The philosophy of gift giving

Cadeau’s zijn rare dingen. Je geeft een ander iets wat jij vindt dat hij moet hebben. Er zijn grofweg drie modellen van cadeau’s geven: het ene model gaat primair uit van de ontvanger, het andere van de gever en in het derde wordt er geld gegeven.

In het eerste geval levert de ontvanger een lijst aan met dingen die hij graag zou willen hebben, het is dan aan de gever om iets uit te kiezen. De ontvanger is hier de partij die in controle is: het is zijn lijstje dat uiteindelijk bepaalt wat er gegeven wordt. De gever wordt hiermee een veredeld postorderbedrijf en daarmee wordt het cadeau weinig persoonlijk, want de gever hoeft niets te hebben met wat hij koopt.

De tweede optie gaat uit van de gever. Hij geeft iets wat hij graag wilt weg geven. Soms doet het er niet eens toe wie de ontvanger is. Bloemen of een fles wijn bijvoorbeeld zijn vinden die mensen geven primair omdat ze iets willen geven. Naar mate de gever de ontvanger minder goed kent, wordt zo’n soort cadeau minder persoonlijk omdat het niets meer te maken heeft met de ontvanger. Het cadeau wordt een intentie in de vorm van iets uit een gift shop. Het cadeau zelf is dan eigenlijk zonde van het geld.

Je kan de vrijheid van de ontvanger om iets te krijgen wat hij wil hebben combineren met de mogelijkheid van de gever om iets te geven. Dat kan in een gesloten envelop of een boekenbon. In dat geval kan de gever echt iets geven, maar de ontvanger kan daarmee iets kopen wat hij echt wilt. Dit is echter onpersoonlijkheid ten voete uit.

Er is een vierde optie, maar dat vereist een gever, die zich zeer bewust is van zijn rol en die de ontvanger goed kent. In dat geval koopt de gever iets waarvan hij weet dat de ontvanger het graag wilt hebben maar ook wat hij zelf graag zou willen krijgen. In die overlap zit dan vaak iets wat de relatie tussen gever en ontvanger vorm geeft. Bijvoorbeeld: je geeft een iemand een film waarvan je weet dat de ander hem wil zien en die jij ook wil zien: een film die je eigenlijk het beste samen kan kijken. Het perfecte geschenk zit in die overlap tussen zelf willen en weg geven, als teken van verbondenheid.

Maar dit is ook het meest gevaarlijke soort cadeau, omdat als de ontvanger het niet zo goed vindt als de gever vindt dat ontvanger het zou moeten vinden, de gever hem toch niet zo goed kende.

Rationeel Programma’s Schrijven

Kan de politiek wetenschappen helpen begrijpen waarom het concept-beginselprogramma zo is zoals het is? Welke processen liggen te grondslag aan het proces van het schrijven van een programma?

Rational choice institutionalisme geeft een mooie aanzet. Deze theorie over politiek handelen stelt dat individuen proberen hun nut toe maximaliseren, en dat zij hierin beperkt, maar ook bevoordeeld kunnen worden door bepaalde instituties. Het is belangrijk op te merken dat rational choice een model biedt om de werkelijkheid te modeleren, gebaseerd op assumpties. Zij hoeft niet per se de motivaties van actoren juist weer te geven. Binnen een politieke partij hebben schrijvende commissies bijzonder veel macht. Door de eerste zet in het formele proces van congres goedkeuring van een stuk te zetten, beperken zij de positie die het uiteindelijke programma in kan nemen. De positie die in het concept-programma wordt ingenomen, beperkt welke amendementen worden aangenomen. Belangrijk voor deze stelling is het median voter theorema. Dit is het principe dat de uitslag van een stemming wordt bepaald, als er twee keuzes zijn, door de middelste (in wiskundige termen de mediane) stemmer. Het is haar stem die nodig is voor een meerderheid. Een voorstel dat haar steun niet heeft zal het niet halen. Een vrij fundamentele assumptie hierbij is dat de standpunten in een dimensionale ruimte zijn voor te stellen.

