“Ik heb het niet van Joris Luyendijk, maar …”

Met veel interesse heb ik het boekje van Joris Luyendijk gelezen "U hebt het niet van mij, maar …". Luyendijk, journalist en antropoloog bracht een maand door aan het Binnenhof en probeerde de relaties tussen journalisten, politici, voorlichters en lobbyisten bloot te leggen. Luyendijk legt interessante patronen bloot.

In de ogen van Luyendijk is er een rare dynamiek aan de hand. We reduceren politiek tot wat er op het Binnenhof gebeurt en dat dan weer tot conflicten tussen politici. Maar daar ligt volgens Luyendijk eigenlijk niet de echte macht: de slecht ondersteunde Nederlandse politici laten hun oren met name hangen naar lobbyisten. Veel mensen wisselen ook tussen deze rollen: oud-politici worden lobbyisten, woordvoerders worden journalist en journalisten worden politici. Volgens Luyendijk is dit allemaal niet transparant en krijgen burgers hier maar moeilijk zicht op.

Luyendijk legt mooi de opmerkelijke elementen van de Haagse politiek weer. Laat ik een voorbeeld noemen: kamerleden hebben maar weinig ondersteuning. De medewerkers zijn vaak net-afgestudeerde academici. Luyendijk vergelijkt hen met co-assistenten die lange dagen en weken draaien in de hoop om een positie als "specialist" (kamerlid) te krijgen. Sommige Amerikaanse Senatoren hebben een staf van wel meer dan 50 mensen. Een Nederlandse kamerlid heeft ongeveer een medewerker. Veel van de problemen in Den Haag zijn in mijn ogen op een manier op te lossen: betere ondersteuning.Meer medewerkers dat Kamerleden zichzelf beter kunnen informeren, dat betekent dat ze minder afhankelijk zijn van lobbyisten; dat Kamerleden minder afhankelijk zijn van fractiespecialisten en dus zelfstandiger op kunnen treden; dat kamerleden beter contact kunnen houden met "de mensen in het land" en dus niet alleen via de krant zich hoeven te informeren over wat er in de samenleving gebeurt; en dat de Tweede Kamer een beter tegenwicht kan geven tegen de ambtenaren op ministeries.

In navolging van Amerikaanse en Britse projecten wil Luyendijk gaan kijken hoe kamerleden stemmen, om te kijken of ze voor hun stemgedrag beloond worden met mooie baantjes als lobbyisten of dat er banden met eerdere partners of collega's zichtbaar worden. Helaas echter Nederlandse kamerleden stemmen nauwelijks individueel. Fracties stemmen als geheel voor of tegen wetten. Over het individueel stemgedrag van kamerleden kunnen we nauwelijks iets zeggen: hij stemt als zijn fractie. Wat dus veel belangrijker is dan weten hoe fracties is stemmen is waarom fracties zo stemmen. Fracties zijn verdeeld in inhoudelijke woordvoerder. Zij stellen stemadviezen op voor hun collega's. Wat je dus moet weten is wie wanneer als woordvoerder op trad en of hij of zij banden heeft met de organisaties die actief zijn op dat onderwerp. Want stemgedrag is ook niet alles: zeker een kamerlid van een coalitiepartij kan met een toezegging of een informeel contact veel meer bereiken dan met een motie. En daarmee kom ik op het laatste punt: als je wil begrijpen hoe kamerleden stemmen moet je in de eerste plaats kijken naar de vraag of ze bij de coalitie of de oppositie zitten. Dat stuurt hun stemgedrag en het succes van hun voorstellen. Zit je bij de coalitie dan stem je tegen voorstellen van de oppositie en kunnen jou voorstellen wel een meerderheid vinden. Pas daarna spelen inhoudelijke argumenten een rol.

Verzuiling en Vernieuwing in de Publieke Omroep

De publieke omroep is vernieuwd: nieuwe omroepen, nieuwe programma's. De bedoeling was dat dit de representativiteit van de publieke omroep vergroot. Neigt de publieke omroep naar links of naar rechts? Nodigen omroepen met name mensen uit van hun eigen politieke kleur? De NRC.NEXT leverde ruim een week geleden een interessante data set om hier naar te kijken Alle talking heads die in September op televisie waren verschenen in de nieuws- en praatprogramma's bij de publieke omroep waren geturfd: ook politici inclusief partij-lidmaatschap. Welke patronen zitten er in de data?

De eerste laag van de analyse kijkt naar welke partijen vaker worden uitgenodigd en welke programma's veel partijen uitnodigen. De aandacht die een partij krijgt is grofweg proportioneel aan het aantal zetels dat ze hebben (correlatie van 0.84). Natuurlijk zijn er uitzonderingen: er worden bovengemiddeld veel CDA'ers uitgenodigd: ze zijn goed voor 14% van de zetels maar voor bijna 30% van de talking heads. Dat is ook wel logisch want dit was de periode van de grote onrust in het CDA. De VVD levert net iets meer talking heads dan zetels. Alle andere partijen leveren minder talking heads dan ze zetels hebben. Met name de SP verschijnt minder op de televisie dan je op basis van hun zetelaantal zou verwachten. Over het algemeen is "rechts" (CDA, VVD, SGP en PVV) dus in deze periode oververtegenwoordigd. Ze hebben ongeveer 50% van de zetels, maar zijn goed voor 66% van de media-optredens. Dat is niet gek in een periode dat er een rechtse regering wordt geformeerd.

Proportioneel

En bij welke programma's verschijnen politici? Er zijn twee grote programma's: Nieuwsuur, het belangrijkste nieuwsprogramma van Nederland en Pownews, dat alle politici een camera in hun gezicht duwt. Beide programma's verschijnen dagelijks. Samen zijn ze goed voor bijna 50% van de talking heads. Veel programma's zijn veel kleiner: Uitgesproken VARA, EO en WNL delen samen een moment in de week en leveren dus veel minder talking heads.

Media2

Dit lijken interessante gegevens maar ze vervormen de data ook: als we willen kijken naar algemene patronen dan komen we tot heel basale conclusies: bijna alle partijen verschijnen het meest bij of Nieuwsuur of PowNews, en de meeste programma's nodigen CDA'ers en VVD'ers uit. CDA'ers, CU-mensen, D66'ers en VVD'ers verschijnen het meest bij Nieuwsuur. GL'ers, PvdA'ers, PvdD-mensen, PVV'ers en SP'ers verschijnen het meest bij PowNews. Het CDA staat bij bijna alle programma's boven aan. Alleen bij VARA programma's DWDD en Uitgesproken komen meer PvdA'ers en bij WNL programma's Ochtendspits en Uitgesproken komen meer VVD'ers.

Gemiddeld

We kunnen hiervoor controleren en dan kunnen we kijken of in bepaalde programma's bepaalde partijen bovenmatig worden uitgenodigd.[1] De meest opvallende uitkomsten betreffen kleine partijen die bovengemiddeld vaak bij kleine programma's komen: De ChristenUnie komt 17 keer vaker bij Uitgesproken EO dan je zou verwachten. Dat past binnen het beeld van een verzuilde omroep. De SGP echter komt 10 keer vaker dan je zou verwachten bij Altijd Wat (NCRV) en bij Uitgesproken VARA, dat zou je niet verwachten.

Er zijn ook kleinere disproportionaliteiten: CDA'ers die al vaak op televisie komen komen dat vaker bij Moraalridders, Knevel & Van den Brink en Uitgesproken EO. Echter seculiere D66'ers verschijnen vaker bij de Moraalridders. GroenLinksers maken vaker hun zondagmiddag vrij om in Buitenhof te komen. PvdA'ers komen bovengemiddeld vaak bij DWDD en Uitgesproken VARA. Ochtendspits nodigt vaker kleinere partijen uit: CU, D66, GL en PvdD. PowNews heeft bovengemiddeld vaak PVV'ers. VVD'ers verschijnen uitzonderlijk vaak bij Uitgesproken WNL. En SP'ers bij Uitgesproken VARA.

