Amsterdam

Ik volg al een paar weken een vak bij de UvA op de Oude Zijds Achterburgwal. ‘s Ochtends vroeg loop ik dan via het Damrak heen en ‘s middags dan via een van de burgwallen terug. Iedere keer als ik door dat gedeelte van Amsterdam loop vind ik het verschrikkelijk: de hordes Britse toeristen, de tacky coffee shops, de onsmakelijke sex shops, en de souvenir winkels vol met troep en de op toeristen gerichte musea, zoals Madame Tussauds, de Amsterdam Dungeon en het Sex Museum. Als ik niet in Nederland zou wonen, zou ik geen enkele reden hebben om naar Amsterdam te gaan. Ik ben dol op steden, maar wat Amsterdam aan toeristen te bieden heb spreekt mij niet aan: drugs, sex en bier.

Eigenlijk zou je het binnenste gedeelte van het centrum van Amsterdam zo aan een project ontwikkelaar kunnen verkopen, die er een attractiepark van zou kunnen maken: "Adult land" vol met sex shops, bordelen, bars, toeristenwinkels en coffeeshops. Met een kleine entree kosten zou je dan zo een grote winst moeten kunnen maken, alleen al van de hordes Britse jongens. Misschien zou het leuker voor de Amsterdammers zijn als we het centrum van Amsterdam ergens in de buurt van Schiphol in de polder na bouwen, voor Adult land, wat pendelbussen vanuit Schiphol voor de toeristen. Ik zie er wel geld in.

Oude Koeien: hoe meegaand was de ChristenUnie?

Zelfs de partijvoorzitter erkent het verhaal van Ella: het CDA had liever een coalitie met GroenLinks dan met de ChristenUnie. Het moet dus de PvdA zijn die ons uit het kabinet heeft gehouden.

Ik denk niet dat dit waar is. Het is ook niet wat Onno Bosma schrijft: “Hij (Jacques Tichelaar, SO) vraagt of je voor de PvdA informateur wilt worden om met een CDA’er en iemand van de ChristenUnie een kabinet met die partijen in elkaar te zetten. Maar zegt Tichelaar, zijn fractie krijgt heel sterke signalen van het CDA dat ze niets zien in een coalitie met de ChristenUnie. Ze zouden erop uit zijn om deze formatie te laten mislukken om daarna met de ChristenUnie in zee te gaan.”

Dit staaft de strategie van Halsema, die ze ook twee jaar geleden in haar congresspeech verdedigd heeft: GroenLinks wilde, toen ze in december 2006 door de PvdA en het CDA gevraagd werden niet deelnemen aan de coalitiebesprekingen. De nadruk ligt op het “in dit stadium van de onderhandelingen”, het “nu niet”. De partijtop verwachtte een breuk tussen de ChristenUnie enerzijds en de PvdA en het CDA anderzijds. In dat geval zou GroenLinks heel wat kunnen eisen van het CDA en de PvdA.

Alle partijen -CDA, PvdA en GroenLinks- hadden niet verwacht dat de ChristenUnie zo makkelijk haar rechtse punten op het gebied van homohuwelijk, abortus en euthanasie zou laten varen. Men verwachtte dat er op deze thema’s tussen de ChristenUnie enerzijds en de PvdA en het CDA anderzijds gebroken zou worden.

Ze hadden de verschuiving van de ChristenUnie op dit vlak niet gezien. In de verkiezingscampagne van 2006 had de ChristenUnie deze thema’s al laten varen. De partij legde de nadruk op thema’s als jeugd, gezin, milieu, vluchtelingen en sociale zaken. Hierbij speelde electorale overwegingen niet zo zeer een rol. Voor een groot gedeelte van het vaste en twijfelende ChristenUnie electoraat waren juist abortus en euthanasie heel belangrijk. De overwegingen waren waarschijnlijk politiek van aard. Door thema’s als abortus en euthanasie te laten vallen, maakte de ChristenUnie deelname aan een kabinet stukken waarschijnlijker.

De gewilligheid van de ChristenUnie heeft iedereen verbaasd: GroenLinks, de PvdA en het CDA. Die principiele gereformeerde jongens bleken pragmatischer dan verwacht.

