Halsema’s Hyperconsumptie, Haast en Hufterigheid I: Utilisme

Ik weet nu hoe Leo Platvoet zich gevoeld moet hebben. Jarenlang steun je een politieke partij en politiek leider waarvan je denkt dat ze dezelfde idealen delen. Maar dan blijkt de partijleider plotseling de ideologische bakens verzet te hebben, een nieuwe koers hebben ingezet. Ik ben een overtuigd liberaal en daarom lid van GroenLinks, immers "de laatste links-liberale partij van Nederland". Dan brengt Halsema "plotseling" een essay uit, waarin zijn een utilitische koers kiest. Al mijn liberale haren gaan overeind staan.

Ik wil komende tijd Femke Halsema’s Geluk door nemen op dit blog. Mijn eigen mening over het essay is gemengd: voor het utilitistische uitgangspunt ben ik allergisch maar veel van haar praktische voorstellen deel ik. Ik wil hier laten zien dat de utilistische uitgangspunten dan ook niet passen bij de (liberale) praktische voorstellen.

Utilisme is theorie voor politieke en individueel handelen.  Het stelt een hele simpele regel centraal: probeer met je handelen het totale geluk van de samenleving te vergroten. Het goed dat deze theorie centraal staat is geluk, dat moet gemaximaliseerd worden. Bij het utilisme gaat het om de uitkomsten van handelingen en niet om de bv. de intentie. De juistheid van een handeling wordt bepaald op basis van de hoeveelheid geluk die hij tot gevolg heeft.

Halsema toont zich in haar boek duidelijk een utilist. De centrale stelling in het eerste deel van haar boek is dat wij niet gelukkig worden van (hyper)consumptie. We schaffen van alles aan omdat we denken dat we daar gelukkig van worden.  Of we kopen marktproducten om onze individualiteit daarmee uit te drukken. Of om onze buren te imponeren met onze luxeproducten. Maar het geluk van onze aankopen is vaak kortstondig. We verlangen al snel naar iets nieuws. Of onze buurman koopt weer iets mooiers zodat we er overheen moeten. Of we komen er achter dat als iedereen door dezelfde marketing campagne met dezelfde kleren zijn individualiteit probeert uit te drukken. Kortom: van consumptie worden we eigenlijk niet gelukkig.

Sterker nog stelt Halsema, een hyperconsumptiesamenleving, als de Amerikaanse waar iedereen om daar gelukkig van te worden goedgemarkete statussymbolen koopt op lening, is instabiel en brengt de welvaart en daarmee het geluk in gevaar. Daar komen haast en hufterigheid nog boven op. Er zit volgens Halsema "een grote paradox verborgen in onze moderne Westerse economie en samenleving. We jagen op economische groei, materiele welvaart en luxe omdat we denken en hopen er gelukkiger van te worden. Tegelijkertijd vormen de bijbehorende verschijnselen van competitie, sociaal conflict en schaarste, stress en hufterigheid een serieuze bedreiging van ons geluk."  (Halsema, 2008:67)

Halsema stelt een alternatieve samenleving tegenover de huidige hyperconsumptiesamenleving. Een samenleving waarin niet welvaart maar welzijn centraal staat. In zo’n samenleving zijn de inkomens gelijkmatiger verdeeld, leveren we economische groei in om een rustigere, groenere, fijnere samenleving te hebben, en belasten we private rijkdom meer om publieke armoede te bestrijden. 

Halsema’s kritiek op de huidige samenleving is een interne kritiek vanuit het utilisme. We streven nu door consumptie geluk na maar diezelfde consumptiedrang brengt ons geluk in gevaar. Laten we daarom in onze samenleving geluk centraal stellen zodat we echt gelukkig worden. De kritiek is intern omdat Halsema het doel deelt: we moeten gelukkig worden.

Ik deel Halsema’s doel niet. Ik ben geen utilist, maar een liberaal. -Deels geinspireerd door Halsema zelf- heb ik mij laten inspireren door liberale denkers als Rawls, Dworkin en Van Parijs. Allemaal geen vrienden van het utilisme. En met goede reden. het levert een aantal contra-intuitieve voorstellen op. Een aantal daarvan opgenomen in Anarchy, State en Utopia van de rechtse liberaal Nozick.

