Toekomst van GroenLinks

Op basis van de vier scenario's uit de bundel van Lucardie en Voerman: fusie, consolidatie, marginalisering en groei vroeg GroenLinks Magazine vijf GroenLinksers waar zij denken dat GroenLinks over twintig jaar staat. Gespreksgenoten zijn Yolan Koster-Dreese, tot voor kort fractievoorzitter van Progressief Woerden, een samenwerkingsverband van PvdA en GroenLinks; Josse Voogd, als electoraal geograaf verbonden aan het wetenschappelijk bureau van GroenLinks. Evelien van Roemburg; raadslid in Amsterdam; Jacqueline Cremers, secretaris-generaal van de Europese Groene Partij; en Ronald Paping, in het verleden GroenLinks raadslid in Groningen en nu voorzitter van de Woonbond.  Yolan Koster-Dreese is voorzichtig in haar voorspelling: ' 'De vermoedens die je nu hebt baseer je op datgene wat je nu waarneemt. Ik had 20 jaar geleden niet durven voorspellen dat we als samenleving dingen doen die we nu doen.''  Josse de Voogd vliegt er wat harder in : ''Er gaat heel wat meer veranderen dan in het boek [van Lucardie en Voerman – red.] gesteld wordt. Ik verwacht radicalere veranderingen, zoals in het recente verleden de opkomst van de SP of de PVV.''

Vanuit Europees perspectief is er grote hoop voor GroenLinks volgens Jacqueline Cremers 'Over twintig jaar regeren De Groenen mee in Europa Ook in de lidstaten op nationaal niveau zijn de Groenen dan weer aan de macht' Als je over de grens kijkt, staan de seinen ook op  korte termijn op groen: ''De Groenen staan in de peilingen boven  de sociaal-democraten in Duitsland. De strijd in Frankrijk om wie de grootste op links zal zijn gaat nu tussen  de socialisten en de Groenen. Het is de vraag hoe groot we gaan we worden, niet hoe klein we zullen blijven.'

Fusie

In de Nederlandse realiteit is voor veel gesprekspartners samenwerking of fusie echter een serieuze mogelijkheid. Koster-Dreese: ''Ik denk dat GroenLinks over twintig jaar niet meer een zelfstandige partij is. Willen we onze opvatting van betekenis laten zijn dan moeten we een grotere machtsbasis hebben. Dan zul je uitkomen bij iets dat ruikt naar fusie met delen van D66 en de Partij van de Arbeid.' 

Evelien van Roemburg ziet vooral D66 als een aantrekkelijke partner. In het verleden pleitte zij al voor een fusie van GroenLinks en D66 : 'Over twintig jaar is GroenLinks samen gegaan met D66, het vrijzinnige deel van de PvdA en misschien de linkerflank van de VVD. Op inhoudelijke punten komen GroenLinks en D66 vrij veel overeen: denk maar aan de hervorming van de woningmarkt of arbeidsmarkt en Europa. Op de grote hervormingen vinden ze elkaar.''

Koster-Dreese is het daar slechts gedeeltelijk mee eens: 'Behoorlijk wat inhoudelijke punten van D66 zouden bij GroenLinks kunnen passen. Maar dat houdt op op het moment dat je bij  het neo-liberale gedachtegoed van D66 komt, het halleluja roepen over het individu, zonder je al te veel druk te maken over wat je als sociale constructie nodig hebt om ook mensen die wat minder fortuinlijk zijn volop te laten mee doen.'

Maar volgens Van Roemburg is 'de inhoudelijke kloof tussen D66 en GroenLinks wel te overbruggen. 'GroenLinks en D66 zijn nu te klein en te onbeduidend. Als je echt een machtsfactor wil zijn, dan moeten we samenwerken. Zo'n partij kan ook een alternatief zijn voor de PvdA. Veel mensen stemmen nu PvdA vanuit strategische redenen. Die stemmen kan je ook naar een links-progressieve vrijzinnige partij trekken als die iets in de melk heeft te brokkelen.''

