Individu en Collectief in Vrijheid Eerlijk Delen

Vanmiddag kwam ons panel weer samen. De vergadering richtte zich met name op de sociale crisis, waar over nog te weinig debat was. Er waren die panelleden stelden dat er een thema was dat sinds Vrijheid Eerlijk Delen de partij had verdeelt: individu vs. collectief. Halsema en Van Gent zouden individualisten zijn en Platvoet en andere critici dus collectivisten.

Ik begrijp dit echt niet: je kan vrijheid eerlijk delen op veel manieren kenschetsen maar niet als  individualistisch. De kern van vrijheid eerlijk delen is dat mensen moeten participeren aan het arbeidsproces. Als je zelf na een half jaar geen werk heb gevonden moet je een baan aan nemen van de overheid voor het minimumloon.

Laten we individualistisch definieren als: het mensen zelf in staat stellen om te bepalen hoe zij vorm willen geven aan hun eigen leven. En laten we collectivistisch definieren als: het stellen van een bepaald ideeen van het goede leven, namelijk een leven dat in dienst is van de gemeenschap, boven andere ideeen van het goede leven en het ten doel van de overheid stellen dat idee van het goede leven aan haar burgers op te leggen.

Is Vrijheid Eerlijk Delen individualistisch? Anders gesteld is Vrijheid Eerlijk Delen neutraal ten opzichte van alle ideeen van het goede leven? Stelt zij iedereen in staat om zelf vorm te geven aan hun eigen leven? Nee, Vrijheid Eerlijk Delen sluit bepaalde concepties van het goede leven uit: een leven zonder een baan wordt onmogelijk gemaakt. Denk aan Christelijke vrouwen die moeder willen zijn voor hun kinderen, omdat zij dat beschouwen als hun Godgegeven opdracht. Deze visie op het goede leven wordt door Vrijheid Eerlijk Delen uitgesloten. Alle noties van het goede leven waar werken een deel van is, zijn mogelijk onder Vrijheid Eerlijk Delen, alle noties van het goede leven waar werken geen deel van is, zijn uitgesloten. Vrijheid Eerlijk Delen is dus niet individualistisch.

Het lijkt er veel meer op dat Vrijheid Eerlijk Delen collectivistisch is: een bepaald idee van het goede leven (een arbeidszaam leven) wordt aan iedereen opgelegd door de overheid. De redenen daarvoor zijn veelvoudig: het zou je echt vrij maken, door je te dwingen op een bepaalde manier te leven; het houdt de verzorgingsstaat betaalbaar voor ons allemaal; maar belangrijker nog: als je werkt zet je je in voor de gemeenschap. Alleen als je je inzet voor de gemeenschap ben je een goede burger. Vrijheid Eerlijk Delen creeert een boel banen in de collectieve sector, waar mensen zich inzetten voor het algemeen belang. Vrijheid Eerlijk Delen heeft beide aspecten van het collectivisme: je dwingt mensen een bepaald idee van het goede leven op en dat goede leven is een leven in dienst van het collectief.

Het debat over Vrijheid Eerlijk Delen ging niet over individu vs. collectief, maar de discussie richtte zich op eeen kwestie: verdedigen we de huidige verzorgingsstaat die zekerheid biedt voor een grote groep mensen, of vernieuwen we de verzorgingsstaat en bouwen we bepaalde aspecten van dynamiek in (ontslagrechtsversoepeling) om zo uitgesloten groepen (vrouwen, migranten, arbeidsongeschikten) de voordelen van de verzorgingsstaat te bieden. Dat is, als je het mij vraagt geen principiele vraag, maar een vraag over beleid.

Tussen Vrede, Hypocrisie en Realisme

In het discussie stuk  "De Idealen van GroenLinks" worden er geen woorden besteed aan het GroenLinkse streven naar vrede. Er wordt gesproken over de voorwaarde voor militaire interventie. Het achterliggende streven naar een vreedzame wereld, komt op de achtergrond.

Als je kijkt naar (historisch) minder vreedzame partijen, zoals de Nederlandse PvdA, de Duitse SPD, de Europese PES en de Amerikaanse Democraten, speelt het streven naar vrede een grotere rol in hun beginselverklaringen: deze centrum-linkse partijen streven naar een vreedzame wereld, maar sluiten militair ingrijpen niet uit. Ze wijzen ook allemaal pacifisme af: They would fight for peace.

