Wat de Peilingen niet laten zien II

Vorig jaar schreef ik er al iets over de structurele afwijking van peilingen. Dat gold toen voor de relatie CU-SGP. Maar er zijn ook wel twee andere verhalen die vingerspitzenprognostici kunnen vertellen over de aankomende lokale verkiezingen.

Volgens Maurice staat bijvoorbeeld de PVV op 25 zetels net achter het CDA. Dat kan hij lokaal nooit waar maken. Hij kan het in Almere en in Den Haag nooit goed genoeg doen als bij de Europese verkiezingen vorig jaar zomer. Andere partijen lopen met populistische winst weg. De lokalo’s zullen het deze verkiezingen goed doen. Lokale partijen zouden gezamelijk nog wel eens de grootste politieke groepering in gemeenteraden kunnen vormen. De Haagse politiek overtroffen door een groep lokale amateurs, dilettantes en querulanten.

Echter een iemand profiteert het meest van de afwezigheid van Wilders in de meeste steden. Rita Verdonk. Ze heeft haar zaakjes beter op orde dan Wilders. Een jaarlang was ze nauwelijks te zien in de Tweede Kamer. Afwezig bij belangrijke debatten. Bezig met de echte mensen in de Nederlandse dorpen en steden. En daar zal Verdonk op 3 maart van profiteren. Het is een goede uitweg voor mensen die normaal op Wilders stemmen. Mensen die een helder signaal naar Den Haag willen sturen: minder belastingen, minder Islam, minder files en minder criminaliteit maar vooral minder Bos en Balkenende. Een stem voor wel zes boodschappen. Op Trots op Gouda, Trots op Utrecht of Trots op Weert of Trots op Landgraaf. Voor de peilingenwatchers en Haagse journalisten zal de winst van Verdonk een verassing zijn. En die "verassing" zal Verdonk het wondermiddel van de landelijk politiek geven. Momentum. "The Big Mo". Positieve aandacht voor Rita Verdonk, haar beweging en haar "visie". Op het journaal, in de telegraaf, op de wereld draait door, bij omroep Max. De lokale verkiezingen van 2010 zullen het lazarus moment zijn voor Rita Verdonk.

En dat is mooi. Want iedere zetel die ze wint snoept ze af van de PVV en VVD. Ze komt misschien wel op twaalf of dertien zetels. En Wilders zal ook genoegen moeten nemen met zo’n aantal. En met een verdeeld rechts blok kan het CDA in alle rust met de PvdA breken. JPB weer de grootste. En het CDA regeert door. De leus van Wilders is al bekend: een stem op Rita is een stem op Jan Peter dus stem Geert. Vrij naar Hans Wiegel.

Hoe zo sociaal-democratie versus populisme?

Een van de vraagstukken die me al jaren fascineert, is het
sociaal-democratisch probleem: de sociaal-democratie over heel Europa ziet haar
trouwe electoraat over gaan naar populistische partijen. De sociaal-democratie,
die zich vereenzelvigt heeft met de overheid (“partij van de ambtenaren”) heeft haar band met haar klassieke
electoraat verloren. Deze stemmen nu op partijen die op komen voor de gewone
man, en tegen de elite. Populisme is de grote boeman van de sociaal-democratie.

Maar was het niet zo dat de sociaal-democratie ooit zelf die
populistische beweging was? Laten we populisme definiëren als een politieke
stroming die het volk als deugdzaam ziet en als een homogeen geheel. De
(regerende) elite luistert niet naar het volk. Er is een nieuw leiderschap
nodig dat naar dat volk luistert. En een nieuwe democratische manier van
politiek bedrijven. Populisten staan bekend om hun simpele oplossingen voor
complexe problemen.

Nvv1
Rond 1900 was de boodschap van de SDAP (een van de
voorgangers van de PvdA) simpel: er is een elite in Nederland die de macht in
handen heeft, die luistert met name naar de belangen van ondernemers. De economische elite en de politiek elite vallen grotendeels samen
omdat de dominante partij de liberale is. De elite wordt in het Marxistisch jargon ook wel bourgeoisie genoemd. De gewone man op de straat is een
hardwerkende, deugdzame arbeider. Hij wordt echter door de elite dubbel gepakt:
zowel economisch (de arbeider wordt te weinig betaalt) en politiek (de arbeider
is niet vertegenwoordigd, want geen stemrecht). Deze klassieke spotprent van de sociaal-democratische krant "Het Volk" laat de macht van de deugdzame, hardwerkende arbeider zijn ten opzichte van de dikke, lelijke elite.

