Voorkeurstemmen

De kandidatenlijst van een partij is naast een lijst van kandidaten voor de Tweede Kamer ook een belangrijk campagnemiddel: het laat aan de kiezers zien hoe divers de partij is. Het is een manier voor jonge talenten om zich te profileren. Maar het is ook een manier om kiezers net over de streep te trekken met een kandidaat die hen aanspreekt. GroenLinks koos voor een prominente lijstduwer en een aantal regionale kandidaten aan het eind van de lijst. Heeft dat allemaal zin gehad? Op het eerste gezicht niet. GroenLinks is een van de partijen waar het meest op de lijsttrekker wordt gestemd. 92% van de stemmen op GroenLinks gingen naar de lijsttrekker. Alleen bij de PVV (95%) en bij de SGP (93%) gingen er (relatief) meer stemmen naar de lijsttrekker. Zelfs bij de PvdA waar de campagne sterk gericht was op de persoon Cohen, ging maar 82% van de stemmen naar de lijsttrekker. Bij GroenLinks was de campagne ook sterk gericht op Halsema. Veel stemmen bij de PvdA gingen echter naar de eerste vrouw. Als zo'n groot deel van de stemmen naar de lijsttrekker gaat dan blijft er maar een klein deel van de stemmen over voor de andere kandidaten. In totaal gingen er bij GroenLinks 577.126 stemmen naar Halsema en 50.970 naar de overige kandidaten. Bij GroenLinks, anders dan bij het CDA of D66 zijn er dan ook geen kandidaten met voorkeursstemmen de Kamer in gekomen.  Welke kandidaten, behalve Halsema, zijn dan wel (relatieve) stemmenkannonen?

Voorkeursstemmen

Er zijn vier belangrijke patronen: zittende Kamerleden krijgen ruim zes keer meer stemmen dan mensen die nog niet in de Kamer zitten. En vrouwelijke kandidaten doen het ook relatief goed: zij krijgen twee keer zoveel stemmen als mannelijke kandidaten. Zo gaan, zelfs als de lijsttrekkker een vrouw is, de meeste voorkeurstemmen naar de tweede vrouw op de lijst: Jolande Sap. Allochtone kandidaten doen het ook goed. Zij halen bijna twee keer zoveel stemmen als autochtone kandidaten. De enige kandidaten buiten de top #10 van GroenLinks die goed scoren (naast lijstduwer Kathalijne Buitenweg), zijn Nadya van Putten, Ahmed Harika en Hayat Barrahmun. Dit zijn ook de enige allochtone kandidaten na plek #10. Opvallend is de afwezigheid op de lijst van een kandidaat met een Turkse afkomst, terwijl kamerkandidaten Albayrak (PvdA), Koser-Kaya (D66) en Karabulut (SP) respectievelijk 129005, 18837 en 10007 stemmen weten binnen te halen. Bijna alle kandidaten kregen (relatief) het meeste steun in die kieskringen waar ze woonden. Deze relatie was zo sterk dat Rik Grashoff meer stemmen kreeg in het kieskring Dordrecht, waar hij woont, dan in de kieskring Rotterdam waar hij tot voor kort wethouder was. 26% van de stemmen die niet op Halsema zijn uitgebracht zijn uitgebracht op een kandidaat in zijn of haar eigen kieskring. I Echter voor de echte regionale lijstduwers gaat dit nog maar om een paar honderd stemmen. Geen van deze kandidaten komt boven de 1000 stemmen uit. Dus hebben speciale regionale lijstduwers zin gehad? Regionale spreiding is belangrijk maar voor GroenLinks-stemmers tellen ook andere factoren, met name geslacht en etniciteit, blijkt uit de patronen. De laaggeplaatste allochtone kandidaten haalden veel meer stemmen op dan de speciale regionale lijstduwers. Maar al die voorkeursstemmen helpen slecht een beetje, de stemmen vallen in het niet in vergelijking met de stemmen die zijn uitgebracht op de lijsttrekker. 

Dit artikel is ook verschenen in het GroenLinks Magazine van Juni/Augustus 2010.

DWARS door Grenzen: Finland

Weinig politieke systemen lijken zo veel op Nederland als Finland: een verdeeld electoraat, veel politieke tegenstellingen en heel veel ongeveer even grote  partijen. Er is een belangrijk verschil: de Groenen regeren al sinds 1995 regelmatig mee in verschillende coalitiekabinetten. Wat hebben de Finse Groenen dat GroenLinks mist?

De huidige regeringspartners van de Groene Liga zijn de Nationaal Conservatieve  Partij, een pro-Europese centrumrechtse partij en twee min-of-meer liberale partijen: de Centrumpartij, een voormalige boerenpartij met Euroskeptische en groene neigingen en een centrum-rechts economisch profiel. En de Zweedse Volkspartij, een pragmatische partij die het traditioneel opneemt voor de Zweedse minderheid. Deze partij heeft een sterk progressief, multicultureel profiel. Naast deze twee centrum-rechtse partijen zijn er nog twee kleinere rechtse partijen in het Finse parlement: de orthodox Christelijke Christen-Democraten en de rechts populistische Ware Finnen.

