SP trouwste bondgenoot van de PVV?

Volgens Elsevier is de SP de trouwste bondgenoot van de PVV in de Tweede Kamer. De partij zou het vaakst van alle oppositiepartijen meestemmen met de PVV. Elsevier-columnist Syp Wynia trekt in een bijgevoegd filmpje een snelle conclusie: SP en PVV kunnen maar beter zo snel mogelijk fuseren, want grote inhoudelijke verschillen zijn er niet. Als het inderdaad waar zou zijn dat de SP en de PVV vrijwel altijd hetzelfde stemmen, valt daar misschien iets voor te zeggen. Het is echter totale onzin.

Het achtergrondartikel in Elsevier weekblad waarnaar wordt verwezen geeft de achterliggende cijfers. Het betreft de analyse van het stemgedrag in de Tweede Kamer in de periode oktober tot maart 2010, in totaal 987 moties, in samenwerking met de Dienst Informatievoorziening Tweede Kamer. Deze cijfers zijn niet vrijelijk beschikbaar, maar zijn wel te reconstrueren aan de hand van de Handelingen van de Tweede Kamer. Wij komen in de periode 14 oktober 2010 tot 1 maart 2011 op in totaal 961 moties – niet precies hetzelfde aantal als Elsevier, maar het is onwaarschijnlijk dat dit verschil tot wezenlijk andere inzichten leidt.

Plot 1 - Stemt hetzelfde als PVV Stemt de SP vaak hetzelfde als de PVV? Nee. De SP stemde in 35% van de stemmingen over moties hetzelfde als de PVV, dit is minder dan VVD, CDA, SGP, ChristenUnie, D66 én PvdA. Alleen de PvdD en GroenLinks stemden nog vaker anders dan de PVV. De echte bondgenoten van de PVV zijn CDA en VVD. Dat is ook niet verwonderlijk: de PVV steunt het kabinet van CDA en VVD omdat ze inhoudelijk verwant zijn. De PVV week soms wel af van het stemgedrag van CDA en VVD, maar minder vaak dan D66 dit deed tijdens kabinet Balkenende-II.

Plot 2 - Stemmen met PVV bij verdeelde coalitie SGP De claim van Elsevier dat de SP de sterkste bondgenoot van de PVV is,  is gebaseerd op de stemmingen waarin de coalitie verdeeld was (of beter gezegd: waarin de PVV afwijkend stemde van CDA en VVD). In deze gevallen stemde de SP volgens de gegevens van Elsevier 86 keer mee met de PVV en 79 keer met CDA en VVD. Maar de SP is niet de enige partij die in zo’n geval regelmatig met de PVV meestemde. Onderstaande grafiek presenteert de gevallen waarin de coalitie verdeeld was (dus ook als CDA of VVD niet hetzelfde stemmen) . Het beeld is hetzelfde als dat bij Elsevier, alleen de Partij voor de Dieren stemde in onze analyse even vaak mee met de PVV als de SP dat deed. Geen van de partijen stemde in meer dan de helft van de gevallen met de PVV mee, ook de SP niet. Als ze niet met de oppositie mee stemt staat de PVV dus relatief geïsoleerd. De verschillen in ‘steun’ voor de kant van de PVV zijn niet erg groot: bij een conflict in de coalitie stemde ook GroenLinks en de PvdA in bijna 40% van de gevallen met de PVV mee: toch niet echt partijen waartussen een fusie voor de hand ligt.

Plot 3 - Stemmen voor moties PVV

Een betere maat voor ‘bondgenootschap’ met de PVV is de mate waarin partijen moties waarvan de PVV eerste indiener was, steunden. Staat een partij achter de voorstellen van een andere partij? De SP deed dit het vaakst: in iets meer dan 50% van de gevallen steunde de SP de PVV-moties. Dit is iets vaker dan andere partijen, maar de verschillen zijn niet groot: de PvdD steunde ruim 45% van de PVV-moties en de PvdA meer dan 40%. Dat VVD en CDA niet vaker voor PVV-moties stemden komt omdat de PVV vooral moties indiende als zij het oneens is met het kabinet; partijen dienen bijna nooit moties in als zij het eens zijn met het kabinet. Dit geeft dus een overschatting van de overeenkomsten tussen SP en PVV en een onderschatting van de overeenkomsten tussen PVV en CDA/VVD. Het is zeker waar dat de SP op een aantal terreinen vaker voor PVV-voorstellen stemde dan andere oppositiepartijen, maar de verschillen tussen SP en andere oppositiepartijen zijn niet bijzonder groot.

Plot 4 - Stemmen voor moties SP  Als PVV en SP echt twee handen op een populistische onderbuik zouden zijn,  dan zou de partij ook de moties van de SP vaak moeten hebben gesteund. Dit is niet het geval: minder dan 30% van de SP moties werd door de PVV gesteund. Dit is weliswaar duidelijk vaker dan CDA en VVD, maar ongeveer hetzelfde als de steun van de SGP voor PVV-moties. Alle andere partijen steunden SP-moties veel vaker dan de PVV dat deed. Met name linkse partijen als de PvdD en GL tonen een zeer grote verwantschap met de SP. De SP stelt met name noties voor die onacceptabel zijn voor het CDA en de VVD die de PVV dus niet kan steunen zonder haar rechtse bondgenoten in het tegen zich in het harnas te jagen.