Media2
We kunnen deze disproportionaliteiten grafisch weergeven.[2] Dat is in het figuur hierboven gedaan. Het lijkt het geval te zijn dat er twee dynamieken zijn: tussen PowNews en andere programma's. In PowNews verschijnen er veel meer PVV'ers en PvdD'ers dan in andere programma's. Dat komt omdat deze partijen niet uitgenodigd worden of op uitnodigingen in gaan maar wel antwoorden als er een PowNews camera voor hun neus verschijnt. Alle andere partijen en alle andere programma's zitten in de tweede dimensie. Hierin is een heldere rechts/links dynamiek te zien. Aan de ene kant PvdA, SP en GroenLinks (links) en dan CU en D66 (centrum-links), vervolgens VVD en CDA (centrum-rechts) en dan SGP (rechts). Ook de PvdD en PVV passen in dit patroon. Aan de linkerkant staan de programma's Uitgesproken VARA, DWDD, Altijd Wat, Buitenhof en Ochtendspits. Aan de rechterkant staan K&B, Uitgesproken WNL, EenVandaag en Moraalridders. De Neutrale programma's NOVA en Nieuwsuur en P&W, de kroon van de Nederlandse nieuwsprogramma's van de VARA, zijn heel gebalanceerd.

Zitten hier dynamieken in, qua omroepen? De VARA (met name DWDD, Uitgesproken en Buitenhof) nodigt vaker linkse partijen uit. De EO (Uitgesproken, Moraalridders en K&B) nodigt vaker Christelijke partijen uit. Wakker Nederland is uitzonderlijk 's ochtends nodigt ze vaker linkse partijen uit en 's avonds rechtse partijen.

Omroepen tonen zich in grote mate verzuild: De VARA richt zich op linkse partijen en de EO op Christelijke partijen. De nieuwe "rechtse" omroepen (PowNed en WNL) vormen een opmerkelijke uitzondering. PowNews is als enige in staat om de PVV voor de camera te krijgen. Wakker Nederland laveert soms neigt ze naar links en soms naar rechts.

[1] Hierbij vergelijken we de proportie dat een partij verschijnt bij een programma met de proportie  dat een partij verschijnt bij alle programma's. Hierbij komt het zelfde uit als dat we de proportie dat een programma een partij uitnodigt met de proportie dat er mensen verschijnen bij dat programma van alle programma's

[2] In dit figuur zijn de extreme disportionaliteiten van de SGP en de ChristenUnie niet behandeld: want dan zouden we met name een dynamiek tussen SGP en ChristenUnie vinden. Alle disproportionaliteiten boven de 10 zijn vervangen door de gemiddelde verwachte waarde. In de twee dimensies is 50% van de variantie opgenomen.

Het vertrek en de partij II: de campagnestrategie

Als je op de GroenLinks site komt dan is er een ding duidelijk. Dit is een Femke-partij. Bij de laatste verkiezingen voldeed een poster met daarop Halsema, en ergens in de hoek de naam GroenLinks. Dat zal wel moeten veranderen.

Sap is binnen GroenLinks razend populair. Haar werk bij de verkiezingsprogramma's van 2006 en 2010 worden bijzonder gewaardeerd. Innovatieve voorstellen op bijvoorbeeld de AOW komen van haar hand. Ook binnen de Haagse vierkante meter wordt ze gewaardeerd vanwege haar expertise, politiek gevoel en optreden. Toen ze pas een jaar in de kamer zat kozen journalisten haar tot politiek talent van het jaar. Maar nu moet (links) Nederland nog overtuigd worden van de kwaliteiten en charme van Jolande Sap, ongeveer 3 maanden voor de verkiezingen.

Je mag hopen dat de campagnestrategen al langer van te voren wisten dat Halsema zou vertrekken. Want de provinciale statencampagne en de aanloop daarnaar toe zullen lastig worden. De partij staat voor twee keuzes: of de provinciale statencampagne wordt nu gebruikt om Sap als merk te lanceren. In de komende maanden zal ze in ieder mogelijk televisieprogramma optreden. Maak van Sap meteen een sterk merk: leg je nadruk op haar persoonlijke ontwikkeling, haar jeugd in Venlo, maak haar een geloofwaardige woordvoerder van mensen die zich willen emanciperen uit armoede, achterstelling en achterstand. GroenLinks verliest dan misschien wel een deel van haar elitaire karakter als een "limburgse charmeur" met sociaal hart ons gezicht wordt. Daarmee loop je een risico, slaat de onbekende Sap niet onmiddelijk aan dan ben je basis in de provincies kwijt en verlies je zetels in de o-zo cruciale Eerste Kamer.

Daarom is een andere koers conservatiever. Sap kan in tandem met de lijsttrekker van de Eerste Kamer, heel waarschijnlijk Tof Thissen een inhoudelijke campagne voeren. Een campagne met twee heldere boodschappen: een groene provincies en linkse Eerste Kamer. De campagne draait niet om Jolande maar om de boodschap. Verschillende GroenLinksers worden naar voren geschoven. Thissen en Sap, een aantal andere prominenten of Eerste Kamerkandidaten met een heldere inhoudelijke boodschap: groen en links.

Kan een partij in een tijd van mediacratie en personendemocratie wel zonder een helder gezicht? Komen we met een onbekende lijsttrekker wel in de grote debatten en op de belangrijke programma's? Kan in de provinciale statenverkiezingen Jolande Sap als een sterk merk worden neer gezet? Het worden bijzonder spannende verkiezingen voor GroenLinksers.

Het vertrek en de partij I: de fractie

Het vertrek van Femke Halsema zal een grote invloed hebben op de partij: op de electorale strategie van de partij, op het dagelijkse werk in de fractie en daarmee op het profiel van de partij. Laten we eens kijken naar fractie.

Met het vertrek verliest de GroenLinks fractie haar gezicht, en haar onbetwiste leider. De vraag is of er heel veel gaat veranderen in de fractie. Onder Sap zal de koers niet ingrijpend verschuiven. De nadruk zal meer komen te liggen op het progressief-sociale karakter van de partij en minder op het vrijzinnige. Maar misschien ook een andere stijl van leiderschap: Halsema was de onbetwiste leider en zeker in de nieuwe fractie had zij vele malen meer ervaring dan veel van haar fractiegenoten. Sap komt niet automatisch in die positie.

Waar het gaat om de inhoud zal er ook herschrikt moeten worden. Nu is de portefeuille verdeling in de fractie, door de afwezigheid van Peters, als volgt:

  • Halsema: Fractievoorzitter en Cultuur & Media
  • Sap: Vice-fractievoorzitter, AOW & Financien
  • Dibi: Justitie, Integratie & Jeugd
  • Van Gent: Fractiesecretaris, Emancipatie, Openbaar Vervoer & Sociale Zaken
  • Van Tongeren: Milieu, Klimaat, Energie & Verkeer
  • Klaver: Onderwijs, Sport & Sociale Zaken
  • Braakhuis: Begroting, Economie & Europa
  • El Fassed: Buitenlandse Zaken & Ontwikkelingssamenwerking
  • Voortman: Huisvesting & Gezondheid
  • Grashoff: Binnenlandse Zaken, Defensie & Landbouw

Omdat Halsema vertrekt, Sap haar opvolgt, komt Grashoff definitief in de Kamer. Van den Berge wordt de nieuwe vervanger voor Peters bij haar zwangerschapsverlof.

  • Sap: Fractievoorzitter
  • Dibi: Justitie, Integratie & Jeugd
  • Van Gent: Vice-fractievoorzitter, Sociale Zaken, Emancipatie & Openbaar Vervoer
  • Van Tongeren: Fractiesecretaris, Milieu, Klimaat, Energie & Verkeer
  • Klaver: AOW, Sociale Zaken, Onderwijs & Sport
  • Braakhuis: Begroting & Financien
  • El Fassed: Buitenlandse Zaken & Ontwikkelingssamenwerking
  • Voortman: Huisvesting & Gezondheid
  • Grashoff: Binnenlandse Zaken, Defensie & Cultuur
  • Van den Berge: Landbouw, Economie & Europa

Braakhuis zal een groot deel van de portefeuille van Sap moeten overnemen: de begroting, financien. Hij is als "de bankier" van GroenLinks daar als geen ander voor geschikt. Het deel AOW van de portefeuille van Sap zal naar Klaver gaan, het jonge talent op sociaal. De portefeuille van Braakhuis (Economie, Europa) zal grotendeels naar de groene Europeaan Van den Berge gaan, aangevuld met landbouw. Van den Berge wordt het tweede groene gezicht van de fractie na Van Tongeren. Met Grashoff krijgt GroenLinks een ervaren en generalistisch bestuurder in de fractie. Al bij zijn maidenspeech werd hij geprezen voor zijn ervaring. Hij kan dus iedere portefeuille aan. Hij heeft nu grotendeels de portefeuille van El Fassed, die de portefeuille van Peters heeft overgenomen. Dat houden we zo. Hij verliest alleen landbouw in ruil voor cultuur (waarvoor hij wethouder in Rotterdam was).