Op links zijn er nog twee grote krachten: de sociaal-democratische SDP en de de Linkse Alliantie. De SDP is een brede centrum-linkse sociaal-democratische partij van Scandinavische signatuur. De Linkse Alliantie is een radicaal, linkse, Euroskeptische partij, die voortkomt uit de communistische partij die lange tijd nauwe banden onderhield met de Sovjetunie. Nog steeds is deze partij in haar retoriek radicaal links, maar zelfs deze partij heeft regeringsverantwoordelijkheid gedragen.

De Groene Liga is een gematigde Groene partij. Sinds 1995 neemt ze dus regelmatig deel aan brede regeringscoalities. Sinds 2007 zit zij in een centrum-rechts kabinet met conservatieven en liberalen. Programmatisch is de Groene Liga echter een typische West-Europese Groene partij: vooruitstrevend groen, centrum-links op sociaal-economische vraagstukken, pro-Europees en voorstanders voor een open samenleving. Net als GroenLinks combineert de Liga dus een groen, sociaal en tolerant programma met pragmatisme en realisme.

Er zijn veel gelijkenissen tussen Nederland en Finland: een groot aantal ongeveer even grote partijen, die in wisselende coalities met elkaar samen werken. Zelfs de individuele partijen lijken op elkaar: naast Groenen (Groene Liga/GroenLinks) zijn er socialisten (Linkse Alliantie/SP), sociaal-democraten (SDP/PvdA), conservatieven (Nationaal-Conservatieve Partij/CDA), orthodoxe Christenen (Christen-Democraten/CU en SGP), rechtse populisten (Ware Finnen/PVV) en liberalen van verschillende snit (Centrumpartij en Zweedse Volkspartij/D66 en VVD). Echter terwijl GroenLinks al sinds 1989 roept dat zij klaar is om te regeren heeft de Groene Liga er al 10 jaar regeringsverantwoordelijkheid op zitten met succes. Wat de Groene Liga wel en wat GroenLinks mist?

Er zijn twee structurele oorzaken die dit verschil kunnen verklaren: alhoewel er in Finland dus twee liberale partijen zijn lijken deze allebei meer op D66 dan op de VVD. Op economische vraagstukken zijn deze partijen centrum-rechts, maar op andere onderwerpen (milieu, culturele openheid) zijn deze partijen juist links. Dus is het gemakkelijker voor een progressieve Groene partij om met deze liberalen samen te werken, dan dat het voor GroenLinks is om samen te werken met een rechtse partij als de VVD. Daarnaast is er geen grote dreiging van extreem-rechts in Finland. De Ware Finnen komen bij de verkiezingen niet boven de 10% uit. Terwijl de Groenen bij de laatste Europese verkiezingen in Finland op ruim 12% stonden. Zonder rechtse dreiging kunnen de Finse centrum-rechtse partijen meer op links leunen dan dat zij naar rechts hoeven te kijken. Deze twee factoren zorgen ervoor dat rechts in Finland een stuk progressiever is dan in Nederland. Helaas voor GroenLinks laten deze factoren zich lastig exporteren.

Dit artikel verscheen ook in de OverDWARS lente 2010.

Max & Onno: de Mentopagus

Harry Mulisch is overleden. Ik heb het werk van Mulisch en in het bijzonder zijn "magnum opus" De Ontdekking van de Hemel altijd zeer indrukwekkend gevonden. In het eerste deel van De Ontdekking van de Hemel vertelt Mulisch het verhaal van zijn eigen leven tijdens de jaren '60 en '70 en in het bijzonder zijn vriendschap met Jan-Hein Donner, het zwarte schaap uit de familie van minister Donner.

Deze karakters heten in het boek Onno en Max. Max, gebaseerd op Mulisch zelf, is een erotomane sterrenkundige met een verwrongen Duits-Joodse achtergrond. Onno, gebaseerd op schaker en publicist Jan Hein Donner , is een eigenzinnige taalkundige, uit een protestantse politieke familie, die voor de PvdA de politiek in gaat. Zij sluiten aan het begin van het boek een innige, intellectuele vriendschap. In levendige gesprekken in Amsterdam, Leiden en Cuba bespreken ze wetenschap, geschiedenis, politiek, geloof en filosofie. In dit fragment uit de verfilming (met een prachtige rol voor Stephen Fry) kan je daar iets van zien. De gesprekken zijn gevuld met theorieeen over de wereld, prachtige kleine beschouwingen van ontwikkelingen om hen heen, maar ook de ironisch-arrogante humor van met name Onno.

"Maar hun onafgebroken stroom theorieen, grappen, beschouwingen en anekdoten vormde niet hun eigenlijke gesprek: dat vond daaronder plaats, zonder woorden, en het ging over henzelf."

De vriendschap die Mulisch beschrijft tussen Onno en Max heeft op mij, toen ik De Ontdekking van de Hemel als vijftienjarige las, een ongelofelijk indruk gemaakt. Een intellectuele verbondenheid tussen twee mannen, die samen over alle mogelijke onderwerpen diepzinnige gesprekken hebben, die geestelijk in en in met elkaar verbonden zijn. In mij is altijd het idee gebleven dat zulke verbondenheid echte vriendschap is, dat dat is wat het leven rijk en zinvol maakt.