Sdap2
Dus moet er een wisseling van
de wacht komen: het volk moet het voor het zeggen krijgen. Er is een nieuwe
manier van politiek bedrijven nodig (namelijk algemeen kiesrecht). De nu stemmenloze
arbeider zal en-masse op de sociaal-democraten stemmen. Immers de arbeidende
klasse is een grote homogeen links blok. De SDAP voerde op een simpele manier
campagne: er was een kwaad (de kapitalisten, of wel het op hun eigen belang
georienteerde politiek-economische elite) en als we dat kwaad zouden aan pakken,
zouden alle wereldproblemen (oorlog, armoede, etc) verdwijnen. Deze prachtige verkiezingsposter van de SDAP vat het allemaal mooi samen: de deugdzame, harwerkende arbeider lost met een slag alle sociale problemen op.

Alle voorgenoemde elementen van het populisme zijn daar: een
homogeen deugdzaam volk (het proletariaat), een dove elite (de kapitalisten),
de nieuwe manier van politiek bedrijven (algemeen kiesrecht) en de simpele
oplossingen (als de kapitalisten weg zijn zijn alle problemen opgelost). De
sociaal-democratie is ooit begonnen als een populistische beweging.

Het is misschien een rustgevende of een beangstigende
gedachte: net als de sociaal-democratie zal ook het nieuwe rechtse populisme door het
politieke systeem ingekapseld worden. De SDAP is ook ooit begonnen als
revolutionaire anti-systeempartij, net als de LPF/PVV. Uitendelijk kwam de PvdA
ook gewoon in de regering en bleek dat ze misschien het onmogelijke eiste, maar
redelijke praktische politiek bedreven. Retorisch misschien een beetje sterk
aangezet. Nederland is en blijft een land van polderende coalities daar kunnen al die populistische vernieuwingsbewegingen niets aan af doen.Voor de SDAP begon het allemaal met het wethouderspopulisme: op
lokaal niveau pragmatische sociaal-democratische politiek bedrijven. Misschien
is Marco Pastors, die in het verleden in Rotterdam een gematigde bestuurder
bleek, wel een soort Drees 2.0.

Diegenen die denken dat alleen de sociaal-democratie
populistische wortels heeft wil ik wel uit de droom helpen: ook de
Christen-democratie heeft populistische wortels. De Anti-Revolutionaire Partij
(een van de oprichters van het CDA) heeft ook duidelijk populistische trekken.
Ooit ontstaan als beweging van “kleine luiden” die het opnamen tegen de corrupte
liberale politieke elite. Het volk dat was deugdzaam en gelovig. De liberalen
waren door hun vrijzinnigheid de band met het gewone volk kwijt geraakt. Er
waren nieuwe leiders nodig die het volk kenden. En een nieuwe manier van
politiek bedrijven. De “massapartij” was een alternatief voor de bestaande “notabelenpartijen”. Ook de ARP zette
zich in voor uitbreiding van het kiesrecht naar alle mannen. En ook de ARP is
gewoon door het politiek systeem geabsorbeerd tot zij uiteindelijk in de jaren
’70 de partij van de gevestigde orde waren geworden.

Er zit een soort onvermijdelijkheid in: democratische
anti-systeembewegingen verzetten zich tegen de regerende elite. Maar dan worden
ze zo groot dat ze verantwoordelijkheid moeten dragen. Anti-establishment
oppositiepartijen worden regeringspartijen. De macht bevalt en dan worden regeringspartijen
regentenpartijen. Regentenpartijen verliezen het contact met hun
maatschappelijke basis en maken zo ruimte voor populistische alternatieven.

Kortom: all of this has happened before and all of this will
happen again.

Calcula

Een van de leukste fictieboeken die ik in de afgelopen jaren heb gelezen is, is The Curious Enlightenment of Professor Caritat van Steven Lukes. Het boek beschrijft de reis van een professor Caritat door verschillende landen waar verschillende politieke filosofieen zijn gerealiseerd. Zo bezoekt hij Calcula, de hoofdstad van een utilistisch land, Utilitaria, waar geluk en efficiency domineren, maar ook Communitaria een land waar verschillende religieuze en ethnische groeperingen op een multiculturalistische manier langs elkaar leven, en Libertaria, waar rechts-libertarianisme domineert. Een sublieme satire op de dominante stromingen in de politieke filosofie (mid jaren ’90), maar ook op het Britse politieke en academische leven. Het is daarnaast een makkelijke inleiding in het vakgebied die vol zit met kleine verborgen verwijzingen.

Een passage is me altijd bij gebleven. In Utilitaria heeft iedereen en zakrekenmachine waarmee hij bij iedere daad
uitrekent of het meer of minder geluk op zal leveren. Geluk staat daar centraal, persoonlijke
relaties, identiteit en vrijheid zijn daar verdwenen. Tot in de kleinste details heeft Lukes deze samenlevingen geconstrueerd. Zo is het in Utilitaria de gewoonte om gesprekken niet beleefd af te sluiten. Een gesprek is gewoon af als het niet meer nuttig is en dan loop je weg:

"The conversation (…) was now evidently at an end, for she was shaking his hand in farewell. It appears, Nicholas (Caritat – SO) thought, that conservations in Utilitaria come to an abrupt end when no longer useful." (Lukes 1995:79)

Volgens mij een absolute aanrader.