Naamloos2

Stel: de GroenLinks congresgangers bevinden zich op een lijn van grofweg D66-achtig progressief-liberalisme tot SP-achtig conservatief-socialisme. De congresgangers zijn unimodaal verdeeld over deze lijn. De mediane stemmer zit precies in het midden, met 50% van de congresgangers meer richting D66 en 50% van de congresgangers meer richting de SP. Zijn stem maakt of breekt een meerderheid. Dit is grafisch weergegeven in het figuur, met D66 als het ene uiterste, SP als het andere uiterste en M als een punt in het midden. Een hypothetisch concept-beginselprogramma is aangeven met een C. De middelste congresganger zal alleen voor een amendement op dit programma stemmen als dat dichter bij zijn positie staat dan het concept. De grens voor de amendementen die hij steunt is C’, dat precies even ver van hem als het concept-beginselprogramma, maar dan in de andere richting. Hij zal dus amemdent A1 niet accepteren, dat staat verder van hem af dan het concept-beginselprogramma C, maar amendement A2 wel, dat dichter bij hem staat dan het concept-beginselprogramma. In die zin beperkt de commissie door haar concept dan dus de uiterste de positie van het beginselprogramma.

Laten we aannemen dat de schrijvers van het beginselprogramma, in het bijzonder de penvoerder, Bart Snels, meer richting D66 dan richting SP staan dan de mediane congresganger.  Welke positie moeten zij dan innemen om het programma zo dicht mogelijk bij hun eigen positie te krijgen, dat is om te voorkomen dat het programma verder richting SP wordt getrokken? Dat is een positie die gelijk is aan de positie van de middelste congresganger (M), iedere positie die zij richting D66 daarvan innemen, maakt het mogelijk dat het congres ook amendementen zal aan nemen die meer richting SP zijn.

In deze zin is de gematigde, weinig liberale, maar ook weinig radicale taal van het concept-beginselprogramma te begrijpen. De schrijvers hebben geprobeerd een tekst te schrijven die niet verder in een bepaalde richting gesleept kan worden. Vanuit dit perspectief is een beginselprogramma op zich ook geen compromis, die beide zijden bij elkaar moet brengen, maar het gevolg van angst dan een zijde het programma verder sleept dan de schrijvers zouden willen. Iedere stap die het beginselprogramma richting D66 en weg van de middelste kiezer brengt, kan op het congres een mogelijke stap richting SP worden.

P.S.

Het concept-beginselprogramma kan overigens ook geen compromis zijn: immers een compromis
is het gevolg van onderhandelingen tussen groeperingen. Over het
concept-beginselprogramma is (nog) niet door de belangrijkste flanken
uit de ideologie discussie (Krities GroenLinks’ers als Leo Platvoet en liberalen als Halsema)
of hun vertegenwoordigers onderhandeld. Er is een stelling geponeerd
door een schrijversgroep, die eenzijdig was samen gesteld uit mensen
die zich dan wel afzijdig, dan wel liberaal hebben opgesteld in de
discussie over beginselen.

DWARScompromis

Op het DWARScongres had Selcuk een felle motie ingediend. Het nieuwe beginselprogramma was helemaal niets en het kon maar beter afgewezen worden. Ik had omdat ik het sentiment deelde het ondertekend, ik verwachtte niet dat het DWARScongres de motie snel zou overnemen.

Het debat op het congres was fel. Het DWARSbestuur wiens strategie altijd was geweest om inhoudelijke kritiek te combineren met de constructieve houding voelde zich door de motie ondermijnt. Immers het DWARScongres had net een waslijst aan amendementen goed gekeurd. Namens het DWARSbestuur probeerden Jesse en Diederik de zaal te overtuigen dat afwijzen zonder amendering niet de juiste strategie was, maar vanuit de zaal kwamen er wel geluiden op dat een groot deel van de aanwezige leden erg skeptisch stond tegenover het concept-stuk en de kans dat dat verbeterd zou kunnen worden. De beste opmerking kwam van Gerrit. Hij merkte op dat een kritische houding tegenover het stuk wel te verenigen was met een strategie om te amenderen. Daar had hij helemaal gelijk in: immers als je iets verschrikkelijk slechts is, dan moet je het eerst proberen te veranderen, maar als dat niet lukt is afwijzen de enige optie. Al snel fuseerden Gerrit’s suggestie en de positie van het DWARSbestuur: kritisch maar constructief: dat is de twee lijnen strategie die ze altijd heeft ingezet.