Betorkken Srategen

Net uit. Betrokken strategen – Schets van een politieke geschiedenis. GroenLinks Leiden 1982-2005 van Sebastiaan van der Lubben en Jan Vogel, oud-studiegenoten van mij. Al sinds ik bij de Leidse afdeling betrokken ben hoor ik van het geschiedenisboekje dat ze uit zouden brengen. Nu vier jaar later heeft het eindelijk het licht gezien.

Het boekje beschrijft de ontwikkeling van GroenLinks Leiden, uit Links Leiden, een samenwerkingsverband van de lokale PPR, PSP en CPN. Door deze bundeling kwam Links Leiden aan de macht in Leiden. Een positie die ze nog steeds heeft, niet zonder de nodige conflicten, uiteraard. Het PSP bestuur zag in de jaren ’80 niets in een lokale coalitie met de VVD. Het was de samenwerking met de VVD die uiteindelijk zou leiden tot het aftreden van Jan Laurier, een affaire die vrij veel aandacht krijgt in het boekje. Waarschijnlijk omdat het toen het boekje geschreven werd nog fresh in everyone’s memory lag. Er kan een boel gebeuren in vier jaar.

Naast al de ergerlijke spel-, typ-, taal-, stijl- en feitelijke fouten is er een ding wat me echt ergert aan het boekje: inhoudelijk laveert het boekje tussen een uitgebreide beschrijving van alle gebeurtenissen in (Groen)Links Leiden tussen 1982 en 2005 enerzijds en een politicologische analyse van de strategie en de macht in kleine groep idealisten anderzijds. Tot een echte analyse komt het niet. Het is geen onderzoek met een hoofdvraag en hypothesen. Daardoor wordt het erg onsamenhangend: er wordt een kader geschetst over groene partijen in de wereld en Nederland maar daar wordt vervolgens niets mee gedaan. Maar het is ook geen complete geschiedenis, daarvoor zijn er teveel omissies en fouten. Maar ja de auteurs noemen het dan ook een schets.

Ik het boekje meteen to good use gezet door het wikipedia artikel over Jan Laurier iets uit te breiden en te voorzien van een aantal goed geplaatste voetnoten.

Links, Rechts en Wilders

Maurice de Hondt’s laatste peiling laat een dramatische wisseling zien op het electorale vlak: Wilders’ PVV wordt de grootste partij. De PvdA schiet achteruit. De aanhang van het CDA vlakt af. D66 maakt grote sprongen onder weldenkende Nederlanders.

Maar eigenlijk valt het allemaal wel mee. Een simpele rekensom laat dat zien. Twee jaar geleden bij de Tweede Kamerverkiezingen won "links" 76 zetels. We definieren links dan even als wie voor het generaal pardon stemde in 2006. Het generaal pardon is echt een typisch issue voor wat links sinds ongeveer 2002 in houdt: het opnemen voor asielzoekers, mensen zonder stem, vluchtelingen zonder huis of have, en niet meteen iedere buitenlander of migrant als een potentiele misdadiger of terrorist zien. Hier zitten elementen in van traditioneel links in (het opnemen voor zwakkeren in de samenleving) maar ook van progressief/tolerant links (het open staan voor migranten).

De 76 linkse zetels zijn als volgt opgebouwd:

  • PvdA (33) + SP (25) + GL (7) + CU (6) + D66 (3) + PvdD (2)

Er waren dus 74 rechtse zetels:

  • CDA (41) + VVD (22) + PVV (9) + SGP (2)

Nog geen 2 jaar later ziet het politieke speelveld er fundamenteel anders uit. Maar nog steeds zijn er 76 zetels voor de linkse partijen:

  • PvdA (21) + D66 (19) + SP (18) + GL (11) + CU (6) + PvdD (2)

En er zijn nog steeds 74 rechtse zetels:

  • PVV (27) + CDA (26) + VVD (17) + SGP (2) + ToN (2)

De verschuiving lijken zich dus allemaal binnen de blokken voor te doen, of beter gezegd: wat de ene partij van het ene blok verliest maakt een andere partij uit dat blok goed. Zo zal de PVV ongetwijfeld ook wat zetels hebben gewonnen van de SP en de PvdA. Maar D66 heeft dat goed gemaakt door ook zetels te winnen van de CDA en de VVD.