Josse de Voogd ziet een andere mogelijkheid: ''GroenLinks kan  nu beter een lijstverbinding met D66 sluiten met een gezamelijke kandidaat-premier: samen zijn ze nu twintig zetels waard. Combineer dat met strategische stemmen die nu vaak naar de PvdA gaan en deze formatie kan de grootste worden. Zo'n constructie staat D66 ook toe om bij de VVD in te breken.''

Ronald Paping heeft zich in 2007 in De Helling uitgesproken voor een fusie van GroenLinks, de SP en de Partij voor de Dieren ''Met alle respect voor Pechtold, D66 is geen linkse partij.Die partij gaat uit van het neo-liberalisme, dat met de kredietcrsisie en de mislukte liberaliseringen failliet is. Een model dat in mijn ogen denkbaar is, is de vorming van een links blok, een rechts blok en daartussen een kleine Christen-democratisch middenpartij. Het rechtse blok kan gevormd worden door de VVD en D66. Het linkse blok zal worden gedomineerd door de sociaal-democratie.'' Volgens Paping hoeft dat geen twintig jaar te duren: 'Het kan een spannende tijd worden, als het hele gebouw [dit kabinet -red.] in elkaar dondert. De linkse partijen zullen dan moeten komen met een gezamelijke inzet op onder andere het sociaal-economisch terrein. Een programma op hoofdlijnen, dat het vertrouwen van de mensen kan werven.'

Progressief/conservatief

Josse de Voogd ziet weinig in linkse samenwerking: ''Er zijn op dit moment twee stromingen op links. Aan de ene kant is er de progressief-linkse stroming die bestaat uit D66 en GroenLinks en de conservatief-linkse stroming, in de vorm van de SP. De PvdA is halfslachtig: zij moeten kiezen of ze zal splitsen.''

De analyse dat er een progressieve en een conservatieve linkse stroming bestaat wordt door veel gespreksgenoten gedeeld.  Van Roemburg: 'De PvdA is een tamelijk conservatieve partij. Het gedachtegoed van de PvdA gaat over 'wij' en 'de gemeenschap en de partij staat voor het behouden van bestaande rechten’. Voor GroenLinks en D66 gaat het om vrijheidslievendheid en de mogelijkheden en kansen om jezelf vrij te vechten.' Koster-Dreese, die lokaal samenwerkte met de PvdA: 'Ik denk dat er elementen zijn binnen de PvdA die tamelijk behoudend zijn, die de veilige route kiezen. Die zullen last hebben van het vrije verkennende avontuurlijke karakter van het grootste gedeelte van GroenLinks.'

In de analyse van De Voogd moet je voor een linkse meerderheid juist afstand nemen van de SP: 'GroenLinks en de SP putten uit andere kiezersgroepen. De SP kiezers komen uit de sociaal-conservatieve hoek. Daarmee is de SP de enige die op de PVV kunnen inbreken. Als GroenLinks en SP gaan samenwerken dan verlies je de progressief-liberale of sociaal-conservatieve kiezers' Daarmee verlies je ook de mogelijkheid van een linkse meerderheid: 'Als de progressief en conservatief links allebei onafhankelijk van elkaar meer dan een kwart van de kiezers achter zich krijgt, dan kunnen ze samen een kabinet vormen.'

Alleen Paping heeft vertrouwen in verregaande samenwerking met  GroenLinks en de SP: 'Ik denk dat het heel goed zou zijn als er open linkse partij zou zijn waar ruimte weer voor debat komt. Zo'n partij moet opkomen voor gewone mensen die bijvoorbeeld hun baan dreigen te verliezen.” In de ogen van Paping groeien GroenLinks en de SP uit elkaar: “GroenLinks is naar rechts geschoven, terwijl de SP nog steeds weinig open is. Ik hoop op dat de SP GroenLinks opvoedt en andersom. De SP zou GroenLinks meer naar links kunnen trekken. En GroenLinks zou de SP kunnen overtuigen om de ramen open te doen, bijvoorbeeld richting Europa.'

Hoe groot zijn de kansen van de andere mogelijkheden: consolidatie, groei of marginalisering?