De groene politieke beweging en een partij als GroenLinks in het bijzonder met haar wortels in de vredesbeweging, staat veel ambiguer ten opzichte van een streven naar vrede. Een grondslage discussie over het streven naar vrede zou tot een strijd tussen principiele pacifisten en interventionisten kunnen
leiden. Dat is natuurlijk onzin. Sinds ongeveer 1963 was de zelfs de Pacifistisch Socialistische Partij niet meer pacifistisch. Zij maakte het (voor mij verwerpelijke) onderscheid tussen onderdrukkend en bevrijdend geweld. De anti-kolonialistische bewegingen die zich richten op de bevrijding van hun volkeren van het juk van het Europees imperialisme mochten wel geweld gebruiken de Europeanen niet. Vanaf de jaren ’80 begint de partij te spreken in termen van minimalisering van geweld bij militair ingrijpen. In de jaren ’90 is het oud-PSP’er Leonie Sipkes die pleit voor het gebruik van geweld om mensenrechten te beschermen. De PSP was niet naief pacifistisch. Echter die reputatie had ze wel en die heeft GroenLinks overgeerfd. Een erfenis die ervoor zorgt dat vrede een beladen woord is geworden.

Kijk de sociaal-democraten zijn hypocriet: zij streven naar vrede maar steunen de aankoop van gevechtsvliegtuigen en militaire interventies. De Groenen dreigen steeds realistischer te worden en hun idealen te verliezen: we stonden militaire interventie toe in bv. Kosovo en moeten dus ruizige onzin als vrede en non-violence late vallen. Als sociaal-democraten spreken over vrede zijn zij visionair en idealistisch, als wij, als bleke pacifistenkliek, spreken over vrede zijn wij naief en kortzichtig.

Tussen hoofd en hart

Een tijdje geleden sprak met een vriendin van mij over haar keuze tussen Obama en Clinton. Zij zei dat ze met haar hart voor Obama (de man van hoop en van idealen) was en met haar hoofd voor Clinton (de vrouw van ervaring en beleid).

Ik realiseerde me laatst dat het voor mij andersom is: met mijn hoofd ben ik voor Obama. Hij kan waarschijnlijk beter de Republikeinen verslaan en zijn verkiezing zou voorkomen dat twee dynastieen 24 jaar de macht hebben in de Verenigde Staten. De politicoloog en filosoof in mij zegt: President Obama is goed voor de democratie
Mijn hart gaat uit naar Clinton, een sterke vrouw. De jaren ’90 waren een tijd van vooruitgang en  welvaart. Een mooie tijd voor iedereen. Daarnaast heeft ze zo lang naast haar man gestaan en voor haar idealen, dat ze verdiend om president te worden. Als mens zeg ik: President Clinton is een goede herinnering.

De Socialistische Partij: Voor ons allemaal

Achter in de februari editie van de NU – krant voor een beter Nederland stond een lijstje met alle 25 SP kamerleden. Ieder kamerlid had achter zijn naam een kenschets van haar/zijn politieke doel. Ik heb ze hier even overgenomen. Mijn commentaar heb ik in groen toegevoegd

Jan Marijnissen – voor iedereen (Jan M. is er voor iedereen dus ook voor mij!)
Agnes Kant – Voor zieken & zorgers (het belangen conflict tussen zieken en zorgers wordt hier schijnbaar niet waar genomen: maar hogere lonen voor zorgers, zijn hogere premies voor zieken)
Harry van Bommel – voor de wereldburger (opvallend genoeg dus niet voor de onderdrukten en armen in de rest van de wereld, maar voor mensen die zich daar zorgen om maken!)
Sadat Karabulut – voor mensen in nood (als ik jullie krant goed lees zijn we dat weer allemaal, quick thinking Sadat)
Jan de Wit – voor recht voor iedereen (als we de lijn correct doorvoeren: voor criminelen en hun slachtoffers)
Krista van Velzen – voor dierenvrienden (zelfde als Harry, niet voor de dieren zelf, maar Krista komt op voor dierenbeschermers)
Ewout Irrgang – voor (een) eerlijke economie (maar ja een zin met meer dan vijf letter grepen komt niet aan bij het gemiddeld SP-lid)
Ronald van Raak – voor onze politie (let wel: niet voor veiligheid voor iedereen, maar voor de politie)
Emile Roemer – voor mobiel Nederland (de SP bedoelt hier: "voor de auto-rijders")
Renske Leijten – voor strijdbare jeugd (Renske concurreert met Marianne, Farshad, Ron, Nathalie en Jasper om de youth-vote, Renske neemt het op voor Tofik DIbi laten we zeggen)
Paul Ulenbelt – voor alle werkers (ik denk dat Paul eerst werknemers wou, maar dat had te veel lettergrepen, toen kwam hij met arbeiders en dat was te socialistisch. Werkers dus.)
Fons Luijben – voor onze ouderen (let wel: niet voor ouderen, maar voor onze ouderen. Fons wil niet de stemmen van ouderen, maar van hen die zich zorgen maken over hun (groot)ouders)
Sharon Gesthuizen – voor eerlijke ondernemers (het belangen conflict tussen arbeid (Paul) en kapitaal (Sharon) wordt hier wel gezien. Maar de SP neemt het alleen op voor eerlijke ondernemers. Blijkbaar dus niet alleen voor eerlijke werkers. Dus ook frauderende werknemers vinden ruimte in de partij)
Jasper van Dijk – voor studenten & docenten (zie Agnes: niet alles wat goed is voor de een, is goed voor de ander)
Ron Abel – voor schoolkinderen (Ron die kunnen nog niet stemmen: je had voor "onze" schoolkinderen moeten doen)
Paulus Jansen – voor betaalbaar wonen (Paulus bedoelde eigenlijk "voor huurders", maar de SP wou niet alle mensen met koopwoningen uitsluiten)
Nathalie de Rooij – voor beroepsonderwijs (ik had meer gezien in: voor stagiairs voor stage-plaatsen of voor leer/werk-plekken)
Hans van Leeuwen – voor het creatieve geluid (duidelijk een backbencher zonder eigen portefeuille, wordt op fractie vergaderingen uitgenodigd voor zijn groovy sax)
Arda Gerkens – voor muzikanten en ICT-ers (Arda neemt het tijdens de fractie vergadering regelmatig voor Hans op zullen we maar zeggen)
Remi Poppe – voor onze leefomgeving (waarom niet voor natuurvrienden, net als Harry en Krista?)
Henk van Gerven – de huisarts in de kamer (Agnes neemt het voor Henk op, die zelf geen portefeuille heeft)
Paul Lempens – voor het sociale werk (Paul en Sadet beheren samen een portefeuille zoals van Agnes of Jasper. niet een politiek zwaargewicht dus)
Marianne Langkamp – voor alle kinderen (concurreert met Ron om onze kiddo’s)
Hugo Polderman – voor boeren en buitenlui ("en buitenlui?" Hugo was hip in de jaren ’20)
Farshad Bashir – Jongste Tweede Kamerlid ooit (mooi toch, zo jong, zo egoistisch Farshad neemt het lekker voor zich zelf op)