Ook zal er herschroven moeten worden in het fractiebestuur. De driekopige leiding die bestond uit Halsema, Sap en Van Gent. Het lijkt me logisch dat Van Gent vice-fractievoorzitter wordt en dat zij als fractiesecretaris wordt opgevolgd door een ambitieus nieuw kamerlid: dat kan Klaver zijn of Van Tongeren. Maar omdat Klaver al zwaardere portefeuille krijgt lijkt van Van Tongeren een logische keuze.

En wat nou als Peters terug keert? Vereist dat weer een ingrijpende herschrikking? Met welke portefeuille zal Grashoff eindigen?

  • Sap: Fractievoorzitter
  • Dibi: Justitie, Integratie & Jeugd
  • Van Gent: Vice-fractievoorzitter, Sociale Zaken, Emancipatie & Openbaar Vervoer
  • Van Tongeren: Fractiesecretaris, Milieu, Klimaat, Energie & Verkeer
  • Klaver: AOW, Sociale Zaken, Onderwijs & Sport
  • Braakhuis:  Begroting & Financien
  • El Fassed: Landbouw & Ontwikkelingssamenwerking
  • Voortman: Huisvesting & Gezondheid
  • Grashoff: Binnenlandse Zaken, Economie & Cultuur
  • Peters: Buitenlandse Zaken, Defensie & Europa

Peters zal waarschijnlijk bijna de hele buitenlandse portefeuille "terug" krijgen van El Fassed. En De agenda van Van den Berge (Europa, Landbouw en Economie) zal opnieuw verdeeld moeten worden: een deel naar El Fassed (met de combinatie landbouw & OS), een deel naar Peters (met Europa als buitenland woordvoerder) en deel naar Grashoff (Economie).

Dat lijkt een logische verdeling, maar als Grashoff slim is zal hij een heldere eigen agenda proberen te krijgen: zijn bestuurlijke ervaring maakt hem een logische keuze om over vier jaar staatssecretaris of minister te worden, maar waarvan? Gaat hij proberen om een groen gezicht te worden? Als Van den Berge de Kamer weer verlaat, dan is er ruimte voor een tweede groene gezicht. Een progressieve groene agenda (innovatie, economie en energie) is een mogelijkheid. Een vrijzinnige agenda is een mogelijkheid. Nu Halsema weg is, is er ruimte voor een echt progressief gezicht (denk aan cultuur, democratie en jusititie). Een extra sociaal gezicht (Sap, Van Gent, Voorman & Klaver) of een gezicht op buitenland (El Fassed & Peters) is in deze fractie niet logisch. 

“Eigenzinnig maar niet opstandig” Het Denken van Femke Halsema.

Ze nam vandaag plotseling afscheid van de politiek. Femke Halsema. Ze was in de laatste jaren uitgegroeid tot een van de grote leiders van links. Niet omdat ze de grootste partij leidde, maar omdat zij ook zeker intellectueel de leider was van een “ideeenpartij opzoek naar macht” (Halsema 2006). Het was haar visie die gevoed werd door haar warsheid van dogmatiek, die haar gedurende acht jaar een van de meest inspirerende politici maakte. Een korte blik over de ontwikkeling in het denken van Femke Halsema.

Halsema begint haar maatschappelijke carrière bij de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA. Ze houdt zich als criminologe met name bezig met het veiligheidsvraagstuk. Halsema (1995a:91; Halsema en Bunkers, 1995) pleit voor een pragmatische benadering van criminaliteit. We moeten volgens Halsema (1995a:92) een bescheiden verwachting hebben over wat de overheid kan doen. Harde maatregelen tegen criminaliteit kunnen ook maar zoveel bereiken maar daar geven wel wat voorop. Halsema prijst het “Nederlandse” model van strafvervolging, dat zich kenmerkt door een humane behandeling van daders (Halsema 1995a:93). Dit slaat een balans tussen het kanaliseren van wraak en het recht doen aan verdachten. Halsema heeft in het bijzonder oog voor de mensen aan de marge: zo moet het drugsbeleid voorkomen “dat gebruikers onnodig gemarginaliseerd worden en voorkomen dat zij de zondebok worden van een (internationaal) politieke impasse” (Dijksman en Halsema, 1995). Ze hecht aan een humaan stelsel van strafrecht en verzet zich tegen verzwaring van straffen: “voordat nieuwe hardere maatregelen overwogen worden, moeten wij ons misschien de vraag stellen in welk land wij het liefst willen wonen als wij bestraft zouden worden. Als het antwoord dan nog steeds Nederland is, laten we dan niet schrikken of ons schamen, maar stiekem trots zijn” (Halsema 1995a:69). Ze kwam ook juist op dit ideaal van een mild strafklimaat terug in haar maidenspeech (Handelingen van de Tweede Kamer der Staten Generaal 6/17/1998).

Daarnaast hield Halsema zich binnen de Wiardi Beckman Stichting bezig met ruimtelijke ordening: volgens haar moest de politiek “aan de ruimtelijke investeringen niet slechts economische, maar ook – en juist – ecologische en culturele doelstellingen te verbinden. Voor de sociaal-democratie ligt hier een majeure kans, als zij het aan zou durven om visionair en ambitieus te zijn.” (Halsema en Hajer 1997) Ze keerde zich hier in het bijzonder tegen de auto: “[d]e aanhoudende dominantie van de auto is echter niet alleen een aanslag op het milieu maar heeft bovendien een negatief effect op de sociale en culturele bevolkingssamenstelling van de oude steden en de groeikernen” (Halsema en Hajer 1997).

Halsema koos ervoor de PvdA te verlaten, omdat zij zich steeds minder thuis voelde bij die partij. Het moment van haar breuk was het politie optreden tegen de Eurotop in Amsterdam 1997 dat door prominente Amsterdamse PvdA’ers werd gesteund: “[e]en linkse partij behoort affiniteit te hebben met mensen uit de tegenbeweging en mensen in de politieke marge. Die bleek afwezig” (Ornstein, 1997). Ze stapte over naar GroenLinks. In die partij ging zij op zoek naar een nieuwe linkse boodschap, die ze dan nog verwoordt in termen van culturele openheid, solidariteit en duurzaamheid: de centrale vraag was volgens Halsema “hoe kunnen mensen uit verschillende groepen, met verschillende achtergronden toegang hebben tot de rijkdom die we al bezitten?” (Powel, 1997). Linkse politiek moest “als doel hebben een samenleving te creëren zonder dat de welvaart explosief toe neemt en het milieu verder verslechtert. Ook een samenleving waar de grenzen niet hermetisch voor nieuwkomers worden afgesloten” (Ornstein, 1997). 

In de Tweede Kamer richtte Halsema zich in de eerste jaren met name op justitie. Zij zette zich in “voor een cultureel open, minder hierarchisch geordende maatschappij waarin de overheid burgers ruimte geeft om zich te ontplooien” (Halsema en Vendrik 30 Mei 2001). Voor haar “[waren] de handhaving van het recht en het beschermen van de samenleving van grote waarde” (Halsema, 1999). Ze was een exponent van de rechtsstatelijke traditie van GroenLinks. Hierin wordt “het recht wordt gezien als een instrument in handen van burgers tegen een almachtige staat” (Halsema, 2000). Dat betekent dat “waarborgen voor een fatsoenlijke behandelingen van burgers” en “democratische en juridische checks en balances”  noodzakelijk zijn (Halsema en Buitenweg 2001).