Van Roemburg: 'Groei geloof ik niet zo in: de huidige tijd is precies op GroenLinks toegespitst. Je zou verwachten dat een partij die de klimaat- en de bankencrisis al jaren dit had zien aankomen en dat ook heeft geroepen, meer zetels zou kunnen halen op het moment dat die voorspelling uit komt. Als het ons nu niet lukt dan weet ik niet of het in de toekomst veel beter wordt. Van de andere scenario’s is consolidatie het meest waarschijnlijk.'

Maar  consolidatie is ook gevaarlijk, aldus De Voogd: 'Bij het consolidatiemodel is de kans groot dat strategische stemmers afhaken en naar een andere partij gaan.'

Cremers deelt die opvatting: 'Als je te lang op het landelijk niveau marginaal blijft,  maakt dat je niet aantrekkelijk genoeg voor een grote groep kiezers. De vraag is of wij kunnen doorstoten om als GroenLinks tussen die tien en twintig procent te komen. Als ons dat niet lukt dan zal die ruimte worden ingenomen door een andere partij: PvdA of D66 kan naar links schuiven of er ontstaat misschien een nieuwe beweging, die ook groepen uit de huidige partijen kan aantrekken.'

Dit artikel verscheen ook in het GroenLinks Magazine December 2010

DWARS door Grenzen: Spanje

In de Spaanse politiek zijn er twee centrale tegenstelling: tussen links en rechts en tussen de centrale, Spaans-talige overheid in Madrid en de verschillende culturele minderheden en autonomie regio’s. Dat maakt de partijpolitiek uitermate gecompliceerd en bijna onvergelijkbaar met de Nederlandse politiek.

“De” Spanjaard bestaat niet. Er wonen in Spanje verschillende bevolkingsgroepen, die zich in meer of in mindere mate identificeren met Spanje. In het historische koninkrijk Castille, in het centrum van Spanje, rond Madrid, wordt de taal gesproken die officieel “Spaans” wordt genoemd. Hier identificeren mensen zich het sterkst met Spanje. In de andere regio’s, zoals Baskenland en Catalonie, worden officieel erkende minderheidstalen gesproken. De verschillende regionale overheden hebben in meer of mindere autonomie, afhankelijk van de mate waarin de bevolking zich identificeert als een eigen nationale groep. Vraagstukken van identiteit en nationalisme kunnen uitlopen in gewelddadige conflicten, de terreur van de Baskische afscheidingsbeweging ETA is daar een traditioneel voorbeeld van.

In Nederland wordt regionalisme en nationalisme niet geassocieerd met linkse politiek. In Spanje is het streven naar een staat die niet puur Spaans is maar juist ruimte laten voor de diversiteit van regionale en nationale identiteiten een streven dat het meest met links geassocieerd wordt. De twee grootste politieke partijen zijn de centrum-rechtse, conservatieve Partido Popular (Volkspartij) en de centrum-linkse sociaal-democratische Partido Socialista Obrero Español (Socialistische Arbeiderspartij). Naast traditionele vraagstukken die links en rechts over heel Europa verdelen (bijvoorbeeld de relatie met Amerika en de rol van de staat in de economie), zijn deze partijen ook verdeeld over de vraag hoe de macht verdeeld moet worden tussen de centrale overheid en de regio’s. De sociaal-democraten willen meer macht afdragen aan de regio’s en de conservatieven willen de macht behouden voor Madrid.

In het nationale parlement, de Cortes, zijn ook partijen door gedrongen die strijden voor meer autonomie van Madrid voor hun specifieke regio. Basken, Catalanen, Navarrezen en Galiciers hebben allemaal hun eigen partijen.  Sommigen hebben zelfs meerdere regionale partijen vertegenwoordigd: een linkse en een rechtse partij. De linkse partijen werken traditioneel samen met de sociaal-democraten en de rechtse met de conservatieven. De Catalanen hebben de meeste partijen: een coalitie van liberale en Christen-democratische partijen Convergencia i Unio, een groene partij (Iniciativa per Catalunya Verds) en een linkse partij (Equerra Republicana de Catalunya). Voor de verkiezing van het Europees Parlement werken de regionalistische partijen samen, opvallend genoeg niet langs nationale lijnen maar juist langs politieke lijnen. Bij de laatste Europese verkiezingen deden er twee coalities van regionalistische partijen mee, een rechtse en een linkse.

