De geschiedenis herhaalt zich: PPR en GroenLinks

Van het weekend heb ik het artikel op nl.wikipedia over de PPR geschreven (eigenlijk vertaald van mijn originele en.wikipedia artikel kijk vooral daar die heeft plaatjes!). De PPR lijkt erg op het GroenLinks van nu: het is een opmerkelijk vooruitzicht.

Zowel GroenLinks als de PPR zijn opgericht als een bijwagen van de PvdA, de centrumlinkse machtspartij. De PPR als progressief christelijke bondgenoot. GroenLinks als kleine linkse bondgenoot.
Zo’n 15 jaar na de oprichting van beide partijen en na een electorale neergang (die voor de PPR iets erger was: nog maar drie van de zeven zetels over in 1977) ontstaat er debat over de koers binnen de partij.
Een groep houdt vast aan de originele identiteit (“kritische GroenLinkers” GL of “blauwen” PPR) en zoekt een verhouding met de PvdA die niet meer in het nieuwe politieke krachtenveld past. Veel van deze mensen hebben de PPR (Erik Jurgens en Jacques Aarden, ook de jonge ambitieuze Ad Melkert zat bij deze groep), cq GroenLinks (Leo Platvoet, Joost Lagendijk, Ina Brouwer) opgericht. Dit verklaart ook waarom Platvoet enerzijds kritisch is over de vrijzinnige koers van GroenLinks en toch wil regeren: immers dat niet-vrijzinnige, regierungsfaehige GroenLinks heeft hij ooit opgericht.
Een andere groep is op zoek naar een vernieuwende politieke koers. Voor de PPR zijn dat de groenen (oa Roel van Duyn en Bas de Gaay Fortman), voor GroenLinks zijn dat de vrijzinnigen (Femke Halsema, Mariko Peters, Herman Meijer).
Bij de PPR is er nog een derde groep: de roden die gericht zijn op samenwerking met de kleine linkse PSP, EVP en CPN. Zo’n gevoel van klein linkse eenheid leeft minder: alhoewel er in de Helling ook een artikel verscheen van Ronald Paping die pleitte voor een nieuwe partij links van de PvdA: van de Partij voor de Dieren, GroenLinks en de SP. Anderzijds zijn er diegene die een fusie met D66 voorstaan.
Uiteindelijk “wonnen” de roden en de groenen binnen de PPR en verlieten de blauwen de partij. Later vonden ook de Groenen de koers niet groen genoeg en zouden enkelen van hen via omwegen De Groenen oprichten.
Diegenen die overbleven formuleerden, na een serie verloren verkiezingen een nieuwe strategie: vrolijk links, positief, toekomst gericht. De PPR moest niet langer tobberig, soft en zeurderig zijn maar een eigen vrolijk geluid laten horen. Uiteindelijk fuseerden zij met de PSP, de CPN en de EVP tot GroenLinks.

Houdt de PPR ons een spiegel voor? Qua positionering (afhankelijk van de PvdA), qua dynamiek van het intern conflit (oprichters vs. nieuwkomers) en qua gezocht imago (vernieuwend, vrolijk, links). Zullen de “blauwe” (nu: kritische groenlinkers) GroenLinks verlaten? Wie is dan de Ad Melkert van GroenLinks? Zou GroenLinks net als de PPR alleen nog maar verkiezingen verliezen tot we twee zetels overhouden? En vervolgens gaan fuseren om een nieuwe progressief-linkse of radicaal linkse formatie te vormen?

Ambitie & Alice

Net terug van de eerste bijeenkomst van Project 2008 gecombineerd met een presentatie van de commissie (begeleidingspanel) bij de partijraad.