"Aangezien [Siamese tweelingen] aan de borst waren samengegroeid heetten zij in de medische terminologie een thoracopagus, – waarop Onno meteen wist dat zijzelf dan, aangezien zij met de inborst aan elkaar waren gegroeid, een mentopagus waren."

De Ontdekking van de Hemel is bijzonder mooi geconstrueerde fictie. Max en Onno zijn namelijk allebei pionnen in het hemelschaakspel. Hun relatie is zorgvuldig opgebouwd door God/Mulisch. Maar dat betekent niet dat het geen werkelijkheid kan worden. Zoals Mulisch zelf zei vanwege de rol die de oorlog in zijn leven had gespeeld, "Ik ben de oorlog.", zou ik zelf, met Mulisch zo kenmerkende ironische zelfoverschattig, kunnen zeggen: "Ik leef De Ontdekking van de Hemel."  

Dubbele geluiden uit Duitsland: tussen progressieven & populisten

Er komen dubbele geluiden uit Duitsland: de progressieve Groenen doen het goed in de peilingen maar ook het populistische anti-immigratiegeluid wordt steeds sterker. In de ogen van Habermas, gister in de New York Times, zijn deze bewegingen onderdeel van een steeds sterker groeiende maatschappelijke onvreden tegen "de politiek". Met deze dubbele geluiden doen sterk denken aan de periode 1999-2002 in Nederland.

Nederland in 1999: Tegenover het zittende Paarse kabinet ontstond een steeds grotere maatschappelijke tegenstand. De technocratische stijl van het kabinet dat zich met name richtte op grote infrastructurele projecten was weinig inspirerend. Die onvrede vertaald zich met name aan de linkerkant van het politieke spectrum.  GroenLinks stond op meer dan 10% van de stemmen in de peilingen. "De Treveszaal lokte" naar GroenLinks.

Maar op hetzelfde moment werd er ook Leefbaar Nederland opgericht: een samenwerkingsverband van lokale protestpartijen. In 2001 kozen zij Pim Fortuyn tot hun leider en vanaf dat moment kennen we de geschiedenis wel: Fortuyn's populariteit groeide onstuimig. Hij combineerde het anti-establishment sentiment dat GroenLinks had aan geboord, met een harde anti-Islamitische end anti-immigratie retoriek. Er bleek in Nederland een grote onvrede te zijn over de segregatie tussen allochtonen en autochtonen.

In de campagne werd Paars door de LPF in het defensief gedrongen. GroenLinks voerde harde oppositie tegen de intolerante politiek van Fortuyn. Nadat Fortuyn werd vermoord door een dierenrechtenactivist, kreeg ook GroenLinks het steeds harder te verduren. In de periode 2002-2009 voer GroenLinks met haar progressieve maatschappelijke idealen over een open multiculturele samenleving in een steeds verder integrerende Europese Unie, permanent in tegen de maatschappelijke mainstream. En zelfs de electorale opleving in de periode 2009-2010 kon in het huidige politieke klimaat niet in regeringsmacht vertaald worden. Alle hoop die er in 1999 was op regeringsmacht lijkt (nu weer) vervlogen.

In Duitsland doen De Groenen het nu zeer goed in de peilingen. In 2009 haalde zij met 10.9% haar beste resultaat (ze was daarmee overigens nog steeds de kleinste partij in de Bundestag). Maar nu komen ze boven de 20% uit in de peilingen: dat is vlak achter (en in sommige peilingen vlak voor) de sociaal-democraten. Op het eerste gezicht lijkt de positie van De Groenen het gevolg van haar verzet tegen technocratische politiek. De Groenen voeren de maatschappelijke onvrede aan tegen het uitstellen van de sluiting van kerncentrales aan. In Stuttgart voeren De Groenen harde oppositie en publiek protest tegen het nieuwe treinstation, wat zij als een kostbaar prestigeproject zien. Echter de kracht van De Groenen op dit moment is deels ook te verklaren door de zwakte van de sociaal-democraten en de Christen-democraten. Met name de sociaal-democraten missen op dit moment een charismatische leider. De Groenen hebben op dit moment wel aansprekende leiders hebben (Trittin, Kunast). En door bijvoorbeeld Joachim Gauck, als kandidaat-Bondspresident, naar voren te schuiven, wistten ze weer de tegenstellig te laten zien tussen visionaire progressieve politiek en de technocratie van de regeringspartijen.