Bijvoorbeeld: als iemand nou heel gelukkig wordt als hij iedereen in zijn omgeving een beetje ongelukkig zou maken? Als zo zou het totale geluk stijgen, zou een consequent utilist hem zijn gang laten gaan. Halsema schrikt echter weg van iemand als terror Jaap die best voor een miljoen euro wel wat kots naar een schoonmaakster wil gooien. Halsema ziet een beperktere rol voor de staat. Zij heeft niet de "illusie dat overheid en politiek mensen gelukkig kunnen maken. Politici kunnen gezinnen niet redden, huwelijken niet lijmen en andermans kinderen niet opvoeden" (Halsema, 2008:67-68). Maar als we de overheid grotere macht geven kan ze wel het geluk maximaliseren: de overheid kan LSD in het water stoppen of drugs vrijelijk verspreiden zoals in een Brave New World. Dat zou sterk bijdragen aan het geluk van iedereen. Halsema schikt echter weg van een echte utilistische overheid die geluk echt maximaliseert.

Dat duidt erop dat andere goederen als vrijheid, gelijkheid en burgerrechten veel belangrijker zijn dan geluk waar het gaat om ingrijpen van de overheid. De (liberale) opvatting van de overheid die Halsema voorstaat en haar utilistische cultuurkritiek zijn lastig met elkaar te verenigen. Halsema zet niet door in de consequenties van haar utilistische cultuurkritiek. Een consequente liberaal had een andere kritiek gehad op de hyperconsumptiesamenleving: over hoe die keuzevrijheid beperkt, middelen ongelijkheid verdeeld en het schade principe schendt.

PvdA tussen Aboutaleb en Vogelaar

Het aftreden van Vogelaar is geen teken van de kracht van de Partij van de Arbeid in het kabinet. Nadat Aboutaleb zich -onverwachts- terug trok uit het kabinet ontstaat nu een tweede vacature. De carriere ontwikkeling van Vogelaar en Aboutaleb laat een belangrijke trend zien in de manier waarop de PvdA in het integratiedebat staat.

Sraatssecretaris Aboutaleb maakt promotie door burgemeester van Rotterdam te worden. Een post die een prelude is op een belangrijkere post in de PvdA: "Obama aan de Maas". De gelijkenis met Obama gaat verder dan dat Aboutaleb populair en allochtoon is. Obama is zelf kritisch tegenover de Afro-Amerikaanse gemeenschap. Aboutaleb ook zelf allochtoon, islamitisch en migrant, staat bekend om zijn "harde aanpak" en oproep aan allochtonen om zelf hun verantwoordelijkheid te nemen. Een echte community leader.

Daar staat Vogelaar tegenover. Ze stond al niet bekend vanwege haar sterke media optreden of haar sprekende beleidsresultaten. Maar wat haar het meest tegen heeft gehouden is haar softe, multiculturele, thee-drinkende imago. Eigenlijk was die Vogelaar die GroenLinks minister in het kabinet die we allemaal zo graag wouden: Vogelaar stond voor de dialoog van een goed opgeleide blanke vrouw met die migranten met hun interessante cultuur.

Misschien is het maar goed dat Vogelaar uit het kabinet vertrekt, dan kan de PvdA zich in zetten voor een integratiebeleid dat een derde weg vormt tussen Wilders’ kritiek op de Islam en Vogelaar’s goed bedoelde dialoog tussen allochtoon en autochtoon. Beide strategieen gekenmerkt door een white man’s burden met het probleem van migratie: een schuldgevoel in het geval van Vogelaar en een echte last die Wilders van allochtonen heeft. In plaats daarvan moet de PvdA bouwen op community leaders: migranten die hun peers aanspreken en voorbeeld geven van hoe je met twee paspoorten Nederlander en Marokaan kan zijn.

Lezen/Gelezen worden II

Stemmen is een persoonlijke aangelegenheid. Om twee redenen: ten eerste omdat de kandidaten personen zijn en ten tweede omdat iedereen zijn eigen overwegingen heeft om op een partij te stemmen. Die twee kruizen elkaar als je op een persoonlijkm -maar publiek toegankelijk- weblog je overwegingen uit elkaar zet. Kandidaten kunnen beledigd zijn over je overwegingen om niet op hen te stemmen. Zo schreef ik recent over mijn twijfel bij de waterschapsverkiezingen. De door GroenLinks gesteunde lijst Water Natuurlijk is voor mij te gematigd en de Partij voor de Dieren die ook mee doet, was voor mij moeilijk te steunen omdat de organisatie mij zwak leek, daar er twee mensen met dezelfde achternaam op de lijst stonden.