Aan de ene kant voelde ik me een beetje Alice in Wonderland (waar ben ik terecht gekomen?) aan de andere kant werden vanuit de partijraad veel van dezelfde stappen herhaald: vraag partijraad: waarom kan de samenstelling van de commissie niet anders? De ene helft roept “breder!” De andere helft “smaller!” De ene helft “politieker!” “Neutraler!” “Opener!” “Geslotener!”. Antwoord partijbestuur: wij hebben ons best gedaan een zo breed mogelijke commissie samen te stellen, laat ze alsjeblieft beginnen voor dat 2008 is afgelopen! Dat voelde wel weer fijn bekend. Ik vraag me af hoe op de volgende reguliere vergadering van de partijraad gereageerd gaat worden op het feit dat wel de opdracht van de commissie is aan gepast maar niet de samenstelling. Ik ben bang dat het de relatie tussen partijraad, -bestuur en commissie niet verbeterd.

Overigens Henrike Karreman wees me daar terecht op dat ik op mijn weblog onterecht had geschreven dat ik mij zo verwonderde waarom ik in de commissie ben gekomen: immers ik had zelf een open sollicatie brief gestuurd.

Eind 2006 belde ik Selcuk een bevriend partijbestuurslid over de samenstelling van de commissie. Hij adviseert me om als ik in die commissie zou willen komen ik het best in een brief met CV en foto kan uitleggen waarom dan wel. Overigens toen Selcuk mij vroeg waarom ik in die commissie wou (omdat hij terecht vond dat je er alleen maar in moet gaan als je in die specifieke commissie wilt en niet om je CV te builden) zei ik dat het mijn Aristotelische doel was beginselprogramma’s te schrijven. Ik heb zijn advies opgevolgd en uitgelegd dat ik door mijn werk bij DWARS (coordinator commissie politieke vernieuwing 2006) en op de universiteit (voor Pellikaan partijprogramma’s coderen en bij filosofie afstuderen op GroenLinkse politiek) uitermate geschikt was voor dat werk. Een paar maanden later werd ik tot mijn verbazing gebeld door Bart Snels (hoofd van het wetenschappelijk bureau van GroenLinks) of ik niet in de commissie wou: natuurlijk!

Het verbaasde mij dat ik op basis van mijn brief nu in een commissie zit met Britta Boehler, Bram van Ojik, Kees Vendrik en Jos van der Lans. Ik was volgens Henrike de enige die brutaal genoeg was geweest om zelf te solliciteren ipv te wachten tot dat je gevraagd werd. Als je niet laat zien wie je bent kan je moeilijk zeuren dat je niet herkend wordt. GroenLinks is juist voortdurend op zoek naar allerlei jong politiek talent.

Op naar de Top!

D66 is klaar voor de klim, aldus hen zelf. Ik wil hier kort even kijken of GroenLinks van D66 kan leren en of D66 wel zo klaar voor de klim als ze zelf zeggen. De D66 commissie maakt 12 observaties, schetst de positie van D66 en stelt 5 projecten voor.

12 observaties, vaak nogal makkelijke schoten voor open doel:

  • 12 jaar regeren kost kiezers. Nou 17 jaar oppositie levert er ook niet veel op zal ik maar zeggen.
  • De positie van D66 in Balkenende II was minder gelukkig. Dat had ik in 2003 ook wel kunnen voorspellen.
  • Het verlies aan lokale vitaliteit tast de partijbasis aan. Ik ben bang dat als GroenLinks zo doorgaat om haar eigen kader van zich te vervreemden zonder aan een nieuw kader te werken wij dit over 4 jaar ook kunnen opschrijven.
  • Niet de bal maar de persoon. In de personalistische democratie die D66 na streeft is op de man spelen onvermijdelijk: lijsttrekkersverkiezingen, haantjesgedrag, celebrity cultuur. Echte democratisering is volgens mij gebaseerd op een proportionele vertegenwoordiging van politieke stromingen en niet een beauty contest tussen Alexander en Lousewies.
  • Regie, coordinate en afstemming is hard nodig. De vraag rijst tussen wie? Bij GroenLinks wordt er op topniveau wat strategisch af beraad, maar er wordt nauwelijks met de basis afgestemd.  Ik krijg het gevoel dat ze bij de Democraten ueberhaupt niet meer met elkaar praten.
  • De regels binnen de partij zijn niet meer van deze tijd. Toevallig gaat GroenLinks ook net naar haar organisatie kijken!
  • De parels voor vernieuwing liggen aan de basis. Afdelingen maar ook de JD moeten volgens D66 gekoesterd worden, als de plaats waar politiek talent ontluikt en kiezers gebonden worden. Zo overnemen!
  • Alexander Pechtold is onze herkenbare leider. Ik dacht dat de kern van de democratie was dat leiderschap altijd onderhandelbaar moet zijn. Bij de democraten niet: er is een leider en die volgen zij allen. Dan vind ik het eigenlijk wel fijn dat er nog aan Femke’s stoelpoten gezaagd wordt.
  • Het debat moet terug in de partij. Bij GroenLinks mist inderdaad hard en diepgaand debat over de vernieuwingen die laatste jaren zijn doorgevoerd.
  • De congressen hebben een belangrijke functie. Ja duh!
  • De fouten uit het verleden zijn erkend. Na 8 verloren verkiezingen zijn bij GroenLinks nog geen conclusies getrokken, geen fouten erkend en geen vernieuwingen doorgevoerd. Van Ojik-I zal hier deels voor zorgen.
  • D66 in de oppositie biedt nieuwe kansen. Ook voor GroenLinks biedt D66 in de oppositie een interessante partner en tegenspeler.