Maar ook de Christen-democraten tonen zich weinig stabiel, maar dan met name op een ander vraagstuk: de multiculturele samenleving. Na de harde anti-immigratie uitspraken van de sociaal-democratische bankbestuurder Sarazzin in zijn boek Deutschland schafft zich ab, volgde de oprichting van de anti-Islampartij Die Freiheit door de voormalige Christen-democraat Stadtkewitz. Veel van deze verhalen klinken voor Nederlanders bekend in de oren: volgens Sarazzin en Stadtkewitz is de Islam een groeiend maatschappelijk probleem, het onderdrukt vrouwen, het is intolerant tegen anders denkenden, de groei van een Islamitische onderklasse gaat ten koste van de welvaart van autochtonen. Het sentiment slaat aan bij een groot deel van de Duitse bevolking. Met name de Duitse Christen-democraten proberen, zij het lafhartig, op deze trend in te spelen: Angela Merkel stelde dat de multiculturele aanpak van de samenleving was mislukt. De nieuwe Bondspresident Wulff stelde echter dat hij vond dat de Islam bij Duitsland hoorde, een uitspraak die hij daarna snel moest terug nemen.

En dan is het maar helemaal de vraag of De Groenen hun sterke positie kunnen behouden. Of zij, net als GroenLinks, met hun verzet tegen het technocratische energie- en mobiliteitsbeleid in Duitsland, wel de goede snaar raken. Een herhaling van "het lange jaar 2002" in Duitsland is dan geen ondenkbeeldig scenario. Alhoewel in peilingen Die Freiheit nog geen (enkele) rol speelt, valt het te verwachten dat in de aanloop van de verkiezingen van 2013 immigratie een steeds grotere rol gaat spelen. Slimme insiders en outsiders zullen daarop in spelen. De Groenen zullen daartegen ageren vanuit hun ideaal van een tolerante, open samenleving. Ze zullen tegen de groeiende maatschappelijke onvrede invaren, waar ze deze op andere onderwerpen aanvoerden. En de dromen van een Groene dominantie op het federale niveau zullen verliegen.

Echte Keuzes voor de Toekomst

In het conceptverkiezingsprogramma “Echte Keuzes voor de Toekomst” kiest GroenLinks voor een aantal vergaande ingrepen in de economie en de publieke sector. Echter een ingrijpende breuk met de voorgaande programma’s vormt het programma niet. Zowel wat betreft politieke standpunten als aandacht voor bepaalde thema’s, is er opvallende continuïteit met het programma “Groei Mee” uit 2006.

In de inleiding van het nieuwe programma wordt de economische crisis centraal gesteld: GroenLinks wil in tijden van crisis in groene werkgelegenheid investeren en de overheidsfinanciën verduurzamen. Echter in vergelijking met 2006 is er niet aanzienlijk meer aandacht voor sociaaleconomische onderwerpen, zoals werkgelegenheid. Ook een groot deel van de voorstellen in nieuwe verkiezingsprogramma zijn terug te vinden in het programma van 2006: GroenLinks wil de AOW hervormen, langdurige werkeloosheid voorkomen, en door een groene belastingverschuiving werkgelegenheid stimuleren. Het enige wat echt opvalt in sociaaleconomisch perspectief is de aandacht voor de financiële sector: consumenten- en de handelsbanken moeten van elkaar gescheiden worden en landen die de stabiliteit die euro in gevaar brengen moeten onder curatele worden gebracht.


GLMag

Dit figuur laat zien hoe de aandacht in het GroenLinks programma in 2006 en 2010 is verdeeld over een aantal onderwerpen: ieder genummerd programmapunt is in een van de 16 categorieën toegekend, waar deze het beste bij paste. Lees voorbeeld:  in 2006 ging 4% van de punten in het GroenLinks programma over landbouw, in 2010 is dat 8%.


Dat betekent niet dat de economische crisis niet zichtbaar is in dit programma. De geest van bezuinigingen waart door het programma. Het programma bevat een heel aantal voorstellen om de publieke sector op een sociale manier te hervormen. Veel voorstellen komen bekend voor, zoals de plannen om ziektekostenpremies inkomensafhankelijk te maken, de hypotheekrente te hervormen en studiebeurzen te financieren vanuit een speciale belasting voor afgestudeerden. De voorstellen die in dit opzicht het meeste in het oog springen betreffen de organisatie van de publieke sector zelf: het openbaar bestuur. Het programma heeft, in vergelijking met 2006, veel meer aandacht voor bestuurlijke vernieuwing. Hier zitten een aantal opvallende voorstellen tussen: de Tweede Kamer wordt verkleind, het aantal ministeries verminderd en provincies en waterschappen worden samengevoegd tot een middenbestuur. En dat allemaal onder de naam van een slanker bestuur.

Op het gebied van milieu is er een opvallende verschuiving te zien: milieu en natuur nemen een minder prominente plek in het programma in. Toch is de aandacht voor groene onderwerpen niet verslapt: door de klimaatcrisis is er zelfs meer aandacht voor. De nadruk ligt nu echter op thema’s die gerelateerd zijn aan klimaatverandering, zoals energie en transport: GroenLinks wil nieuwe tramlijnen in de binnensteden en nieuwe spoorlijnen daartussen. Het enige groene onderwerp dat daarnaast ook meer aandacht heeft gekregen is dierenrechten en landbouw: vleesconsumptie wordt ontmoedigd door dit zwaarder te belasten. Dat is goed voor het klimaat en voor de dieren.