Plot 5 - SP-PVV per onderwerp  ELI: stemmingen over moties en amendementen ingediend bij de begroting EZ, LNV en Financiën; BuZa: Buitenlandse Zaken; J&V: Justitie; I&R Verkeer & Waterstaat, VROM en het Infrastructuurfonds; OCW: Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; VWS: Volksgezondheid, Welzijn en Sport; Def: Defensie; BZK: Binnenlandse Zaken, Koninkrijksrelaties, Wonen, Wijken en Integratie en Algemene Zaken; VWS: Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Jeugd & Gezin.

Op welke onderwerpen zijn de PVV en de SP verwant? We kunnen moties en amendementen die zijn ingediend tijdens de begrotingsbehandelingen op grond van hun nummer indelen naar ministerie: van ELI (Economische Zaken, Landbouw en Innovatie) tot VWS (Volksgezond, Welzijn en Sport). Voor elk ministerie kijken we weer in welke mate partijen hetzelfde stemmen. PVV en de SP zijn het het meest eens zijn op het gebied van volksgezondheid: in iets meer dan 50% van de stemmingen over moties en amendementen die ingediend zijn over de VWS-begroting stemmen de PVV en de SP hetzelfde. De PVV stelt zich wat betreft zorg en ouderen relatief sociaal op. De PVV en de SP stemmen het minst vaak hetzelfde als het over economische zaken gaat: daar stemmen ze in bijna 20% van de gevallen hetzelfde. Het gaat hier om onderwerpen als marktwerking. Het verzet tegen marktwerking is de kern van de linkse politiek van de SP, maar dit vindt weinig weerklank bij de PVV, zo bleek onder andere bij de stemming over de verplichte aanbesteding van het openbaar vervoer in de steden. De SP en PVV stemmen ook vaak hetzelfde over Binnenlandse Zaken (Antillianen, ambtenaren en inburgering) en Defensie (militaire missies) Over Buitenlandse Zaken (Israel of ontwikkelingssamenwerking) en veiligheid zijn de partijen het juist vaak oneens. De PVV kan dus niet zonder meer links op sociaaleconomisch terrein genoemd worden: ze is misschien wel sociaal op het gebied van zorg, maar kiest -anders dan de SP- niet voor een sterk overheidsingrijpen in de economie.

Het stemgedrag van de SP en PVV in de afgelopen periode was verre van identiek. PVV en SP stemmen minder vaak samen dan PVV en PvdA. Alleen als het gaat om moties van de PVV en stemmingen waarin de coalitie verdeeld was, vonden de SP en de PVV elkaar relatief vaak. Dit zijn de gevallen waarin de PVV afweek van de regeringspartijen en de SP haar kans schoon zag om ‘in te breken’ op de coalitie. Ook andere partijen deden dit. Dat de SP wat vaker optrekt met de PVV dan bijvoorbeeld PvdA en GroenLinks lijkt voornamelijk een gevolg van hun posities inzake gezondheidszorg waarbij de SP en PVV beide een ‘sociaal’ standpunt innemen. Dit neemt niet weg dat SP en PVV op veel meer thema’s verdeeld zijn en dus anders stemmen. Waar het bijvoorbeeld gaat om economische zaken stemt de PVV heel anders dan de linkse partijen.

Het  “wilde idee” van Wynia dat SP en PVV wel zouden kunnen fuseren omdat ze “zoveel op elkaar lijken” raakt kant noch wal. Alsof Elsevier en de Groene Amsterdammer wel samen zouden kunnen gaan omdat ze beiden wel eens een kritisch artikel over de overheid schrijven. Als het stemgedrag in de Tweede Kamer al aanleiding zou geven tot een fusie, is dat een fusie op rechts: de coalitie is het in verreweg de meeste gevallen roerend eens.

Dit artikel is geschreven samen met Tom Louwerse.

Is vergelding barbaars?

Een van de principes achter straffen is het idee van vergelding. De centrale notie is dat als iemand iets misdaan heeft, we hem of haar moeten straffen om daarmee ons gevoel dat ons iets onrechtvaardigs aan gedaan mee te repareren. Iemand heeft een ander iets aangedaan en nu moet hem schade aan gedaan worden, om het geschonden rechtsgevoel te herstellen en om recht te doen aan de schade die aan mensen gedaan is.

Het beste komt dit naar voren in de reactie op de moord op Osama bin Laden. Dat was een verschrikkelijke terrorist die 3000 mensen heeft laten vermoorden. Hij verdient het om door Amerikaanse special ops gedood te worden zonder proces. Alleen zo kon er genoegdoening gegeven worden aan de families van de slachtoffers van 9/11.

