Sandel is één van de meest prominente linkse filosofen van onze tijd. In Niet alles is te koop analyseert hij de corrumperende werking van de markt op de samenleving. Daarbij verzint hij allerlei problemen die er niet zijn en negeert hij centrale problemen
Sandel’s karakteristieke stijl, die we kunnen zien in zijn wereldberoemde lezingen aan Harvard University, is socratisch. Hij valt niet aan, maar hij stelt vragen, zet je aan het denken. Toch is zijn eigen perspectief helder. Hij is aristoteleaan. Dat betekent dat hij denkt dat er allerlei maatschappelijke sferen zijn die hun eigen principes van rechtvaardigheid hebben. De markt is daar maar een van, maar niet de enige. Hij illustreert dit vrij simpel: wat als we Olympische gouden medaille niet geven aan de snelste zwemmer maar aan diegene die er het meest voorbetaalt. Dat voelt toch onrechtvaardig? Een sportwedstrijd heeft een eigen verdelend principe, dat van merite en dat is een ander principe dan dat van de hoogste bieder.
Een ander bezwaar dat hij benoemt, is ongelijkheid. Het is de vraag of het rechtvaardig is dat als we alles verkopen als op een markt, rijke mensen meer kunnen krijgen dan arme mensen. Laten we als eerste observeren dat dit logica’s zijn op twee verschillende niveau’s. Het eerste is de stelling dat er fundamenteel verschillende verdelingslogica’s zijn: het recht van de eerste (in een rij), de sterkste (in een wedstrijd), van de slimste (op een school), de van de rijkste (op de markt). Het tweede formuleert een ander universeel verdelingsprincipe, namelijk dat van gelijkheid: iedere burger moet een gelijke toegang hebben tot goederen en diensten.
Geheel volgens de socratische traditie kijkt Sandel naar verschillende gevallen, om te kijken of het marktprincipe hier rechtvaardig wordt toegepast. Het boek zit vol sprekende voorbeelden. Ik wil hier naar drie voorbeelden kijken en naar een voorbeeld dat Sandel niet of nauwelijks bespreekt.
In de rij voor zorg
In China is zorg door de overheid georganiseerd. Als je naar een dokter wil dan moet je urenlang in de rij staan. Mensen waarvan de tijd waardevol is, betalen andere mensen om in de rij te staan. Dit is illegaal maar vrij normaal. Zo kunnen mensen die naar de dokter willen met geld zorg krijgen zonder daarvoor eerlijk in de rij te staan.
Dit geval stuit hem tegen de borst. Gezondheidszorg zou niet verdeeld moeten worden naar inkomen, maar naar een ander principe. Sandel toont zich regelmatig een aanhanger van het principe van wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Dit heeft volgens hem egalitaire eigenschappen. Dit lijkt me absurd. Wie het eerst komt, wie het eerst maalt, heeft arbitraire eigenschappen. Bij gezondheidszorg zou uiteindelijk noodzaak bovenaan moeten staan. Mensen die zorg nodig hebben, moeten dat krijgen. Is rechtvaardig dat persoon A dood bloedt maar persoon B eerder wordt behandeld omdat hij eerder in de spreekkamer is? Of omdat hij meer betaalt? Volgens mij niet.
Markten voor leven en dood
In de VS kunnen bedrijven een levensverzekering nemen tegen het overlijden van hun medewerkers. Als er een medewerker overlijdt, krijgt het bedrijf een uitkering en de familie niet. Bedrijven die dit doen zeggen: ik heb veel geïnvesteerd in mijn medewerkers om weer zo’n goede werknemer te krijgen moet ik veel geld investeren. De familie krijgt niets.
Sandel beroept zich op gevallen waarbij de familie na het overlijden van de vader met lege handen achterbleef. Natuurlijk is het tragisch als een familielid overlijdt. Zeker als een familie dan lastig rond kan komen. Maar moeten bedrijven verboden worden om voorzorgsmaatregelen te nemen? Net als een machine is een werknemer voor een bedrijf een productiemiddel. Een productiemiddel waarin ze veel investeren. Is het onrechtvaardig om de kosten van die investering te verzekeren?