Een ander groot verschil met het programma van 2006 is de vrijzinnige agenda.  Onderwerpen als de multiculturele samenleving en de rechtsstaat die dominant waren in het vorige programma, zijn in dit programma meer naar de marge geschoven.  En alhoewel “Nederland wereldland” nog steeds het eerste hoofdstuk is, is er ook aanzienlijk minder aandacht voor buitenlands beleid. Met name defensie is minder prominent. Al met al lijkt het nieuwe programma minder nadruk te leggen op de internationale en nationale conflicten over de Islam. Dat betekent niet dat vrijzinnigheid helemaal van de agenda is: een prominent nieuw onderwerp in het programma is burgerrechten op internet. GroenLinks zoekt aansluiting bij een nieuwe generatie internetpiraten door zich in te zetten voor digitale burgerrechten: het briefgeheim moet worden uitgebreid naar email  en de auteursrechten en patenten  moeten worden beperkt, zodat er meer ruimte is voor creativiteit.

Dit artikel verscheen in het GroenLinks Magazine van April 2010.

De Droom van het Dualisme

Nu de mooiste analyeses bij het debat over de regeringsverklaring al gemaakt zijn door Tom Louwerse (verschilt het taalgebruik van Balkenende en Rutte? En wat zijn de patronen in het stemgedrag in de eerste stemmingen met dit nieuwe kabinet?) rest mij niets anders dan een inhoudelijke analyse te geven van het eerste optreden van het Kabinet-Rutte, zijn gedoogpartner Wilders en oppositie.

De formatie van het minderheidskabinet was in mijn ogen een mogelijkheid om de traditionele tegenstelling tussen oppositie en coalitie te overwinnen. Een mogelijkehid voor dualistischere politiek. De progressieve partijen, GroenLinks, D66 en de ChristenUnie, zouden het CDA en de VVD kunnen overhalen om socialer en groener beleid te maken: papaverlof, AOW-leeftijd, innovatie, dierenwelzijn, ontslagrecht noem maar op. De echte beslissingen zouden kunnen worden overgelaten aan de Tweede Kamer.

Er is in de Nederlandse politiek traditioneel een sterke tegenstelling tussen de coalitie en de oppositie. Dat noemem wij zelf in Nederland monisme. De coalitie steunt de ministersploeg en hun plannen door en door. De ideeen van de oppositie komen er nooit door heen, onafhankelijk van de kwaliteit, omdat de coalitie en bloc tegenstemt. Alle belangrijke beslissingen worden vooraf genomen door de coalitie, en zo wordt het parlement uitgeschakeld. Een minderheidskabinet zou een mogelijkheid kunnen zijn voor nieuwe dualistischere verhoudingen. Een minderheidskabinet moet voortdurend voor haar voorstellen op zoek gaan naar meerderheden. Dit schept de mogelijkheid van wisselende meerderheden en laat ruimte voor initiatieven van oppositiepartijen. In deze verhoudingen zouden argumenten kunnen tellen en niet de vraag of een voorstel wordt gedaan door een coalitie- of een oppositiepartij.

Maar het eerste optreden van het nieuwe kabinet heeft de bodem onder die droom snel ingeslagen. Stef Blok van de VVD dacht dat hij bij een studentendebatclub zat. In plaats van antwoorden te geven op de vragen van zijn collega's viel hij ze hard aan. Daarmee verdiende hij de Zwetsprijs. Volgens Thijs Niemantsverdriet was Blok de "bad cop"  tegenover Rutte's "good cop". Maar Rutte toonde zich gister geen "good cop". De handreiking die Rutte bood, mogelijkheid die aan de oppositiepartijen geboden werd om samen te werken met het kabinet was zeer beperkt: een groot aantal gebieden werden afgesloten voor oppositie-initiatieven, alles wat begrotingseffecten heeft, alles wat in het gedoogakkoord staat en specifiek het ontslagrecht. En daarmee blijft er weinig over, want er zijn weinig onderwerpen die niet direct aan de begroting gelinkt zijn, en veel daarvan liggen in het gebied van veiligheid, integratie en migratie (en dat is het gedoogakkoord). Veel voorstellen zullen daarnaast door de drie coalitiepartijen moeten worden goedgekeurd. Wekelijks zullen Rutte en Verhagen samen met Wilders in het Torentje overleggen over het kabinetsbeleid. Dat is aanzienlijk minder monistisch dan de VVD altijd pretendeerde te zijn. Rutte en Verhagen hebben zich van Wilders afhankelijk gemaakt, zijn druk bezig om andere mogelijkheden, alternatieve meerderheden zelf te blokkeren.

Ik heb er een hard hoofd: de weinige ruimte die Rutte de oppositie biedt, de harde opstelling van Blok, het feit dat Wilders wekelijks geconsulteerd gaat worden en de scherpe tegenstelling tussen oppositie en coalitie in het stemgedrag vormen geen goed begin. Ik vrees dat het vier jaar monisme en harde, kille polarisatie gaat worden.

