mee. Deze Ueberhangmandate kunnen belangrijk zijn voor de meerderheid in de Tweede Kamer. Dit bevordert samenwerking tussen partijen: links zal zoveel mogelijk districten willen winnen. Omdat de relatieve meerderheid telt in de districten zullen linkse partijen een kandidaat benoemen en rechtse partijen een. Partijen die zich willen onttrekken van de links/rechts tegenstelling (CU, SGP, PvdD) kunnen natuurlijk gewoon hun eigen kandidaten naar voren schuiven. Voor de lijsten die proportioneel verdeeld worden zullen partijen oproepen op zich zelf te stemmen. Dit kiesstelsel combineert proportionele vertegenwoordiging van partijen met vertegenwoordiging van personen uit districten. En daarom wordt het vaak gezien als het beste van twee werelden. Het grote nadeel is echter dan door de Ueberhangmandate het stelsel onduidelijk kan worden. Daarnaast partijen worden zo wel gedwongen om samen te werken, maar kiezers worden niet zo zeer gedwongen om hun tweede voorkeur uit te spreken maar om te zeggen welke partij hun eerste voorkeur heeft en welke grote partij daarnaast hun voorkeur heeft. Voor de lijst stem je bijvoorbeeld ChristenUnie en voor het district CDA.

Het tweede stelsel is het Iers-Australische Single Transferable Vote. In een district doen meerdere kandidaten mee voor meerdere plekken. Kiezers kunnen alle kandidaten in volgorde zetten. Ze kunnen hun tweede of hun derde voorkeur kenbaar maken. Kandidaten zijn gekozen als ze een bepaald aandeel van stemmen gewonnen hebben (een vijfde bij vier vertegenwoordigers). Als mensen gekozen zijn dan worden de stemmen die ze teveel hebben gewonnen herverdeeld onder de tweede voorkeuren van diens kiezers. Als niemand gekozen is, valt de kandidaat met de minste stemmen af en worden zijn stemmen herverdeeld onder de tweede voorkeuren van diens kiezers. Dit stelsel zorgt dus voor een redelijk proportionele uitslag (afhankelijk van de grootte van de districten) en van mensen met een lokale basis. Dit stelsel werkt echter samenwerking helemaal niet in de hand – sterker nog als je toestaat dat er per partij meerdere kandidaten mee doen (wel zo handig als je verwacht meerdere zetels te winnen) dan bevordert dit stelsel concurrentie binnen partijen. Ook leuk, maar niet wat Halsema voor ogen had.

HB-Wahlzettel_2011

Het derde stelsel kreeg ik recent onder ogen. Het Bremens kiesstelsel. Hierbij krijgen kiezers de mogelijkheid om vijf stemmen uit te brengen. Ze kunnen deze stemmen, zoals het in mooi Duits heet panaschieren en akkumulieren. Dat is ze kunnen vijf keer stemmen op een kandidaat van een partij, maar ook op meerdere kandidaten van verschillende partijen. Net als nu worden de zetels tussen partijen gewoon verdeeld proportioneel aan het aantal stemmen en binnen partijen spelen dan voorkeursstemmen een rol. Een interessant systeem omdat het kiezers die zeggen: "ik twijfel tussen CDA en VVD", of "ik vind het milieustandpunt van de PvdD goed, maar ben het op integratie met de PVV eens, daar uiting aan te geven." Twijfelaars en weifelaars kunnen hunnen stemmen panaschieren over verschillende partijen. En dat is een kiesstelsel dat goed past bij de hedendaagse Nederlandse kiezer. Deze zit namelijk niet vast aan een partij, maar voelt zich betrokken bij een blok  (links/rechts, christelijk/seculier, progressief/populistisch) en binnen dat blok kunnen personen, de macht of specifieke thema's de doorslag geven. Als je aan kiezers de mogelijkheid geeft doet dat recht aan hun diversere voorkeuren. Ik denk alleen niet dat het samenwerking in de hand werkt. Nog steeds proberen partijen hier zo veel mogelijk stemmen voor hun eigen partij te werven.

Ik schreef eerder dat groene politiek er voor deel van had als kiezers vaker zouden kunnen stemmen. Dan zouden kiezers de mogelijkehid kunnen hebben om uiting te geven aan het feit dat milieu voor hen niet misschien de doorslaggevende reden is om een partij te stemmen maar wel een reden is om een van hun vijf stemmen weg te geven. Kleinere partijen zullen duidelijk voordeel hebben van dit kiesstelsel, want mensen die nu op grote partij stemmen zullen misschien met een van hun vijf stemmen wel stemmen met hun hart. Het werkt politieke fragmentatie dus in de hand.

Welk kiesstelsel Halsema precies voor ogen had in haar lezing is onduidelijk: ze wou kiezers geloof ik niet twee stemmen geven, nog wou ze competitie tussen partijen bevorderen door met tweede voorkeuren te werken, ze wou kiezers de mogelijkheid geven, om net als in Duitsland te panaschieren, ook stemmen te geven aan hun tweede voorkeur. Ik geloof niet dat dit samenwerking bevordert, maar het helpt wel om de ambigue voorkeuren van kiezers te uiten. Vijf stemmen? Ik teken ervoor.