Op beide heb ik een reactie gekregen in het openbaar van Alex Meijer, landelijk projectleider van Water Natuurlijk en prive van Louis van Liere, #2 op de lijst van de Partij van Dieren.

Meijer probeert mij te overtuigen om toch op Water Natuurlijk te stemmen: de lijst is wel overwogen groen en heeft capabele bestuurders.

Van Liere roept mij op om beter onderzoek te doen naar personen voordat ik een oordeel over ze vel: hij roept mij op hen te googelen. Uiteraard had ik dat ook gedaan toen ik mijn weblog schreef. Dr. Louis "Lowie" van Liere is scheikundige en bioloog en werkzaam als onderzoeker bij het RIVM op het gebied van waterbeheer. Hij heeft vele publicaties op zijn naam staan op het gebied van waterecologie. Bram van Liere is filosoof en bioloog en op dit moment duo-commissielid bij de statenfractie van de PvdD in Noord Holland. Capabele academici met verstand van water en natuur dus.

Het is belangrijk om op te merken wat de claim was die ik maakte in mijn weblog: een organisatie die gebaseerd is op familieverbanden is geen sterke organisatie. Daarmee zeg ik niet dat de Van Liere’s ongeschikt zijn. Ik zeg dat ik weinig vertrouwen heb in een organisatie waarin familiebanden zo belangrijk zijn. Dr. Louis van Liere heeft mij niet kunnen overtuigen dat dit niet zo is.

Het verschil in de reacties tussen Water Natuurlijk en de Partij voor Dieren is tekenend voor de kracht van hun organisaties. Van Water Natuurlijk kreeg ik bijna meteen reactie van een campaigner. Een sterke inhoudelijke reactie die mij probeerde te overtuigen om de lijst van gematigde sportvissers te stemmen. Van Dr. Louis van Liere krijg ik veel later pas een reactie van hem zelf die het "via via" heeft gelezen. De reactie is er niet opgericht mij te overtuigen van wat dan ook, maar om zijn onvrede te uiten. Hiermee toont Water Natuurlijk zich wederom de sterkere, professionelere organisatie. Precies de claim die ik deed.

To amend or not to amend

Natuurlijk ben ik het met Christiaan eens dat het niet nodig zou moeten zijn dat we de verhalende toelichtende stukjes in het beginselprogramma zouden moeten amenderen. Met een congres kan je niet een betoog schrijven of een verhaal over het leven van Jan Zhou.

Een beginselprogramma moet echter geen betoog zijn of een levensverhaal.  Ik heb voortdurend gepleit voor een programma van het model PvdA, waarin er alleen "uitgangspunten" zijn. Immers een beginselprogramma is een set -scherp geformuleerde, intern breed gedragen- uitgangspunten. De toelichtende tekst  die er nu tussendoor zit, staat je toe minder scherp geformuleerde standpunten op te schrijven. Het vermindert de legitimiteit van een deel van het stuk, immers dat is niet besproken op het congres. Het ondermijnt het beginselprogramma als beginselprogramma: het wordt onduidelijk en niet breed gedragen. Het allerergst is het als zaken die voor de partij van belang zijn worden weggeschoven in deze teksten: de voorwaarden waaronder wij militaire interventie toe staan bijvoorbeeld zijn zo fundamenteel voor onze partij dat dat breed gedragen en scherp geformuleerd moet zijn. Niet ergens weggezet tussen flessen Zuid-Afrikaanse wijn en het levensverhaal van Jan Zhou.

Het moge duidelijk zijn dat ik de motie van Mieke steun. Ik heb hem immers ook ondertekend. Ik zou er zelf op uit zijn alle toelichtende tekst weg te amenderen. Mocht dat niet mogelijk zijn dan moet die tekst zo helder mogelijk worden geformuleerd een breed gedragen binnen de partij zijn, dat kan het best door het amendeerbaar te maken.