5 aspecten van de liberale visie van D66 zonder dat democratisering, de raison d’etre genoemd wordt overignes:

  • Vertrouw op de eigen kracht van mensen. Erg liberaal, ik wil juist ervoor zorgen dat door herverdeling van kennis, inkomen, macht, arbeid, grondstoffen en vrije tijd iedereen op z’n eigen kracht kan vertrouwen. Ervanuit gaan dat al kan vind ik ronduit naief.
  • Denk en handel internationaal. Ja natuurlijk! Maar hoe en wat?
  • Beloon prestatie en deel de welvaart. Klinkt mooi, maar 1) moeilijk te verenigen met het vertrouwen in de eigen kracht en 2) gaat niet ver genoeg qua herverdeling.
  • Streef naar een duurzame en harmonieuze samenleving. Men vraagt zich af waarom groene en diverse idealen in een zin moeten staan. Hoe hangt dit samen?
  • Koester de grondrechten en gedeelde waarden. Een raar mengsel van liberalisme (grondrechten) en conservatisme (gedeelde waarden). De grondrechten zijn de enige  gedeelde waarden die er toe doen!

5 projecten van D66:

  • Het debat centraal. Door een permanente programmacommissie, platforms (forums), internet peilingen en kenniscentrum moeten D66’er weer gaan debateren. De vraag is natuurlijk of ze dat gaan doen als het geen duidelijk gevolg heeft voor de koers van de partij. Debat is goed, maar zonder handelingen blijft het lucht.
  • Parels aan de basis. Sterke afdelingen adopteren zwakkeren. Ik zou veel liever willen dat GroenLinks landelijk zich meer richt op afdelingen.
  • D66 academie. Een kaderschool net als de VVD, het CDA en de SP hebben. Dat zou GroenLinks zo over moeten nemen.
  • Winnen 15.000. Ledenwerving is voor GroenLinks nog steeds niet echt een probleem: we blijven groeien!
  • Herziening werkwijze. Wat D66 wil is een nieuwe bestuursstructuur zonder zich echt zorgen te maken over de verhouding leden-bestuur-fractie.

All in all D66 heeft een aantal vergelijkbare problemen (verhouding kader-top, verhouding kiezers-partij), een aantal problemen zijn erger (verhoudingen in de top, verhoudingen aan de basis). D66 biedt een flets programma dat niet echt sociaal of liberaal is en ook niet meer radicaal democratisch.  Een aantal van de oplossingen moet GroenLinks ook maar over na denken (meer debat en meer training) maar een aantal oplossingen passen niet bij GroenLinks of onze problemen.

Ik wens ze veel succes bij D66, maar vraag me af of D66 de top ooit zal zien.

