Internationale politiek in de tent

De eerste deelsessie die ik bij woonde ging over Internationale Politiek. De focus lag op een aantal casussen (Afghanistan, Israel-Palestina en wapenhandel) waarvan er eigenlijk maar een echt besproken werd: Afghanistan. Joost Lagendijk sprak met Mariko Peters en Jan Jaap Oosterzee (IKV–Pax Christi) over de huidige missie, het GroenLinks/SP-krantje tegen de missie in Uruzgan en de situatie in Afghanistan.

Ik zal hier niet proberen de discussie uit te spellen, maar ik zal kijken naar de aspecten die voor onze beginseldiscussie van belang zijn. Volgens mij was er een onderliggende kwestie:

Mag de internationale gemeenschap op treden als staten niet langer in staat zijn om het recht op veiligheid van hun burgers te beschermen, of als zij dat zelf bedreigen? Is interventie op humanitaire grondslag rechtvaardig? Mag je geweld gebruiken om erger geweld te voorkomen? En zo ja, onder welke voorwaarden?
In een latere discussie (over beginselprogramma’s) gaf Joost weer hoe GroenLinks sinds haar oprichting heeft gedacht over deze kwestie. GroenLinks was tegen de Tweede Golfoorlog (1990-1991). Na de oorlog werden de Koerden bedreigd door wraakacties van het Iraakse leger, GroenLinks stemde toen in met de No-Fly-Zones gericht om erger te voorkomen. In 1999 verdeelde de Kosovo-crisis GroenLinks: een militaire interventie om ernstige mensenrechten schendingen door de Serviers te stoppen. Ook de invasie van Afghanistan verdeelde de partij. Alleen de oorlog in Irak kan GroenLinks verenigen in tegenstand.
Wat je hieruit toch zou moeten concluderen is dat GroenLinks in het verleden voor humanitaire interventie is geweest. Of bepaalde interventies aan die voorwaarden hebben voldaan is een grote vraag. Die voorwaarden, waarover nog goed na gedacht moet worden binnen GroenLinks, zouden dan moeten worden vastgelegd in het beginselprogramma.
Uit die voorwaarden volgt dan ook je opvatting over militaire samenwerking: in een door Amerika-geleide coalitie, binnen de NAVO, de EU, de VN; en je opvatting van hoe je een leger moet organiseren:  als een vredesmacht die zich richt op politionele en opbouwtaken.

Er lag echter nog een tweede, veel ingewikkeldere kwestie: moet je, als tegenstander van een interventie, de wederopbouw van het geintervenieerde land steunen? Kortom "troepen terug uit Afghanistan" of moeten we nog 10-15 jaar blijven om het land echt op te bouwen? Is GroenLinks tegen deze missie of tegen iedere missie in Afghanistan? Heeft de internationale gemeenschap de morele plicht te blijven of moeten ze "er een hek om een heen zetten en zo snel mogelijk weg"? Deze vraag, die nu een sterk actueel karakter heeft, kan niet door een beginselprogramma beantwoord worden.

Inleiding tot de Tent

Anders dan blogalow-bewoners als Arnoud en Michel was ik niet in staat om van minuut-tot-minuut een update te geven van Discussie in de Tent. Dus zit ervoor mij niet anders op om mijn belevenissen propter hoc weer te geven. Ik hoop vandaag tussen het lezen van The Logic of Collective Action door door het hele weekend heen te komen.

Bepakt en bezakt, met een zaterdagVolkskrant onder de arm, met trein en bus, ondertussen allerlei GroenLinks’ers en DWARS’ers oppikkend, was ik aangekomen op het landgoed en voormalig FNV-resort Ginkelduin.

Alhoewel ik mijn eigen koepeltentje bij me had, voelde ik toch de noodzaak om te helpen bij het opzetten van de reusachtige legertent van DWARS, de pacifistische jongerenorganisatie van GroenLinks. Overigens kon de tent slechts worden opgezet met het technisch inzicht van enkele DWARS-meisjes.

Daarna kon de discussie eindelijk beginnen in een grote circustent met openingsspeeches van Henk en Bram en -typisch GroenLinks- het uitwisselen van bloemen en debattips: voor mijn eigen debattip "say what you’re gonna say, then say it, then say what you’ve said" een oproep tot gestructureerde verhalen – nog uit mijn eigen debattijd – kreeg ik een "laat je gedachten dansen!" Nou ja, ik heb in ieder geval gedacht en gedanst.

