The Hunter becomes the Hunted

Gister en eergister heb ik Do Androids Dream of Electric Sheep? gelezen (eigenlijk aangehoord: leve audio books!) en vandaag de verfilming Blade Runner. Cult classics. Ik ben er nog niet helemaal uit wat ik van beiden moet vinden de film of het boek.

DADES en BR gaan over Rick Deckard, een bounty hunter (in de film blade runner, maar die term wordt daar nooit goed uitgewerkt) die voor de politie replicants (in de film) androids (in het boek) uit moet schakelen. Het verhaal speelt zich af in een dystopische toekomst. Androids zijn in alle opzichten menselijk behalve dat ze geen medeleven hebben voor anderen. Als bounty hunter moet je dus een psychologisch profiel van iemand maken (op basis van zijn reacties op vragen over gebeurtenissen waar wij medeleven voor zouden voelen). Heeft iemand geen medeleven dan mag je hem zonder gevoel neerschieten. Sommige androids krijgen de herinneringen van een mens mee en zijn zich er zelf niet bewust van dat zij een android zijn.

Het boek is geschreven door Philip K. Dick die -naar het schijnt- een aantal bijzondere, post-moderne science fiction romans heeft geschreve n. Wat ik er van heb begrepen hebben veel van deze boeken een twist: wat je dacht dat waar was blijkt niet waar te zijn. De werkelijkheid, herinneringen hiervan blijken illusies. Hierbij wordt rijkelijk gebruik gemaakt van science fiction mechanismen. Ik dacht dat DADES en BR zich daar op zouden focussen.

Wat ik had gelezen van BR, en DADES, was dat er veel speculatie was of de hoofdpersoon zelf een replicant zou kunnen zijn. De android-hunter is zelf een android. In het boek wordt wel enigszins met die gedachte gespeelt: als Deckard voor een android begint medeleven begint te tonen, gebruikt hij zijn eigen test op zichzelf. Als iemand vervolgens die android zonder medeleven vermoordt, verdenkt Deckard de moordenaar ervan een android te zijn. Maar dit zijn in het boek maar zijlijnen: het hoofdverhaal (voor zover er een hoofdverhaal is want het boek bestaat uit wel erg veel verhaallijnen naast elkaar) gaat met name over hoe en waarom Deckard de verschillende replicants opruimt. In de film ligt de nadruk zwaar op het achtervolgen en vrij bloedig ombrengen van de evil replicants en zijn er maar twee vrij nietzeggende verwijzingen naar Deckard’s eigen status als android (die zitten hem allemaal in een eenhoorn waarover hij droomt).

Na alle aandacht voor dit vraagstuk richt de film zich hier nauwelijks op en dan blijft er een gevoel over van "hiervoor was ik toch niet gekomen?". Kijk, BR is een mooie film, een van de eerste films die een dystopische, technische science fiction wereld toont ("cyperpunk"). Een mengsel van science fiction met film noir. Maar ook een wereld waardoor globalisering future Los Angeles een smeltkroes is geworden voor de Chinese en Amerikaanse cultuur (Firefly any one?) Anders dan in het boek wordt de androids een sterke motivatie gegeven om naar de aarde te komen (to meet their maker and seek immortality).

En DADES is een heel vol boek dat vol zit met allerlei verhalen: over valse profeten, over een wereld waar androids de politie en de massa media langszaam over nemen, over hoe in een dystopische wereld vasthouden aan menselijkheid vasthouden aan medeleven is geworden, over elektrische schapen, over een almachtige overheid, over machines die je gevoel voor je pre-programmeren. Maar ik krijg niet het gevoel dat alle verhaallijnen de aandacht krijgen die ze verdienen.

Wat ik had gehoopt was een verhaal over een android hunter die langszaam begint te twijfelen aan zijn eigen mens-zijn. Die denkt dat hij zelf nog wel eens kan zijn waar hij zelf op jaagt. Maar dat werd in mijn ogen niet sterk genoeg uitgewerkt. Gelukkig is het nieuwe seizoen Battlestar Galactica uit, want in deze serie wordt die idee juist uitgewerkt.

Tegenmacht en macht

De kwestie Borghouts blijft GroenLinks maar achtervolgen. GeenStijl blijft het maar aan jagen. Op de planeet blijft het opvallend stil. Niet geheel stil: Steven maakte vandaag een rake observatie. GroenLinks wil graag regeren en wijst daarbij vaak op het succes op het gemeentelijke en provinciale niveau. Bestuurders als Borghouts zijn dan geen goed uithangsbord. "Onze bestuurders zijn ook maar gewone mensen" zei de partijvoorzitter al.