Wat Simon wil

Ik word genoemd! Of erger nog, ik ben benoemd. Tot mijn eigen verbazing zit ik in de commissie van GroenLinks die naar het beginselprogramma gaat kijken. Project 2008 volgens het partijbestuur, Project Rietveld volgens anderen. Ik wil hier graag kort uitleggen wat ik in die commissie wil bereiken en waarom.

In 2006 heb ik (mee) geschreven aan het “nieuwe” beginselprogramma van DWARS. Ik heb als coordinator van de Commissie Politieke Vernieuwing vele gesprekken gevoerd met DWARS’ers over hun idealen en heb geprobeerd dat te verwerken in een aantal concrete wijzigingen van het oude beginselprogramma. Wat mij als schrijver parten speelde was dat iedereen een andere kant op wilden. Een iemand stelde voor het hele programma te vervangen door het woord “vrijheid” en een ander wou niets wijzigen en solidariteit centraal houden. Een derde wou duurzaamheid centraal stellen. Daarop kan je niet een eenduidig beginselprogramma schrijven dat een centraal ideaal heeft. Dus schreef ik:

Dwars stelt niet één ideaal centraal, maar meerdere: deze diversiteit aan idealen is een reflectie van de diversiteit binnen Dwars. Dwars koestert haar eigen diversiteit, is niet dogmatisch, en zet zich actief in voor vrolijke, creatieve en vernieuwende ideeën.

Ik werd er in elk geval zelf erg warm van van binnen. Op basis van de gespreken koos ik vrijheid, solidariteit, duurzaamheid, democratie en vrede als centrale idealen. Dit weblogje is er aan gewijd om uit te leggen waarom die idealen na strevens waardig zijn.

Ik denk dat wij als commissie net zo’n diversiteit aan zullen treffen en waarschijnlijk erger. Een teken van de diversiteit binnen GroenLinks is 150volksvertegenwoordigers.nl, waar bij de SP iedereen zich socialist noemt (en een groot deel Jan Marijnissen ziet als grootste politiek denker) en bij de PvdA iedereen (behalve Mei Li Vos!) sociaal-democraat, noemt de ene GroenLinkser zich sociaal-ecologist (Wijnand), de ander noemt zich progressief liberaal (Mariko), sociaal liberaal (Naima), socialist (Ineke) of libertijn (Tofik). Wat een heerlijke diversiteit! Wat een regenboog aan politieke gezindheid! Wat een hoop kikkers in een kruiwagen: hoe gaan we die bij elkaar houden! Overigens doen helaas Femke en Kees niet mee aan de site.

Ik wil in die commissie ruimte bieden in het debat binnen GroenLinks en het uiteindelijke eindproduct voor deze diversiteit. Ruimte voor de Femke Jeugd en de Platvoet Indianen zo gezegd, maar ook voor vrijzinnige GroenLinksers, en groene en socialistische en pacifistische GroenLinkers. Voor mensen wiens hart ligt bij de derde wereld, klimaatverandering of vluchtelingen. Het beginselprogramma zal dus dezelfde geest moeten ademenen als het DWARS programma: divers en niet-dogmatisch.

Ik voel me hierin ondersteund door Dick Pels die bij een lezing op het DWARS congres opmerkte dat het na streven van een ideaal niet goed is, omdat iedere ideaal een extreem heeft, een zelfkant. Je zal als partij dus meerdere idealen moeten na streven om deze in balans te houden, om ervoor te zorgen dat solidariteit duurzaam is en democratie divers.

Je kan dan als partij niet vast houden aan een blue print voor de toekomst, aan een institutionele oplossing, maar je zal bij iedere casus moeten kijken hoe je de idealen toe past en aan elkaar verbind. Dat is geen D66-achtig pragmatisme, maar het voortdurend streven naar creatieve en innovatieve oplossingen die een basis hebben in nastrevenswaardige idealen.

Aan zo’n beginselprogramma wil ik mee helpen. Met alle leden van GroenLinks. Mocht ik alleen maar GroenLinkers tegenkomen die gemeenschap centraal willen stellen, dan ben ik uiteraard democratisch verplicht om aan een beginselprogramma mee te werken in de geest vanEtzioni.