Dus schuivel ik naar de tafel van de voorzitter toe en merk ik op dat Gerrit eigenlijk een amendement heeft ingediend. Dan zou de motie juist het bestuur steunen in haar strategie. Maar als Gerrit het woord krijgt, dient hij een amendement in op een ander onderwerp waar hij enkele woorden aan geweid had. Er zit dan niets anders op om zelf maar een amendement in te dienen. Ik krijg het woord en probeer uit te leggen dat er een compromis mogelijk is tussen Selcuk’s positie en die van het bestuur, maar kom zelf niet uit de precieze wording. Ik overtuig de zaal dat er een compromis mogelijk is en krijg van Mieke, de DWARScongresvoorzitter een korte pauze om met de hoofdrolspelers een amendement in te dienen. In de pauze kom ik nog steeds niet uit de tekst, maar Diederik gelukkig wel. Het DWARScongres neemt met een ruime meerderheid het amendement over.

Op een of andere manier weet Jesse mij alle eer in de schoenen te schuiven door mij de Leo McGarry van DWARS te noemen naar de Chief of Staff uit de West Wing, die alles onder controle heeft. Terwijl alles wat ik gedaan heb is Diederik de tijd geven om wat Gerrit heeft gezegd in een amendement te verwerken.

Wie is de veilige keuze

Wie is de veilige, betrouwbare keuze bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen? Is dat Barack Hussein Obama, de half-Keniaanse one term senator uit Hawaii of was het nou Indonesie, die tot vier jaar geleden slechts bekend was community organizer in Chicago? Of is het John McCain, de all-American militaire en politieke veteraan die al 25 jaar in het Congres zit?

Het begint er steeds meer op te lijken dat "No Drama" Obama de betrouwbare, veilige kandidaat is en John "Maverick" McCain de onbetrouwbare, onveilige keuze. Het begon allemaal met de keuze voor  vice-president. Obama koos de betrouwbare insider Joe Biden, terwijl McCain op het laatste moment koos voor de onbekende hervormer Sarah Palin, een bold move. Maar ook in het eerste debat zeggen de pundits was McCain emotioneel en aggressief overkwam, terwijl Obama rustig en presidentieel zou zijn geweest. McCain’s impulsieve beslissing om zijn campagne voor een dag op te schorten en het Amerikaanse financiele stelsel te redden was een volslagen onverwachte zet, zo typisch voor McCain. Obama’s strategie bleef tijdens de financiele crisis het zelfde: hij bleef hammeren op de belangen van middle America in economische zware tijden.

Stem zeker Obama

Liberaler dan de liberalen, socialer dan de socialisten

Inti stelde mij een opmerkelijke vraag: jij zou toch blij moeten zijn met de overwinning van Krities GroenLinks? Jij hebt toch samengewerkt met Leo? En jij staat toch ver links van Bart?

Over mijn positie kan geen twijfel zijn: ik beschouw mij zelf als heel links en heel liberaal. In de woorden van de Vlaamse Partij VIVANT: ik ben liberaler dan de liberalen en socialer dan de socialisten. Ik heb op dit weblog regelmatig geschreven over mijn eigen visie, die een nadruk legt op neutraliteit ten opzichte van het goede leven als uiting van vrijheid en gelijkheid.

Dat houdt echter niet in dat ik niet samenwerk met mensen die op dezelfde thema’s bezig waren in het beginselenpanel. Ja, ik heb met oude socialisten als Leo Platvoet en Alfred Kleinknecht samengewerkt, we need to reach across the isle. Overigens hebben ik en Leo alleen maar mee gewerkt aan input voor het debatstuk, op dit concept-beginselprogramma heb ik alleen maar voortdurende kritiek gehad, met name dat het te wollig was en bepaalde thema’s niet noemde. 

Wat mij van Krities GroenLinks onderscheidt is ook niet onze positie op de as links-rechts, maar op een as tussen oud links en nieuw links. Tussen links dat hecht aan dierenrechten en Europese samenwerking, en links dat kernenergie ziet als voornaamste milieuvraagstuk en kernbewapening het voornaamste vraagstuk op het buitenlands gebied. Tussen links dat de verzorgingsstaat wil hervormen om meer mensen meer kansen te bieden op zelfontplooing en links dat de verzorgingsstaat wil behouden om de rechten van bepaalde groepen te verzekeren. Voor links dat de nadruk legt op naieve jaren ’70-achtige idealen van participatieve democratie en links dat inziet dat in onze liberale democratie we juist de rechtsstaat moeten versterken.