Toen zij in 2002 partijleider werd, begon zij aan groots project: de ideologisch herorientatie van haar partij. Centraal in daarin staat het begrip vrijheid. Ze haalt hiervoor graag de Britse denker Isaiah Berlin aan (Halsema, 2004a). Deze onderscheidt een positief en een negatief vrijheidsbegrip. Aan de ene is er negatieve vrijheid “het recht van burgers om gevrijwaard te zijn van dwang en onderdrukking door de overheid.” (Halsema, 2004a). En aan de andere kant is er positieve vrijheid “bevrijding van individuen uit achterstand en achterstelling” en dat vereist juist overheidsingrijpen (Halsema, 2004a). In sociaal-cultureel opzicht pleit Halsema voor negatieve vrijheid. Ze wilt dat de overheid zich niet bemoeit met persoonlijke relaties, seksualiteit, religie en kleding (Halsema, 2004a). In sociaal-economisch opzicht pleit Halsema voor een positief vrijheidsbegrip: de overheid zich inspannen voor een rechtvaardige spreiding van welvaart omdat hiermee mensen vrij worden gemaakt.

Deze twee thema’s, culturele openheid en sociale rechtvaardigheid blijven voortdurend voor Halsema politiek relevant: waar het gaat om deze sociaal-culturele onderwerpen toont Halsema zich nog steeds een exponent van de rechtstatelijke traditie: “Tegenover de autoriteiten van de koning en de kerk is onze democratische rechtsstaat bevochten. Dat is een strijd geweest vóór individuele rechten, vóór het zelf kunnen nadenken over wat we van waarde vinden in ons leven, en dus ook vóór godsdienstvrijheid.” (Halsema 2010b). Ook godsdienstvrijheid is voor Halsema een individuele vrijheid: ze haalde in dit opzicht het begrip gewetensdwang aan. Niemand mag worden afgehouden van zijn religieuze overtuigingen: “Kerk noch staat mogen mensen dwingen te geloven of hun geloof af te leggen” (Halsema, 2010a). En dat betekent juist dat vrijzinnigheid nooit kan vervallen in onverschilligheid ten opzichte van intolerantie: iedere burger moet “zijn eigenaardigheden gegund om te voorkomen dat hij opgesloten raakt in een van bovenaf opgelegde, benauwende groepsmoraal” (Halsema 2005a:211). Geloofsvrijheid mag niet betekenen dat geloof “kan leiden tot het veroordelen of uitsluiten van andersdenkenden” (Halsema, 2010a).

Halsema pleitte “een gezond wantrouwen tegen te grote staatsmacht.” (Halsema en Zonneveld 2006, p.122). Macht vraagt volgens Halsema om tegen macht: “Burgers moeten actief worden uitgenodigd om de macht te controleren” (Halsema, 2004b) Volgens Halsema moeten we juist “in angstige tijden” ons blijven “realiseren dat de fundamentele vrijheden die door de Grondwet worden beschermd het bezit van burgers zijn. Grondrechten zijn niet het bezit van de overheid of van politici, die ze vervolgens aan sommige ingezetenen wel en aan anderen niet kunnen uitdelen.” (Halsema en Zonneveld 2006:122). Door een meerderheid te halen voor haar voorstel de grondwet te wijzigingen zodat rechters wetten aan de grondwet kunnen toetsen maakte zij een belangrijke stap om de rechten van burgers te verzekeren: “[a]ls wij constitutionele toetsing onthouden aan onze burgers, onthouden wij hun ook de rechtsbescherming die de Grondwet hun juist belooft (Halsema 2008a).”

In economisch opzicht ontvouwde Halsema een vernieuwende politieke agenda “Vrijheid Eerlijk Delen” (Halsema en Van Gent, 2005). In haar ogen hadden “linkse partijen zich de afgelopen decennia te veel in de hoek laten drukken van behoudzucht” (Halsema en Zonneveld 2006:143-144). Halsema wilde niet de huidige instellingen in stand houden als deze een belemmeringen vormden voor de zelfontplooiingen van mensen (Halsema 2005a:209). Dat betrof in het bijzonder de positie van vrouwen in de bijstand: “Voor te veel vrouwen in Nederland, autochtoon én allochtoon,” is volgens Halsema niet werken “een gedwongen keuze die het gevolg is van slechte opleidingen, een gebrek aan kansen en ouderwetse rolpatronen.” (Halsema 2010c). Halsema deed innovatieve voorstellen op het gebied van de AOW,  de WW en het ontslagrecht. De achterliggende argumentatie was er altijd een van emancipatie: “[wij] willen mensen baas maken van hun eigen leven. (…) Mensen moeten vrij en geemancipeerd kunnen leven. De eigen kracht van mensen moeten we vergroten en mensen niet afhankelijk maken of afschrijven.” (Halsema 2005b)

Individuele vrijheid is volgens Halsema niet te vereenzelvigen met consumentisme of egoïsme (Halsema 2005:209). Vrijheid krijgt volgens Halsema slechts betekenis als zij gepaard gaat met een politieke conceptie van het goede leven en met verantwoordelijksbesef van het individu (Halsema 2005: 202). De overheid is volgens Halsema (2000) altijd een zedenmeester omdat politiek bedreven wordt bedreven uit normatieve uitgangspunten. Wat Halsema hiermee bedoelt, kan het best worden uitgelegd aan de hand van het voorbeeld van Berlijn:  “Voor mij is Berlijn een vrije stad. (…) Tolerantie voert de boventoon. Toch leidt dat in Berlijn niet tot onverschilligheid. Wat je als bezoeker vooral opvalt is de beleefdheid op straat. Zelfs in het spitsuur dringen mensen niet de U-Bahn binnen maar wachten ze tot anderen zijn uitgestapt. Alsof iedereen daar beseft dat je alleen vrij kan zijn als je rekening met elkaar houdt, elkaar ruimte biedt.” (2006, p.165)

Milieu politiek is voor Halsema lang een veel minder dominant onderwerp geweest. Vanuit de liberale visie van Halsema vereist het milieu soms overheidsoptreden, namelijk omdat “vrijheid ook wordt bepaald en belemmerd door de staat van natuur en milieu” (Halsema, 2004a). Aan de andere kant moet milieupolitiek wel op een vrijzinnige manier bedreven worden, zonder benepen moralisme (Halsema, 2006:129). Pas in 2008 in haar essay “Geluk!” formuleerde Halsema (2008) haar groene agenda. Deze legde niet zo zeer de nadruk op natuurbehoud maar op een gelukkige, groene ontspannen samenleving. Er is volgens Halsema "een grote paradox verborgen in onze moderne Westerse economie en samenleving. We jagen op economische groei, materiele welvaart en luxe omdat we denken en hopen er gelukkiger van te worden. Tegelijkertijd vormen de bijbehorende verschijnselen van competitie, sociaal conflict en schaarste, stress en hufterigheid een serieuze bedreiging van ons geluk."  (Halsema, 2008b:67).

Ik heb in het verleden geschreven dat Halsema een politica is en geen filosofe, die schrijft in reactie op beleidsstukken en niet op politieke theorieen. Dat is denk ik, niet geheel terecht. Halsema heeft zich altijd in het bijzonder ingezet voor het vernieuwen van de politieke idealen van linkse politiek: meer dan andere linkse leiders. Hierdoor was zij ook een leider op links. Dus misschien geen filosofe maar ook niet alleen maar politica. Misschien is eigenzinnige politieke denker wel de beste kenschets voor een politica die duidelijk genoot van lezen, denken, schrijven en het intellectuele debat.

In haar denken zijn duidelijke lijnen te herkennen: ze staat in een rechtsstatelijke traditie die in het bijzonder hecht aan de bescherming van de rechten van burgers, oog heeft voor mensen in de marge en staatsmacht wantrouwt. Het is deze progressief-liberale orientatie die haar opvattingen over andere onderwerpen onderbouwt en verdiept. Waar Halsema in 1997 nog de klassieke sociaal-democratische vraag stelt over de verdeling van rijkdom, heeft ze sinds 2004 een nieuwe progressief-sociale agenda ontwikkeld. Een agenda met progressief-liberale trekken: dat is te zien door de nadruk vrijheid, autonomie en zelfstandigheid, maar ook het oog dat ze heeft voor outsiders bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt, en het wantrouwen dat ze heeft ten opzichte van bevoogdende staatssarrangementen. Het milieu, een onderwerp waar Halsema al in 1997 over schrijft past veel minder goed in deze visie: moeten we auto-gebruik beperken of is dat moralistisch? Is economische groei te verenigen met ecologische duurzaamheid? Legt het milieu grenzen aan onze vrijheid of vinden we echt geluk als we een ontspannen, groen leven leiden? Tot een echt groen liberalisme is het nooit gekomen.