Op naar de eerste sessie: internationale politiek …

Hypothetisch geval: Rita Verdonk verlaat de VVD

Dat Rita Verdonk gedwongen is om de VVD fractie te verlaten roept bij mij alleen maar vreugde op: mooi de VVD is weer een decente partij, Wilders heeft een concurrent en mevrouw Verdonk is een stap verder weg van premiere van Nederland te worden.

Ik denk wel dat ik nu wel mijn eerdere voorspelling over de verkiezingen van 2011 moet bijstellen: toen voorspelde ik nog dat Henk Kamp binnenkort Mark Rutte zou opvolgen om de strijd tussen Rita en hem op te lossen. Niets van dat. Rita gaat nu haar eigen partij oprichten: Rechtdoorzee Initiatief voor een Toonaangevende Aanpak (RITA). Ik zal op basis van deze gebeurtenissen tot een nieuwe voorspelling komen, waarin in ook de andere events sinds februari 2007 zal opnemen:

PvdA
Jan Pronk wordt geen voorzitter van de PvdA dat wordt Liliane Ploumen, de kandidaat van de partijtop. Het team Bos/Plouwen weet de rust binnen de partij te koesteren en met centrum-links beleid de kiezer te overtuigen. De PvdA wint in 2011 10 zetels.

CDA
De PvdA zal er veel beter in blijken het kabinetsbeleid als het hare te verkopen. Daarnaast is dit niet wat de gemiddelde CDA-kiezer wilt. Het CDA verliest 5 zetels.

VVD
Rutte blijft leider en er zal niemand meer aan zijn poten zagen. Met het toe treden van rechtse D66’ers wordt de VVD een progressief-liberale partij: voor ongelimiteerde vrijheid, economisch en persoonlijk. Het electoraat van de VVD verandert omdat de Verdonkianen zijn verdwenen, echter de VVD krijgt ook meer aanhang omdat D66 niet meer bestaat en het economisch beter gaat: al met al blijft de VVD gelijk.

SP
Jan Marijnissen blijft voor goed weg en de "kritiese" Harry van Bommel volgt hem op. Zijn internationaal georienteerde koers ligt goed bij SP leden maar niet bij SP kiezers. De SP valt terug op 13 zetels.

GL
Kathalijne volgt Femke op. Maatschappelijke veranderingen, een betere campagneleus en ueberhaupt een geheel herbrond GroenLinks wint 5 zetels.

PvV
Wilders wordt weggeduwd door Verdonk die in staat is om rechtse voorstellen op een niet-beledigende manier aan de man te brengen. Wilders verdwijnt uit de Kamer.

ChristenUnie
Rouvoet verliest 3 zetels. Ik vind de deelname van de ChristenUnie aan dit kabinet nog steeds niet slim. Het blijft CDA en PvdA beleid waar de ChristenUnie zich toevallig ook in kan vinden.

SGP
De SGP wint twee zetels van de ChristenUnie

PvdD
Naar 4 jaar als kip-zonder-kop rondgerend te hebben in de Kamer en niets te hebben bereikt verdwijnt de Partij voor de Beestjes uit het parlement, omdat iedere partij (behalve het CDA) een betere dierenrechtenparagraaf heeft geschreven.

D66
De democraten heffen zich zelf op: een grotere groep naar de VVD, sommigen naar de PvdA en de rest naar GroenLinks.

RITA
Het "Rechtdoorzee Initiatief voor een Toonaangevende Aanpak" van Rita Verdonk wint 17 zetels. Ze komen met name bij de PVV, het CDA en VVD vandaan. 

PvdA: 43
CDA: 36
VVD: 22
RITA: 17
SP: 13
GL: 12
SGP: 4
ChristenUnie: 3
PvdD: 0
PVV: 0

Er komt een progressieve, links-liberale coalitie van PvdA, VVD en GroenLinks onder leiding van Wouter Bos. Kees Vendrik wordt minister van Ontwikkelingssamenwerking en Marijke Vos minister van Milieu.