Ik denk dat daar een fundamentele denkfout in zit. Als je straft uit vergelding dan behandel je iemand als middel maar niet als doel. Dan laat je de overheid iemand straffen om zo de gevoelens van het slachtoffer en van de gemeenschap weg te nemen. Immanuel Kant stelde zeer terecht dat de kern van moreel gedrag is dat je mensen behandelt als een doel op zich en niet als een middel. Als je andere mensen alleen maar ziet als middelen om je eigen gevoelens te bevredigen, dan behandel je ze niet als mensen maar als dingen.

En dat is precies wat het probleem is bij misdadigers. Veel misdadigers missen empathische vermogens: ze kunnen zich niet in anderen inleven. Ze realiseren zich niet dat ze andere mensen pijn doen. Als misdadigers dat wel empathische vermogens hebben hebben dan ontwikkelen manieren om ervoor te zorgen dat ze dat voor sommige mensen niet voelen: ze ontmenselijken hun slachtoffers en dan hoef je voor hen geen respect voor te tonen. Dehumanisering is de manier om misdadig gedrag te rechtvaardigen: die Moslim die ik neerschoot was geen mens maar een verschrikkelijke terrorist; die vrouw die ik verkrachtte was geen mens maar een slet; die Jood die ik opsloot was geen mens maar een rat. De ergste misdaden tegen de menselijkheid -massa-verkrachtingen, massa-slachtingen, de concentratiekampen waar massa-moord geindustrialiseerd werd- kunnen alleen maar plaats vinden als de slachtoffers van hun menselijkheid ontdaan worden.   

Als je mensen niet meer als mensen behandelt, maar hen zien als dingen, middelen die we gewoon kunnen gebruiken om onze eigen gevoelens op bot te vieren, dan gaat het mis. Als we stellen dat mensen geen respect meer verdienen, dan is allerlei immoreel gedrag gerechtvaardigd. Dat geldt voor de misdadiger en voor hen die straffen omdat ze wraak willen op de misdadiger. Ze overtreden beide de notie dat mensen geen dingen zijn en respect verdienen.

Je zou kunnen stellen dat mensen alleen maar respect verdienen zolang ze zich aan de regels houden, dat mensen die de wet breken hun recht op respect hebben verloren. Maar dat lijkt me verkeerde interpretatie van moraliteit: morele principes gelden niet alleen maar zolang het makkelijk is. Slechts als je je ook aan dat soort principes houdt als het moelijk wordt, hebben ze zin. In het Paradijs kunnen we allemaal moreel zijn, maar morele regels heb je om de moeilijke beslissingen te nemen. Ik kan me goed inleven in een vader wiens kind gedood is, en zint op vergelding, op wraak. Maar het lijkt me dat we niet moeten uitgaan van die wraakgevoelens, maar van onze morele principes.

Beste Arie Slob,

Van harte gefeliciteerd met uw verkiezing als fractievoorzitter van de ChristenUnie in de Tweede Kamer. U kent mij niet maar toch draag ik de ChristenUnie een warm hart toe. Maar daarmee komen we meteen bij een groot probleem van uw partij: waarom zou een homoseksuele, agnostische, vegetarier sympathie hebben voor een partij die gevormd als een fusie van twee kleine rechtse orthodoxe Christelijke partijen?

De ChristenUnie is in de laatste 10 jaar sterk verandert: van een fusie van Vrijgemaakten en Gereformeerden naar een brede sociaal-Christelijke partij. Het is geen partij van God, Oranje en Vaderland meer, maar een groene en sociale partij die ontspannen wil omgaan met verschillen. Zo gezien, is de partij lastig te onderscheiden van GroenLinks: ook een groene en sociale partij die streeft naar een ontspannen samenleving. Net als GroenLinks en D66 kenmerkt de ChristenUnie zich door een inhoudelijke constructieve opstelling jegens het kabinet. Die ChristenUnie vind ik sympathiek.

Maar is dat electoraal een slimme strategie? De ChristenUnie bevindt zich op scharnierpunt van haar geschiedenis. Na een electorale tegenslag komt u er als nieuwe leider. Welke koers moet u gaan varen? In mijn ogen heeft ChristenUnie drie mogelijkheden. De partij kan de sociale-groene-ontspannen kant op en op zoek gaan naar ontevreden kiezers van de PvdA, zoals GroenLinks, de SP, de PvdD en D66 al doen. Het is druk op links. Hoe zeer ik ook sympathiseer met zo'n koers, denk ik niet dat het een slimme strategie is.

Daar staat een andere strategie tegenover: terug naar de basis van de partij, een echte Christelijke koers varen. Dat betekent een nadruk leggen op abortus, euthanasie, het traditionele gezin, zondagsrust. Daarmee schrik je kiezers af. Als je als ChristenUnie duurzaam een grotere partij wil vormen dan zal je moeten verbreden buiten orthodox Christelijke kring.