Ik zal de prominente plek die Halsema missen als een prominente stem in het publieke en het politieke debat. Ik zal Halsema missen als een van de meest inspirerende sprekers en schrijvers van de afgelopen tien jaar. Daarom hoop ik dat het schrijven en het denken bij Halsema niet stopt.

 

 Verwijzingen

  • Bunkers, H. en F. Halsema (1995) "In een gezonde samenlevings is misdaad rechtvaardigd verdeeld" in De Volkskrant 6 Januari 1995
  • Dijksman, G. en F. Halsema (1995) “Angst leidt naar het verkeerde drugsbeleid” in De Volkskrant 25 September 1995
  • Halsema, F. (1995a) Ontspoord! Opstellen over criminaliteit en rechtshandhaving WBS Amsterdam
  • Halsema, F. (1999) "Niet bij vrijheidsstraf alleen" in De Volkskrant November 4 1999
  • Halsema, F. (2000) “Oppervlakkige geest van Paars eist rebellie” in Trouw 21 Oktober 2000
  • Halsema, F. (2004a) "Vrijzinnig" Links in De Helling 2004/2
  • Halsema, F. (2004b) "Links heeft geleerd van de jaren zeventig" in NRC Handelsblad Maart 11 2004
  • Halsema, F. (2005a) “Een linkse Lente” in Snels (ed.) Vrijheid als Ideaal Nijmegen SUN
  • Halsema, F. (2005b) We moeten mensen niet afschrijven” in Eindhovens Dagblad November 22 2005
  • Halsema, F. (2006a) “Ideeenpartij op zoek naar macht” Congresspeech 2006
  • Halsema, F. (2008a) "Waarom oordeelt een rus over onze wetten?" in NRC Handelsblad November 24
  • Halsema, F. (2008b) Geluk! Voorbij de Haast, Hyperconsumptie en Hufterigheid Bert Bakker: Amsterdam.
  • Halsema, F. (2010a) "Over Gewetensvrijheid" in De Helling 2010/4
  • Halsema, F. (2010b)" Vrijheid juist voor de je tegenstander" in De Volkskrant 10 April 2010
  • Halsema, F. (2010c) "Tijd voor nieuwe feministische solidariteit" in De Volkskrant 12 Maart 2010
  • Halsema, F. en M. Hajer (1997) "Inrichting van Nederland schreeuwt om politieke visie" in NRC Handelsblad 15 Februari 1997
  • Halsema F. en K. Vendrik (2001) "Bewijzen voor andere agenda PvdA ontbreken" in Trouw 30 mei 2001
  • Halsema, F. en I. Van Gent (2005) Vrijheid Eerlijk Delen. GroenLinks
  • Halsema, F. en M. Zonneveld (2006) Over de linkse lente Bert Bakker Amsterdam
  • Halsema, F. en K. Buitenweg (2001) “Burger dupe van Europees Strafrecht” in Trouw 31 Oktober 2001
  • Ornstein, L. (1997) “Femke Halsema deelt nu groene rozen uit” in Vrij Nederland 6 december 1997
  • Powel, H. (1997) "Femke Halsema, criminologe, borreltafelonderwerp en politiek dier" in Trouw December 31 1997

 

Een kritocratie

Hoe zou een samenleving eruit zien als deze is gebaseerd op de meest pure klassieke liberale waarden? De overheid zou dan gereduceerd zijjn tot een kritocratie, een overheid van rechters. Alles wat de overheid zou moeten doen is om als er een conflict is tussen mensen omdat de rechten van eem van hen wordt geschonden de correcte straf bepalen. Daarbuiten is er ruimte voor individueel initiatief, een dynamische vrije markt, vrije verenigingen van personen en allerlei vormen van naastenliefde en competitie.

Alles wat nodig is een grondwet van twee kantjes. Deze organiseert burgerschap, de verkiezing van rechters (door het volk uit mensen die een rechtersexamen hebben afgelegd), het wijzigen de grondwet (per referendum) en het meest belangrijk een aantal klassieke grondrechten, die niet mogen worden geschonden. Iedereen heeftmoet bij schending voor dat onrecht bij een rechter gecompenseerd kunnen worden. Rechters hoeven niet betaalt te worden: noch door burgers (dat voorkomt dat mensen hun recht zullen halen) noch door de overheid (want dan is er belasting nodig). Er wordt dus geen belasting geheven, alleen rijke mensen kunnen rechter worden. Er zijn denk vier grondrechten nodig:

  • De onschendbaarheid van de geest;
  • De onschendbaarheid van het lichaam;
  • De onschendbaarheid van bezit;
  • De onschendbaarheid van het contract.

Hierin zijn alle mogelijke belangenconflicten gevangen: als ik iemand besteel, verwond of een contract verbreek dan is dat een schending van een van deze grondrechten. Maar ook als iemand mijn bezit, mijn land of mijn lichaam beschadigt door vervuiling, dan valt het ook onder deze grondrechten. De vrijheid van godsdienst en meningsuiting valt onder de onschendbaarheid van geest. De bescherming van privacy, het briefgeheim of de huisvrede onder de onschendbaarheid van bezit. Sociale grondrechten zijn niet nodig. Lastiger is het om de vrije markt echt in toom te brengen: kan je kartels op deze manier aanpakken? Zoals in ieder stelsel met een beperkte grondwet en machtige rechters ontstaat er ruimte voor judicieel activisme. Zeker als rechters verkozen worden door het volk, zal hun interpretatie van de wet belangrijker worden dan de wet zelf. Verschillende partijen kunnen op verschillende manieren de grondwet interpreteren.

  • De Liberale Unie is de liberale systeempartij, deze interpreteert de grondwet zoals hij bedoeld is: een beperkte staat die de grondrechten van haar burgers beschermt. Alleen waar het gaat om kartels zal deze partij hard op treden, om de vrije markt te beschermen. Deze partij zal met name gesteund worden door grote bedrijven en door de boven- en middenklasse.
  • De Conservative Unie is een conservatieve partij die naast de grondwet ook de sociale orde probeert te beschermen. Dat betekent dat in economisch opzicht monopolies beschermd moeten worden, omdat deze een stabiliserend effect op de markt kunnen hebben; in sociaal opzicht zal deze partij morele instellingen willen beschermen (zoals kerken), morele regels in stand willen houden (zoals het heteroseksuele huwelijk) en morele sentimenten willen beschermen (zeker waar het gaat om de vrijheid van meningsuiting). Daarnaast zal deze partij hard optreden tegen criminaliteit en over het algemeen zwaar straffen. Deze partij zal gesteund worden door (religieuze) conservatieven uit alle klassen en grote bedrijven.
  • De Arbeidersbeweging is een socialistische partij die naast de grondwet ook oog heeft voor sociaal-economische ongelijkheid. Dat betekent dat een werkgever en een werknemer nooit gelijke partijen zijn en dat daarom werknemers recht hebben op bijzonder bescherming door rechters. Monopolies van vakbonden zijn vanuit dit opzicht gerechtvaardigd. Waar het gaat om veiligheid zal deze partij zich bijzonder inzetten tegen kleine criminaliteit in volkswijken. Deze partij zal in het bijzonder gesteund worden door mensen uit de lagere klassen en door vakbonden.
  • De Consumentenbeweging is een progressief-groene partij die net als de Arbeiderspartij oog heeft voor de zwakkere partij in sociaal-economisch opzicht, maar dat is in dit geval de consument (in tegenstelling tot de producent): hij heeft recht op extra bescherming tegen machtige bedrijven. Ook zal zij de rechten van consumenten willen beschermen waar het gaat om de kwaliteit en gezondheidsgevaren van producten, milieuvervuiling en monopolistisch gedrag van bedrijven. Deze partij zal in het bijzonder gesteund worden door mensen uit de middenklassen en door milieuorganisaties.0

Sociale Sferen & Democratie

In een interview, een tijdje geleden, merkte Wouter Bos op dat mensen beslissingen maken als burger, maar soms ook als werknemer, investeerder of consument, hij verwees hierbij naar het werk van Robert Reich. Dit gecombineerd met de discussie over de toekomst van de functionele bestuurslaag van de waterschappen inspireerde me tot het uitwerken van het idee van een democratie op basis van verschillende sociale sferen. Het idee gaat intellectueel terug op Walzer's Spheres of Justice. Hij stelt voor dat er in verschillende sociale sferen verschillende principes van rechtvaardigheid gelden. Hoe zou een democratie eruit zien waarbij burgers de kans krijgen om vanuit verschillende maatschappelijke rollen en daarbij horende belangen en principes van rechtvaardigheid te kunnen stemmen?