Dit is overigens niet mijn observatie voor deze ene casus: Peter Mair, professor vergelijkende politiek in Florence (en tot voor kort in Leiden), stelt dat dit fenomeen zich sinds de jaren ’50 in West-Europa voortdoet: alhoewel er grote wisselingen zijn geweest tussen allerlei partijen, blijft de verdeling tussen links en rechts in veel landen grofweg het zelfde is.

Ticket Balancer

Gister was ik bij een debat tussen 6 van de 12 kandidaten voor de #2 op de Europese lijst van GroenLinks. Aan het eind van de avond vroeg een van de kandidaten of ik niet een kieswijzer wou maken voor deze keuze, zoals ik ook eerder had gedaan.

Dat heb ik gedaan: je kan hem  hier

 

downloaden in .xls. Deze kieswijzer is expliciet op gericht om een goede balans te zoeken naas Judith Sargentini, als lijsttrekker: het gaat op zoek naar een balans op de "ticket", tussen de #1 en #2. De vragen lijst bestaat uit 19 vragen, over jouw prioriteiten voor de #2 en hoe jij Judith Sargentini ziet. Nadat ik eerder een kieswijzer had gemaakt waarbij zelfs Judith niet op haar zelf uit komt wil ik iedereen de kans gegeven om zijn of haar eigen Judith te maken. De rest van de informatie over de kandidaten is gebaseerd op de adviezen van de kandidatencommissie. 

Kleine "hoe werkt dit?":  in de .xls bij de eerste vraag een getal tussen de 1 en de 5 neer (1 helemaal mee eens, 5 helemaal mee oneens). Bij de volgende drie vragen een 1 in bij het groene vakje
dat overeenkomt met het antwoord op de vraag. Je kan hier maar een keuze per
keer maken. Bij de overige 16 vragen moet je een getal tussen de 1 en 5 neerzetten: van helemaal mee eens (1) tot helemaal mee oneens (5). Er komt een rangordening van 1 (eerste keus) tot 12
(laatste keus) uit. Kandidaten
kunnen ook ex aequo uitkomen.

Filosoferen over de kredietcrisis

Ik had er erg veel zin in, maar het viel erg tegen. Tegenlicht had een speciale uitzending over de filosofie van de kredietcrisis. Het werd aangekondigd als de visie van Martha Nussbaum, een invloedrijke progressieve filosofe, op de crisis. Maar Nussbaum was een paar minuten aan het woord, waar ze de zelfde oude kool kwam stoven. Een toespraak van Naomi Klein die er door heen was geplakt was stukken interessanter.

Volgens mij werden er twee fouten gemaakt in de uitzending. De kredietcrisis wordt geponeerd als een morele crisis. Een crisis dus van de westerse moraal, de manier waarop mensen hun eigen leven vorm geven. Egoisme dat zou het centrale probleem zijn, hebberigheid, graaigedrag van de top. Nieuwe normen en waarden zouden nodig zijn. Ik ben het daar niet mee eens. Hebberigheid, egoisme en graaigedrag zijn in financiele instellingen op een perverse manier in gezet: zowel aan de top van die bedrijven als bij lenende burgers werd er op een verkeerde manier gebruik gemaakt van deze eigenschappen. Maar met andere incentives kan je een heel andere wereld creeeren nog steeds op basis van egoisme en hebberigheid, een goed voorbeeld is de groene belasting verschuiving waar wij zo voor zijn: belast milieuvervuiling meer en arbeid minder dan zullen bedrijven uit eigen belang groene werkgelegenheid gaan creeeren. In die zin is de kredietcrisis een politieke crisis omdat hij gaat om de vraag hoe morele voorkeuren in combinatie met sociale structureren bepaalde negatieve gevolgen hebben: het is geen crisis van de preferenties alleen.

Martha Nussbaum maakte een groot punt van haar capabilities approach: dat de gemeenschap ernaar moet streven mensen in staat te stellen bepaalde waardevolle praktijken en toestanden te bereiken, zoals gezondheid, recreatie, en religie. De nieuwe economisch moraal moest volgens Nussbaum gestoeld zijn op deze benadering. Echter de kredietcrisis is geen crisis van "doelen", maar een van middelen. De vrije kredietmarkt die we hadden is een middel om goederen te verdelen. Geen doel op zich. We kunnen via de vrije markt of overheidsplanning de waardevolle toestanden van Nussbaum zeker stellen, of andere maatschappelijke doelstelling zoals greatest happiness. Dat is een simpele kwestie van organisatie.

