dilemma’s rond sociale rechtvaardigheid

Het panel was gevraagd na te denken over dilemma’s tussen en binnen verschillende groenlinkse idealen. Ik richtte mij op sociale rechtvaardigheid. Mijn dilemma’s:

1. Dilemma’s tussen idealen
a. sociale rechtvaardigheid vs. internationale solidariteit
Een egalitaire, welvarende samenleving met een verzorgingsstaat als de onze staat in schril contrast met de armoede, onzekerheid en inkomensverschillen in andere delen van de wereld. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel mensen hier hun toevlucht proberen te zoeken: om hier te werken, gebruik te maken van onze collectieve voorzieningen of een toekomst op te bouwen. Vanuit internationaal solidair perspectief lijkt het dan onrechtvaardig je grenzen te sluiten. De vraag is echter hoe je de solidariteit in Nederland instandhoudt als je de lotsverbondenheid vermindert door veel migranten toe te laten. Daarnaast zal het toe laten van arbeidsmigranten onvermijdelijk negatieve gevolgen hebben voor de onderkant van de Nederlandse samenleving (verdringing op de arbeidsmarkt).
b. sociale rechtvaardigheid vs. ecologische duurzaamheid
Typische verdelingsvraagstukken spelen hier: bijvoorbeeld GroenLinks wil vanwege ecologische duurzaamheid dat de prijzen van voedsel, mobiliteit en energie beter de werkelijke (milieu)kosten weerspiegelen door het invoeren an ecotaxen. Echter als je belasting gaat heffen op deze basisvoorzieningen hebben deze een degressief karakter: de armen betalen er (als percentage van hun inkomen) meer aan dan rijken. Hoe verhoudt dat zich tot een streven naar (sociaal rechtvaardige) gelijkmatigere inkomensverdeling?
c. sociale rechtvaardigheid vs. culturele openheid
Systemen van sociale rechtvaardigheid zijn altijd gebaseerd op een idee van het goede leven: Moeten mensen aan werk geholpen worden? Of alleen aan de middelen om te overleven zodat zij zelf hun leven in kunnen richten? Of moet juist iedereen gedwongen worden om tijd te nemen voor ontspanning en zorgtaken, naast werk? Of richt je je op het bruto nationaal geluk? Je kan alleen maar herverdelen als je weet welke goederen je wilt herverdelen. Dit staat in contrast met het idee van culturele openheid. Wat inhoudt dat mensen zelf mogen bepalen welke notie van het goede leven zij streven. Er is in een open samenleving dan ook geen consensus over wat het goede leven inhoudt.
2. Dilemma’s binnen sociale rechtvaardigheid
a. gekoppeld aan het dilemma over culturele openheid is het dilemma over staatsingrijpen en paternalisme versus eigen verantwoordelijkheid en vrijheid. Wat is de rol van de staat in het sociale stelsel? Moet de staat mensen vrij maken of vrij laten?
b. Hoeveel je mensen ook schoolt en hoe gelijk je de kansen van mensen ook maakt, zullen er altijd mensen zijn die hun kansen niet grijpen, die niet mee kunnen komen. In dit soort gevallen volstaan gelijke kansen niet, maar zul je solidair moeten zijn. Een simpel voorbeeld: iemand die volledig arbeidsongeschikt is, kan je nog zoveel kansen bieden op werk, maar hij kan gewoon niet werken. die mensen moeten een uitkering krijgen, maar ook de middelen om toch te participeren in de samenleving.
c. De vraag is of je sociale rechtvaardigheid het best kan bereiken door wetgeving en overheidsbemoeienis. Kan je een boel hedendaagse problemen, zoals topinkomens in het bedrijfsleven en ontslagbescherming, niet beter oplossen door in bedrijven werknemers meer invloed te geven, zodat hoge inkomens en (massa-)ontslagen altijd in het belang zullen zijn van de werknemers en niet alleen van de aandeelhouders?

3. Opmerking over culturele openheid
Ik heb hier gekozen voor een vrij minimale opvatting van culturele openheid, als neutraliteit van de overheid ten opzichte van ideeen van het goede. Dit is een links-liberale opvatting in lijn met Popper, Rawls, Dworkin, Sen etc. De huidige beschrijving onder culturele openheid staat hier ver vanaf en beschrijft een positie die je beter geengageerd burgerschap zou kunnen noemen en is gekoppeld aan de radicaal-democratische traditie van Rousseau, Habermas en Arendt. Ik denk dat dit komt omdat democratie en vrijheid/emancipatie/openheid/diversiteit onder een header gestopt worden. Dat lijkt me niet wenselijk.