Mein Kampf-verbod en het anti-fascisme

Nadat ik instemmend had geknikt toen ik in de Volkskrant las dat GroenLinks, bij monde van Femke Halsema, had gezegd dat het wenselijk zou zijn om het Mein Kampf-verbod op te heffen las ik tot mijn schrik dat op PlaneetGroenLinks dat GroenLinks zo brak met haar anti-fascistische traditie. Ten minste zo blogde Wim Molenaar.
Zijn argument komt min-of-meer neer op het volgende: het is voor de overlevenden en nabestaanden beledigend om Mein Kampf te herdrukken. Een relevant argument, maar het heeft weinig met anti-fascisme te maken.
Ik zal hier proberen uit te leggen waarom ik denk dat je als anti-fascist, en liberaal in de lijn van J.S. Mill, juist Mein Kampf vrij moet laten verkopen.

Je moet abjecte, moreel overduidelijk onjuiste opvattingen niet verbieden. Als je dat doet verwordt je anti-fascisme een dogma, waarvoor geen argumenten gegeven worden, waarvan de morele juistheid er gewoon van afstraalt. Zo’n dogma houdt het een aantal generaties vol, maar als snel zal het vervallen tot een politiek correct en sleets cliche, waarvan de nieuwe generatie geen besef heeft wat het eigenlijk betekend, maar het alleen maar herhaalt omdat het sociaal wenselijk is.
Wat je moet doen is dit soort meningen toestaan, maar daar dan ook voortdurend mee in debat gaan: er zijn zoveel argumenten te geven waarom Hitler’s rassenleer, anti-semitisme, lebensraumverlangen volslagen onjuist en onrechtvaardig zijn. Door voortdurend in debat te gaan met zo’n abjecte mening blijft het anti-fascisme gebaseerd op argumenten en daarmee levend. Nieuwe generaties die het boek lezen en erover in debat gaan, zullen opnieuw voor zichzelf leren dat nationaal-socialisme onzin is.  Alleen zo zal het anfi-fascisme geen hol dogma worden, maar een levende opvatting.

Liberalisme, Democratie en Hervorming.

Gisteren was ik bij een lezing van een aio bij wijsbegeerte. Hij had het over het democratie-begrip van de liberaal Popper, dat hij contrasteerde met het denken van de conservatief Strauss. Alhoewel het het doel van de lezing was om Popper te bekritiseren, was ik, aan het einde van de lezing, zwaar gecharmeerd van elegante en coherente liberalisme van Popper. Ik zal hier proberen mijn interpretatie van dit liberalisme te geven. Dit zegt overigens niet dat ik het hier mee eens ben, maar het is wel mooi coherent.

In "The Open Society and Its Enemies" beschrijft Popper de politieke methode van het liberalisme. Dit bestaat uit drie onderdelen: de rechtsstaat, de democratie en hervorming. Deze drie zijn innig met elkaar verbonden.

  • Een rechtsstaat hier is een politiek systeem waar de reikwijdte van overheidsingrijpen beperkt is door wetten, die er op gericht zijn de rechten van burgers te beschermen. In zo’n (voor juristen misschien breed) begrip van de rechtsstaat zit dus ook de scheiding van kerk en staat, dat erop gericht is geloofsvrijheid te beschermen en de vrije markt, waar de overheid niet (of slechts in beperkte rol) kan optreden. Er zijn veel funderingen van beperking van de overheid. Mijn favoriete is van J.S. Mill. Hij zegt: we weten niet wat de beste levenswijze is. Als we nu iedereen de vrijheid geven om zijn eigen leven te leiden ontstaan er duizende sociale expirementen, waar duizenden verschillende levenswijzen worden uitgeprobeerd. Door deze expirementen kunnen we er achter komen wat de beste levenswijze is.
  • Een democratie hier is een politiek systeem waar de tijdsduur dat een partij aan de macht is beperkt wordt door regelmatige verkiezingen. Dit heeft als doel om de macht van de overheid te beperken, ten bate van de burgers.
  • Met hervormingen (in Popper’s termen piece meal social engineering) wordt het veranderen van de samenleving door beperkt, zowel in reikwijdte als in mate, overheidsingrijpen bedoeld. Bijvoorbeeld, de overheid nationaliseert niet in een keer de hele suikerindustrie maar begint met een plantage. Dit laat ruimte voor allerlei experimenten om te kijken wat het beste overheidsbeleid is en zo kunnen mislukte experimenten gemakkelijk worden terug gedraaid.