Je zou je kunnen voorstellen dat er drie belangrijke maatschappelijke sferen zijn: de economische sfeer, de publieke sfeer en de sfeer die betrekking heeft op ruimtelijke ordening. In ieder van deze sferen zijn burgers met verschillende "petten" actief: in de economische sfeer zijn we allemaal werkgevers of werknemers; in de publieke sfeer zijn we allemaal actief als "client"; in de milieusfeer zijn wel allemaal bewoner. Je zou je kunnen voorstellen dat als deze groepen apart vertegenwoordigd worden. In plaats van een parlement met 150 leden zouden er 3 parlementen kunnen zijn met 50 leden.

De Economische Raad zou dan het meest dichtbij komen bij een democratisch verkozen Sociaal-Economische Raad, met daarin een vertegenwoordiging verkozen door alle werkgevers en werknemers. Deze stelt regels aan economische activiteiten en organiseert sociale voorzieningen. In sociaal-economisch opzicht zijn er twee belangrijke tegenstellingen tussen links en rechts (streef je naar gelijkheid of het instandhouden van ongelijkheid? Kijk je naar de belangen van werkgevers of werknemers?), en tussen conservatief en progressief (wil je huidige regelingen behouden of deze hervormen?). Je zou je kunnen voorstellen dat er vier grote partijen zijn: de Arbeiderspartij (AP – conservatief en links voor de gevestigde werknemers), de Cooperatieve Partij (CV – conservatief en rechts, een voorstander van samenwerking tussen werknemers en werkgevers), de Sociaal-Progressieven (SP – progressief en links voor outsiders als ZZP'ers, flexwerkers en jongeren) en de Partij voor  Professionals, Zelfstandigen en Werknemers (PZW- klassiek liberaal dus progressief en rechts).

Je kan je ook voorstellen dat als je burgers aanspreekt als bewoners er verschillende belangen gaan spelen. In de Ruimtelijke Raad worden deze vertegenwoordigd. Deze zal zich bezig houden met ruimtelijke ordening, waterstaat, milieu, huisvesting, openbaar vervoer en energie. Het is eigenlijk een soort nationaal waterschap. Dat betekent dat er twee tegenstellingen zullen zijn: tussen groenere en grijzere partijen en tussen rechtsere en linksere partijen. Er zal een partij zijn die zich richt op auto-rijdende huiseigenaren die brede autowegen willen tussen villawijken, winkelcentra en kantoren ("Huiseigenarenpartij"). Er zal een partij zijn die het opneemt voor OV-gebruikende huurders, die lage huren willen maar ook leefbare wijken en gratis en goed OV ("Huurderspartij"). Er een partij die oog heeft voor "grote" groene ontwikkeling zoals het klimaat en zich daarom inzet voor OV en groene energie ("Klimaatpartij") en een partij die het opneemt voor de bescherming van het traditionele agrarische landschap ("Landschapspartij").

De Sociaal-Culturele Raad houdt zich bezig met onderwijs, cultuur, maatschappelijk werk, media, welzijn en zorg. Iedereen is hier consument van als ouder, scholier of patient. In mijn ogen zijn er twee belangrijke tegenstellingen: tussen goedkope, toegankelijke zorg en onderwijs voor iedereen en excellente zorg en onderwijs voor zij die daar wat voor over hebben, en tussen onderwijs en zorg dat gebaseerd is op traditionele waarden als respect voor het leven en het gezin, en onderwijs en zorg dat zo georganiseerd wordt dat dit mensen emancipeert, bevrijdt uit traditionele rolpatronen en in staat stelt om zelf vorm te geven aan het eigen leven. Zo zijn er vier partijen: de linkse Partij voor Arbeidersfamilies, de conservatieve Partij voor Traditionele Families, de progressieve Partij voor Alternatieve Families en de rechtse Algemeen Familiepartij.

Nationaal zouden er twaalf partijen zijn. Voor ieder voorstel moet er gezocht worden naar een meerderheid in de daaraangerelateerde parlementen. Het belastingplan zal door iedereen moeten worden goedgekeurd, regels voor de bouw in de Economische en de Ruimtelijke Raad en de onderwijskerndoelen in de Sociaal-Culturele Raad. Traditionele verbonden zijn misschien niet altijd even sterk: de Arbeiderspartij zal het opnemen voor de belangen van docenten, die niet altijd samenlopen met de belangen van studenten uit de Arbeidersklasse. 

Waarom geven we burgers maar een keuze: als werker heb ik misschien andere belangen dan als bewoner, en als ik voor GroenLinks kies vanwege het milieu krijg ik hun hele sociale agenda ook mee. In een model dat uit gaat van maatschappelijke sferen kunnen we echt kiezen voor onze verschillende belangen en idealen op verschillende onderwerpen

DWARS Door Grenzen: Australië

In veel landen zijn tweepartijenstelsels. Er is een linkse partij en een rechtse partij en dat is alles. Daar is weinig te zoeken voor mensen die op zoek zijn naar vrijzinnige, anti-dogmatische linkse politiek. Australië was zo’n land. De laatste verkiezingen brachten daar verandering in.

Er waren twee partijen in Australië: de centrum-rechtse conservatief-liberale Liberal Party en de centrum-linkse sociaal-democratische Labor Party. Ze wisselden elkaar regelmatig af in de regering. In de jaren ’70 kwam daar verandering in. De Australian Democrats werden opgericht als een progressieve afsplitsing van de Liberal Party. Dit was een progressieve middenpartij die stond voor meer directe democratie, bescherming van het milieu en burgerrechten. Het kiesstelsel voorkwam dat de Australian Democrats in het Lagerhuis kwamen, maar ze wonnen wel zetels in het Hogerhuis. Door haar kritisch-constructieve opstelling werd deze kleine partij een belangrijke macht. Ze waren nodig voor een meerderheid in het Hogerhuis en konden hun progressieve thema’s via het hun kamerwerk naar voren brengen.

Interne verdeeldheid zou de Australian Democrats uiteindelijk opbreken maar de partij vormde wel een voorbeeld voor anderen. Eén van die partijen die dit voorbeeld volgde, zijn de Australian Greens. Dit is de oudste Groene partij van de wereld. Haar geschiedenis loopt terug tot 1972, toen op het eiland Tasmanie een groene partij wordt gevormd, in verzet tegen de vernietiging van een natuurgebied. Dit is de eerste partij die zich specifiek inzette voor de bescherming van het milieu en de natuur wil behouden voor toekomstige generaties. In de jaren ’90 vormen groene partijen uit verschillende staten één groene partij De Groenen beginnen partij begint zetels te winnen in het Hogerhuis. In 1994 stelt de beroemde filosoof Peter Singer, bekend voor zijn verdediging van dierenrechten, zich (onsuccesvol) kandidaat voor de partij. In 2010 wint ze de eerste echte zetel in het Lagerhuis, de groene zetels is nodig voor de meerderheid. De Groenen geven steun aan een voortzetting van de sociaal-democratische regering, die zich sterk probeert te maken tegen klimaatverandering. Vanuit deze positie kunnen de Groenen een sterke stempel drukken op het beleid.

De Australian Greens beschouwen zichzelf niet als links of rechts maar als een partij van de vooruitgang. Maar het programma sluit prima aan bij het progressieve, sociale en groene gedachtegoed van DWARS: de partij komt op voor de vergroening van de belastingen, duurzame energie en duurzaam watergebruik: omdat een groot gedeelte van Australië een woestijn is, weet dit land als geen ander wat de gevolgen van klimaatverandering zijn. De partij wil de rechten van vluchtelingen en de Aboriginals beter beschermen: er zijn veel Aziaten vluchten naar Australië en er is een grote groep oorspronkelijke bewoners. De rechten van beide groepen worden beperkt door de blanke meerderheid, en dat willen de Groenen terugdraaien. Daarnaast komen de Groenen op voor erkenning van het homo-huwelijk en legalisering van softdrugs en euthanasie.