Ik zag bij Tegenlicht dus geen schokkende inzichten over de filosofie van de kredietcrisis, maar misschien wordt het daar wel eens tijd voor …

Moraliseren zonder ongedeelde moraal

Nadat ik, als co-auteur van het Leidse verkiezingsprogramma, weer eens geconfronteerd ben, met de plaats die moralisme in neemt in de hedendaagse politiek, moest ik mezelf maar eens in lezen in het onderwerp. Een van de meest vocale progressief-linkse voorstanders van een vorm van moraliseren is Evelien Tonkens. In 2006 schreef ze al samen met een aantal andere links-progressieve "moralisten", een bundel "Handboek Moraliseren". Ik had het al een aantal keer laten liggen. Dit was natuurlijk het moment om het boek te lezen.

De centrale stelling van het boek is volgens mij de volgende. Tonkens et al. beschrijven het centrale dilemma van de moderne moralist: we leven in een samenleving waar er niet langer een morele waarheid, een visie op het goede leven is die door iedereen gedeeld wordt. Dit is door liberalen aan gegrepen om iedere vorm van moralisme vanuit de overheid verdacht te maken: behalve als iemand een ander schaadt dan mag de overheid in grijpen, tot die tijd gelden vrijheid, eigen verantwoordelijkheid en tolerantie.

Volgens Tonkens et al. is tegen deze laissez-faire mentaliteit een backlash gekomen: groeiende gevoelens van onveiligheid, van gebrekkige sociale cohesie. De keuze waar progressieve linkse mensen nu voorstaan is min-of-meer, dan wel conservatief-rechts alle ruimte te geven om een gedeelde moraal op te leggen, of juist als progressief-linkse beleidsmakers terug te gaan naar een linkse traditie van moralisme, van verheffing en beschaving. Tonkens stelt een nieuwe koers van moralisme voor: dialogisch moralisme. Hierarchische vormen van moralisme werken niet meer: burgers accepteren niet dat een macht boven hen hen de wet voor schrijft. Wat echter wel kan is dat we de dialoog aan gaan. Mensen wijzen op de negatieve gevolgen van hun handelen voor hen zelf. (Zelf)reflectie is dan centraal. Dit wordt in de anglo-saksische wereld ook wel "libertarian paternalism" genoemd.

Ik heb een kanttekening bij dit dialogische moralisme: de overheid kan en moet burgers niet voor schrijven hoe ze moeten leven. Er is niet een ideaal van het goede leven dat voor iedereen geldig is. Er dus ook niet een ideaal dat opgelegd zou kunnen worden. De overheid zou mensen vrij moeten laten om zelf te experimenteren, een diversiteit aan levenswijzen moeten koesteren, tolerant zijn verschillen en afwijken van de gebaande paden. Zo kan iedereen er achter komen wat voor hem het goede leven is.

De dialoog en de zelfreflectie die Tonkens voorstelt kan hier zeker een rol hebben. Reflectie over en dialoog tussen verschillende levenswijze kan de vrijheid van mensen om zelf een levenswijze te kiezen juist verdiepen. Daarnaast: natuurlijk zijn er manieren om je eigen leven in te richten die desastreus zijn. En "we" zouden mensen daar zeker op moeten wijzen. Maar nooit van bovenaf als centrale overheid. In het radicale onderscheid tussen politieke en private sfeer dat ik maak, is er een grote semi-publieke sfeer: het onderwijs, de zorg, het maatschappelijk werk. Hier doen professionals hun best om mensen te helpen in het vinden van hun eigen weg, door dialoog en (zelf)reflectie maar soms ook het neerleggen van heldere grenzen en regels. Ik denk dat die mensen zeker goed werk doen. En dat zij een grote bijdrage leven aan de samenleving.