Tussen al deze drie aspecten van de politieke methode van het liberalisme zijn verbindingen:

  • Rechtsstaat en democratie: de democratie een middel om de overheidsmacht te beperken, net als de rechtsstaat dat is, even als de scheiding der machten en federalisme overigens.
  • Rechtsstaat en hervormingen: zowel de rechtsstaat als het idee van hervormingsgewijze politiek is gebaseerd op het idee dat wij (de overheid en de mensheid) niet weten wat de beste levenswijze c.q. het juiste overheidsbeleid is en dat daarom expirementen nodig zijn om te ontdekken wat het beste werkt.
  • Democratie en hervormingen: hervormingsgewijze politiek is de enige manier waarop een democratie kan werken: het is extreem kostbaar als iedere regering het land radicaal zou veranderen door het hele systeem om te gooien.

Belgische formatie in een politieke ruimte

Het gaat niet goed met de Belgische formatie. Nadat, nu ongeveer 3 maanden geleden de Franstalige liberale Mouvement Reformateur en de Vlaamse Christen-democratische CD&V de verkiezingen hebben gewonnen is er nog steeds geen regering gevormd. Een heel leger aan formateurs, informateurs en koninklijke onderzoekers is er al op vast gelopen. Wat is de verklaring van de moeilijke formatie? Ik denk dat de moeilijkheden van de formatie zijn terug te brengen naar de bijzondere manier waarop de meest waarschijnlijke coalitiepartners zich tot elkaar verhouden in de politieke ruimte.

In Belgie zijn er twee belangrijke dimensies: de links-rechts dimensie die gaat over inkomensgelijkheid en overheidsingrijpen in de economie. De belangrijkste vraag is: welke verantwoordelijkheden krijgt de overheid en welke zaken worden aan bedrijven en burgers zelf over gelaten.
En de communotaire dimensie die franstaligen van nederlandstaligen scheidt. Het belangrijkste vraagstuk: hoeveel verantwoordelijkheden krijgen de gewesten en de gemeenschappen? Er zijn partijen die vinden de huidige situatie goed en er zijn partijen die nog meer verantwoordelijkheden aan de gewesten en gemeenschappen willen doorsluizen. Veel hervormingen zijn een win-win situatie voor zowel de vlamingen als de walen. In veel andere gevallen echter, met name in Brussel, levert meer autonomie voor de walen, minder autonomie voor de vlamingen op. Daarom kan je deze as het beste weer geven als een continuum van sterk pro-vlaams tot gematigd pro-vlaams, gematigd pro-waals tot sterk pro-waals. Of wel een continuum van pro-vlaams tot pro-waals met in het midden de gematigde partijen.

De partijen zijn als volgt verdeeld: de groene groen! en ecolo zijn uiterst links, maar gematigd pro-vlaams/waals. De socialistische SP.a en PS zijn links en gematigd pro-vlaams/waals. CDh, de franstalige christen-democraten zijn gematigd pro-waals en centrum-links. Centrum-links is ook spirit, de sociaal-liberale partner van de sp.a , deze partij is echter wel voor meer autonomie voor vlaanderen. Centrum-rechts staan meerdere partijen, de waalse MR is gematigd pro-waals, hun partner FDF is ook centrum-rechts maar voor meer autonomie. De vlaamse liberale VLD is ook centrum-rechts en gematigd pro-vlaams. De christen-democratische CD&V is centrum-rechts en voor meer autonomie. De partner van het CD&V, de NVA is separatistisch en centrum-rechts. Verder rechts staat lijst Dedecker, een voormalige liberaal die ook voor meer autonomie voor Vlaanderen is. Uiterst rechts is het Vlaams Belang, dat separatistisch is, en het Front National, dat meer autonomie voor Wallonie bepleit.
Grofweg zijn de Belgische politieke partijen in een driehoek over de ruimte verdeeld. Links is gematigd pro vlaams/waals en rechts worden de partijen steeds radicaler pro-vlaams/waals. Ik heb deze politieke ruimte inclusief partijen in deze .ppt

gezet.