DWARS door Grenzen: Duitsland

Links is in Duitsland verdeelt tussen drie partijen: de sociaal-democratische SPD, een van de oudste en invloedrijkste sociaal-democratische partijen van de wereld. De Bundnis ‘90/Die Gruenen, een van de succesvolste groene partijen van Europa. En Die Linke, een socialistische partij van de oude stempel.

De SPD is een van de oudste sociaal-democratische partijen van de wereld. De partijen is een model geweest voor veel sociaal-democratische zusterpartijen. De Nederlandse SDAP (een voorloper van de PvdA) vertaalde de programma’s van de SPD en gebruikte die zelf in verkiezingstijd. Als de SPD bewoog, bewogen de SDAP en later de PvdA mee. Tegenwoordig is dat overigens andersom: binnen de Duitse SPD wordt voortdurend gekeken hoe links in Nederland omgaat met het populisme.

De geschiedenis van de SPD staat vol van de ideologische twisten tussen  rechtlijnige en rekkelijke socialisten. Bij een van die twisten splitste de Socialistische Duitse Studentenbeweging (SDS) zich af van de SPD. De SPD bewoog langzaam naar het politieke midden, terwijl de SDS een klassiek linkse, dogmatische koers bleef voorstaan. Gedurende de jaren ’60 begon de SDS ook te bewegen, het werd een van belangrijkste groeperingen in de studentenbeweging, de “Buitenparlementaire Oppositie”. De SDS werd de woordvoerder van een anti-autoritaire, ondogmatische linkse stroming. Deze verbond linkse politiek met betrokkenheid voor de derde wereld, tegenstand tegen kernwapens, basisdemocratie en feminisme. In de jaren ’70 kwamen veel mensen uit de Buitenparlementaire Oppositie terug in de milieubeweging. Via de milieubeweging kwamen veel mensen uit de SDS uiteindelijk bij Die Gruenen, een partij die gevormd is eind jaren ‘70. Die Grunen verbonden linkse politiek met betrokkenheid voor milieu en andere nieuwe vraagstukken.

Nadat ze in de jaren ‘80 electoraal succesvol waren geweest kwamen die Gruenen in zwaar weer. De hereniging tussen West- en Oost-Duitsland eiste veel aandacht op. De groene thema’s werden naar de marges van de agenda geschoven. Die Gruenen dreigden uit het parlement te vallen. De hereniging bood echter ook kansen. In Oost-Duitsland dat langzaam een open samenleving werd, ontstonden allerlei kleine groene en democratische bewegingen. Samen vormen die in Oost-Duitsland Buendnis ’90, een progressieve formatie. Na de voor de West-Duitse Gruenen dramatisch verlopen verkiezingen van 1990 fuseren de West-Duitse Gruenen met de Oost-Duitse Buendnis ’90 en vormen ze Buendnis ‘90/Die Gruenen.

In 1998 vormt  Die Gruenen samen met de SPD een centrum links kabinet. De SPD was in de laatste jaren nog meer naar het politiek centrum geschoven, de partij is de neo-liberale kant op gegaan. “Das Neue Mitte” word deze koers genoemd. Dit is de Duitse equivalent van New Labour in het Verenigd Koninkrijk en de paarse PvdA in Nederland. Samen met die Gruenen voeren ze een gematigd links programma uit gecombineerd met  een nadruk op groene politiek. Met name de SPD zet in op hervorming van te grote Duitse verzorgingsstaat uit.

Binnen die Gruenen dat toch de linksere van de twee partijen was, leiden deze hervormingen nauwelijks tot opstand. Voor Die Gruenen draait linkse politiek niet meer per se om het verdedigen van de belangen van de arbeidersklasse thuis, maar is linkse politiek veel breder. Het gaat hen om eerlijke kansen voor iedereen, nu en in de toekomst, in het Noorden en het Zuiden.

In de SPD breekt echter over de hervorming van de verzorgingsstaat wel een strijd uit, opnieuw tussen de meer rechtlijnige linkse flank en de meer rekkelijke centrum gerichte flank. Het centrum wint en de linkse partijleden druipen af. Samen met Partij voor het Democratische Socialisme, een post-communistische partij die een opvolger is van de Socialistische Eenheidspartij, de partij die in de DDR  regeerde, vormen ze Die Linke. Die Linke doen het sterk in de laatste verkiezingen, van 2005, en kosten daarmee de SPD de verkiezingen.

Die Linke is een tegenpool van Die Gruenen.  Waar Die Gruenen staan voor linkse politiek die verder gaat dan de belangen van de huidige arbeidersklasse in het Westen, richten Die Linke zich juist op hun belangen. Waar die Gruenen kiezen voor Europa, zijn Die Linke sterk anti-Europees. Waar Die Gruenen in het rijkere West-Duitsland het met name goed doen, zijn Die Linke sterk in het armere Oost-Duitsland.

De geschiedenis van links in Duitsland is getekend door de bijzondere Duitse geschiedenis van verdeling en hereniging. Toch is de verdeling van links in Duitsland tekend voor links over heel Europa. De gematigde sociaal-democraten zijn ingesloten tussen twee partijen: een progressief, nieuw links en groen en een oud links.

Dit artikel verscheen ook in de OverDWARS Zomer 2009.