Maar je zal dit als overheid moeten over laten aan semi-publieke organisaties. Kan je je voorstellen dat de overheid in zijn geheel met burgers in debat gaat over hun idee van het goede leven? Dat klinkt absurd. Deze dialogische vorm werkt eigenlijk alleen maar op de micro-schaal: in de relatie tussen "burgers" en "professionals", tussen scholieren en docenten, patienten en zorgverleners, tussen jongeren en wijkagenten.

Dit nieuwe moralisme vraagt dus heel wat van de publieke professional. En die heeft het al zo moeilijk. Ik heb voor de volgende zondagochtend maar meteen "Ontregelen – de herovering van de werkvloer" van Jos van der Lans bestelt, over de problemen van deze hedendaagse professional.
 

Ik ben een Bassist

Mijn keuze voor nummer twee staat vast. Er was een lange tijd van overdenking nodig. Maar uiteindelijk forceerde een kandidaat een oplossing. Mijn eerste keuze voor nummer 2 is: Bas Eickhout.

Bas is een groene kandidaat, dat balanceert mooi met de linkse lijsttrekker Judith Sargentini. Hij maakt een grote indruk op mij toen we samen in het panel beginselen van project 2008 zaten. Hij zit
vol goede ideeen, scherpe analyses van de partij en haar idealen.

Maar ook Niels van den Berge is een groene kandidaat, die op mij in de tijd dat we samen bij DWARS zaten. De reden dat ik nu voor Bas kies is dat Bas alleen maar kandidaat is voor blok 2, en niet voor hogere blokken. Omdat ik vind dat Bas zeker op de lijst moet staan, dwingt hij mij nu om te voorkomen dat hij van de lijst afglijdt, net als dat twee jaar voor de Senaatslijst gebeurde met Arie van den Brand. Daarom zal ik op het congres de eerste keuze maken voor Bas, gedwongen door Bas’ keuze. Ik moet het erkennen: ik ben Bas-sist geworden.

Dilemma’s in de publieke ruimte II

Voor de Leidse programmacommissie spreek ik met heel wat lokale GroenLinksers als experts op allerlei gebieden. Gisteren had ik een expert meeting over veiligheid met een van de weinige echte conservatieven die ik binnen GroenLinks ken. Al eerder had zij de vrij opmerkelijke opvatting dat GroenLinks een moraliserende elitepartij moest zijn.

Het gesprek ging lange tijd over overlast en dat mensen weerbaarder moeten worden om daar iets over te zeggen. Ze pleitte voor "burgerlijke weerbaarheid", de moed om mensen aan te spreken. We hebben in de publieke ruimte soms overlast van andere mensen: mensen die luid telefoneren, auto’s met te harde muziek, schreeuwende kinderen, jongeren die onguur op pleintjes hangen, mensen wiens sigaretrook net jou kant op komt waaien, of mensen die op dat stukje van de weg willen fietsen waar jij net stil wilt staan.

Ze stelde dat mensen meer moed moeten hebben om op te staan tegen mensen waar ze overlast van hebben, mensen aan te spreken op hun gedrag, als dat overlast geeft. Mensen die overlast geven lijden volgens haar aan de Veronica-mentaliteit: I want it all and I want it now, no matter what the consequences. Mensen die overlast veroorzaken houden geen rekening met anderen. Het maakte ze geen bal uit als anderen niet van hun rust kunnen genieten.

Maar geldt dat niet even zeer voor mensen die klagen over overlast? Lijden juist die zelf ook niet aan de Veronica-mentaliteit: ik wil van alles zonder dat ik daarbij rekening hoef te houden met wat anderen willen? De een wil rust, de ander wil herrie. De herrieminnende persoon kan zich aan de rustminnende persoon aan passen door zijn herrie zachter te zetten, de rustminnende persoon kan zich aan de herrieminnende persoon aan passen door zich niets van de herrie aan te trekken. In beide gevallen moet de een een beetje van zijn vrijheid op geven voor de ander. In beide gevallen eist iemand dat een ander zich aan past. Hoe je het ook wendt of keert, of je het nu opneemt voor de herrieminnaar of de rustminnaar iemand moet zich passen aan een ander. Iemand die rust wil, heeft niet meer recht op wat hij wil dan iemand die herrie wil. 