In de laatste jaren is GroenLinks gegroeid tot een echte bestuurderspartij, met onhandige regenteske bestuurders als Harry Borghouts. Maar Borghouts is niet de enige zo herinneren de reageerders van GeenStijl me: Marijke Vos heeft ook lijst van fouten op haar naam, van bestuurlijk onhandig tot regentesk overambitieus. In andere gemeenten waar GroenLinks mee bestuurt, heeft ze het ook moeilijk: neem Leiden daar is de wethouder John Steegh verantwoordelijk voor het niet uitvoeren van het referendum over de RijnGouweLijn. Een moeilijk te verkopen beslissing in de stad. GroenLinks als machtspartij die zich niet van het pluche laat blazen.

Maar naast deze "schandelen van de macht" wordt GroenLinks ook achtervolgt door "schandalen van de tegenmacht". De schandelen die we over hebben gehouden aan de extra-parlementaire actiebeweging die geweld niet schuwde. Dat is ook een traditie waar wij in staan: denk maar aan de inbraak van Wijnand Duyvendak, de bom van DWARS, de guerilla training van Sam Pormes.

Ook andere partijen in Nederland worden achtervolgt door de vuile handen die je krijgt als je regeert: niet naar burgers luisteren, blijven zitten als je weg zou moeten. De PvdA put daar tegenwoordig zijn bestaansrecht uit. Maar er zijn geen andere partijen die worden achtervolgd door schandalen van de tegenmacht. Het is een opvallende combinatie: zo regentesk, na zo’n anti-parlementair verleden.

Verkiezingsprogramma proza

Ik schreef er al over: de inleiding waarmee de verschillende hoofdstukken van het verkiezingsprogramma aan elkaar gehecht moeten worden. "Open" had ik vorig weekend geschreven, daarop volgde gister "sociaal". Alhoewel er een veel sterkere samenhang is tussen de sociale onderwerpen (huisvesting, zorg, werk & inkomen, mensen in de marge, onderwijs) moesten ook deze onderwerpen in een stroom aan elkaar gehecht worden. Het voorlopige resultaat:

GroenLinks streeft naar een solidaire samenleving. Een samenleving waarin welvaart eerlijk gedeeld wordt. Juist in tijden van economische neergang houdt GroenLinks oog voor mensen de minste kansen. Maar solidariteit is voor ons meer dan een eerlijke inkomensverdeling. In een solidaire samenleving kan iedereen mee doen en hoeft niemand aan de kant staan. Solidariteit kan voor ons niet onafhankelijk gezien worden van emancipatie. GroenLinks streeft boven alles naar een samenleving waarin iedereen de mogelijkheid heeft zelf vorm te geven aan het eigen leven.
Daarom is onderwijs voor ons zo belangrijk. Onderwijs emancipeert mensen uit armoede en achterstelling. We willen armoede ook aanpakken door werk voor iedereen te verzekeren. Werk is voor veel mensen de manier om deel te nemen aan de samenleving, maar vrijwilligerswerk en mantelzorg zijn dat ook. Als mensen zorg nodig hebben, moet de gemeente dat op zo’n manier aan pakken dat mensen grip kunnen houden op hun eigen leven. Soms raakt het leven van mensen uit de rails. De gemeente ondersteunt mensen om weer hun eigen weg te vinden, en meester te worden van hun psychische problemen en weer een dak boven hun hoofd te krijgen.  Huisvesting is ook voor veel starters een probleem. De gemeente maakt van de beperkte ruimte in Leiden gebruik om met name te bouwen voor mensen die net beginnen te huren of te kopen.

De PVV is en blijft een rechtse oppositiepartij

Net gepubliceerd op de site van het NRC:

De PVV is en blijft een rechtse oppositiepartij: De SP en de PVV vinden elkaar alleen in de oppositie.

Door Simon Otjes

Opiniemakers, journalisten en politici vinden het steeds moeilijker om de positie van de Partij voor de Vrijheid te duiden. Het feit dat de PVV en de SP soms samen stemmen, ondermijnt het beeld dat de PVV een rechtse partij is. Daarom zijn er stemmen die zeggen dat de PVV naar links is verschoven. Uit een analyse van al het stemgedrag van de PVV in de laatste twee jaar blijkt dat dit niet waar is: de PVV is en blijft een rechtse oppositiepartij.

Tijdens het slotdebat over de uitslag van de Europese verkiezingen zei Mark Rutte over Geert Wilders tegen Agnes Kant: “U kunt hem (Geert Wilders – SO) bijna ontvangen in de SP, want u vindt over zoveel zaken in de Kamer hetzelfde, dat u eigenlijk één partij zou kunnen vormen.”

De PVV aan de linkerkant van het politieke spectrum? Het idee was al eerder geopperd door Trouw columnist Sylvain Ephimenco, hij sprak op 28 mei in zijn column zelfs over een “demasqué” van Wilders. De partij kan volgens hem niet meer als “rechts” bestempeld worden omdat de PVV steeds vaker met SP en GroenLinks meestemt. Het NRC Handelsblad kopte op 13 juni “PVV schuift naar links over economie”. Volgens de krant nam de PVV steeds vaker dezelfde standpunten in als de SP, met name op onderwerpen als de hervorming van de WAO en het ontslagrecht. Volgens de krant bevindt de PVV zich nu aan de linkerkant van het politieke spectrum. Heeft Wilders gebroken met zijn rechtse roots?