Immunititeit, vrijheid van meningsuiting & groepsbelediging

Tijdens de formatie wilden de VVD en de PVV de vrijheid van meningsuiting uitbreiden. Voor politici die deelnemen aan het maatschappelijk debat moest er een uitzondering komen voor het verbod op groepsbelediging. Minderheden reageren geschokt. Er worden vergelijkingen met Berlusconi getrokken omdat deze net als de PVV ook geprobeerd heeft om vervolging tegen zichzelf stop te zetten. Immers Wilders wordt ook vervolgd voor groepsbelediging.

Ik kan om twee redenen wel iets zien in dit voorstel, alhoewel ik gezien de Nederlandse situatie wetgeving hierover overbodig vindt. Ten eerste, ik geloof in scheiding der machten. Dat betekent dat kamerleden geen uitspraken mogen doen over zaken die onder de rechter liggen. Dit is een (ontwikkelende) constitutionele conventie dat politici . Waarom zou niet evenzeer moeten gelden dat rechters zich niet bemoeien met een politiek debat? Is het niet evenzeer onwenselijk als in het proces dat iets legaal wordt gemaakt, rechters mensen vervolgen voor het zeggen dat dat legaal wordt gemaakt. Als een politicus in een maatschappelijk debat over zeg, de monarchie, beledigende dingen zegt over ons Staatshoofd, zou het dan niet onwenselijk zijn als hij daarvoor vervolgd wordt? Immers hoe kan je de maatschappelijke situatie anders veranderen? Ten tweede, het OM, is gelukkig relatief onafhankelijk, maar een minister kan sturend optreden, ook in specifieke zaken. Zou het niet zeer onwenselijk zijn als een minister van een bepaalde partij een politicus van een andere partij zou kunnen uitschakelen voor uitspraken waar hij het niet mee eens is? Volgens mij betekent scheiding der machten dus dat juist de vrijheid van politici in het maatschappelijke debat bijzonder bescherming van juridische vervolging verdient.

Het gaat hier specifiek om groepsbelediging. Halsema sprak recent over het onderscheid tussen belediging en vernedering: "vernedering is niet hetzelfde als belediging, als het lasteren van God of het hard bekritiseren van heilige boeken. Bij belediging komt de staat wat mij betreft geen taak toe. Vernedering betekent dat mensen vervolgd worden om hun geloof of gediscrimineerd worden bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt of in het onderwijs." Ik denk dat ze hierin gelijk heeft: er staan in ons wetboek van Strafrecht te veel, al dan niet slapende, artikelen die over belediging gaan, van het staatshoofd, van het staatshoofd van een ander land, van het openbaar gezag en dan natuurlijk nog godslastering en groepsbelediging. Ik denk dat als ik Halsema volg er onderscheid gemaakt moet worden tussen spreken en (het oproepen tot) handelen. Mensen mogen niet vervolgd of achtergesteld worden vanwege hun geloof of opvattingen, maar je mag wel over hen spreken, zoals je wilt. Aanzetten tot geweld is natuurlijk uit den boze, maar beledigen is heel wat anders. Het mes snijdt aan twee kanten: als je wilt dat mensen niet vervolgd mogen worden voor hun religieuze opvattingen, mogen mensen dan wel vervolgd worden voor hun discriminatoire opvattingen?

Dus eigenlijk ben ik het niet met de wet eens. Ik vind dan een wijziging van de wet om politici specifiek immuniteit te geven zwaar overdreven: dan liever de wet afschaffen. Gelukkig hebben we in Nederland een stelsel waarbij niet ieder strafbaar feit vervolgd hoeft te worden. Dat maakt gedogen van dingen die eigenlijk illegaal zijn mogelijk. Dat heeft het OM ook geprobeerd in de zaak-Wilders en deze opstelling blijft ze houden in de rechtszaal, nu ze gedwongen is tot vervolging. Dat lijkt mij opzich prima: net als er discipline van politici wordt gevraagd bij lopende rechtszaken, wordt er discipline van het OM gevraagd bij lopende maatschappelijke debatten.

Prime Directive

Ik ben al weer een tijdje bezig om Star Trek: the Next Generation terug te kijken. Het is een serie die gaat over het ruimteschip Enterprise dat door de ruimte reist om nieuwe levensvormen en nieuwe culturen te ontmoeten. In het contact met deze culturen geldt echter de prime directive, een principe van non-interventie. Bij het volgen van de serie vraag ik me steeds meer af of dit een juist principe is.

De prime directive valt uiteen twee principes: ten eerste dat in het contact met alle beschaving geldt dat de Enterprise zich niet mag bemoeien met de interne aangelegenheden van die beschaving: er mogen wel verdragen worden gesloten, gehandeld worden of worden samengewerkt maar alleen op basis van vrijwilligheid en zelfstandigheid. In het contact met primitieve culturen (die bijvoorbeeld nog niet door de ruimte kunnen reizen) geldt ook nog dat  iedere vorm van culturele contaminatie moet worden voorkomen. Deze culturen mogen niet in contact komen met de moderne techniek van de Enterprise, omdat dit hun culturele ontwikkeling sterk zou kunnen beinvloeden. De Prime Directive mag alleen worden geschonden als het voortbestaan van de eigen beschaving in gevaar komt.