Het Belgische probleem is het volgende: de centrum-rechtse oranje/blauwe partijen die nu formeren (CD&V, NVA, VLD, CDh, MR en FDF) nemen grofweg dezelfde positie op de links-rechts as in. Ze zijn allemaal centrum-rechts: beperkt overheidsingrijpen in de economie. Ze zijn echter sterk verdeeld over het communotaire vraagstuk (de staatshervorming), zoals heel rechts in Belgie dat is. Met deze communotaire as is echter iets raars aan de hand: de partijen kunnen moeilijk een consensuspositie in nemen over staatshervorming, immers midden tussen de NVA en de FDF ligt de positie "niets wijzigen." Nou juist wat ze beide niet willen.
In een normale formatie zou je dan bepaalde dingen uitwisselen: jij krijgt meer autonomie, ik krijg een eco-tax. Maar omdat de partijen allemaal dezelfde positie op de andere relevante as in nemen (ze zijn namelijk allemaal centrum-rechts) valt er niets uit te wisselen. De formatie ligt dus rotsvast omdat er aan vlaams en waalse zijde heel sterk aan het communotaire vraagstuk wordt getrokken en zo komen ze niet dichterbij elkaar.

Van Bommel vs. Marijnissen: of wel hoe slim is de SP

Maandag liet Harry van Bommel in de Metro optekenen dat hij voor de scheiding van de functies van partijvoorzitter en fractievoorzitter is. Functies die nu binnen de SP bezet worden door een man: Jan Marijnissen. Een verspreking in een bijzin van een interview dat eigenlijk over zijn liefde voor zijn vriendin en kind ging of een tactische politieke zet van de best geoliede politieke machine van Nederland?

Er zijn twee dingen opvallend aan de timing van de uitspraak. Enerzijds is de scheiding van de functies binnen de SP al bijna daily practice. Omdat Jan Marijnissen met enige regelmaat ziek weg valt, geeft vice-fractievoorzitter Agnes Kant leiding aan de fractie en partijsecretaris Hans van Heijningen had ueberhaupt al leiding over de dagelijkse gang van zaken van de partijorganisatie.

Belangrijker is echter de timing in het politieke debat rond de SP. Met de rel rond Yildrim dreigen allerlei lokale politici de SP te verlaten of hebben ze dat al gedaan. Het debat over de democratisering van de SP kan schijnbaar alleen maar buiten de SP plaats vinden.
De boodschap van Van Bommel is duidelijk: je kan binnen de SP een debat hebben over de interne partijdemocratie. Blijf in de SP! Democratiseer mee!
Volgens mij is dit een uitermate tactische zet van de SP-top om zo het primaat in het debat over de SP terug te krijgen en hun imago als "debatpartij" op te krikken.

De partijraad als uitdagend controle orgaan

Ik ben een radicaal in de partijraad: zo’n twee jaar geleden was ik een van de weinigen die stemde voor verkleining van de partijraad en verkiezing van door het congres. Ik zal hier kort uiteen zetten wat ik denk dat de rol van de partijraad zou moeten zijn en hoe we daar het beste invulling aan kunnen geven.

De rol van de partijraad is het controleren van het partijbestuur en de fracties in die maanden dat het congres niet samen komt. Dit houdt in dat ze grofweg twee dingen moet doen: aan het begin van allerlei processen kijken of deze juist, legitiem, democratisch, efficient en effectief zijn opgezet en vervolgens controleren of aan het eind deze processen inderdaad zo waren. De partijraad controleert het partijbestuur: de financien (de begroting en de jaarrekening), de kandidatenprocedures (via de samenstellingen en de opdracht van de commissies en de mogelijkheid van beroep) maar bij ook de uitvoering van moties (zoals het toekomst.groenlinks-project) zou de partijraad moeten door een projectopzet vooraf en een evaluatie achteraf, het proces moeten controleren. Ook de fracties worden door de partijraad gecontroleerd, als zij belangwekkende beslissingen willen nemen, zouden ze om feedback van de partijraad moeten vragen. Is er over genomen beslissingen van de fracties debat (een goed voorbeeld: wel of niet regeren?) dan moeten ze in de partijraad verantwoording afleggen.

Welke middelen moet de partijraad hebben om deze functie uit te kunnen voeren?