Dan komen we bij de derde mogelijkheid: de ChristenUnie heeft een ideale positie in het politieke landschap. Zij is de enige partij die economisch sociaal is en in cultureel opzicht conservatief. De meeste kiezers zijn conservatief en sociaal: ongeveer 40% van de kiezers is sociaal en conservatief. De PVV, de SP en 50+ zijn allemaal aan het vissen in die grote vijver. Waarom blijft de CU dan steken op 5 zetels? Dat komt omdat de partij niet in staat is om de juiste combinatie van conservatieve en sociale standpunten te vinden. De Christelijk-sociale koers betekent dat de ChristenUnie wat betreft de verzorgingssaat meer naar links is geschoven dan in de tijd van de RPF en het GPV. Op migratie heeft de partij een ambigu profiel: opkomen voor vluchtelingen maar wel kritisch over de islam. De euroskepsis die de partij ooit koesterde is in de regering verdwenen. Kies consistent voor een conservatieve lijn op de culturele thema's die nu domineren: veiligheid, migratie en Europa. Dat betekent niet dat je afstand doet van je huidige standpunten, maar dat je law & order standpunten op prostitutie en drugs helder naar voren brengt, je gehechtheid aan de Nederlandse, Christelijke cultuur niet verhult onder ontspannen omgaan met verschillen  en je skepsis over Europese integratie afstoft. Wees sociaal in het beschermen van de huidige verzorgingsstaat en conservatief in het beschermen van Nederlandse waarden. Die combinatie is electoraal goud.

Met de keuze voor een kamerlid met een Vrijgemaakt-Gereformeerde achtergrond, lijkt de ChristenUnie te kiezen voor een terugkeer naar de Christelijke koers. Een keuze voor vijf zekere zetels van orthodoxe Christenen. Als je wilt dat de ChristenUnie een macht van belang wordt, zult u moeten kiezen. Dit is het schakelpunt voor de ChristenUnie. Keer niet terug naar Christelijke koers, wordt ook geen kopie van GroenLinks. Als je echt een partijleider van belang wil worden, kies voor de ideale combinatie van conservatief en sociaal die de ChristenUnie kan vertegenwoordigen.

Vriendelijke groet,

Simon Otjes

Een linkse, homoseksuele, agnostische vegetarier

GroenLinks Gedachtegoed in Ontwikkeling

GroenLinks gaat terug naar haar roots. Bij het twintigjarige bestaan organiseren het Wetenschappelijk Bureau en de GroenLinks Academie een lezingencyclus over de idealen van GroenLinks. In vijf bijeenkomsten keken prominente partijleden terug over de ontwikkeling van het denken van de partij over milieu, militaire interventie, Europese integratie, de multiculturele samenleving en de verzorgingsstaat. Een vraag kwam iedere keer op in de lezingencyclus: is GroenLinks een ideeenpartij die voorop loopt op maatschappelijke ontwikkelingen of worden haar standpunten met name gevoed door externe omstandigheden? Is GroenLinks een voorhoedepartij of een speelbal van maatschappelijke ontwikkelingen?

 Speelbal van internationale ontwikkelingen

Alle sprekers benadrukte dat de ontwikkeling van het gedachtegoed van GroenLinks gevormd werd door externe factoren. Het sterkst kwam dit naar voren in het betoog van Joost Lagendijk: 'vraagstukken van oorlog en vrede hebben voortdurend tot discussie binnen de partij geleid. Nieuwe conflicten stelden GroenLinks voor nieuwe dilemma's.' Eén conflict zorgde voor fundamentele veranderingen over het denken over het gebruik van geweld binnen GroenLinks: de oorlog in Joegoslavië. Tussen 1992 en 1995 concentreerde de gewelddadigheden zich in Bosnië-Herzegovina: 'Serviërs zuiverden gebieden van Bosnische Moslims en Kroaten, en als zij de kans kregen deden de Kroaten en Moslims dat even hard terug. Op televisie verschenen beelden die deden denken aan de concentratiekampen uit de Tweede Wereldoorlog. Er moest wat gebeuren. In 1995 hebben de Verenigde Staten uiteindelijk ingegrepen. Het algemene gevoel was: dit nooit meer, op de deurmat van Europa mogen mensen elkaar niet afmaken. En dan begint in 1999 hetzelfde in Kosovo als in Bosnië had plaatsgevonden: door Servische moordpartijen werden de Kosovaren de grens over gejaagd. Het geweten van de NAVO begint op te spelen: ze gaat zonder VN-mandaat over tot luchtaanvallen op militaire en civiele doelen. Na veel interne debatten koos GroenLinks ervoor om het ingrijpen te steunen.'