Het stemgedrag van partijen in de Tweede Kamer kan het beste worden begrepen in termen van twee tegenstellingen: tussen links en rechts en tussen regering en oppositie. Sommige stemmingen verdelen de partijen in de Tweede Kamer in een rechts kamp en een links kamp; bij andere stemmingen stemmen de oppositiepartijen “voor” en de coalitiepartijen “tegen”. Als alle oppositiepartijen voorstemmen en de coalitiepartijen tegen gaat het vaak om voorstellen van een oppositiepartij die tegen kabinetsbeleid in gaan: neem motie 31472-13 waarin Pechtold en Rutte vragen om een onderzoek naar de gevolgen van de kredietcrisis voor de begroting. Oppositie stemt voor, coalitie stemt tegen, immers zo’n onderzoek brengt het kabinetsbeleid in de war. Stemmingen die de Tweede Kamer in links en rechts verdelen gaan vaak over beleidsvragen waar de coalitie verdeeld over denkt, neem de motie 31143-8, waarin Van Toorenburg en Kamp vragen om het in stand houden van een verplichte eigen bijdrage voor inburgeringscursussen. Het parlement verdeelt zich in links (SP, GroenLinks, PvdD, D66, PvdA en ChristenUnie) en rechts (CDA, VVD, SGP, Verdonk en PVV).

Figuur

We kunnen het stemgedrag van alle partijen samenvatten in één figuur (hierboven). Dit figuur is gebaseerd op een analyse van alle stemmingen in de Tweede Kamer tussen 2007 en 2008. De horizontale as verdeelt de partijen tussen links en rechts. Geheel links zien we een cluster van SP, PvdD en GroenLinks, met daar vlak in de buurt D66. In het midden van deze dimensie staan de regeringspartijen PvdA, de ChristenUnie en het CDA, samen met de SGP. Geheel rechts staan de rechtse oppositiepartijen: PVV, VVD en Verdonk. De verticale as in het figuur verdeelt de partijen in coalitie en oppositie. Helemaal boven in het figuur staan de coalitiepartijen. Als we meer naar beneden gaan volgen de oppositiepartijen. Hoe groter de afstand tussen de oppositiepartijen en de regeringspartijen, des te sterker het verzet tegen het regeringsbeleid. De PVV, SP en Verdonk staan het verst van de coalitie op deze as. Met andere woorden, de figuur toont enerzijds de mate van instemming met het kabinetsbeleid op de verticale as, en anderzijds de links/rechts-tegenstelling op de horizontale as. Aan de hand van deze figuur kunnen we de duidingen van het stemgedrag van de PVV empirisch beoordelen.

Het beeld van de PVV als een linkse partij komt niet overeen met het stemgedrag van de partij. De PVV staat het dichtst bij de VVD en Verdonk. Dat zijn, net als de PVV, rechtse oppositiepartijen. Deze partijen stemmen vaak hetzelfde. De PVV stemt in 64 procent van de stemmingen hetzelfde als de PVV en Verdonk. Er is ook een gelijkenis in het stemgedrag van de SP en de PVV. Soms vinden deze oppositiepartijen elkaar in de Tweede Kamer. Dat is in ongeveer 46 procent van de stemmingen het geval, zowel in 2007 als in 2008. Echter, het feit dat de SP en de PVV soms het zelfde stemmen, is geen bewijs voor de stelling dat de PVV links is geworden. De SP en de PVV staan in zo’n stemming vaak lijnrecht tegenover het centrum-linkse kabinet. De partijen vinden elkaar als radicale oppositiepartijen van links (SP) en van rechts (PVV). Overigens als Wilders met de SP in een partij zou kunnen, dan kan Mark Rutte zich daar zo bij aansluiten: zijn VVD fractie stemt in 44 procent van de stemmingen mee met de SP, maar 2 procent verschil met de PVV.

Kortom: de interpretatie van Rutte, Ephimenco en NRC van het stemgedrag van de PVV is te simpel. Dit kan je niet in een simpele links-rechts tegenstelling vatten. In de Tweede Kamer is er ook een tegenstelling tussen oppositie en coalitie. De SP en de PVV vinden elkaar in deze tegenstelling en stemmen samen als radicale oppositiepartijen van links en van rechts tegen de regering.

Simon Otjes is promovendus aan de Universiteit Leiden. Hij doet onderzoek naar stemgedrag van politieke partijen in de Tweede Kamer. De analyse is gemaakt op basis van software ontwikkeld door professor Keith Poole.