  • Formele macht: dat is nu geen probleem. De partijraad maakt nauwelijks weinig gebruik van haar mogelijkheden om bv politieke uitspraken te doen
  • Informatie: de fracties en het bestuur zouden de partijraad tijdig moeten informeren over wat ze van plan zijn en wat ze gedaan hebben. Zonder informatie over wat er gebeurt staat de partijraad nergens. Daarnaast moeten partijraadsleden weten wat hun functie inhoudt.
  • Leden: de partijraad moet leden hebben die verstand en ervaringen hebben van controleren, van procedures en van de inhoud (financien bv). De manier waarop de partijraad wordt samengesteld moet erop gericht zijn de beste controleurs te krijgen. Andere eigenschappen van partijraadsleden, regio, geslacht, afkomst, sexuele voorkeur, leeftijd, zijn van secundair belang. 
  • Reputatie: de partijraad moet een reputatie hebben een constructieve, geinformeerde en uitdagende controleur te zijn de fracties en het bestuur. Niet iets wat je kan vergeten, met een kluitje het riet in kan sturen of niet naar luisteren.

Hoe zou je dit dan moeten uitvoeren?

1. De partijraad moet anders worden samengesteld:

  • De partijraadsleden zullen altijd verkozen moeten worden uit meer kandidaten dan plekken. Een andere vorm van verkiezing mist iedere vorm van democratische legitimiteit.
  • Mensen zouden niet de partijraad in moeten kunnen komen zonder een kandidatencommissie gesproken te hebben. Deze kan de expertise van kandidaten beoordelen.
  • De partijraad moet worden verkleind. Met 80 mensen vergaderen heeft
    geen zin als je wilt controleren. 40 mensen is genoeg om alle nodige
    expertises te verzamelen.
  • Niet de afdelingen in achterzaaltjes moeten partijraadsleden benoemen om regionale spreiding te hebben, maar het congres is de plek om ervoor te zorgen dat de beste controleurs benoemd worden. Persoonlijke kenmerken als regio zijn van secundair belang. Dit houdt niet in dat afdelingen helemaal irrelevant moeten worden. Afdelingen en werkgroepen zouden kandidaat-partijraadsleden kunnen steunen.

Let wel dit stelsel is een bouwpakket. De verschillende onderdelen kunnen onafhankelijk van elkaar worden uitgevoerd: een kandidatencommissie houdt niet per definitie in dat er landelijk verkozen hoeft te worden, je zou ook kandidatencommissies van afdelingsbesturen verantwoordelijk kunnen maken voor de werving en beoordeling van kandidatencommissies.

2. De partijraad moet beter worden geinformeerd.

  • Partijraadsleden moeten weten wat hun functie inhoudt, wat hun eigen macht en mogelijkheden zijn. Een cursusmiddag na hun verkiezingen en voor de eerste vergadering kan helpen. Je moet ze niet meteen in het diepe gooien.
  • Het bestuur en de fracties moeten de partijraad serieus nemen en tijdig informeren. Het partijbestuur moet helder zijn wat voor initiatieven zij neemt om congres besluiten uit te voeren en hoe zij aan zulke processen vorm wil geven. De fracties moeten de partijraad informeren over wat zij doen en waar zij feedback over willen.

Een tegen-argument tegen verkiezing door het congres is dat dan alleen ambitieuze hoogvliegers verkozen kunnen worden. Dat lijkt me onjuist. De steun van afdelingen en werkgroepen lijkt me cruciaal bij verkiezing. Uit hun geledingen kunnen juist de beste controleurs naar voren worden geschoven. Een kandidatencommissie zorgt ervoor dat mensen niet worden verkozen op hun blauwe ogen of talent zich te presenteren, maar zij geeft een beoordeling van hun expertise. Het lijkt me een motie van wantrouwen richting het congres om te zeggen dat zij niet naar expertise kan kijken. Daarnaast kan een slim samengesteld kiesstelsel (zie deze link) ervoor zorgen dat de verkiezing niet eindeloos lang duurt.

Als de partijraad is samengesteld door GroenLinks leden, die op een legitieme manier zijn verkozen en die geinformeerd zijn en verstand van zake hebben, dan krijgt de partijraad de reputatie van uitdagend controle orgaan. En dat lijkt me het doel!