Toch is het vanuit progressief perspectief moeilijk om de kant te kiezen van een expliciet nationalistische partij die streeft naar onafhankelijkheid voor een of andere bevolkingsgroep. Naast de grote centrum-linkse, centrum-rechtse en regionalistische partijen is er gelukkig meer te kiezen in Spanje. Een recente nieuwkomer in de Spaanse politiek is de partij Union, Progresso y Democracia (Eenheid, Vooruitgang en Democratie). Deze partij wil de centrale Spaanse overheid niet verder uit hollen door de regio’s nog meer macht te geven. De partij is expliciet anti-nationalistisch. Daarnaast willen ze de Spaanse democratie vernieuwen,  de scheiding van kerk en staat versterken, de scheiding der machten bevorderen, burgerrechten beschermen en het politieke geweld aan pakken. Economisch gezien stelt deze partij zich in het centrum op. Deze combinatie van progressieve politiek, gericht op het beschermen van individuele rechten sluit aan bij de liberale traditie: UPyD komt op voor mensen als individuen, niet als leden van bevolkingsgroepen.

Spanje is een post-nationalistische staat, waar burgerschap van de Spaanse staat en een identiteit als Spanjaard niet samen vallen. Er is ruimte voor Spanjaarden, Catalanen, Basken enzovoort. Dat lijkt misschien een mooi beeld voor een progressieve GroenLinks’er in Nederland, waar we voortdurend over de relatie tussen burgerschap en identiteit in discussie zijn. Spanje laat echter zien dat er geen eenduidige oplossing is voor de vraag hoe identiteit en burgerschap zich moeten verhouden als deze niet meer gelijk lopen: moet je als liberaal, mensen behandelen als individuen? Of juist als multiculturalist, mensen benaderen als leden van een nationale groep? Is linkse politiek kiezen voor autonomie voor bevolkingsgroepen of voor de bescherming van het individu?

Dit artikel verscheen ook in de OverDWARS van de winter van 2010.

Politiek en Lifestyle

Politiek gaat om grote idealen: solidariteit, vrijheid, gelijkheid, rechtvaardigheid, duurzaamheid. Maar de kern van politiek is dat deze ook op het niveau van de burger vertaald kunnen worden. Zij moeten immers gemotiveerd om voor een partij te kiezen.

Met name het VVD programma is hier uitermate voor geschikt: in abstracto praat de VVD over een vrije markt, een veilig land en een kleine overheid. Dat is zo'n beetje de kern van de ideologie van de conservatieve liberalen. Maar tijdens de campagne zou dat doorvertaald moeten worden in drie woorden die de potentiele VVD-kiezer aanspreken: betaalbaar, veilig en bereikbaar. Bij de lokale verkiezingen in Delft deed de VVD onder die leus mee.

Het hele VVD verhaal over een kleinere overheid, die efficienter en bedrijfsmatiger te werk gaat en geen onnodige taken op zich neemt kan je vertalen naar een belofte aan de burger: "betaalbar". Bij ons betaalt u minder belasting. Het VVD verhaal over de kerntaak van de overheid het beschermen van de burger tegen oorlog, misdaad en terrorisme wordt teruggebracht tot een belofte: "veilig". U kunt weer over straat. Ten slotte betekent het VVD verhaal over een dynamische vrije markt dat er van de overheid wordt verwacht dat deze investeert in de infrastructuur waar die economie op draait en dat betekent dat de VVD de individuele kiezer belooft dat zijn of haar dorp, stad en wijk bereikbaard wordt. En hiermee treft de VVD heel goed drie alledaagse ergenissen van burgers: onveiligheid, hoge belastingen en files.