Ik ben dan ook altijd een voorstander geweest van Halsema’s pleidooi om GroenLinkse politiek te laten inspireren op het liberale gedachtegoed, om een nadruk te leggen op individuele zelfontplooing, op de rechtsstaat en op het vernieuwen van de verzorgingsstaat. In die zin valt het nieuwe beginselprogramma mij tegen omdat juist op die punten nu al compromissen zijn gesloten.

Normaal is een nieuw beginselprogramma een afsluiting van een proces van ideologische verandering binnen een partij. Maar voor GroenLinks is het nieuwe beginselprogramma het afsluiten van de deur naar vernieuwende, vooruitstrevende politiek geweest. Er klinkt weinig in door van de nieuwe koers die onder Halsema is ingezet.

Overigens: ik weet niet of ik linkser ben dan Bart Snels. Hij noemt zich wel een links-liberaal, maar hij legt in debatten vaak de nadruk oo bepaalde liberale instrumenten (marktwerking, flexibilisering), terwijl het mij draait om liberale waarden.

P.S. Johan, uiteraard zat er een hint van ironie in mijn vorige blog, maar een grap is vaak leuk omdat het een kern van waarheid bevat.

Victory

"Eigenlijk hebben we gewoon gewonnen", zei de Krities GroenLinkse deelgemeentewethouder trots: vrijheid eerlijk delen was al op het congres in 2006 van de baan, waar het ging om het ontslagrecht, het beperken van de macht van de vakbonden, had Krities GroenLinks nog voor haar ontstaan een grote overwinning geboekt. Maar de hele nieuwe liberale koers is tot een grinding halt gekomen: niemand binnen GroenLinks durft het woord "liberalisme" nog in zijn mond te nemen.

Eigenlijk had hij gelijk. Zelfs het nieuwe beginselprogramma is geschreven vanuit een defensieve positie voor vrijzinnig linkse mensen. De macht van Krities GroenLinks is zo groot dat er geen enkele vooruitstrevend, vrijzinnig standpunt is genomen in het beginselprogramma. Het concept is een compromis tekst, volgens Jos van der Lans. Dat is het zeker: de inzet van het debat van de liberale GroenLinkse penvoerder, Bart Snels, is al een compromis met de oud linkse vleugel.

Maar zelfs de top van de partij is overgenomen. Halsema ooit de liberaal der liberalen, ooit de koningin van de vrijzinnigheid, ooit de Isaiah Berlin-citerende kampioen van de vrijheid, heeft in elk geval in de ogen van de Kritiese GroenLinkser een zwenking richting de oud-linkse/neo-marxistische gedachten over de consumptiecultuur van het late kapitalisme gemaakt met haar recente pleidooi tegen hyperconsumptie.

Nee, voor echte progressieven, voor overtuigde liberalen, voor mensen die geloven dat linkse en vrijzinnige politiek hand in hand kunnen gaan, komt er een koude, kille, winter van oud-linkse dominantie. Misschien dat ik mijn huis kan stoken met wat van die concept-beginselprogramma’s … 

Reshuffle

Eigenlijk zijn de Nederlandse ministeries raar georganiseerd. Waarom is het Verkeer en Waterstaat, wat doet Natuurbeheer tussen Landbouw en Voedselveiligheid, waarom gaat de minister van OCW over emancipatie? Tijd voor een reshuffle van de kabinetsposten.