Maar er is nog een derde reden om voor Mieke’s motie te stemmen. Veel van de structuur van het programma is opgelegd. De verschrikkelijke titel, de voor kleuters geschreven kopjes, de keuze voor vier idealen, de keuze om internationale zaken en partijorganisatie overal en nergens bespreken. Al die keuzes zijn niet amendeerbaar, maar ook nooit ergens voorgelegd in de panels, de vele bijeenkomsten of een congres.

De internationalistische GroenLinksers verzetten zich al tegen het een ondergeschoven kind maken van internationaal beleid in een motie. Eigenlijk zouden zij willen amenderen maar dat kan niet. De fundamentele keuze: wat zijn de idealen van GroenLinks is nooit onderdeel geweest van de partijbrede discussie. Toen we de discussie begonnen zeiden de alchemisten van het wetenschappelijk bureau: het is toch duidelijk wij zijn voor ecologische duurzaamheid, sociale rechtvaardigheid, culturele openheid en internationale solidariteit. Nu aan het eind van de discussie is dat getransformeerd naar "groen", "sociaal", "open" en "democratisch". Dat is allemaal gebeurd binnen de geheime laboratoria van het wetenschappelijk bureau: het is nooit aan de leden gevraagd welke 2/4/8/16 idealen zij nou centraal zouden willen stellen. Dat al dat soort beslissingen in dit "open proces" zonder discussie aan ons opgelegd worden. Dat roept natuurlijk weerstand op.

Als je een partij wilt waarin vertrouwen het van wantrouwen wint dan moet je ook wel je best doen om belangrijke beslissingen te maken op zo’n manier dat ze breed gedragen worden.   

Partijraad

Vandaag partijraad ik zal niet in gaan op alle rare dingen die naar voren zijn gekomen: zo bleek dat het partijbestuur de laatste keer niet in een overeenstemming met het huishoudelijk regelement is verkozen. Dus zijn eigenlijk alle beslissingen van het partijbestuur niet rechtmatig, maar ach.

Ik wil na denken over het voorstellen die Inti kort voorstelde. Hij stelt voor om van de partijraad het beste controle-orgaan te maken. Daarvoor moesten we volgens hem twee belangrijke hervormingen instellen: niet alleen maar plenair vergaderen maar juist in commissies beslissingen voor te bereiden en specifieke vragen te stellen. En daarnaast de partijraad te verkleinen en deels laten verkiezen door het congres: 30 zetels uit de afdelingen (dat worden dan grotendeels provinciale vertegenwoordigers) en 10 vanuit het congres.

Ik vind Inti’s inzet heel goed. Ik zou echter verder willen gaan waar het de verkiezingen betreft: alle partijraadsleden laten verkiezen door het congres. 40 vind ik dan ook een goed aantal. Die zou je dan niet allemaal in een keer moeten laten verkiezen, maar juist een jaarlijks instroom moment voor 10 leden. Om de banden met partijorganen als afdelingen en werkgroepen te laten bestaan zou ik hen het alleen recht willen geven om mensen te nomineren. Maar dan is het aan het congres om ze te verkiezen. Bij de verkiezing kan dan goed gekeken worden naar een gebalanceerde samenstelling waar het gaat om specialisaties en stromingen. 30 leden verkozen door afdelingen zou neer komen op gemiddeld 2-3 leden per provinciale afdeling. Gezien de kwaliteit van selectie en terugkoppeling in de gemiddelde provinciale afdeling lijkt me dat geen goed idee. Daarnaast, de partijraad neemt de functie van het congres tussen congressen waar: waarom zouden afdelingen dan iets met de selectie van dit gremium te maken moeten hebben?

Ik vind het wel een goed idee om te werken in commissies heel goed. Inti stelt ad-hoc commissies voor per agenda punt. Maar misschien is het een beter idee om een aantal vaste commissies vast te stellen: mensen die zich echt kunnen specialiseren. Er bestaat al een financiele commissie, die naar de begroting en jaarrekening kijkt. Dat zou kunnen worden uitgebreid, naar commissies voor andere belangrijke aspecten van de vereniging: de partijorganisatie, internationale organisaties, de procedures rond de selectie van kandidaten, het schrijven van programma’s en het voeren van campagnes. Dat zouden dan ongeveer 6 commissies zijn. Deze zouden dan enigszins overlappen met de zelf-geselecteerde klankboordgroepen die de bestuurders nu hebben. Inhoudelijke commissies vind ik lastiger omdat er al sterke inhoudelijke werkgroepen zijn. Ik denk dat ‘t beste zou zijn om 5 commissies in stellen: voor milieu, sociale, binnenlandse, buitenlandse en economische zaken. Met daarin dan mensen uit verschillende inhoudelijke werkgroepen.