Ik vraag me af hoe je dit principe kan rechtvaardigen. Een klassieke manier om zulke principes te rechtvaardigen is het utilisme. Dit houdt in dat we proberen om het geluk van alle bewuste wezens proberen te vergroten. Als een samenleving gelukkig is, dan hoeven we inderdaad niet in te grijpen, maar juist het utilisme gebiedt interventie op het moment dat er sprake is van ziekte, natuurrampen of uitbuiting.  De tegenhanger van het utilisme is het libertarianisme, dit stelt dat er bepaalde rechten zijn die alle bewuste wezens toe komen, zoals de vrijheid van meningsuiting en geloof. Opnieuw vanuit zo'n perspectief hoef je niet in te grijpen in een samenleving die deze rechten respecteert, maar als een samenleving mensen onderdrukt, als er sprake is van slavernij bijvoorbeeld, dan moet je wel ingrijpen. Het idee dat samenlevingen een recht zouden hebben op eigen ontwikkeling is absurd: rechten komen individuen toe, geen groepen.  Je zou ook kunnen stellen dat zolang mensen via een democratische procedure toestemming hebben gegeven aan de regels waaraan zij gebonden zijn, je niet mag intervenieren. Dat betekent opnieuw dat je niet hoeft in te grijpen in democratische samenlevingen, maar wel als er sprake is van een dictatuur, die mensen bindt aan regels waar ze geen toestemming aan hebben gegeven.

Eigenlijk lijkt het erop dat de Prime Directive zich lastig verhoudt tot verschillende principes van rechtvaardigheid: als een samenleving ongelukkig, vrij of democratisch is hoeven we niet in te grijpen. Natuurlijk: we hebben de waarheid over hoe de goede samenleving in elkaar zit niet pacht. Misschien dat we een soort laat duizend bloemen bloeien mentaliteit moeten hebben. Laat verschillende samenleving maar naast elkaar bestaan. En dan kijken we wel welke de beste is? Dat is toch ook het principe van het liberalisme: laat iedereen zijn eigen idee van het goede leven vinden? Dat is alles goed en aardig, maar in mijn ogen is er een verschil tussen de vrijheid die we individuen geven en de vrijheid die samenlevingen toe komen. Je kan niet geloven aan de kant dat alle bewuste wezens vrij moeten zijn om hun eigen idee van het goede leven te formuleren en dat alle samenlevingen vrij moeten zijn om huen eigen idee van de goede samenleving te formuleren: er ontstaat een spanning tussen die twee als samenlevingen die fundamentele vrijheid aan hun burgers ontzeggen, met name als dat gepaard gaat met grootschalige onderdrukking.

Maar daarnaast, de Prime Directive verbiedt ook interventie die de natuurlijke ontwikkeling van een primitieve beschavingen kan beschadigen, als het gaat om natuurrampen. Het achterliggende idee dat daarbij soms genoemd wordt is dat er kosmisch plan is voor de ontwikkeling van alle beschavingen, en dat de bemanning van de Enterprise niet de arrogantie moet hebben om God te willen spelen. Echter als je denkt  dat er zo'n kosmisch plan is, dan moet je niet de arrogantie hebben om te denken dat jij daar geen onderdeel van is. In de West Wing wordt er een mooie analogie voor gesteld: er is een overstroming in een dorp, een gelovige man ligt in het water en dreigt te verdrinken. Verschillende boten varen langs en bieden hem aan te helpen. Hij weigert want God zal hem redden. Als hij uiteindelijk toch verdrinkt dan vraagt hij aan God waarom hij niet gered is en dat zegt God dat alle boten die Hij had gezonden door hem geweigerd zijn.

De Prime Directive lijkt met name een manier om geen verantwoordelijkheid te hoeven dragen voor de ontwikkeling van een beschaving. Maar de vraag is of dat zo makkelijk gaat: is niet handelen dan ook niet een keuze? Neem je dan ook geen verantwoordelijkheid voor de uitkomsten die dan ontstaan?

Ik vind het lastig om de Prime Directive te rechtvaardigen: hebben beschavingen recht op hun eigen ontwikkeling? Zelfs als dat grote onrechtvaardigheid, ongeluk en onvrijheid tot gevolg heeft? Is er geen verschil tussen een samenleving die zijn weduwe mee verbrandt met haar overleden man en die haar een weduwepensioen geeft?

Een ander principe vind ik aanzienlijk minder lastig om te funderen: dat is de Temporal Prime Directive die verbiedt dat de bemanning van de Enterprise het verleden beinvloedt, als ze door de tijd heen reizen. Het gaat hier meer om een prudentiele dan om een normatieve redenering: als je de tijd die beinvloedt die achter je ligt dan kunnen er allerlei paradoxen ontstaan, waarvan de fysisch en metafysische gevolgen moeilijk te bevatten zijn, omdat te voorkomen, lijkt me een zekere terughoudendheid gepast.