Is het niet juist een belangrijk onderdeel van een vrije, open samenleving dat je een ander ruimte geeft? Een dikke huid, een beetje weerstand, ontwikkelt voor overlast. Leert te accepteren dat niet altijd iedereen precies zo doet als jij zou willen? Burgerlijke weerbaarheid? Ik zie meer in burgerlijke weerstand!

Duurzaamheid in de grondwet

DWARS en PerspectieF willen duurzaamheid in de grondwet. Ed Anker verdedigde het voorstel van de ChristenUnie en GroenLinks jongeren tegen Helma "Vervuiling is een goede Nederlandse traditie" Nepperus. De Belgen hebben dat al gedaan in hun grondwet: "Bij de uitoefening van hun respectieve bevoegdheden streven de federale
Staat, de gemeenschappen en de gewesten de doelstellingen na van een duurzame
ontwikkeling in haar sociale, economische en milieu-gebonden aspecten, rekening
houdend met de solidariteit tussen de generaties."

Er zijn twee bezwaren die ik heb tegen dit idee: ten eerste je bereikt er niets mee; en ten tweede je kiest een weinig idealistisch symbool.

Ten eerste, duurzaamheid zou aan de grondwet worden toegevoegd in het deel over de sociale grondrechten. Daar staat al van alles over milieu. En ook over dieren, ten minste als het amendement van GroenLinks wordt aan genomen. Maar alles goed en aardig: wat daar staat is allemaal symbool politiek. Zelfs als het amendement van Halsema is aan genomen, dan is het niet afdwingbaar voor de rechter. Alles wat je ooit kan uitspreken in dit gedeelte van de grondwet is dat de overheid rekening moeten houden met milieu, dieren en volgende generaties. Een milieubeleid dus dat bestaat uit goede intenties, daar hebben we GroenLinks en de ChristenUnie niet voor nodig dat kan de PvdA al heel goed zonder ons.

Misschien wordt het tijd om echt iets te doen om vorm te geven aan intergenerationele solidariteit. Niets geen symboolpolitiek, maar een echte lange termijnvisie. Een voorbeeld: in veel Westerse landen is er een sterke, onafhankelijke centrale bank die zorg draagt voor het rentebeleid. Politici kan je niet vertrouwen met de rentestanden, en daarmee de inflatie. Zij kunnen snel politieke korte termijn belangen na streven, door met de rentestanden te spelen, maar dat is op de lange termijn heel gevaarlijk. Dat zelfde geldt voor de belangen van volgende generaties. Leg het bereiken van je klimaat- en milieudoelstellingen niet in de handen van politici met hun politieke korte termijn belangen. Industriele, economische groei is goed op korte termijn, maar op lange termijn zal je radicale keuzes moeten maken voor een groenere economie. Een onafhankelijke centrale klimaatraad zou dan de klimaat- en milieudoelstellingen die politiek stelt kunnen afdwingen. Kijk dan kies je echt voor de volgende generaties. Geen symboolpolitiek, maar echt groene politiek.

Maar je bent jong en je wilt wat: symboolpolitiek dus. Het woord "duurzaamheid" is dan wel weer het slechtste symbool dat je kan kiezen. Michael Braumgart en William McDonough leverden in hun Cradle to Cradle een keiharde kritiek op het begrip "duurzaamheid". Duurzaamheid betekent dat wat je probeert zo weinig mogelijk uit te stoten, probeert de schade aan het milieu te minimaliseren, het kleine beetje natuur dat we nog hebben te conserveren. Waarom proberen we niet we de natuur niet te verrijken? Iets te voegen aan onze natuurlijke omgeving in plaats van alleen maar weg halen? Het beeld dan Braumgart en McDonough schetsen is dat van een fabriek die water uit de omgeving gebruikt, maar waar het water  schoner uitkomt dan dat het ingaat, omdat tijdens het productieproces het ook gereinigd is. Behoud is misschien genoeg voor de jongeren van de ConservatievenUnie, maar het is niet genoeg voor ons progressieven: wij streven toch juist naar vooruitgang, vernieuwing en verandering. Duurzaamheid is een begin van een evenwicht tussen mens en natuur, geen politiek ideaal en zeker geen ideaal voor groene en progressieve jongeren.

Duurzaamheid in de grondwet is symboolpolitiek en nog met een symbool van het conservatisme ook.