Leidse Politieke Ruimte

Het Leidse kieskompas is uitgekomen. Uiteraard kom ik helemaal in de "linkerbovenhoek" uit. Links en progressief. Gezellig bij GroenLinks.

Kopie De keuzes die partijen maken in zo’n kieskompas zijn veel zeggend: GroenLinks is de meest linkse en progressieve partij van Leiden. De SP heeft zich rechts laten plaasten van GroenLinks. Ik verwacht dat dit deels strategisch is: de SP weet dat veel kiezers in het centrum zitten. Te extreme standpunten innemen schrikt kiezers af. D66 staat net links van het midden aan de progressieve kant. Vanuit dat perspectief is GroenLinks een logischere partner dan de VVD. De PvdA heeft zich in het midden van het politieke spectrum laten plaatsen. Smack in the middle. De ChristenUnie de constructieve oppositiepartij die in het linkse college mee geregeerd heeft, staat rechts van het midden. Rechts boven in staat het CDA en de VVD: op zoek naar de thuisloze PVV stemmer.

RplotMaar zo’n model is wetenschappelijk gezien erg beperkt. De ruimte die je ziet is niet geinduceerd uit de standpunten van de partijen, maar door een wetenschapper op de partijen opgelegd. Je zou de posities van de partijen ook kunnen induceren uit de antwoorden die zij geven. Hiernaast zie je een inductief model gebaseerd op de antwoorden van de partijen op de vragen uit de kieswijzer gemaakt met MDS. Dat geeft deels een ander beeld van de posities van de partijen, maar voor een deel komt het beeld van het kieskompas terug: de SP en GL dicht bij elkaar aan de linker kant, de VVD aan de rechterkant. De horizontale indeling lijkt min of meer links/rechts. De tweede dimensie heeft echter een heel andere aard. In plaats van progressief tegenover conservatief lijkt de tweede dimensie de PvdA en de VVD te scheiden van Leefbaar: populisme tegenover regenten? Een nadeel van inductieve modelen: het is lastig te interpreteren.

Rplot2De vraag is dan hoe je ideaaltypisch de Leidse gemeentepolitiek ruimtelijk zou moeten duiden. De links-rechts dynamiek komt zowel uit inductieve en het deductieve kieskompas. In de gemeenteraad speelt echter de tegenstelling tussen coalitie en oppositie een grote rol. Zeker bij vraagstukken als de RijnGouweLijn, ringweg en de Oostvlietpolder speelt de vraag of je politieke verantwoordelijkheid wil nemen zelfs als dat electoraal minder populair is. Deductief zou ik dus een ander beeld neer zetten van de leidse politiek: Ttee assen links vs. rechts en bestuurlijk vs. populistisch. Je ziet een model hiernaast. Het college uit 2006 werdt gevormd door de linkse partijen: SP, PvdA, GL en CU. Daar zitten zowel meer bestuurlijke (PvdA) als meer populistische partijen tussen (SP). Het college dat tot januari heeft gezeten bestond uit de bestuurlijke partijen van links en rechts PvdA en VVD. Daarin zit dus ook een belofte voor de mogelijkheden van coalitie na 3 maart: over rechts met zowel meer bestuurlijke als meer oppositionele partijen (D66/CU/CDA/VVD) is duidelijk een van de opties. Haalt een meerderheid? Dat vertelt de fispr van zondag.

Godsdienstvrij

Sinds een aantal recente discussies over godsdienstvrijheid begon het bij mij toch de knagen: Waarom hebben we in Nederland eigenlijk godsdienstvrijheid? Wat houdt dat precies in? En met name houdt het bestaan van godsdienstvrijheid in dat gelovigen uitzondering kunnen krijgen op bepaalde wetten?

Binnen de politieke filosofie, zijn er twee verschillende visies op godsdienstvrijheid de liberale visie van John Locke en de multiculturele visie van Kymlicka en Taylor.

De visie van John Locke is ongeveer de volgende: vroomheid is een innerlijke gesteldheid. Daartoe kan niemand je dwingen. De uiterlijke vertoningen van religie hebben alleen maar betekenis als je er in gelooft. Dus kan een overheid die vroomheid wil bevorderen weinig doen. Ze kan mensen niet dwingen om bepaalde religieuze opvattingen te hebben. Ze kan slechts religieuze handelingen reguleren. Maar dat heeft alleen maar zin als je er in gelooft, en die handeling dus vroom is. Waarom zou je religieuze handelingen verbieden als ze betekenisloos zijn? Als je normaal iemand wel brood laat eten en wijn laat drinken waarom zou je dat verbieden als het in een kader van een Katholieke eucharistieviering is? De kern van Locke’s liberale betoog is dat de overheid bepaalde handelingen of bijeenkomsten niet moet verbieden om het enkele feit dat ze religieus zijn. Daarmee staat het de overheid vrij om allerlei handelingen te verbieden als zij wenselijk acht voor de samenleving. Maar het enkele feit dat ze een bepaalde religieuze betekenis hebben is geen reden om het te verbieden. Deze constructie is dus gericht tegen religieuze vervolging. Het berust op een conceptie van van negatieve vrijheid: de overheid mag geen beperkingen op leggen aan religieuze handelingen.