Andere GroenLinkse partijfusies

Mijn eerdere buitenlandse excursie naar aanleiding van de vraag "Wat zou je stemmen in een ander land?" heeft me erop gewezen dat GroenLinks op zich geen bijzondere partij is, als kleinlinkse fusie partij. Over heel Europa zijn er kleinlinkse fusiepartijen gevormd. Echter GroenLinks heeft zich als een van de weinige van deze partijen radicaal veranderd in een progressieve, groene en linkse partij, die geen socialistisch karakter heeft.

  • In Spanje werd in 1986 de Izquierda Unida gevormd, een alliantie rond de Spaanse Communistische Partij, waaraan allerlei andere marxistische communistische, syndicalistische en socialistische partijen deelnamen en nemen. De alliantie is radicaal links. IU zit in het euroskeptisch linkse European United Left-fractie van het Europees parlement.
  • In Portugal werd in 1999 de Bloco de Esquerda gevormd, een alliantie van drie radicaal linkse partijen, een trotskistische, een maoistische en een socialistisch. Ook deze alliantie is met name radicaal links. Naast de BE bestaat nog steeds de grote communistische PCP. De BE is geaffileerd met de euroskeptisch linkse European United Left-fractie van het Europees parlement.
  • In Griekenland bestaat sinds 1989 Synaspismos, onstaan als een alliantie van de pro-sovjet communistische partij en de euro-communistische partij, is het nu een alliantie van marxisten, eco-socialisten, en democratisch socialisten, die weer de spil vormt in een alliantie van trotskisten, eco-communisten en andere kleine linkse groeperingen. Naast Synaspismos bestaat nog steeds de communistische KKE. Synapsimos zit in het euroskeptisch linkse European United Left-fractie van het Europees parlement.
  • In Denemarken bestaat sinds 1989 de Enhedslisten, een rood-groen samenwerkingsverband van communisten, linkse socialisten, maoisten en trotskisten. Ook deze partij is met name links. Naast de Enhedslisten bestaat ook nog de Socialistisk Folkeparti, een soort grote PSP. De Enhedslisten is geaffileerd met de euroskeptisch linkse European United Left-fractie van het Europees parlement.

Wat opvallend is aan deze opsomming is het volgende. Overal in Europa zijn fusiepartijen als GroenLinks onstaan. Soms met communisten, soms zonder, soms met PSP-achtige derde weg socialisten, soms zonder. Dat christelijke groeperingen als de PPR of de EVP deelnamen, is Nederlands unicum. Al deze partijen hebben echter een radicaal links profiel maar missen GroenLinkse nadruk op duurzaamheid, diversiteit en internationalisme. Je zou kunnen stellen dat GroenLinks zich op meerdere assen profileert (zowel groen als links als progressief), terwijl al de andere partijen met name links zijn, en zich dus maar op een as profileren.

Er zijn een aantal verklaringen voor de tamelijk bijzondere profilering van GroenLinks als progressief-linkse partij:

  • De deelname van de PPR, een partij met een ambigue links, christelijke, groene identiteit heeft ervoor gezorgd dat GroenLinks een veel ambiguere progressief-groen-linkse positionering heeft, dan andere linkse fusies. De PPR is ueberhaupt een partij van de bijzondere positionering. Zij is onstaan als christelijk-linkse splitsing, die in de jaren ’70 zo een unieke positie had, vervolgens is zij in de jaren ’80 verandert in een progressieve, groene en linkse partij, weer een unieke positionering die sterk overeenkomt met het huidige GroenLinks.
  • De vernieuwing die in de jaren ’80 binnen de CPN plaats vond, van stalinistische arbeiderspartij naar progressieve emancipatiepartij en de electorale verzwakking die dat tot gevolg heeft gehad, heeft ervoor gezorgd dat GroenLinks geen stalinistisch stempel heeft gekregen.
  • Ook de deelname in de Europese Groene partij heeft GroenLinks als fusie partij een vernieuwende niet-socialistische, groene identiteit gegeven.
  • Opvallend is tenslotte dat de Europese partij die het meest op de PSP leek, de Deense Socialistisk Folkeparti, nu een profiel heeft dat steeds meer op GroenLinks lijkt: progressief, pro-Europees, links en groen. De stelling die je wel eens in kranten leest dat de SP de plaats van de PSP heeft overgenomen lijkt me dus onjuist, was de PSP onafhankelijk verder gegaan is het waarschijnlijk dat de ze net als de Deense SF was geworden.