 Wetenschappelijke ontwikkelingen lossen groene conflicten op

Maar ook in het denken over het milieu spelen ontwikkelingen buiten GroenLinks een belangrijke rol over het denken binnen GroenLinks over economie en ecologie, zij het minder dramatisch. In de beginjaren een hevig debat tussen mensen diegene die voorstander zijn van beperking van de consumptie in Nederland door de invoering van een eco-tax en mensen die de positie van mensen met een laag inkomen willen beschermen tegen zo'n eco-tax. Marijke Vos: ' Groene en linkse doelen stonden haaks op elkaar.' Groene en sociale Kamerleden stonden hier recht tegenover elkaar. De angel zat hem in het idee dat de consumptie moest afnemen. In 1998 verschoof het denken onder andere door het boek Factor 4. Het boek stelde dat ‘als de overheid kiest voor duurzame technologie zoals zonne-energie, een verdubbeling van de welvaart gepaard gaan met een halvering van de druk op het milieu. In het verkiezingsprogramma van 1998 lezen we niets meer over krimp: GroenLinks is voorstander van ‘Nederland innovatieland’, een land dat goed is in allerlei nieuwe milieutechnologie waar groei samen kan gaan met het milieu. De win-wingedachte is geboren. Omdat groen juist goed is voor de economie, is de spanning tussen groen en links verdwenen.’ Wetenschappelijke ontwikkelingen halen de angel uit een van de centrale debatten van GroenLinks in de eerste jaren.

Individualisering als reactie op Fortuyn

Volgens Dick Pels, de directeur van het Wetenschappelijk Bureau, speelden ook externe factoren een belangrijke rol in het denken over de multiculturele samenleving: 'Tussen de tijd van de PSP en de PPR en de tijd van Femke Halsema is de balans verschoven van collectieve naar individuele emancipatie. De nadruk lag integratie met behoud van eigen cultuur en identiteit. We mochten geen kritiek leveren op andere culturen, dat was racistisch.' Dat is de lijn van GroenLinks tot eind jaren '90, dan komt Paul Scheffer met zijn essay 'Het Multiculturele Drama', Fortuyn met zijn kritiek op de gebrekkige integratie van Moslims en Ayaan Hirshi Ali met haar felle Islam-kritiek. Pels: 'Het besef is ontstaan dat dit onvoldoende is. Minderheden hebben ook hun eigen minderheden die ze onderdrukken. ' Pels wijst op Halsema's laatste speech over godsdienstvrijheid: Halsema stelde dat GroenLinks solidair moet zijn met de jonge islamitische meiden, die zich willen emanciperen uit de macht van oudere mannen.

 Vergrijzing noodzaakt tot harde ingrepen

In het denken over GroenLinks over de verdeling van arbeid en inkomen, was er jarenlang een radicale stroming in de partij aanwezig, volgens Kees Vendrik: 'de radicale traditie is de traditie van het basisinkomen. Mensen zouden een van overheidswege gegarandeerd inkomen moeten krijgen, om ze te bevrijden uit arbeidsdwang.' De doodslag voor het denken over het basisinkomen, en vormend voor veel ideeen van GroenLinks over de verzorgingsstaat is de vergrijzing: neem de AOW, dat is nu een soort basisinkomen met een leeftijdsgrens: 'als je niet werkt, dan ben je nu gratis mee verzekerd, zonder dat daar verplichtingen tegenover staan. Dat is niet te handhaven: we hebben straks iedereen nodig. De vergrijzing is een groot probleem. Er zullen evenveel mensen extra in de zorg nodig zijn als er jonge mensen op de arbeidsmarkt bij komen.' Daarom zat in Vrijheid Eerlijk Delen ook een AOW-voorstel, dat mensen stimuleert te gaan werken.

 

Voor Europa omdat het daar wel kan

In de laatste twintig jaar is GroenLinks ook veel positiever geworden over de Europese Unie. Lagendijk: ‘De CPN, PSP en PPR waren nog buitengewoon kritisch over de Europese Gemeenschap. Het was in hun ogen een economisch samenwerkingsverband dat niet groen en niet democratisch was. Ze zagen het als een instrument van het kapitalisme en de multinationals.' GroenLinks stemt tegen het Verdrag van Maastricht en Verdrag van Amsterdam. 'En dan komt in 2001 het Verdrag van Nice. Van de drie verdragen het slechtste verdrag. GroenLinks stemt vóór.' Ook is GroenLinks in 2005 één van de voorstanders van de Europese Grondwet. Geleidelijk is GroenLinks positiever over de Unie gaan denken, omdat deze steeds meer ging doen op milieugebied en ook de macht van het Europees Parlement werd uitgebreid. Lagendijk: ‘in Europa kun je een veel groener beleid krijgen dan op het nationale niveau. Dat heeft er mee te maken dat de Unie zelf veranderd is, van een economisch verband zonder controle, naar een verband waarin mensenrechten en milieu een belangrijke rol spelen.'

 Vooruitlopen of volgen?

Is GroenLinks dan een speelbal van internationale gebeurtenissen? Reageert ze slechts op maatschappelijke ontwikkelingen als vergrijzing of groeiende onvrede met integratie? In een aantal betogen is ook duidelijk te zien dat GroenLinks vooruitloopt in de ontwikkeling van haar ideeen.