Ook het SP verhaal zou je makkelijk zo kunnen vertalen. Op het hoge niveau pleit de SP voor een eerlijkere inkomensverdeling, voor het behoud van de publieke zaak en voor gelijke rechten en plichten voor iedereen, rijk en arm, maar ook allochtoon en autochtoon. Dat houdt ook weer specifieke beloften voor de burgers in: namelijk betaalbare huren en verzekeringspremies en verbetering van uitkeringen en minimuminkomens ("betaalbaar"); dat de publieke zaak, zoals de zorg, het OV en het onderwijs voor iedereen toegankelijk is, omdat het niet aan de markt wordt overgelaten ("toegankelijk"); en dat de leefbaarheid van de oude volkswijken verbeterd moet worden, omdat iedereen moet kunnen leven in een veilige, schone en vertrouwde omgeving ("leefbaar"). 

Voor andere partijen is het veel ingewikkelder om het complexe verhaal terug te brengen in drie kernbooschappen, die burgers aanspreken. Neem het GroenLinks programma: ik kan dat nog wel terug brengen tot een kernboodschap over de samenleving: groen, sociaal en open. Groen betekent een duurzame economie, waar de prijs van producten hun daadwerkelijke kosten vertegenwoordigt. Sociaal betekent dat GroenLinks de verzorgingsstaat wil hervormen om deze emanciperender te maken en outsiders gelijke kansen te bieden. Open betekent ten slotte dat GroenLinks voor een samenleving staat waar ruimte is voor verschil en die open staat voor de wereld.

Maar wat betekenen die idealen nou voor een individuele burger? Je kan natuurlijk geloven dat de GroenLinks boodschap bedoeld is voor post-materialistische kiezers die zich geen zorgen maken over hun eigen belang, maar zich richten op de belangen van anderen. Maar wat als we nu eens de stap maken en kijken naar wat GroenLinks burgers zou kunnen beloven.

Bij het sociale verhaal is de stap misschien nog wel te maken naar de dagelijkse beleving van mensen. Halsema deed in Vrijheid Eerlijk Delen een mooie opzet voor een verhaal over de hervorming van de verzorgingsstaat voor outsiders, als gehandicapten, flexwerkers en allochtonen, maar in Geluk! legde zij de nadruk op de stress die veel mensen voelen in de moderne maatschappij, en dat geldt zeker voor ouders met jonge kinderen. Het alternatief dat GroenLinks biedt met kinderopvang, verlofregelingen en flexibele werktijden, gaat met name over een "ontspannen leven".

Het verhaal dat GroenLinks over klimaat, milieu en natuur heeft, gaat natuurlijk eigenlijk over de belangen van toekomstige generaties. Dat wordt al concreter gemaakt door te praten over de economische mogelijkheden die groene innovatie biedt. Maar we kunnen nog een niveau dichterbij de burger komen. Want uiteindelijk gaat een groen verhaal over een gezond leven, met mooie natuur om in te recreeeren. Biologisch eten is niet alleen beter voor het milieu, maar ook gezonder en lekkerder. GroenLinks belooft dus met haar groene verhaal gezond genieten, weer een vorm van ontspanning.

Als GroenLinks het over een open samenleving heeft gaat dit om grote processen: Europeanisering, globalisering, migratie, integratie. Dat schikt veel mensen af. Maar al die processen verrijken de samenleving ook. Op het niveau van de burger betekent een open samenleving een Turkse bakker op de hoek, een mooie Europese productie op de publieke omroep en een rijk cultureel aanbod. Een stad die bruist met een diverse cultuur. Een stad (wederom) waar het mooi ontspannen is.

In mijn ogen komen die drie verhalen waar mee GroenLinks op het niveau van lifestyle mensen zou kunnen spreken op hetzelfde neer: een ontspannen samenleving, waar tijd is voor familie, een mooie natuur om van te genieten en een diverse stadscultuur. En daarmee komen we misschien wel op de kern van het probleem van GroenLinks uit. De belofte die de VVD maakt is dat ze drie ergenissen van burgers gaat oplossen: de files, de hoge belastingen en de onveiligheid. GroenLinks belooft grote maatschappelijke problemen op te lossen: culturele verharding, klimaatverandering en uitsluiting van outsiders. Maar op het niveau van de individuele burger beloven wij een ontspannen vrije tijd. Omdat GroenLinks geen problemen op lost van haar kiezers, mist kiezen voor GroenLinks daarmee iedere persoonlijke urgentie.