  • Het ministerie van Algemene Zaken. Puntloze toplaag. In mijn ideale kabinet zou de post van minister-president toch roteren, Dan kunnen de taken van dit ministerie (communicatie en coordinatie) onder gebracht kunnen worden bij BiZa
  • Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Ik zou hier de politie en AIVD component uit halen omdat onder te brengen bij Justitie. De rest van de portefeuille (ambtenaren, grondwet en lagere overheden) samenvoegen met het ministerie van algemene zaken tot het ministerie van Binnenlandse Zaken.
  • Het ministerie van Justitie. Mijn voorstel zou zijn om alle portefeuilles die gaan om het gebruik van geweld op het eigen grondgebied (justitie, politie, sancties, veiligheidsdienst, douane, migratiedienst) onder te brengen in een ministerie, dat komt de verantwoording hiervan ten goede.
  • Het ministerie van Buitenlandse Zaken. Heldere samenhangende portefeuille. Niets aan doen.
  • Het ministerie van Defensie. Ik zou graag het gebruik van geweld op andermans’ grondgebied in een onafhankelijke ministerspost willen houden, dat zo goed verantwoording af kan leggen. Daarom blijf ik voorstander van een ministerie van defensie, zelfs als die in vergelijking minder zwaar lijk.
  • Het ministerie van Financiën. Heldere samenhangende portefeuille. Niets aan doen.
  • Het ministerie van Economische Zaken. Klein ministerie waar ik in principe energie uit zou willen halen om dat bij verkeer onder te brengen. Gelukkig krijgen ze landbouw terug. Daarnaast zou het zich meer bezig moeten houden met consumentenzaken, om zo een ministerie te worden voor internationale handel, consumentenbelangen en regionale ontwikkeling.
  • Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Goede portefeuille, waar ik alleen maar "integratie" aan toe zou willen voegen, dat tot nu toe bij justitie, binnenlandse zaken en VROM zijn plaats heeft gezocht. Integratie gaat er om dat mensen van verschillende afkomsten leren samen te werken en gelijke kansen hebben.
  • Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Ik heb die aparte "sport"-portefeuille altijd een beetje overdreven gevonden, daarnaast is het in deze tijd van vergrijzing ook goed om meer aandacht te besteden aan zorg, die niet altijd hoeft te gaan om gezondheid, denk maar aan de thuiszorg. Daarom: het ministerie van Gezondheid, Zorg en Welzijn.
  • Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Heb ik altijd een mooie portefeuille gevonden, maar dan moet je het wel hierbij houden en niet allerlei toeters en bellen er aan toevoegen, meneer Plasterk.
  • Het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Verkeer en waterstaat is een klassieke combinatie. Maar is het niet veel logischer om waterstaat (dat sterk samenhangt met ruimtelijke ordening) onder te brengen bij Ruimtelijke Ordening en Milieu? Je zou dan een ministerie van Huisvesting, Verkeer en Energie kunnen maken dat over die economische sectoren gaan die 1) een sterke verbinding hebben met milieu/klimaat, 2) een sterke ruimtelijke component hebben en 3) allemaal draaien om het bouwen van infrastructuur c.q. gebouwen.
  • Het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu. Ruimtelijke ordening is ons kleine land zeker nodig, maar de vraag is of die portefeuille samen met volkshuisvesting en milieu moet. Waarom halen we volkshuisvesting niet weg (om onder te brengen bij Huisvesting, Verkeer en Energie), dan blijft een veel groener ministerie over dat naast over Ruimtelijke Ordening en Milieu ook over Waterstaat en Natuurbeheer zou moeten gaan.
  • Het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselveiligheid. Alles goed en wel maar een onafhankelijk ministerie van Landbouw is niet meer van deze tijd. De Europese Commissie beheert een groot deel van landbouw portefeuille any way. Daarnaast is de samenhang tussen de portefeuilles landbouw en natuurbeheer zwak. Laten we daarom dit ministerie maar op heffen en de portefeuilles landbouw/voedselveiligheid onder brengen bij Economische Zaken en de portefeuilles natuurbeheer bij Ruimtelijke Ordening & Milieu.

Dan zijn de ministeries in mooie symmetrische relaties georganiseerd. Een sociaal-economische driehoek van financien, sociale zaken en economische zaken, daarnaast een driehoek van de ministeries die zich bezig houden met de kern van de publieke sector (sociale zaken, gezondheid en onderwijs) en een driehoek van de ministeries die zich bezig houden met ruimtelijke/milieu zaken (economische zaken, milieu en verkeer). Dan zijn er ten slotte nog twee paren die allebei gaan internationale en nationale politiek. Deze twee paren vallen beide uiteen in organisatie (buitenlandse zaken/binnenlandse zaken) en het gebruik van geweld (defensie/justitie)

Moraliserende elitepartij

Ik sprak laatst een GroenLinkser die vond dat GroenLinks een nieuwe elite moest vormen die een nieuwe moraal moest opleggen aan de rest van Nederland. Ze ergde zich aan het consumentisme dat het milieu in gevaar brengt, de publieke sector verzwakt en de samenleving verhardt. Iedereen wilt steeds meer en houdt geen rekening meer met anderen. Er moest in haar ogen een nieuwe elite komen die een nieuwe niet-consumentistische moraal aan iedereen op legt. Haar inspiratie voor deze "innovatieve" aanvliegroute voor GroenLinkse politiek kwam van twee kanten: het conservatieve denken van Bart-Jan Spruyt en het imago dat GroenLinks heeft namelijk als moraliserende elite partij.