In het denken over vergrijzing en de AOW liep GroenLinks vooruit. De voorstellen over de AOW werden al geformuleerd in Vrijheid Eerlijk Delen, een discussienota van Halsema en Van Gent over de toekomst van de verzorgingsstaat , uit 2004 vijf jaar voor de discussie over de AOW in Nederland losbarste. GroenLinks liep in Vrijheid Eerlijk Delen ver vooruit op het debat over de verzorgingssaat. Vendrik: 'Feministische en progressieve economen wezen op de nadelen van het Rijnlandse model (het dominante model van sociaal-economische verhouding in Nederland – SO): op de arbeidsmarkt ontstaat ongelijkheid en uitsluiting. We moeten het opnemen voor de mensen die aan de rand van de arbeidsmarkt staan. Het ontslagrecht, bijvoorbeeld, dat moet echt worden gemoderniseerd. Het is geen bescherming tegen ontslag, maar vooral een vergoedingsregeling. Het is nu zo dat naarmate je langer werkt en meer verdient, je een grotere vergoeding krijgt. Dat zorgt voor een absurd ongelijke verdeling.'

Maar dit is ook zichtbaar in andere onderwerpen, Lagendijk: 'Wat wel erg opvallend is in het eerste programma van uitgangspunten van GroenLinks uit 1992, is de vernieuwde visie op de rol van het Nederlandse leger: een klein professioneel leger moest ter beschikking staan van een multinationale vredesmacht om op te treden ter handhaving en eventueel herstel van de internationale rechtsorde. Deze opvatting getuigt van een groot inzicht in de ontwikkeling van het Nederlandse leger.' Gedurende de jaren '90 en '00 verschuift de functie van het Nederlandse leger steeds meer juist naar deze functies.

Volgens Vos liep GroenLinks ver vooruit in denken over vergroening van de belastingen: 'We waren voorstander van een ecotax in het eerste verkiezingsprogramma. Hans van Mierlo noemde vergroening van de belastingen toen een schreeuw in de nacht. De vergroening van de economie was een vinding van GroenLinks. We waren vanaf het begin modern: laat vervuilers betalen en beloon wie het goed doet.' Bas Eickhout, als Europees Parlementarier een van de nieuwe groene gezichten van GroenLinks is het met haar eens: 'In de jaren '90 waren we de tijd ver vooruit. Tien jaar later kregen we gelijk.'

GroenLinks in debat over democratie

Het debat over democratie komt langzaam op in GroenLinks. Na het schrappen van het referendum uit het verkiezingsprogramma door het congres, is het duidelijk dat de partij haar visie op democratisering moet vernieuwen. Ik bezocht voor het Magazine bezocht in April twee discussiebijeenkomsten over democratie: één georganiseerd door het Wetenschappelijk Bureau en de GroenLinks Academie en één georganiseerd door DWARS en de Eerste Kamerfractie.

Er is alle reden om over het onderwerp democratie in discussie te gaan. De minimale meerderheden waarmee het laatste verkiezingscongres het referendum uit verkiezingsprogramma heeft gehaald en het afschaffen van de Eerste Kamer er in heeft gehouden, zijn directe aanleidingen. Dick Pels, directeur van het Wetenschappelijk Bureau: ‘de discussie over democratie binnen GroenLinks staat stil. Ik zat in de laatste programmacommissie en we schreven de standpunten over democratie gewoon over uit het laatste programma: er wordt niet goed over dit onderwerp nagedacht.’

Marjolijn Februari, de NRC-columniste die op 15 april op de DWARS bijeenkomst sprak, schetst een veel breder kader: ‘Het denken over democratie is halverwege de vorige eeuw gestopt. Na de Tweede Wereldoorlog is democratie steeds minder een inhoudelijk begrip geworden als wel een criterium voor beoordeling: geen nastrevenswaardig ideaal, maar een meetlat. Het begrip is zelf niet meer in ontwikkeling. Alles wat wringt in onze samenleving wordt als anti-democratisch terzijde geschoven.’

 Democratie: Macht en Tegenmacht

Wat wordt er bedoeld met het begrip 'democratie'? Bas de Gaay-Fortman gaf een inleiding over de democratische idealen van GroenLinks op de door het Wetenschappelijk Bureau en de Academie georganiseerde bijeenkomst van 13 april, Hij maakt daarbij een onderscheid tussen twee aspecten van het democratische ideaal: het 'formeel-politieke' en het 'politiek-juridische'. Met het formeel-politieke aspect doelt De Gaay-Fortman op ‘het principe van de vervangbaarheid van de macht: verkiezingen geven de mogelijkheid om de macht te veranderen. De meerderheidsregel is maar een middel daartoe.'

Daarnaast is er het politiek-juridische aspect: ‘Machtsuitoefening is noodzakelijk. Macht vereist ook tegenmacht. De macht moet gespreid worden.’ De belangrijkste beperking op de macht van de overheid is de rechtsstaat: ‘De rechtsstaat betekent dat de overheid is gebonden aan de wet en dat er toegang is tot een onafhankelijke rechterlijke macht. De macht van de staat is beperkt: de overheid is niet totalitair.’