Mens, Samenleving en Science Fiction

Filosofie van de Toekomst van Fred Keyzer is een interessante inleiding in de filosofische onderbouwing van science fiction. Het boek pleit ervoor om science fiction te gebruiken om filosofische ideeën uit te werken. Dat is geen raar idee: in dit genre kunnen we kijken naar andere levensvormen, de effecten van technologische vernieuwing op de samenleving en bijzondere fysische fenomenen als tijdreizen.

Boeken als the Physics of the Metaphysics of Star Trek gaan over de bijzondere fysische fenomenen: ruimtereizen, tijdreizen etc. etc. Vaak verzinnen schrijvers bepaalde fenomenen en dan is het aan natuurkundigen of filosofen om te kijken of het wel mogelijk is. Kan je sneller dan het licht reizen? Dematerialiseren en dan rematerialiseren?

Fred Keyzer is een filosofisch antropoloog en dus gaat zijn interesse naar fenomenen die “the Human Experience” veranderen. Of naar veranderingen in de aard van mensen zelf. Hij stelt dat het menselijke bestaan over tijd fundamenteel zal veranderen. Als je bedenkt waar leven ooit vandaan is gekomen (een-cellige wezens als eukartya, die als een grijzige massa ooit de hele wereld bedekte), dan zal de toekomst onvoorstelbaar zijn. Science fiction kan op een consequente manier zulke scenario’s uitwerken: worden we bijvoorbeeld opgenomen in een technologische singulariteit, een supercomputer?

Er zijn ook andere scenario’s die in de science fiction uitgewerkt kunnen worden: niet zo zeer nieuwe mensen, maar nieuwe samenleving. In zijn Clans of the Alphane Moon stelt Phillip K. Dick zich een samenleving voor die voortgekomen is uit een gesticht: waar alle mensen een zware geestesziekte hebben en de samenleving is opgedeeld in kastes of clans rond die geestesziektes: obsessief-compulsieven, schizofrenen, maniacalen, paranoïden etc. Ieder van die clans heeft een functie in de maatschappij: de obsessief compulsieven werken als bureaucraat. Schizofrenen zijn visionairen en kunstenaars, de maniacalen zijn de vechtersklasse en de paranoïden zijn de leidersklasse. Clans of the Alphane moon is dus politieke science fiction. Waarin niet de natuur tot zijn uiterste getest wordt, of de menselijke natuur onderzocht, maar dat zich richt op verschillende modellen van de samenleving.

Er zijn verschillende soorten politieke science fiction. Politiek speelt een belangrijke rol in science fiction. Battlestar Galactica is eigenlijk een soort West Wing under extreme pressure: wat blijft er over van onze democratische idealen als de mensheid dreigt uit te sterven: wat blijft er over van rechtvaardigheid, als de wereld dreigt onder te gaan? Een serie als Star Trek vormt een andere vorm van politieke science fiction. Hierin worden morele principes worden uitgewerkt zoals de prime directive. Wat wel opvalt is dat veel van de samenlevingen hier niet zo zeer futuristisch zijn als wel alien: er is weinig futuristisch aan de gelovigen van Bajor, of de krijgers van Qo'noS, maar het zijn wel culturen die sterk verschillen van de cultuur van de Verenigde Staten: maar des te meer eigenlijk lijken op historische culturen. 

Echte politieke science fiction stelt de vraag: wat is het effect van technologische ontwikkeling op de politiek? De wereld in de film Gattaca wordt de toekomst van mensen volledig bepaalt door hun genetische opmaak: de wereld is opgedeeld in een natuurlijk geboren lagere klasse en een genetisch gemanipuleerde, hogere klasse. Of de mogelijkheid dat we door cyborg technologie radicaal democratische idealen kunnen realiseren zoals de Borg, uit Star Trek. Dat is misschien wel de meest interessante lijn van science fiction om uit te werken: echte politieke science fiction.