Tegenover deze puur negatieve constructie stellen multiculturalisten een positievere constructie. Taylor stelt dat een overheid actief moet ingrijpen als een culturele of religieuze gemeenschap onder druk komt: omdat religie zo’n belangrijk onderdeel is van de identiteit van sommige mensen moet de overheid soms actief ingrijpen om gemeenschappen te ondersteunen. Homogeniserende trends die ervoor zorgen dat minderheidsculturen verdwijnen moeten soms gestopt worden door overheidsingrijpen. Will Kymlicka benadrukt dat religieuze gemeenschappen ook beschermd moeten worden. Denk hierbij aan bijzondere eigen religieuze rechtbanken voor civiele kwesties, subsidies voor culturele instellingen en uitzonderingen op wetgeving waardoor ze om arbitraire reden benadeeld worden. Het voorbeeld van de uitzonderingen op wetgeving is een controversiele kwestie. Veel wetgeving in Nederland is expliciet of impliciet gebaseerd op Christelijke normen. De zondagssluiting is daar een goed voorbeeld van. Deze regeling is origineel ingesteld omdat de Christelijke meerderheid hier het vierde gebod tot wetgeving maakte. Een Joods of een Islamitische winkel moet volgens de wet ook dicht op zondag, terwijl zij liever zaterdag of vrijdag dicht zouden gaan. Als religieuze groeperingen van zulke wetgeving nadeel ondervinden zouden ze hier tegen beschermd moeten worden omdat de overheid niet een religie mag bevoordelen.

Laten we eens kijken naar de Nederlandse werkelijkheid. In de grondwet staat het recht op godsdienstvrijheid als volgt beschreven:

6.1 Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging,
individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens
ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.

Past deze stelling in de liberale of in de multiculturele traditie? De vraag is waarom je dit artikel nodig hebt vanuit de liberale traditie. In het liberalisme volstaat het anti-discriminatiebeginsel: net als bij homo’s op een religieuze school, kan het enkele feit dat een handeling religieus is geen reden zijn om een handelingen te verbieden. Artikel 1 zou dan volstaan. Het feit dat er een expliciet artikel is over vrijheid van godsdienst duidt er op dat omdat religie een bijzondere waarde heeft voor mensen dit bijzondere bescherming van de overheid vereist. Een multicultureel standpunt misschien? Echter als je naar de bewoording kijkt gaat het om een negatief recht. Mensen hebben het recht om hun godsdienst in vrijheid te belijden. Dat vereist geen extra bemoeienis van de overheid of uitzonderingen op bepaalde wetten. Sterker nog het artikel wijst mensen expliciet op hun verantwoordelijkheden voor de wet. Eerlijk gezegd is het artikel vrij Lockeaans: religie neemt een bijzondere plek (zekere voor een gematigde verlichter als Locke) maar vereist slechts negatieve bescherming tegen religieuze vervolging. Dat is mijn constitutionele interpretatie. De Nederlandse rechters maken echter veel sneller uitzonderingen juist op basis van multiculturele interpretaties denk bijvoorbeeld aan het halal of koosjer slachten waarbij de wet gebroken wordt om religieuze slachting toe te staan.

Alhoewel ik een groot deel van de multiculturele redenatie deel (religie is een bijzonder onderdeel van de identiteit van veel mensen en kan bijzondere positieve ondersteuning krijgen als het een zwakke minderheidspositie heeft), en ik een deel van de redenatie zou willen usurperen om bijvoorbeeld subsidie voor tolerantie en acceptatiecampagnes voor homosexualiteit te rechtvaardigen (is sexualiteit ook niet een belangrijk onderdeel van je identiteit?) schuurt het bij mij op een punt: het voorstel om een uitzondering op wetten te maken voor religieuze groeperingen. Jebben religieuze groeperingen niet godsdiensvrijheid behoudens hun verantwoordelijkheid voor de wet? Gaat godsdienstvrijheid niet erom dat wetten niet bepaalde religies bevoordelen of benadelen? En als een wet dan een bepaalde religie bevoordeeld om arbitraire redenen moeten we daar dan niet gewoon vanaf? Weg op Christendom gebaseerde wetgeving als de zondagssluiting?