Hoe verhoudt het formeel-politieke aspect van de democratie zich tot het politiek-juridische? De Gaay Fortman: ‘Kan de rechtsstaat bij meerderheidsbeslissing worden afgeschaft? De bescherming die we daartegen hebben is dat het lastig is om de Grondwet te veranderen. Zulke beperkingen zijn er niet voor de handhaving van de Grondwet, dat doet de Staten-Generaal zelf. Maar zoals Juvenalis, de Romeinse dichter, al stelde: 'Wie bewaakt de bewakers?'

Hiervoor kun je institutionele oplossingen zoeken. Jan Laurier, scheidend senator, drukte de zaal DWARS'ers op het hart dat de Eerste Kamer een rol heeft in het beschermen van het politiek-juridische aspect van de democratie. Laurier: ‘Ik kan me alleen maar in een democratie vinden, als het gepaard gaat met recht en rechten. Als dat niet plaatsvindt, dan is democratie niets anders dan een dictatuur van de meerderheid. Er moeten waarborgen zijn voor mensen die iets anders vinden. Dat is een van de thema's die veel aan de orde komt in de Eerste Kamer. Je hebt ten opzichte van de democratie een aantal stabilisatoren nodig: zeker als kiezers snel heen- en weerschuiven." GroenLinks is officieel voor afschaffing van de Eerste Kamer, maar stelt daar een andere institutionele regeling tegenover: de toetsing van wetten aan de grondwet door de rechter.

Democratie als opdracht

De Gaay-Fortman heeft minder vertrouwen in institutionele oplossingen: ‘Hans van Mierlo stelde dat democratie georganiseerd wantrouwen is. Dat werkt zo niet; wantrouwen vraag steeds weer om nieuwe controles en regelingen. Democratie is bovenal een mentaliteit: willen en kunnen luisteren, belangen willen en kunnen afwegen en verantwoording willen en kunnen afleggen.’ Instemmend citeert De Gaay-Fortman een Amerikaanse opperrechter: ’Wij vertrouwen te veel op regelingen. Als democratie in de harten van mensen zit, dan heb je geen regels nodig. Zit het er niet in dan, dan hebben al die regelingen geen zin.’

Februari benadrukt het belang van een democratische houding. Democratie gaat volgens Februari ‘Om de actieve erkenning van wederzijdse belangen, om een sociale houding ten opzichte van mensen met een andere mening. Het is een manier van samenleven. Dat vereist het inzicht dat jouw keuzes effect hebben op anderen, en dat de keuzes van anderen effect hebben op jou. Democratie gaat om de vertegenwoordiging van de verscheidenheid van stemmen. Breng het conflict weer terug in het hart van de democratie. Het feit dat mensen verschillende opvattingen hebben, los je niet gemakkelijk op. Als je alles waar je het niet mee eens bent uitsluit, leidt dat tot de opkomst van de radicale verliezer: zij die over de rand vallen, komen radicaal terug. Als je democratie ziet als een plek voor conflicten, die niet per se opgelost kunnen worden, kunnen ook verliezers zich daarin herkennen.’

Een verkorte verkiezing van dit artikel verscheen ook in het GroenLinks Magazine van Mei 2011.

Dick Pels: Het Volk Bestaat Niet

  Kvdt300px

De laatste verkiezingsposter van GroenLinks was uitermate simpel: een foto van Femke in een grijs pak direct de kiezer aankeek: zelfverzekerd, ervaren, wilskrachtig. Ergens in de hoek stond de naam GroenLinks. De verkiezingscampagne van GroenLinks focuste zich op Halsema, het populaire boegbeeld van de partij. Het verbaasde dan ook niemand dat bij de verkiezingsuitslag bij GroenLinks van alle partijen de meeste stemmen op de lijsttrekker waren uitgebracht. Terwijl GroenLinks als campagnemachine de personalisering van de politiek met beide handen heeft aangegrepen, staat de visie van GroenLinks op de democratie ver af van de personendemocratie. GroenLinks is geen voorstander van een gekozen burgemeester, of van een gekozen premier. Dat soort voorstellen worden door GroenLinksers vaak afgedaan als populistisch.

Volk

En juist dan brengt Dick Pels, de directeur van het Wetenschappelijk Bureau van GroenLinks, een boek uit met een hartstochtelijk pleidooi voor de personendemocratie. In zijn boek "Het volk bestaat niet" probeert Pels een links antwoord te formuleren op de uitdaging van het populisme: een 'nieuwe, optimistische elitetheorie van de democratie.' Personalisering van de politiek speelt een cruciale rol in deze theorie. Politiek moet bestaan uit de wisselwerking tussen de elite en het volk. Het populisme bevat een gezonde dosis wantrouwen ten opzichte van de de politiek. Het volk kan het nodige weerwerk geven aan het bestuur als ze in de ogen van de bevolking de verkeerde kant uitgaan of door de macht gecorrumpeerd worden. De elite moet aan de andere kant ook een gezond wantrouwen ten opzichte van het volk koesteren: ook 'het' volk heeft de waarheid niet in pacht. De elite moet durven een voorhoede te zijn, uit te gaan van hun eigen programma, en er niet voor weg schrikken om het volk te willen verheffen, zelfs als dat paternalistisch lijkt.  Zoals er ook machtenscheiding is tussen uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht, is er ook een scheiding tussen het volk en de elite. Deze hebben allebei in een democratie een eigen rol te spelen. Zij zijn elkaars tegenhanger. De een kan plannen van de ander dwarsbomen. Hoe zorgen we ervoor dat volk en elite niet helemaal uit elkaar drijven?