Wat volgens mij op de achtergrond onrechtvaardig is, is dat in de Verenigde Staten er een beperkte verzorgingsstaat is: en dat als de kostwinner overlijdt, gezinnen op weinig terug kunnen vallen, bovendien is middelbaar onderwijs en zorg ongelofelijk kostbaar. De dood van een ouder is niet alleen een tragische gebeurtenis maar veroordeelt het hele gezin tot armoede en achterstand.
Te laat opgehaalde kinderen
Een voorbeeld dat Sandel een aantal keer aanhaalt, is een Israëlische kinderopvang. Om ouders te stimuleren hun kinderen op te halen zetten ze een boete op het te laat ophalen van kinderen. Ouders zagen dat echter niet als een boete maar als een prijs. Meer ouders haalden hun kinderen later op en betaalden daar grif voor. Volgens Sandel laat die de perverterende werking van markten zien: mensen houden zich niet meer aan de afspraak hun kinderen op tijd op te halen, maar zien het als een dienst.
Ik zie eigenlijk het probleem niet: Een kinderopvang is een bedrijf. Ouders betalen geld, veel geld, voor een dienst. Als kinderen te laat op worden gehaald maakt dat bedrijf kosten. Kosten waarvoor door de boetes, de ouders die hun kinderen te laat ophalen opdraaien. Wat is het probleem precies? Dat mensen gebruik maken van een mogelijkheid die er eerst niet was?
Geld en politiek
Heel eventjes raakt Sandel aan het onderwerp geld en politiek, als hij heeft over bedrijven die mensen betalen om in de rij te staan voor congressional hearings. Die zouden volgens Sandel ook arbitrair verdeeld moeten worden volgens first come first served.
Maar de rol van geld in de politiek is een waarbij zowel de corrumperende werking van geld als ongelijkheid in beeld kunnen worden gebracht. In de Amerikaanse politiek gaat veel geld om. Een deel van de politieke strijd wordt namelijk uitgevochten in televisiereclames. Omdat te financieren gaat, zijn politici afhankelijk van giften van bedrijven, rijke individuen en maatschappelijke organisaties die veel geld hebben. Daardoor luisteren politici sterker naar deze belangen dan naar de belangen van de gemiddelde burger.
Hier zien we de corrumperende werking van de politiek, omdat geld politici een incentive geeft om niet te luisteren naar de meerderheid van het volk maar naar deze belangen. En we zien de ongelijkheid om dat belangen met geld tijd en aandacht kunnen kopen van politici.
Pluralisme of monisme
Sandel en ikzelf verschillen fundamenteel in onze aannames over rechtvaardigheid. De Gouden medaille gaat misschien niet naar de hoogste bieder, maar we kunnen niet ontkennen dat succes ook in sport in hoge mate afhankelijk is van inkomen. Dan kan je als oplossing muur om de sport zetten en commercie niet toe laten. Het verschil tussen een talent en winnaar is duizende uren oefenen. Dat kan je niet als je gewoon moet werken om je gezin te onderhouden. Dat geldt ook in de wetenschap: je kan nog zulke mooie ideeën hebben over kernfysica maar een deeltjesversneller kost gewoon geld.
Het pluralisme klinkt mooi, maar het is uiteindelijk een conservatieve strategie. Het probeert de macht van geld in te dammen en tegen te gaan. Met morele bezwaren en misschien met wetten. Maar daarmee lost het fundamentele ongelijkheden niet op: het zorgt er niet voor dat een kind in de Derde Wereld ooit de kans gaat krijgen om een Nobelprijs te winnen. Wat daarvoor nodig is, is herverdeling van inkomen: we moeten erkennen dat geld een rol speelt. Je moet alleen proberen, de vrijheid, kansen en mogelijkheden die geld geeft, zo eerlijk mogelijk te verdelen tussen rijk en arm.