Ergens voelt het als iemand die op de Partij voor de Dieren stemt omdat zij als fundamentalistische christen zich verbonden voelt met het homo-hatende zevende dagsadventisme dat de partij "uitdraagt". Iemand die voor een partij kiest vanwege het imago dat door critici wordt gekoesterd. In de ogen van SP’ers is GroenLinks maar een elite partij en voor de VVD en D66 zijn onze oplossingen te moralistisch. Maar wij zelf willen toch juist van het opgeheven vingertje en de grachtengordel imago af?

Voor mij gaat de stelling dat GroenLinks als elite partij de leiding moet nemen in het ontdekken van een nieuwe moraal tegen al mijn GroenLinkse intuities in. Een elite die wat dan ook aan de massa op gaat leggen gaat recht in tegen waarden als gelijkheid die wij als GroenLinksers zo koesteren. Politiek die onderscheid maakt tussen een leidende elite groep en volgzame massa dat gaat recht in tegen de democratie die wij koesteren.

Over moralisme wordt een een fel debat gevoerd binnen GroenLinks. Maar aan beide kanten van de tegenstelling tussen moralisten en liberalen pleit niemand voor het opleggen van een bepaalde monolithische moraal. Evelien Tonkens, bekend als critica van de vrijzinnige koers pleit voor een beschavingsoffensief dat door ironie en zelfreflectie mildheid over morele standaarden en onderling respect koestert. Dick Pels is een voorstander van een vrijzinnig moralisme, dat probeert mensen te herinneren aan hun eigen moraal in plaats van een nieuwe moraal aan hen op te leggen. Femke Halsema probeert juist niet te moraliseren in haar nieuwe boek. Jos van der Lans die al jaren pleit voor meer paternalisme door hulpverleners meent dat dit kan zonder de morele beladenheid van de jaren ’50.

GroenLinks als "moraliserende elitepartij" is dus geen innovatieve aanvliegroute voor GroenLinkse politiek maar een aanvliegroute weg van alles waar GroenLinks voor staat.
 

Kaartspelletjes

De New York Times heeft een interessant speeltje op zijn site: een interactieve electorale kaart van de Amerikaanse verkiezingen, waarbij je zelf een eigen electoral college kan vormen. In het Amerikaanse verkiezingsstelsel waarbij het gaat om het winnen van staten is electorale geografie heel belangrijk. Bijvoorbeeld de home states van de presidentskandidaten zullen bijna nooit naar een andere partij over gaan. Maar ook de staten waarin ze de eerste primaries hebben gewonnen behoren ook tot hun kollommen, omdat ze daar zich sterk georganiseerd hebben. Daarom doet Obama het goed in de rurale staat Iowa en McCain in de Eastcoast staat New Hampshire.

Maar zo’n kaart is ook leuk om de dynamiek van de verkiezingen mee te analyseren. Bijvoorbeeld: je ziet in 2008 twee clusters battleground states: in het Zuiden zijn de staten New Mexico, Colorado, Florida, en Nevada up for grabs, alle vier staten met veel Latino’s; en in het Noorden zijn Minnesota, Michigan, Ohio, en Virginia toss up states, alle vier staten met veel werknemers in verzwakkende industriele sectoren.

De twee clusters zijn met name interessant om de strategie die de ene groep staten aan je bindt, de andere groep staten afstoot. Wil je Latino’s aan je binden moet je meer doen om de grenzen te openen voor migranten uit Zuidelijk Amerika en illegale migranten legaliseren. Wil je arbeiders in zwakke industriele sectoren aan je bieden moet je beloven protectionistisch beleid te voeren en hard op te treden tegen illegale migratie. Je kan niet beide kanten tevreden houden.