Pels denkt dat de personendemocratie de uitweg kan bieden. Het overbrugt het de kloof tussen elite en volk, omdat juist lager opgeleide kiezers zich beter met personen kan identificeren dan met abstracte programma's. Het versterkt daarnaast ook de scheiding der machten binnen de politiek. Als premier en het parlement elk hun eigen mandaat hebben dan verzwakt dit de coalitiedwang die serieuze controle van de regering voorkomt. Als parlementariers op hun eigen mandaat gekozen worden, verzwakt dit de macht van partijen. De verkiezing van de burgemeester of de premier geeft de burger meer kiesmomenten, meer mogelijkheden om de politieke elite ter verantwoording te roepen, en maakt het de politiek spannender, dat versterkt interesse van burgers in politiek en zorgt voor een massalere opkomst.

De vraag is of een gepersonaliseerde democratie de problemen die Pels schetst kan oplossen. Personen zijn nauwelijks een beter bindt middel tussen elite en volk dan partijen dat zijn. De massale populariteit die Verdonk had opgedaan als minister, tweede vrouw van de VVD en onafhankelijk kamerlid, waren bij de laatste verkiezingen als sneeuw voor de zon verdwenen. En ook Wouter Bos, die in 2003 nog gehuldigd werd omdat hij echt de lessen van de Fortuyn revolte had geleerd, merkte in 2006 alweer hoe grillig en wisselvallig 'het' volk kan zijn. Het lijkt me dus niet dat personalisering een manier is om een duurzame brug tussen volk en elite te slaan, juist vanwege het emotionele en daardoor grillige karakter.

Door te stellen dat 'de' elite elitairder moet worden en 'het' volk populistischer, blijft Pels uitgaan van de populistische assumptie dat het volk en de elite een monolithische eenheid zijn. De opkomst van nieuwe rechtse bewegingen als de PVV heeft ervoor gezorgd dat de minderheid van de bevolking met rechtse opinies op integratie en diep wantrouwen hebben ten opzichte van de linkse kerk zich vertegenwoordigd weten in het parlement. Het populisme drijft volk en elite niet verder uit elkaar: in een democratisch bestel zijn populistische partijen democratisch mechanisme.

Ook moeten we oppassen dat personalisering wel hand hand gaat met controle op de macht. Een gekozen burgemeester of presidentiele premier kan ook alle macht in een hand brengen, zeker als zijn partij ook een meerderheid heeft in de gemeenteraad of het parlement heeft. We zien vaak het Amerikaanse stelsel als een perfect stelsel van machtenscheiding, maar als daar de partij van de president de meerderheid heeft in het Congres en in het Oppergerechtshof, dan zal niemand hem of haar kunnen stoppen. Dat betekent in de eerste plaats dat we moeten voorkomen dat personendemocratie zorgt voor een twee-partijen of twee blokkenstelsel. Zolang de macht getemperd blijft door een meer-partijenstelsel, kan personendemocratie zelfs goed uitpakken voor machtenscheiding.

Pels observeert en problematiseert twee ontwikkelingen die populistische onvrede over politiek voedt: partijdiscipline en coalitiediscipline. Partijen sluiten compromissen om in een regeringscoalitie te komen. Hiervoor moeten ze onvermijdelijk afstand doen van hun standpunten. Maar als ze vervolgens de compromissen die ze sluiten presenteren als hun eigen standpunten gaat dat ten koste van hun eigen geloofwaardigheid. Als politieke partijen zich onafhankelijker gaan opstellen van het kabinet, een helderder onderscheid maken tussen wat ze zelf willen, en wat ze hebben kunnen bereiken, zal dat het vertrouwen in de politiek versterken. Het zelfde geldt ook voor fracties. Fracties presenteren zich nu als monolithische blokken, waar alle kamerleden dezelfde mening zijn toegedaan. Veel kiezers stemmen op een partij die het dichtst bij hem of haar staat. Hij zal het met een deel van het programma niet eens zijn. Als kamerleden zich onafhankelijker opstellen van hun partij, dan zal dat ten goede komen van de mate waarin kiezerz zich kunnen herkennen in hun eigen partij, zeker als kiezers de mogelijkheid krijgen om een grotere invloed te krijgen op de samenstelling van fracties.

Omdat de personendemocratie die Pels voorstaat bijdraagt aan de onafhankelijkheid van het parlement tegenover het kabinet, en van kamerleden tegenover hun eigen fracties, kan het juist een versterking vormen van het huidige vertegenwoordigende stelsel. 

Een zeer verkorte versie van dit artikel verscheen ook in het GroenLinks Magazine van Mei 2011