Drie opmerkingen over dit lijstje:
De SP is "voor". De partij is niet tegen misstanden in de zorg, oorlog, machtsmisbruik, misstanden in het onderwijs, marktwerking, vervuiling, huisjesmelkers, files, dierenmishandeling, kindermishandeling, criminaliteit , passieve jeugd etc. De SP is van ver gekomen.
Bijna alle SP kamerleden (behalve Ewout, Hans, Henk en Farshad) zijn verantwoordelijk voor de belangen van gewone mensen zoals jij en ik. Dat spreekt de man op de straat aan. Maar: dan moeten sommige kamerleden zoals Harry en Krista zich in rare bochten wringen: Krista is voor hogere vrijwilligersvergoedingen bij de dierenambulance en Harry voor een speciale poli in het ziekenhuis voor Amnesty-vrijwilligers met RSI. De tendens is duidelijk: de SP neemt het op voor onze belangen. Nou vind ik persoonlijk dat het met onze belangen wel goed zit en dat wij in het rijke westen het op moeten nemen voor onderdrukten en armen in andere werelddelen, voor toekomstige generaties en voor diegenen zonder stem: dieren, asielzoekers en kinderen.
De SP neemt het ook voor iedereen op: werknemer en werkgever, boer en dierenvriend, zieke en zorger, kinderen en ouderen. De SP is dus een partij van belangenbehartigers, maar niet een die belangenconflicten ziet. Je zou kunnen stellen dat de SP dus een derde weg positie in neemt en probeert tegenstellingen tussen mensen weg te nemen. Het waren niet de revolutionaire bewegingen van links in de jaren ’20 die zulke opvattingen hadden. Het socialisme is de vertaling van een klassenstrijd, een belangenstrijd, in de politiek. De tegenstelling tussen de belangen van arbeider en ondernemer liggen in de kern van het socialisme. Het waren de revolutionaire bewegingen  van rechts (het fascisme) en de behoudende bewegingen van rechts (het sociaal katholieke denken) die meenden dat het de rol van de sterke staat was om deze belangenconflicten te voorkomen. Overigens ik noem de SP geen fascistische beweging. Ook New Labour pretendeert de belangentegenstelling te kunnen overbruggen, maar New Labour is ook niet socialistisch meer.

Je zou dus kunnen stellen dat de SP een uitermate electoraal-tactische partij is die vroeger een "tegengeluid" was en nu een partij is die het "voor iedereen op neemt". Een partij voor jou en voor mij dus. En hiermee is de partij haar socialistische profiel verloren. Een socialist kan het niet voor iedereen op nemen. Het socialisme is een klassebeweging, die het opneemt voor het proletariaat. Laten we de S in SP maar weg laten en het voortaan de Partij noemen.