Verander mee!

De filmpjes die nu (dankzij Selcuk!) op de GroenLinks site staan zetten mij aan het denken. Eerst was ik verbaasd over hoe oud-links de filmpjes waren. Thema’s als zorg, het niveau van de uitkeringen, werkgelegenheid, anti-racisme namen een belangrijke rol in. Dat zijn nu thema’s die ik meer met de SP associeer dan met GroenLinks. Ik miste de vernieuwende toon, het vrijheidslievende geluid.

Toen realiseerde ik me dat ik zelf rond deze tijd wel linksere opvattingen had. Op de middelbare school (1996-2002) lag mijn sympathie zeker bij het socialisme, bij Marx, Luxemburg, Trotsky en Che. Zo heb ik in mijn eindscriptie laten zien dat Castro geen echte Marxist of communist was. Mijn sympathie ging uit naar de oude PSP, vanwege haar links-socialistische gedachtegoed. Toen mijn geschiedenisleraar een zooitje maakte van Marx  (o.a. door
Marx’ visie op een socialistische toekomst te koppelen aan zijn Joodse
achtergrond) heb ik hem daarop gewezen: de volgende les gaf hij een
veel genuanceerder beeld. In mijn verdediging van het Marxisme geloof ik deels nog steeds: er is nooit een echt socialistische staat of revolutie geweest. Je kan dus niet stellen dat het empirisch zo is dat socialisme niet werkt. Daarnaast socialisme is niet hetzelfde als iedereen hetzelfde geven, maar veel eerder beloning naar werk. Mijn sympathie voor het socialisme daalde meer en meer naar mate ik me realiseerde dat de revolutie een gewelddadig en onderdrukkend karakter zou moeten hebben en in geweld heb ik nooit wat gezien.

Tijdens mijn studie tijd heb ik korte tijd gesympathiseerd met het anarchisme. Maar al snel realiseerde ik me dat dat niet een plek voor mij was. Toen ben ik over gegaan naar DWARS, dat toen in het midden van een grote generatie wisseling was. Intuitief koos ik voor de linkerzijde, actie-gericht en radicaal, met haar wortels in het anarchisme.

Bij filosofie en politicologie kreeg ik een flinke dosis liberalisme. Al snel kwam ik tot de diagnose dat zij het bij het juiste eind hadden. De analytische filosofie van Rawls en Dworkin vind ik heel geniaal. Dat viel samen de vrijzinnige turn van Halsema. Je kan als politiek filosoof eigenlijk weinig anders dan liberaal zijn. De rest van de posities zijn of one-issue posities (feminisme, multiculturalisme, ecologisme) of intuitief onjuist (communitarisme) of onbegrijpelijk ( Arendt/Habermas/Foucault). Een (heel) linkse liberaal dus: met een nadruk op eerlijke verdeling van middelen (veel belangrijker dan het socialistische streven naar gemeenschappelijk bezit van productiemiddelen) en individuele (negatieve) vrijheid.

Opvallend is dat zo’n turn naar het liberalisme zo’n twintig jaar eerder ook is gemaakt door een groep Marxisten. De analytische marxisten probeerden eind jaren ’80/begin jaren ’90 op een analytische manier naar het Marxisme te kijken. Non-bullshit marxism noemde ze dat: geen teleologische theorie van de geschiedenis, geen holistische structuren, die mensen in hun greep hebben. Alleen de normatieve theorie van Marx: verzet tegen exploitatie en de strijd voor gelijkheid. Sommigen, bv. G.A. Cohen waren door het libertarianisme (rechts-liberalisme) van Nozick uit hun dogmatic slumber wakker gemaakt. Zij droegen bij aan het tot stand komen van een "egalitair liberalisme" dat (negatieve) vrijheid met substantiele gelijkheid probeerde te verenigen. Iets wat mijn interesse ook heeft.

Dus het is een mooie evolutie van GroenLinks, het academische Marxisme en mijzelf van oud-links dogmatisch socialsime naar nieuw-links links-liberalisme.