Het interessante aan deze kaart is dat omdat Obama net van iets meer stemmen zeker kan zijn dan McCain hij een grotere kans heeft om te winnen. Hij hoeft namelijk maar een van deze twee clusters te overtuigen. Hij heeft genoeg aan of de Noordelijke industriele staten dan wel de de Zuidelijke migrantenstaten om te winnen. John McCain heeft beiden nodig of moet in elk geval in beide gebieden door dringen.

Maar dat houdt niet in dat deze verkiezingen niet cruciaal zijn. De keuze van de Democraten zal de dynamiek van de Amerikaanse verkiezingen voor lange tijd kunnen beinvloeden. Stel de Democraten binden met name de Latino’s aan zich. Dat houdt in dat ook andere staten met veel Latino’s naar ze toe zouden kunnen komen: Arizona bijvoorbeeld (nu Republikeins want McCain’s thuisstaat) of Texas (heel misschien). Daarvoor zouden ze dan alleen een aantal traditioneel blauwe staten op moeten geven: Pennsylvania misschien, Wisconsin of zelfs misschien wel Illinois (nu Democratisch en Obama’s thuisstaat). Dat levert een veel meer Republikeins beeld voor de lange termijn op.

Als de Democraten zich richten op hun traditionele thuisbasis: de industriele arbeiders in zwakke sectoren en daarmee zich afsluiten voor Latino’s zullen ze het zuiden juist aan de Republikeinen laten. Maar dan niet alleen New Mexico en Arizona, maar een staat als California, met een heel grote Latino bevolking zou plotseling ook voor de Republikeinen interessant kunnen worden. En ook die situatie is interessant voor Republikeien want California is erg groot.

Nee, met zo’n kaartje voel ik me heel wat. Ik vraag me af of ze geen ruimte hebben als Junior Political Analyst bij CNN.

Mee of Tegen-Oppositie voeren

Halsema’s speech bij de algemene beschouwingen kwam net langs op politiek24. De rol van GroenLinks als oppositiepartij tegen een kabinet met de PvdA lijkt meer op de rol van een charmante verleider dan een rigide tegenmacht. Dus wees Halsema Bos op zijn dit jaar niet waar gemaakte beloften over werkgelegenheid, over kinderopvang, over een betaalbare AOW en over het bestrijden van de klimaatverandering. Door alternatieven te bieden, te verleiden, probeert GroenLinks uiteindelijk de PvdA er van te overtuigen om het eigen sociaal-democratische programma uit te voeren.

Dit verschilt sterk van de oppositie die Wilders of Thieme voeren. In hun ogen kan het kabinet niets goed doen. Volgens de rechtse populist Wilders is dit "flutkabinet" dat staat voor "waanzinnige klimaathysterie". Volgens groene getuigenispolitica Thieme is dit een egoistisch kabinet dat juist te weinig doet voor het klimaat, het milieu en de dieren. Ze roepen hard dat het niet goed zit, maar verleiden de PvdA niet hun groene c.q. rechtse beleid uit te voeren. Iedere stapje dat het kabinet doet voor klimaatbeleid, veiligheid, dierenwelzijn en integratie wordt door de tegenpartijen als te weinig af gedaan.

GroenLinks voert oppositie om iets te bereiken. Ze doet voorstellen in de hoop dat de PvdA net een klein beetje harder loopt voor de progressieve, sociale en groene idealen die wij delen. De Partij voor de Vrijheid en de Dieren voeren oppositie voor de buehne. Hard roepen dat het niet goed gaat om zo de publieke opinie een verkeerd beeld te geven van dit kabinet dat het toch eigenlijk allemaal wel goed bedoelt. De PvdD & V krijgen zo waarschijnlijk bij de volgende verkiezingen meer zetels ten koste van de PvdA, GroenLinks krijgt nu iets gedaan dank zij die zelfde PvdA.

Ik ga liever duurzaam met de sociaal-democratie om. Spaar Bos, biedt alternatieven.

P.S. Nog even een kleine opmerking over D66. Bij het vaderverlof, een uitermate bescheiden voorstel van GroenLinks, voert Pechtold het hoogste woord over de verhoging van de kosten voor werkgevers. Je krijgt toch het gevoel dat de "sociaal-"liberalen het uitvoerend committee van de werkgevers zijn. Erik wees me er terecht op: als de Nederlandse werkgevers een uitvoerend committee nodig hadden, dan zouden ze dat wel minder amateuristisch organiseren.