Blijf dromen over een betere wereld/partijraad

Fact and Fiction: Obama wint, net als Santos

De Amerikaanse verkiezingen waren voor mij heel voorspelbaar: immers ik had alles al gezien op de West Wing. Daar waren in 2006 al verkiezingen tussen een oude gematigde Republikein en een jonge visionaire Democraat.

Ze hadden het op een boel dingen juist: de fictionele Santos en echte Obama zijn allebei

  • visionair en hoopvol
  • uitermate slim en getalenteerde politici
  • jong en onervaren
  • religieuzer dan gemiddelde Democraat
  • lid van een ethnische minderheid
  • en vader van een jong gezin met twee kinderen.

De fictionele Vinick en de echte McCain zijn allebei

  • oud en ervaren
  • fiscal conservative
  • niet uitermate religieus
  • onafhankelijke "mavericks"
  • en onvoorspelbaar

Santos en Obama stonden voor een programma met als belangrijke onderdelen groene innovatie en  gezondheidszorghervorming; McCain en Vinick stonden voor belastingverlagingen.

Maar de gelijkenissen gaan verder: Obama werd kandidaat na een heel spannende primary, Santos ook. Ze namen het beide in primary op tegen twee kandidaten: een persoon die heel dicht tegen de laatste democratische president aan stond (VP en First Lady) en een kandidaat die door schandelen achtervolgd werd. Vincik en McCain wonnen veel makkelijker en daar was het een religieuze conservatief die het tegen McCain op namen. Obama en Santos kozen een (rooms-katholieke) vice-president die hem kon helpen regeren. Vinick en McCain een religieuze conservatieve gouverneur die hem kon helpen de verkiezingen te winnen.

Maar de gelijkenissen lopen nog verder in dingen die je moeilijker kan voorspellen: Vinick verloor de verkiezingen omdat hij gekoppeld werd aan een crisis (een kerncentrale die explodeerde) McCain omdat hij gekoppeld werd aan de economische crisis. Deze crisissen waren game changers in het voordeel van de Democratische kandidaat.
Klein detail: vlak voor de verkiezingen overleed een persoon die belangrijk was voor de Democratische kandidaat (Obama’s oma en Santos’ running mate) waardoor het begin van de transition in rouwstemming waren.
Een van de opvallendste gelijkenissen is dat Santos’ White House Chief of Staff (Josh Lyman) gebaseerd zou zijn op de echte White House Chief of Staf van Obama (Rahm Emanuel). Overigens zeggen andere bronnen dat Democratische campaigner/pundit Paul Begala de inspiratie voor Lyman was wat ik waarschijnlijker vindt omdat ze aeen jeugdig-brutaal gevoel voor humor delen.

Obama’s Oneerlijke Landslide

Obama heeft met een landslide gewonnen. 364 kiesmannen in de electoral college tegenover 174 voor McCain. Twee derde van het electoral college staat achter Barack. Toch heeft hij maar 53% van de stemmen achter zich. Dat komt omdat als je in een staat de grootste partij bent je die staat wint. Daarnaast zijn de kiesmannen in de electorale college ietwat oneerlijk verdeeld: kleinere staten zijn iets ondervertegenwoordigd en grotere staten iets oververtegenwoordigd. Dat houdt al met al in dat je in principe in dat je met 22% van de stemmen kan winnen: dat is genoeg om met 51% de kleinste staten, die wel een meerderheid achter zich hebben op te pikken. Dan kan je tegenstander 100% halen in grote staten als New York, Texas en California: hij verliest als nog.