Ongevraagd advies: Linkse & Conservatief

Zoals ik gisteren ook al schreef is er een flinke discussie ontstaan over de mogelijkheid van "linkse samenwerking" tussen GroenLinks, D66 en de PvdA. Tot nu toe was de argumentatie vrij negatief: de SP dat is maar een conservatieve partij daar hebben de progressieven van GroenLinks en D66 niets mee en dat zou de Timmermannen binnen de PvdA ook niet mee zouden mogen hebben. Het is een sterk anti-SP verhaal. Vandaag werd in de Volkskrant een ander perspectief gegeven door Dick Pels en Josse Voogd:

[Progressief en conservatief links] trekken verschillende groepen kiezers aan. Kiezers met andere prioriteiten, maar vooral andere leefstijlen, wereldbeelden en woonplekken. Een gezamenlijk links blok, van SP tot D66, kan nooit al die groepen tegelijk bedienen en zal dan ook geen meerderheid behalen. Een alliantie van GroenLinks, D66 en het progressieve deel van de PvdA zou echter met enig geluk de grootste partij van Nederland kunnen worden. Voor de SP is er veel ruimte op het grote sociaal-conservatieve speelveld, dat nu grotendeels door rechts wordt ingenomen. De SP moet haar sociale conservatisme dus niet ontkennen maar juist koesteren. Zij is in staat om kiezers van de PVV terug te halen in het sociale kamp. Een links blok over de volle breedte schrikt deze kiezers af. Hetzelfde geldt ter rechterzijde voor kiezers die twijfelen tussen VVD en D66.

Het verhaal klinkt sterk: progressief en conservatief links trekken heel andere kiezers aan. Dat zit hem eigenlijk nog niet een zo zeer in posities als wel in stijl: de SP trekt ontevreden, cynische conservatieve PVV'ers aan en D66 kan juist optimistische wereldburgers van de VVD aan trekken. In een blok of een partij kan dat niet. Dan verliezen we progressieve liberalen aan de VVD en conservatieve populisten aan de PVV. Als we ons nu op delen in een progressief links deel en een conservatief links deel dan kunnen we op jacht naar die kiezers.

Het idee is intrigerend, Gerrit Duits heeft het al eerder verwoord: GroenLinks zou een "prijsvechter" moeten oprichten om achter de PVV stemmen aan te gaan. En eigenlijk zou de SP zo'n prijsvechter kunnen zijn. Want er is op sociaal/conservatief een groot gat in de markt. De PVV neemt nu met haar 'linkse' standpunten op de WW en de AOW en haar conservatieve standpunten op Europa en migratie een deel van de electoraat op. De ChristenUnie probeerde het in 2006, door een nadruk op Christelijk-sociale familiewaarden. Maar juist de SP zou met haar linkse sociaal-economische standpunten en haar populistische posities op Europa, democratie en integratie, dat electoraat ook kunnen aanspreken.

Het lijkt mooi, maar er zit een addertje onder het gras. Als de SP doet wat GroenLinks zou willen, een expliciet conservatief-linkse partij vormen, tegenover het links-progressief blok D66+GroenLinks, dan is iedere hoop dat die progressief-linkse coalitie de grootste wordt vervlogen. Want als de SP dit echt doet en echt goed, dan worden zij zonder meer de grootste. Ongeveer 40% van de Nederlandse kiezers zit in de conservatief/linkse hoek. Ongeveer een kwart aan de rechts/conservatieve hoek en een kwart in de progressief/linkse blok. Er zitten ongeveer 10% van de kiezers aan de progressief/rechtse hoek. Als GroenLinks/D66 kiest voor een progressief-linkse koers dan richten we ons maximaal op 25% van de kiezers. Als de SP alle conservatief-linkse kiezers aan zich weet te binden dan is dat maximaal 40% van de kiezers. Als de SP zo groot wordt dan zuigen ze ook nog strategische kiezers aan en als je met hun ontspannen lijsttrekker een biertje kan drinken dan wordt de partij nog groter. De overwinning van het "Gewone man Socialisme".

En dat terwijl GroenLinks kiest voor een minderheidsstrategie: we richten op onze eigen hoek (25%), en misschien op rechtse progressieve kiezers (niet meer dan 10% van de kiezers). Lijkt mij een prima idee. Kom er maar in Premier Roemer.