Er zijn weinig landen waar zo weinig keuze is voor linkse progressieven: naast de Labor Party en de Liberal Party, zijn er kleine nationalistische, Christelijke en conservatieve partijen van allerlei kleuren. Er is eigenlijk maar één partij die in de buurt komt van het progressieve gedachtegoed van DWARS, de Australian Greens. Maar dan is de gelijkenis wel weer uncanny.

Dit artikel verscheen ook in de overDWARS Winter 2010.

Publieke Professionals & Paternalisme

Jos van der Lans werd geintroduceerd als "de godfather van het linkse paternalistische gedachtegoed." Al in 1994 pleitte Van der Lans voor een 'modern paternalisme'. Op dit moment reist hij hele land door om over zijn laatste boek, Eropaf! De nieuwe start van het sociale werk, te vertellen. En alhoewel Van de Lans tussen 1999 en 2007 senator voor GroenLinks was, vertelt zijn verhaal zelden voor GroenLinksers. De GroenLinks Academie en het Wetenschappelijk Bureau van GroenLinks maakten daar een verandering in door hem uit te nodigen zijn verhaal te houden bij de derde bijeenkomst die zij organiseerden over vrijzinnig paternalisme.

 

Van der Lans pleit voor een nieuwe beweging van het maatschappelijk werk. Publieke professionals, zoals Van der Lans mensen die werken in het sociaal werk consequent noemt, moeten weer aanwezig te zijn in de wijk, op straat en zelfs bij mensen thuis. Hij plaatst zijn betoog in een historische schets van het maatschappelijk werk dat in zijn ogen vier fasen heeft door gemaakt: de eerste stap is het paternalistische 'erbovenop'. Vanuit dit perspectief moest de lagere klasse fatsoen en hygiene worden aangeleerd. Hier kwam in de jaren '60 verandering in. Deze nieuwe fase wordt door Van der Lans samengevat als 'ernaast'. Het afwijkende werd normaal verklaard en de welzijnswerker moest zich juist identificeren met de doelgroep. In de jaren '80 werd dit vervangen door 'ervanaf': het welzijnswerk verschuift van de leefwereld van mensen naar de systeemwereld van bureaucratische instituties. Dat betekent volgens Van der Lans dat "de publieke zaak geen gezicht meer heeft in de wijken". Daar moet volgens Van der Lans verandering in komen: 'eropaf!'. "De publieke professional moet uit de bureaucratische systeemwereld komen." Ze moeten terug in de leefwereld van burgers komen: "als er een puinhoop is in iemand's leven, dan moet daar een plan komen en professional die het geld en de middelen krijgt om dat leven weer op de rails te krijgen." En deze professional moet de macht en het mandaat krijgen om door de "kluwen van de bureaucratie" heen te gaan.

 

'Eropaf' probeert een tegenbeweging te vormen tegen het afstandelijke 'ervandaan' zonder te vervallen in het paternalisme van 'erbovenop'. Anna van Dijk van het Wetenschappelijk Bureau vraagt zich af of dat wel mogelijk is: "Wanneer wordt 'eropaf' 'erbovenop'? Als een professional zoveel autonomie krijgt, is er dan niet het gevaar dat hij te veel doorslaat in zijn rol? Een inbreuk op hun privacy van burger door een publieke professional is ook niet altijd terecht. Dreigt er niet het gevaar van een elite die mensen vertelt wat goed voor ze is?" Van der Lans stelt dat "in het perspectief van 'erbovenop' zo'n vraag met regels wordt beantwoord: wij van het maatschappelijk werk mogen dit wel en dat niet doen. Bij 'eropaf' worden deze dilemma's terug in de schoot van de professional geworpen: hij of zij moet vanuit zijn eigen competenties zulke afwegingen maken." En ten slotte "in de meeste gevallen als er contact tussen een burger en een publieke professional is, is er iets aan de hand. En dan moet de professional zo snel mogelijk verandering kunnen brengen in het leven van die mensen. Je moet proberen om mensen in een situatie te brengen dat ze wat van hun leven maken."

Dit artikel verscheen in het GroenLinks Magazine van December 2010.

De Geschiedenis van DWARS in 36 Tweets

9 September 2010 DWARS onderhandelt samen met de JOVD (VVD jongeren), JD (D66 jongeren) en JS (PvdA jongeren) over een Paars Plus kabinet. De JOVD trekt uiteindelijk de stekker uit de onderhandelingen. DWARS is teleurgesteld. Eline van Nistelrooij,  de eerste vrouwelijke DWARS-voorzitter: “Het zag er heel goed uit allemaal.”

18 April 2010 Na een sterk betoog van Diederik ten Cate schrapt het GroenLinks congres, het referendum uit het programma. GroenLinksleider Halsema gaat door met haar wetsvoorstel op dit onderwerp: "Er staat niet opeens in dat we er tegen zijn."

24 Maart 2010 DWARSvoorzitter Diederik ten Cate start een discussie over de naam van DWARS: “Ik denk dat het niet teveel gezegd is om te stellen dat Dwars van een ongeorganiseerde anarchistische rommel is uitgegroeid tot een moderne organisatie van progressieve jongeren met idealen en ambities''”

18 April 2010 Het GroenLinks congres zet oud-DWARS voorzitter Jesse Klaver op nummer #7 van de GroenLinks lijst en oud-DWARS JongerenFractielid Niels van den Berge op plek #12. Jesse Klaver wordt op 9 Juni 2010 verkozen tot Kamerlid.

7 Februari 2009 Judith Sargentini, actief lid van DWARS begin jaren ’90, wordt lijsttrekker van GroenLinks bij de Europese verkiezingen. In een intern referendum verslaat zij onder andere Niels van de Berge, actief lid van DWARS in de jaren ’00.

24 November 2008 Na anderhalf jaar discussie neemt GroenLinks een nieuw beginselprogramma. DWARS drukt een sterke stempel op het nieuwe beginselprogramma van GroenLinks. Voor het congres trekt DWARSvoorzitter Jesse Klaver nog een keer fel van leer tegen Kritisch GroenLinks: “hun standpunten waren vernieuwend in 1990” .

27 Juli 2008 kraakt ook DWARS Amsterdam samen met ROOD Amsterdam een pand in Amsterdam. Op 3 September 2007 kraakte DWARS Groningen samen met ROOD (SP jongeren) en de Groningerstudentenbond ook al een kantoorpand. Daarin werden 50 studenten in gehuisvest.

26 November 2007 DWARSvoorzitter Joeri van der Hoff roept op tot “lieve acties” bij de scholierenstaking in Amsterdam. Als de staking uit loopt op rellen, wordt DWARS hiervoor verantwoordelijk gehouden door onder andere CDA kamerlid De Vries.

7 Oktober 2007 DWARS kiest op haar congres in Amsterdam haar eerste “echte” voorzitter Joeri van der Hoff. Twee jaar na de organisatieverandering die is ingezet door de Commissie Bestuurlijke Vernieuwing is DWARS qua organisatie een normale PJO geworden.

17 Juli 2007 Er wordt een koffer met verdacht materiaal gevonden in het pand van DWARS. Omdat het volgens de politie een explosief materiaal betreft wordt het DWARSpand en de omliggende gebouwen aan de Oude Gracht in Utrecht tijdelijk ontruimd. DWARS voorzitter politiek Joeri van der Hoff: “Het leek wel een rekwisiet uit een slechte B-film.”

31 September 2006 DWARS neemt een nieuw politiek programma aan en amendeert haar beginselprogramma. In dat beginselprogramma ligt een grotere nadruk op vrijheid: “Dwars streeft naar een vrije wereld, waarin ieder individu gelijke kansen krijgt om zich te kunnen ontwikkelen.”

8 Januari 2006 DWARS spreekt zich positief uit over de vrijzinnige sociale voorstellen die Femke Halsema en Ineke van Gent doen in hun manifest “Vrijheid Eerlijk Delen”. DWARS woordvoerder Mieke van der Vegt: “Het doel van linkse sociale politiek moet zijn om de mogelijkheden van mensen te optimaliseren. Mensen moeten in staat worden gesteld hun leven zelf vorm te geven en hun talenten te gebruiken.” Het manifest was het komende jaar een groot discussiepunt binnen GroenLinks waarbij DWARS consequent koos voor de vrijzinnige lijn.