Je zou de electoral college ook samen kunnen stellen op basis van proportionele vertegenwoordiging. In dat geval wint iedere kandidaat een evenredige hoeveelheid kiesmannen in een staat als dat hij stemmen heeft gehad. Dan zou Obama nog steeds winnen maar nu maar met 288 kiesmannen, tegenover 250 kiesmannen voor McCain. Dat is 54% heel dicht bij de 52% die hij "daadwerkelijk" heeft gewonnen. In veel staten zouden McCain en Obama evenveel kiesmannen halen. Dus won McCain zijn thuis staat Arizona nipt in onder het huidige stelsel, met proportionele vertegenwoordiging krijgt hij er evenveel kiesmannen als Obama.

Voor de meeste Europeanen en zeker voor Nederlanders voelt evenredige vertegenwoordiging als eerlijke en juist. Dat is zo mee gegeven van thuis: iedereen krijgt zijn deel. Voor Amerikanen en Engelsen voelt winner takes it al als eerlijk en juist: dan beloon je diegenen die het ‘t best deed. En al met al maakt het maar weinig uit voor de uitkomst.

Althans: er zijn uitzonderingen te bedenken, zoals de "gestolen verkiezingen" van 2000 waarin Gore verloor terwijl hij meer stemmen achter zich had dan Bush. Maar als je het proportionele systeem consequent doorvoert zou 2000 een uitermate problematische verkiezing zijn geworden. Nader haalde namelijk bijna 3% van de stemmen en in grote staten als New York en California genoeg voor zijn eigen kiesmannen. De samenstelling van het electoral college zou dan zijn geweest: 267 Bush – 266 Gore en 5 Nader. Als Nader’s kiesmannen zich zouden onthouden van stemming zou Bush als nog winnen, Gore zou dan alleen winnen als hij het met Nader op een akkoordje had kunnen gooien, maar dat had hij ook kunnen doen om zijn kiezers te winnen.

O-BA-MA!

Het is vandaag mijn verjaardag. Ik kan me geen mooier cadeau bedenken dan de overweldigende overwinning van Barack Obama. Ik heb ‘m vanacht intensief gevolgd samen met andere DWARS’ers in Utrecht. Eigenlijk stond de uitkomt al vast bij de eerste uitslagen. Nadat Obama Pennsylvania wist te behouden en Ohio wist te veroveren kon McCain nauwelijks meer winnen. Toch heb ik het uitgehouden tot 6 uur tot met de overwinning in California. De concession speech van McCain die snel volgde was beleefd en eerlijk, we zagen een McCain die had kunnen winnen. Vervolgens kwam de speech van Obama: een idealistische speech, die leek op de speeches uit de eerste primaries. Ik vond het prachtige hoe Obama van het "Change gonna come" overstapte naar een change has come. Zijn speech galmde ook de Kennedy’s "Ask not what your country can do for you …" Obama deed een beroep op de kiezers om nu bij te dragen aan de veranderingen die ze wilden zien. Zowel Erik als ik hebben er heel even over na gedacht om te emigreren naar de Verenigde Staten om deel te worden van de Obama-revolutie.

De uitslag van de verkiezingen was een tragisch verlies voor McCain: voor de tweede keer heeft McCain het presidentschap verloren van(wege) Bush. Eerst verloor hij in 2000 de primaries van Bush die hij toen plichtsgetrouw omarmde. Het was deze relatie tussen McCain en Bush die hem uiteindelijk in 2008 het presidentschap kostte.

Obama’s bouwde een nieuwe progressieve regenboogcoalitie: niet alleen de vakbondsleden bij Great Lakes, de progressieve liberalen van de Oost- en Westkust en African Americans in het Zuiden maar ook normaal politiek apathische jongeren, hispanics in het Zuid-Westen en gematigde conservatieven in Indiana, Iowa, Virginia en -we duimen nog- North Carolina. Alle angsten over Bradley effecten, PUMA-Clintonistas, gestolen verkiezingen zijn niet verwerkelijkt. Obama is een uniter not a divider gebleken.   

Voor politieke junkies is er nu weinig over. De uitslag is vastgesteld. Gelukkig zijn er genoeg nieuwe vragen: hoeveel Republikeinen zal Obama benoemen in zijn kabinet? Wie wordt de nieuwe U.S. ambassador bij de Verenigde Naties? Welke rol zal Hillary Clinton krijgen in Senaat? Welke rol krijgt Bill Richardson in de Obama administration?

Maar vanaf 20 januari is het over met de punditry en moet het regeren beginnen.