11 December 2005 DWARS bestaat vijftien jaar. Het DWARScongres verkiest voor het eerst één bestuur met daarin twee voorzitters: Onne Bakker (voorzitter organisatorisch) en Steven de Vries (voorzitter politiek). De organisatie verandering is het gevolg van de Commissie Bestuurlijke Vernieuwing, die onder leiding van Onne Bakker, een uitgebreide analyse heeft gemaakt van de DWARS organisatie.

24 December 2004 DWARS biedt samen met de JS en ROOD het Pepermanifest aan Femke Halsema, Wouter Bos en Jan Marijnissen. "Onze moederpartijen moeten meer gezamenlijk optrekken tegen het asociale beleid Balkenende," aldus Niels van den Berge, lid van de JongerenFractie van DWARS.

5 December 2003 Rutger den Dool, algemeen coordinator van DWARS, zegt in het NRC Handelsblad: “Nertsen bevrijden of een vrachtwagen met nertsenhuid in brand steken vind ik in principe goede acties” Zijn uitspraken kunnen op zware kritiek rekenen vanuit GroenLinks. Vanwege deze uitspraken treedt Den Dool af als coordinator van DWARS.

3 April 2003 Diana de Wolff, GroenLinks senator over DWARS: “'Dwars, de jongerenclub van GroenLinks, bestaat zonder uitzondering uit ideale schoonzonen (m/v), wier eisen niet verder strekken dan een glaasje biokarnemelk op partijcongressen en die vooral heel snel zelf Kamerlid willen worden.”

18 Januari 2003 Oud-DWARS coordinator David Rietveld doet, met steun van DWARS, tevergeefs een gooi naar het voorzitterschap van GroenLinks.

9 Februari 2002 Het GroenLinks congres plaatst Arno Bonte, voormalig lid van de JongerenFractie van DWARS op plaats #15.

22 Januari 2002 DWARS, het CDJA en de JS spreken zich uit voor een Paprika Akkoord tussen GroenLinks, CDA en de PvdA na de verkiezingen van 2002. “Het milieu moet hoger op de agenda”, aldus Arno Bonte lid van de JongerenFractie van DWARS

6 November 2001 De GroenLinks Tweede Kamerfractie steunt, na de aanslagen van 11 September, de Amerikaanse bombardementen in Afghanistan. DWARS organiseert het verzet binnen GroenLinks tegen dit standpunt. Een petitie die getekend is door een groot aantal GroenLinks leden dwingt de fractie haar standpunt in te trekken. Rosalie Smit, woordvoerder van DWARS: “De Tweede-Kamerfractie is een beetje naief geweest.”

Juni 2001 DWARS neemt op haar congres in Alkmaar haar eerste beginselprogramma aan: “DWARS wil niet conservatief gaan zitten somberen of pragmatistisch rommelen in de marge, maar zich actief inzetten voor vrolijke, progressieve, noem het linkse, en vernieuwende ideeën.” In December neemt zij ook het eerste politiek programma aan. Het programma spreekt ondermeer uit dat “zeppelins waar mogelijk vliegtuigen in het luchtverkeer vervangen.”

11 Februari 2001 DWARS kiest bij haar tienjarig bestaan vredesactiviste Mariette Moors tot dwarsligger van het decennium, zij woonde min-of-meer permanent in een vredeskamp in de buurt van luchtmachtbasis Volkel uit verzet tegen de aanwezigheid van kernwapens daar.

18 September 2000 De bijna PJObrede oproep "Stop met het gedoogbeleid" verschijnt in het NRC. Jelmer Uitenthuis tekent names DWARS.

9 Februari 1999 DWARS richt schaduwfractie op om de Tweede Kamerleden van GroenLinks kritisch te volgen. Paul Rosenmöller, GroenLinks-leider: de schaduwfractie is van harte welkom op de wekelijkse fractievergaderingen.

6 Februari 1999 DWARS dient een motie die oproept de leider van de Koerdische separatisten Öcalan uit te nodigen naar Nederland, in op het GroenLinks congres. Onder druk van Turkse GroenLinks leden wordt de motie terug getrokken.

7 Maart 1998 DWARS uit kritiek over het verkiezingsprogramma van GroenLinks, dat niet links genoeg zou zijn. Jasper Kenter, Dwars-coordinator: "We zijn de luis in de pels.”

7 Juni 1997 Jonge Democraten (D66-jongeren) breken het overleg tussen DWARS en de Jonge Socialisten (PvdA-jongeren) af over een “Groene Coalitie” dat een alternatief zou kunnen vormen voor het dan zittende Paarse kabinet.

27 Januari 1997 Het GroenLinks Congres neemt een DWARS motie om alleen nog maar vegetarische lunches op GroenLinks congressen aan te bieden.

Medio 1996 Een crisisbestuur, waar onder andere Peter Kodde lid van is, neemt de leiding DWARS, omdat DWARS in een zwart gat dreigt te vallen. Een nieuwe bestuursstructuur wordt opgezet, de relatie met GroenLinks wordt opgehaald en DWARS verhuist van het Gespuis in Amsterdam naar het huidige pand in Utrecht.

19 Juni 1995 DWARS organiseert een blokkade van de Shell Laboratoriums in Amsterdam uit verzet tegen de Dumping van het boorplatform de Brent Spar. DWARS wil Shell het signaal geven “dat wij dit soort praktijken niet langer pikken.” 11 dagen later bidet DWARS 2000 handtekeningen aan aan de Franse Consul uit protest tegen de voorgenomen Franse kernproeven op Mururoa.

27 Mei 1995 De Pargo, het parlementaire groepje van DWARS dat zich op een ludieke manier bezighoudt met de koers van GroenLinks houdt een van haar eerste vergaderingen op het strand van Zandvoort.

29 November 1994 Tijdens de verkiezingscampagne word GroenLinks bekritiseerd omdat op een als campagne activiteit georganiseerd house feest xtc werd gebruikt. Aan het einde van het GroenLinks congres waar deze verkiezingen werden geëvalueerd stormy DWARS het podium op en gaf een oorverdovende reprise van de bekritiseerde houseparty.

30 April 1994 GroenLinks haalt 22 zetels bij de scholierenverkiezingen. DWARSbestuurslid Judith Sargentini: “Met deze generatie kunnen we de toekomst wel aan.”

30 Oktober 1993 Paul Rosenmöller wordt verkozen tot meest populaire politicus onder de jeugd. Nanja van Wensen woordvoerder van DWARS: “Paul Rosenmöller jongerenidool? Nou bij ons valt dat wel mee. We zijn dan wel de jongerenorganisatie van GroenLinks maar dat betekent niet dat we iedere GroenLinkser zo maar geweldig vinden.”

1991 De DWARS afdeling in Limburg scheidt zich af van DWARS om zich aan te sluiten bij de socialistische jongerenorganisatie Rebel. “De naam DWARS is niet bekend genoeg.” Van de jongerenorganisatie Rebel werd daarna weinig meer vernomen.

28 Januari 1991 DWARS neemt deel aan de demonstratie tegen de Oorlog in Irak onder het motto “Ga in je eigen zandbak klieren”.

15 en 16 December 1990. Onder druk van het ministerie van WVC en GroenLinks richten leden van de PSJG, de PPRj en onafhankelijke GroenLinkse jongeren een jongerenorganisatie voor GroenLinks op. Het ANJV gaat onafhankelijk verder. De naam DWARS GroenLinkse Jongeren is een compromis tussen de PSJG’ers die georienteerd zijn op de kraakbeweging en de GroenLinks georienteerde  PPR-jongeren.

6 September 1989. GroenLinks doet voor het eerst mee aan de Tweede Kamerverkiezingen. Het is een samenwerkingsverband van vier partijen: de communistische CPN, de groene PPR, de links-socialistische PSP en de progressief Christenlijke EVP. Er wordt ook GroenLinkse Jongerenraad opgericht met daarin twee leden van de Politieke Partij Radicalen jongeren, de Pacifistisch Socialistische Jongerengroepen en de Algemeen Nederlands Jeugdverbond, de jongerenorganisaties van de PPR, de PSP en de CPN.

Dit artikel verscheen ook in de OverDWARS van de herfst 2010.